admin
20 januari 2007, 20:53
'Bewijs tegen Volkert van der Graaf. stapelt zich op'
Rapport recherche over moord op milieubeambte Onderzoek Nationale Recherche
'Bewijs tegen Van der G. stapelt zich op'
door Martijn Koolhoven
ZOETERMEER - Uit een geheim rapport van de Nationale Recherche blijkt dat justitie wel degelijk over sterke aanwijzingen beschikt dat Volkert van der G., de moordenaar van Pim Fortuyn, ook verantwoordelijk is voor de liquidatie van de 43-jarige milieuambtenaar Chris van der Werken in 1996 op landgoed Welna in Nunspeet.
Van der Werken werd op 22 december van dat jaar tijdens zijn werk van achteren met drie kogels neergeschoten. Deze brute moord is nooit opgehelderd. Naar nu blijkt heeft de Nationale Recherche ( NR) van het KLPD na de moord op Pim Fortuyn in het diepste geheim onderzoek gedaan naar " feiten waarmee Van der G. buiten de moord op Fortuyn in verband mee is gebracht", maar die onopgehelderd zijn gebleven.
Milieuactivist
Een van deze zaken is de onopgeloste moord op Van der Werken, waarvan al eerder werd vermoed dat de milieuactivist Van der G. ermee te maken zou kunnen hebben.
Van der G. en van der Werken waren in 1995 en 1996 met elkaar in conflict gekomen over de aanpak van het zogenaamde ammoniakreductieplan. Van der Werken was uit hoofde van zijn functie medeverantwoordelijk voor de uitvoering van dit plan, dat voor Van der G. en zijn Vereniging Milieu Offensief (VMO) allemaal niet ver genoeg ging. Uit het onderzoek van de Nationale Recherche blijkt dat:
* Van der Werken kort voor zijn dood tegenover een getuige (boer B.) heeft verklaard dat Volkert van der G. hem met de dood had bedreigd.
* getuigen kort na de liquidatie op landgoed Welna o.a. een rode Opel Kadett hebben waargenomen. Van der G. had, zo blijkt uit het onderzoek van de Nationale Recherche, in 1996 een rode Opel Kadett;
* net als Fortuyn is ook Van der Werken van achteren in de bovenrug neergeschoten;
* de huisbaas van de woning in Amersfoort, waar Van der G. in 1996 woonde, heeft verklaard dat hij in de zomer van 1996 in hun woning in een fruitkistje een vuurwapen had ontdekt. * Van der G. geen sluitend alibi heeft voor de moord op de milieuambtenaar.
De schokkende conclusies hebben niet geleid tot heropening van het onderzoek. Maar "nieuw vervolgonderzoek is niet ondenkbaar", dus de NR.
Link tussen Van der G. en vermoorde ambtenaar
door John van den Heuvel en Ernst Nordholt HILVERSUM - Er is een duidelijke connectie tussen Volkert van der G., de vermoedelijke dader van de moord op Pim Fortuyn, en milieuambtenaar Chris van der Werken uit Nunspeet, die in 1996 om het leven werd gebracht. Op deze opmerkelijke informatie is het politieteam dat het verband tussen de aanslag op Fortuyn en de moord op Van der Werken onderzoekt, gestuit.
Rechercheurs van de politieregio Noord- en Oost-Gelderland hebben vorige week woensdag in Wezep dossiers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe in beslag genomen, waaruit de link tussen Van der Werken en Van der G. blijkt.
Van der Werken, als milieuambtenaar werkzaam bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe, was betrokken bij het adviseren over vergunningen. In die positie lag hij volop in de clinch met Van der G., die stelselmatig bezwaar indiende tegen gemeentelijke vergunningen voor vooral Veluwse veehouderijen.
Uit de bij de Glenn Millschool in Wezep (waar de vergaderingen van het intergemeentelijk samenwerkingsverband plaatsvonden) in beslag genomen stukken blijkt dat er een moment is geweest dat Van der G. opzettelijk onwetend is gehouden over vergaderingen omtrent een ammoniakreductieplan. De politie heeft ontdekt dat bij de aankondiging van een belangrijke vergadering in 1996 over dit plan, met de hand de mededeling 'Volkert van der G. niet uitnodigen' is geschreven.
Het besluit om Van der G. te weren lijkt afkomstig van Van der Werken, die overigens aanvankelijk juist geen moeite leek te hebben met de rol van de milieuactivist.
Uit stukken waarin deze krant inzage heeft gehad, valt te lezen hoe Van der Werken in een advies op 25 april 1995 schreef dat de Vereniging Milieuoffensief (waarvan Van der G. lid was) moest worden opgenomen in de stuurgroep "omdat naar onze mening niet om Milieuoffensief heen kan worden gelopen".
"Met name door de bezwaren van Milieuoffensief kan de vergunningverlening worden geblokkeerd." Aldus de letterlijke passage uit een concept-raadsvoorstel van de hand van Van der Werken.
Het rechercheteam houdt er nu rekening mee dat Van der G. mogelijk heeft ontdekt dat hij bewust buiten de deur is gehouden en daarover mogelijkerwijs verbolgen is geraakt.
Milieuambtenaar Van der Werken werd op 22 december 1996 met twee kogels om het leven gebracht in een bos tussen Epe en Nunspeet. De moord vond plaats op een dag dat het landgoed Welna druk werd bezocht. Getuigen vonden het slachtoffer kort na de schoten. Eerste hulp mocht echter niet meer baten. Ondanks speculaties over de aanleiding werd de dader nooit opgepakt.
Na de moord op Fortuyn is de dood van de ambtenaar weer volop in de schijnwerpers gekomen. Naast onderzoek naar een mogelijk motief van Van der G. gaat de politie aan de hand van ballistisch onderzoek ook na of het wapen of de munitie waarmee Fortuyn om het leven is gebracht, ook in de zaak-Van der Werken een rol hebben gespeeld.
Fragmenten uit het onderzoeksrapport Volkert van der Graaf
Dit eind rapport geeft een samenvatting van de bevindingen van het opsporingsonderzoek. tevens wordt onderbouwd waarom. OM en recherche hebben geconcludeerd dat de moord op Fortuyn het werk van een individuele is gewest op basis van feiten en in weerwil van vele komplottheorien in boeken, kranten en op internetsites. Het zorgvuldige onderzoek heeft namelijk geen enkele overtuigende aanwijzing opgeleverd voor een samenzwering. Er is geen grond om aan te nemen dat van der Graaf zijn plannen met andere heeft gedeeld, met andere heeft voorbereid of uitgevoerd.
Van der Graafs bekentenis alleen is daarbij niet doorslaggevend geweest. Hij heeft het strafdossier uitgebreid heeft kunnen bestuderen voordat hij een verklaring aflegde. In een brief aan zijn vriendin Petra L. schrijft hij bovendien: Overigens, mocht ik ooit een verklaring geven aan de rechterlijke macht of de media dan hoeft dat uiteraard niet de waarheid zijn. voor de buitenwereld is de waarheid niet belangrijk-het hoeft slechts functioneel te zijn. Naar jou toe zal ik wel eerlijk zijn. Ik vind dat jij er recht op hebt net als
S.
Maar bekentenis, technisch bewijs en opsporingsonderzoek naar achtergrond en de gangen van de dader wijzen in dezelfde richting, hoewel het opsporingsonderzoek soms een andere inkleuring geeft en een ander beeld van de persoon, Als bekentenis en ander bewijs niet met elkaar stroken dan is dat in dit eindrapport expliciet aangegeven en beargumenteerd. waarbij voorzichtigheid op haar plaats is uiteraard.
Dit raport bevat gevoelige opsporingsinformatie over een politiekgevoelige recente strafzaak. Enkele feieten waarmee Van der Graaf buiten de moord op Fortuyn in verband mee is gebracht - of redelijkerwijs gebracht zou kunnen worden - blijven onopgehelderd. nieuwe feiten en nieuw vervolgonderzoek zijn niet ondenkbaar. Daarom heeft dit rapport de status zeer vertrouwelijk.
Het uitlekken van de inhoud kan betekenen dat de opsporing en vervolging ernstige schade lijdt, ook nu de specifieke opsporing naar Fortuyn is gestaakt en de vervolging van de verdachte Van der Graaf is geëindigd. De belangen van opsporing en vervolging wegen tot tenminsten vijf jaar na zijn onherroepelijke veroordeling dan het recht op kennisneming/inzake de inhoud op basis van Wet Openbaarheid Bestuur, de Wet Politieregisters of soortgelijke (toekomstige) regelgeving. Dit rapport zal worden opgeslagen in het register Zware Criminaliteit van de Dienst Nationale Recherche van het KLPD.
3.3 Onderzoek naar aankoop wapen door Van der Graaf
Bij verdachte Van der Graaf thuis zijn kranteknipsels aangetroffen uit februari 1993. uit deze kranteknipsels blijkt dat een aktiegroep die zich "Boeren-Offencief" noemt, VMO en anderen heeft bedreigd. Sjoer van der Werken is persoonlijk bedreigd. "De gierput zal jullie grafkelder zijn. Dit is geen loos dreigement", kopt een krant. Een ander artikel, uit diezelfde week, heeft als kop : "erger kan het niet meer. Tenzij er pistolen worden gebruikt". In een begin 1997 aflgelegde getuigenverklaring bij de politie (i.v.m. het van der Werken-onderzoek, zie hoofdstuk 5) zegt Van der Graaf dat hij wel eens denkt: voor hetzelfde geld was ik het geweest met een kogel in mijn rug". Ook verklaard hij dat hij slachtoffer is van inbraak en intimidatie door een "vrij agressieve groep" mensen van een nertsfokkersbedrijf uit Putten.
In 1996 woont Van der graaf korte tijd samen met een vriendin, Astrid S. in Amersfoort. Op de naam van S. hadden zij een bovenverdieping met zolder aan de Hunzestraat gehuurd, de huisbaas herinnert zich dat het stel er in mei 1996 introk. Hij verklaart: "Als ik de etage verhuur hou ik de sleutel voor noodgevallen. Ook staat er in het contract dat ik het recht had om in de woning re kijken voor controle. omdat ik het nogal rommelig vond, ben ik in juni of in juli 1996 de woning ingegaan. Volkert en S. waren er op dat moment niet. "Op zolder ziet hij een matras liggen met ernaast een fruitkistje met mannenkleding
"In het kistje lag een bruin kartonnen doosje. Het doosje was ongeveer 30 x 25 x 8 cm groot. Op het doosje zat een deksel die in zijn geheel afgelicht kon worden. Het doosje zat dicht. Er stond geen tekst op het doosje." De huisbaas, nieuwsgierig opent het doosje. Hij ziet een vuurwapen liggen. "Ik zag dat het een zwart of antracietgrijs vuurwapen was, U vraagt mij of ik weet of het een revolver of een pistool was. Ik zag dat het een plat waoen was zonder draaitrommel. Ik heb het wapen gepakt en vastgehouden. Ik zag dat bovenop een schuif zat, Ik heb die schuif een keer naar achteren gehaald en hoorde het geluid: "klik - klik"van metalen delen. Er gebeurde niks, er
viel ook geen kogel uit het wapen nadat ik het had gedaan. Het vuurwapen woog best zwaar. Onderin het handvat zat iets met een lip, volgens mij de houder. er gebeurde verder niks. dit was de enigste keer in mijn leven dat ik een pistool in mijn handen heb gehad.
Ik zag in het doosje ook een aantal kogel liggen. Ik meen zeven of acht stuks. Ik heb deze verder niet aangeraakt. u laat mij een kogel zien uit het politiepistool. ik kan u zeggen dat de kleur, koperkleurig, hetzelfde is. Volgens mij waren de partronen die in het doosje lagen iets korter, maar de breed is ongeveer hetzelfde."
De huisbaas doet het pistool terug in het doosje en sluit de deksel. "Ik heb dit niet gemeld aan de politie. Ik heb er met niemand overgesproken, zelfs niet met mijn vrouw.
Pas vorige week heb ik er met andere over gesproken. Ik heb ook nooit tegen Volkert en zijn vriendin gezegd dat ik in hun woning was geweest."Hij vermoedt dat het wapen zoals hij het aantrof, van Van der Graaf was. Hij heeft later tegen S. en Van der Graaf gezegd dat ze hun woning wat schoner moesten houden.
S. verklaart dat alleen Van der Graaf en zij op zolder hebben geslapen. Zij herinnert zich dat Van der Graaf een zakmes had. 'Nee, ik heb nooit een vuurwapen bij Volkert gezien. ik heb ook nooit gehoord of gemerkt dat hij een vuurwapen had". Als de verbalisanten haar informeren dat de huisbaas op de zolder een vuurwapen heeft gezien, schrikt S. en begint te huilen. "Ik kan me dat niet voorstellen. Ik schrik hiervan. Als ik dat had geweten dan weet ik niet wat er toen gebeurd was, maar ik vind dat zoiets niet kan. Dan had het wapen metteen het huis uit gemoeten. Ik heb in die periode ook niet een doosje gezien, wat ik mij herinner. Als het een vreemd doosje was geweest had ik daar wel ingekeken.
Ik heb hier geen verklaring voor. ook in die periode werden Volkert en de mensen bij VMO werkten bedreigd. Ik kan hierop alleen als verklaring geven dat Volkert een vuurwapen had gekocht om zichzelf te verdedigen, maar ik weet hier niks van."
De voormalige huisbaas heeft meegewerkt aan een voorwerpconfrontatie. Hij herkent de STAR 9mm niet als het wapen dat hij destijds in 1996 heeft gezien. bij de derde selectie van wapens wijst hij uiteindelijk een Walther, model PP aan als mogelijk wapen.
Volgens CIE-informatie heeft Vander graaf in 1996 een pistool gekocht omdat hij zich bedreigd voelde door boeren.
Getuigen ...... Herinnert zich dat in 1998/1999 Van der Graaf zich terloops over het verkrijgen van een vuurwapen heeft uitgelaten: "Ik weet nog dat ik zo rond 1998/1999 bij Volkert in de auto zat. (...) Ik kan niet precies terughalen wanneer dat precies was. (...) Wij spraken toen over zelfmoord. Dat kwam van mij uit omdat dat bij mij toen speelde. Ik zei toen tegen Volkert dat ik me slecht voelde en dat ik mijzelf wel met een vuurwapen door het hoofd zou willen schieten als ik er een zou hebben. Volkert zei toen: "Ik kan daar wel aankomen".
..... denkt op dat moment dat dit grootspraak is van Van der Graaf en gaat niet op het onderwerp door.
5. Mogelijke verbanden met andere strafbare feiten.
Het rechercheteam heeft onderzocht og van der Graaf mogelijk betrokken is geweest bij andere strafbare feiten.
De opsporing van andere feiten was van belang omdat op deze manier mogelijk ernstige delicten kunnen worden opgelost, zocht wordt verkregen op eventuele mededaders of medeplichtigen op op voorbereidingshandelingen, Aandachtspunten zijn geweest de verbindingen met het op dierenbevrijdingsakties en brandstichtingen gerichte Escape-recherche onderzoek, de moord op milieuambtenaar Van der Werken, de terugkerende geruchten dat VMO bij chantage betrokken zou zijn, evtuele betrokkenheid
bij het taartgooi-incident'en eventuele betrokkenheid bij bedreigingen.
5.1 Het Escape-onderzoek
Tussen december 2000 en februari 2001 doet een bovenregionaal rechercheteam onderzoek naar brandstichtingen en vernielingen bij bio-industrie-bedrijven door dierenactivisten. Het onderzoek heeft de naam 'Escape'. Het onderzoek richt zich met name op vier bekenden activisten, wiens telefoons zij afgeluisterd. Uit twee afgeluisterde telefoongesprekken tussen verdachten en hun kennissen blijkt dat het postitieve standpunten van Fortuijn over de nertsenfokkerij sommige zeer ergert.
Op 7 januari 202, de dag na de Fortuijns televiese-optreden in het programma Business Class komt Fortuijns mening over bont naar voren in het telefoongesprek tussen verdachten Mark K. en Robert M. Zij noemen Fortuijn "Mongool"en Vette eikel"
"Hij moet echt - dood", zegt K.
M. lacht en zegt heel luid: "Jongen!"
'Oh sorry", zegt K "niet over de telefoon".
"Dat is binnen de politie denk ik ook niet jongen"hapert K.
"Ja, Dat meen je toch niet", zegt M.
"Oh neeeee", zegt K. "...monddood"
"monddood maken" herhaalt M.
"gewoon met plakband op z'n gezicht"zegt K.
"Ja, ja...ik zie je later mazzel"eindigd M. het gesprek.
In een afgeluisterd telefoongesprek tussen de hiervoor genoemde Robert M. en zijn kennis Geoffrey D. komt het nertsenfokverbot aan de orde. "D'r is gewoon een bewustzijns process opgang en eeh...ja dat, dan mogen we hopen dat dit een resultaat ervan is, een nertsfokverbod", zegt M.
D. reageert. "Nou, het is eigenlijk nog een stap mooier. Als 80% van de bevolking het wil dan moet het gewoon dus gebeuren. Want we leventoch zogenaamd in een democratie (...) Kijk en : Pim Fortuijn zegt dan vrolijk op televisie: 'Het eerste wat ik doe als ik in de regering zit is dat nersenstopverbod terugdraaien'.
Uit een afgeluisterd telefoongesprek tussen Van der Graaf en L. valt op te maken dat Van der Graaf Mark K. kent. De naam van Geoffrey D. is aangetroffen in zowel de adminstratie van VMO als in het zakboekje van Van der Graaf". D heeft antecedenten voor geweldpleging en staat bekend als lid van het dierenbevrijdingsfront. Overigens staat ook een telefoonnummer van het Animal Liberation Front in de agenda van Van der Graaf.
Het eerste gesprek is intern in het Escape-team beoordeeld en later na de aanslag, door de commissie- Van den Haak. De commissie schrijft dat de rechercheur die het gesprek op 7 januari 202 uitwerkte, de bewoordingen "niet serieus"vond en dat een ander rechercheur dezelfde mening was toegedaan. op 8 mei 202 heeft de BVD (nu AIVD)
het tapgesprek geluisterd. Zij oordeelt: "en ofschoon het hard overkomt dat plotsklaps iemand tegen een ander zegt dat Fortuijn dood moest, is de commissie toch de mening toegedaan dat hier sprake was van spontane ingeving van A;. en dat het hier niet ging om een idee dat in een later stadium door gesprekspartners op zijn haalbaarheid zou moeten worden onderzocht.
Het tweede gesprek is niet beoordeeld door de commissie Van den Haak, wellicht omdat hier niet over enig fysieke dreiging gesproken wordt. Het standpunt van Fortuijn komt slecht in zijn algemenheid aan de orde.
Volgens de commissie toont het (eerste) gesprek dat de uitspraken van Fortuijn op televisie "waren doorgedrongen tot de harde kern van dierenactivisten in Nederland en dat ze daar voor enige commotie zorgden.
5.2. De moord op Van der Werken
Chris van der werken is in 1996 de dan 43 jarige coördinator van de afdeling handhaving van het Intergemeentelijke samenwerkingsverband Noord-West Veluwe (Harderwijk, Nunspeet, Putten, Ermelo, Oldenbroek, Epe). Hij is een rustig man, gelukkig getrouwd, drie kinderen, gelovig, stil, door collega's omschreven als een compromiszoeker, niet doortastend, werd het spannend dan nam hij gas terug en bekeek het opnieuw, met een baard en een bril met jampotglazen. Hij gaat regelmatig wandelen op het landgoed Welna in Nunspeet om te genieten van de natuur.
Hij kent volkert van der Graaf. in 1995 en 1996 komen Van der Werken en Van der Graaf elkaar namelijk tegen bij de voorbereiding van het ammoniakreductieplan. de gemeente Elburg, Nunspeet, Harderwijk en Oldenbroek stellen gedurende 1995 en 1996 een gezamelijk ammoniakreductieplan (ARP) op. Door het plan komt er een intergemeentelijke coördinatie bij het overdragen van ammoniakemissierechten van de ene boer naar de ander boer, Van der Werken is uit hoofde van zijn funktie lid van de commissie die het plan voorbereidt. Ook zitten verschillende vertegenwoordigers van belangengroeperingen in de werkgroep, onder meer landbouworganisaties en VOM. Van der Graaf vertegenwoordigt VMO. De voorzitter is burgermeester De Groot van Harderwijk.
In juli 1996 bericht Van der Graaf namens VMO dat hij het in tegenstelling tot de andere werkgroepleden niet eens was met het voorstel. Zijn kritiek komt erop neer dat ARP te soepel is. "Bovendien geeft het ARP in zekere zin ook milieuwinst weg, doordat de rechten van bedrijven die ermee stoppen door een ander bedrijf overgenomen kunnen worden, terwijl de emissies anders voor 100% zouden vervallen."VMO is niet tegen bedrijfsuitbereidingen "maar dan moet er per saldo in vergelijking zonder ARP wel milieuwinst geboekt worden."Van der Graaf denkt dat een situatie zonder ARP zelfs beter zou zijn geweest dan dit ARP. In februari 1997 treedt het plan echter na goedkeuring door gedeputeerde Staten in werking.
Op zondag 22 december 1996 omstreeks loopt het oudere echtpaar B. door de bossen van het landgoed Welna, bij de Gortelseweg. Vlak voordat ze de Gortelseweg op lopen, horen ze een knal. Ze denken aan vuurwerk. Ongeveer vierhonderd meter verderop zien ze een persoon heen en weer lopen die "ongecontroleerde bewegingen maakt" (de heer B zegt regen de meldkamer ëen man"maar herroept dat later, hij kon niet zien of het een man of een vrouw was)
De persoon loopt linksaf het bos in richting Nunspeet. Mevrouw B kan zich herinneren dat de persoon "en felrode jas of trui had en iets donkers van onderen.
Verder kan ik hierover niks verklaren omdat de afstand veelste groot was. Ik weet ook niet welke haardracht deze persoon had". Als ze dichterbij komen zien ze iets op de grond liggen, ze denken eerst aan een vuilniszal of een hond of een zwijn. Als ze naderbij komen zien ze dat het een man is die ernstig bloedt. Hij wordt later
geïndentificeerd als Chris van der Werken. Hij is dood.
Ven der Werken is drie keer van achteren geraakt door kogels van het type Winchester 9mm hollow point silver tip. Het is dure munitie van zwaar kaliber, die in het lichaam verwoesting aanricht, deze munitie wordt met een pistool verschoten, niet met en geweer. Niet ver van de plaats delict treft de recherch een verse sigarettepeuk aan.
Het recherchebijstandsteam doet verschillende richtingen onderzoek. In de eerste instantie wordt de vrouw van het slachtoffer kort als verdachte aangemerkt. later doet het RBT onderzoek naar de herkomst van de kogels en houdt enkele personen in dat verband aan. het team onderzoekt Van der Werkens personlijke levenssfeer, gaat na of hij zakelijke contacten had, ondervraagt zoveel mogelijk personen die op die dag op het landgoed Welna waren en ondervraagt bekende stropers. De moord blijft uiteindelijk onopgelost.
Volkert van der Graaf wordt kort na de moord het RBT als getuigen gehoord. "Chris was een rustig mens"zegt van der graaf. "Tijdens de vergaderingen zei hij niet veel. Hij was milieu-ambtenaar maar in mijn visie sprak hij meer voor de boerenmensen dan voor de mensen die het milieu willen beschermen.
Naar mijn mening ging hij te veel en te vaak met de mensen van de bedrijven mee (...) Met Chris van de Werken was ik het zeker niet altijd eens maar haatgevoelens richting hem had ik niet." Hij zegt dat hij die dag in zijn huis aan het werk was.
Zes jaar later na de aanslag op Fortuijn, benadert een getuigen B. de politie. Hij heeft net als van der Graaf en Van de Werken deel uitgemaakt van de voorbereidingscommissie van het ARP. B is boer. B. verklaart dat na de laatste vergadering Van de Werken bij B. thuis kwam, B. had zijn bril op de vergaderlocatie laten liggen. "van de Werken kwam ontdaan binnen. Ik zag dat er iets bijzonders was, zonder te wetren wat er speelde". Ven de Werken verteld B. dat Volkert van der Graaf na de vergadering tegen hem zei: "Ze moesten je dood maken en ik zou daar ook wel bij willen helpen." B. raadt hem aan aangifte te doen, maar Van de Werken haalt zijn schouders op.
Getuigen hebben destijds bij het landgoed Welna diverse merken en kleuren auto's genoemd, onder meer zijn er rode Opels Kadett waargenomen. Van der Graaf had destijds een rode Opel Kadett. in zijn getuigenverklaring uit 1997 zegt Van der Graaf dat hij de moord had vernomen van kippenhouder Van der H. en de groene-schild medewerker M. zegt dat hem "nu achteraf" verbaast dat Volkert nooit over Van de Werken gesproken heeft. M. kende van de werken overigens niet persoonlijk. M. concludeert dat Van der Graaf de moord gepleegd zou kunnen hebben, hoewel hij daar (toen) geen aanwijzingen voor had.
"Ik heb bij Volkert nooit wapens gezien en hij sprak er ook nooit over. Ik heb van Volkert ook nooit bedreigende termen gehoord".
De overenkomst met de aanslag op Fortuijn is dat ook Fortuijn van achteren is neergeschoten. De Winchester 9mm hollow point silver top is niet verscjoten met het bij Van der Graaf in beslag genomen STAR-pistool. Er is geen hollow point munitie bij Van der Graaf op zijn woon adres gevonden. maar dat zegt misschien niet ve, omdat er (zie hoofdstuk 3) immers een verklaring is van Van der Graafs huisbaas uit Amersfoort. Uit deze verklaring zou afgeleid kunnen worden dat Van der graaf in 1996 een wapen thuis voorhanden had, dat afgaand op de fotoconfrontatie niet de STAR 9mm is geweest.
Los van nieuwe mogelijkheid dat Van der Graaf op Van de Werken geschoeten zou kunnen hebben, zijn er afgaande op het RBT-dossier nog andere opties.
* Persoonsverwisseling. Op landgoed Welna wordt regelmatig gestroopt. Het is vlak voor kerstmis. 's Ochtends horen verschillende getuigen meerdere schoten. Een getuige treft kadavers aan van edelherten en drie wilde zwijnen, De Winchester hollow point munitie is niet geschikt voor een geweer. maar jagers/stropers achten het wel geschikt voor het "afschot" (genadeschot) van het dier en voor het schieten van zwijnen van korte afstand met een pistool. de zwijnen zijn bijna tam en komen als je voerdert vanuit de auto. Van de Werken lijkt uiterlijk op een jachtopziener.
"ik ben er stil van, zeg maar rustig enigzins geschokt" verklaard de jachtopziener in kwestie. Van de Werken en de jachtopziener dragen allebei een muts en Van de Werken is op dag van zijn dood gekleed in een half lange bruine jas:
*Een onbekend motief van verdachte Biem B. B. is een man uit Lelystad die door een wapenhandelaar wordt omschreven als gebiologeerd door wapens. Hij woont in Lelystad en heeft legaal een illegale wapens.
Het RBT ontdenkt dat aan een wapenhandelaar in te Harskamp de bewuste Winchester hollow point munitie geleverd is. Deze wapenhandelaar verkoopt onderhandse munitie door. Aan B. heeft hij om en nabij de 350 van deze patronen verkocht. B. mist drie partonen en daar heeft hij geen verklaring voor. Zijn wapenverzameling en munitie heeft hij verstopt. B. heeft geen sluitend alibi voor 22 december 1996 0m 15:30 uur. Hij rijdt in een rode Opel Astra en is in het bezit van een rode jas. B. is aangehouden geweest en zijn gesprekken zijn afgeluisterd, maar er was onvoldoende bewijs voor moord/doodslag.
*Iemand met mogelijk een mountainbike die schietoefeningen deed en die door Van de Werken gestoort is, Twee getuigen die rond 13:15 uur door het bos lopen horen 2x2 schoten en zien de kogels langs zich heen gaan. de kogels gaan vlak lang hen heen. een van de getuigen heeft gewerkt op een schietbaan en denkt dat het de schoten van "pistool of en Uzi"zijn geweest. Ze vluchten en waarschuwen de jachtopziener. Met de politie en jachtopziener komt een van de getuigen om 14:0 uur terug. Ze vinden niet ver van de plek waar geschoten is een voetspoor, maat 46 of 47 en een vers spoor van een mountainbikerichting Garderen. er gaan voetsporen naar de voerplaats. de jachtopziener denkt aan "een idioot en het bos" Verschillende getuigen hebben fietsers en/of mountainbikes gezien op die dag.
*Andere personen die met wapens in het bos oefenen. Een jachtopziener herinnert zich dat jij eind november 1996 Zuid-Europese mannen, Turks of Joegoslavisch aantreft bij een rode ford Taunus kort nadat hij schoten heeft gehoord in de buurt van de geparkeerde auto. een andere getuige meldt enkele maanden na de moord dat een kennis hem een jachtgeweer met afgezaagde loop aanbood, waarmee hij had geschoten "in het bos".
Andere redenen. Een getuige zegt regelmatig drugs in het bos te vinden. een collega herinnert zich dat een garagehouder dreigde Van de Werken dat hij hem zou slaan. de garagehouder kreeg geen vergunning. Verder was Van de Werken als handhavend ambtenaar betrokken bij een konflikt tussen een kippenslachterij en de eigenaar van een belendend woonhuis. Beide percelen waren vlakbij de plaats delicts gevestigd.
Gezien de modus operandi zijn er feitelijk twee mogelijkheden: ofwel de dader heeft de moord goed voorbereid en het slachtoffer vanaf zijn huis gevolgd. In het bos heeft hij Van de Werken van achteren genaders en van dichtbij doodgeschoten.
De andere mogelijkheid is dat Van de werken min of meer bij toeval is vermoord.
5.3. VMO/Van der Graaf en verdenkingen van chantage.
Een juridische procedure bij de Raad van State duurt lang en is een streep door de rekening voor boeren die willen uitbereiden of voor boeren die er eerst bij het aanvragen van een herzieningsvergunning er achter komen dat de wijziging in de veestapel die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan naar de letter van de wet en uitbereiding betekenen. In verschillende gevallen zoeken veehouders dan contact met VMO om tot een compromis te komen. Volgens VMO gaat het tot aan 1998 om 15 gevallen. VMO heeft in deze gevallen voorgesteld dat de veehouder van een ander (krimpend of stakend) bedrijf emissierechten overneemt. als VMO en de veehouder tot een overeenkomst kunnen komen tekenen zij bij de notaris een overenkomst met bepalingen:
Artikel 2 -1 In overleg tussen (veehouder) en milieu-offensief is besloten over te gaan tot de aankoop van ammoniakemissierechten en de intrekking van milieuvergunningen of delen daarvan ten aanzien van een drietal bedrijven (...)
Artikel 4 -1 Op basis van het vervallen van de vergunningen elders de verbeterde hindersituatie voor de omgeveing en de daarmee gepaard gaande intrekking van de milieuvergunningen, zoals hiervoor aangegeven, is de VMO bereid het beroep dat door de vereniging is ingesteld (...) in te trekken (...)
De ondernemer betaalt aan VMO de proceskosten (artikel 5 van de overenkomst).
In maart 1998 zijn er berichten in de media dat de Vereniging Milieu Offensief boeren zou chanteren. De RPF stelt kamervragen en de IMH-oost 12 procedures waarbij VMO partij was waarvan 4 zaken waarin VMO en het bedrijf een schikkingsovereenkomst zijn aangegaan.
De IMH-oost beantwoord naar aanleiding van het verrichte onderzoek in het rapport verschillende vragen:
*is het juist dat deze praktijken (procederen en kopen van emissierechten) plaatsvinden?
*wordt op deze manier oneigenlijk druk op de betreffende agratiërs uitgeoefend?
*wordt door deze handelswijze oneigenlijk onderscheid gemaakt tussen de ondernemers die niet kunnen betalen of geen haast hebben"?
*Hoe verhoudt de de handelswijze van VMO zich tot de regionale ammoniakemissierechten?
*hoeveel transacties gaat VMO aan?
*Hoe kan aan het oneigenlijk gebruik van beroepsprocedures een einde worden gemaakt?
Omdat hij een foto van de taartgooier G. in de krant ziet en hem meent te herkennen, belt een nertsfokker naar de politie. Hij verklaart dat de persoon op de krantefoto lijkt op een Engelssprekend persoon doe - vergezeld van een vrouw - in augustus 2000 over het terrein van een nertsenfokkerij liep. De nertsenfokker had rond die tijd een vergunningsprocedure lopen waarin VMO de bezwaarmakende tegenpartij was. Getuigen (eigennaar van de nertsenfokketij) vertrouwde het niet en maakte een foto van de man en vrouw. De Haagse rechercheur die het onderzoek naar de taartgooiers uitvoert herkent de door de fokker gefotografeerde man niet als G.
5.5. Bedreigingen
In het onderzoek is nagegaan of verdachte van der Graaf ooit Fortuijn heeft bedreigd. In het huis van Fortuijn is met instemming van de familie gezocht naar dreigbrieven. Drie brieven werden aangetroffen met teksten, zoals "JE GAAT DOOD BALHAAR! HOMO FORTUYN! ONLY GOD CAN JUDGE US! KILL YOU MOTHAFUCKA" of een dreigende tekst van "het bestuur van de anti-pim-organisatie. Ook is de emailpostbus van Fortuijn en de LPF op bedreigingen onderzocht.
Er is geen enkele relatie gevonden tussen deze aangetroffen brieven of emails die naarv Fortuijn of naar Fortuijn-websites zijn gezonden, en Volkert van der graaf. Op de door Van der Graaf gebruikte computer in Harderwijk zijn geen kopieën van emails met dreigende teksten aangetroffen. Het was in de maanden voor de aanslag overigens gebruikelijk geworden dat de personen die de post en elektronische post voor hem afhandelden (o/a/Fortuijns butler en website beheerster) zelfstandig dreigbrieven uit de post zeefden en vernietigden.
5.6. Evaluatie van deze informatie
Over het Escape-onderzoek waarin over het (mond) dood maken van Fortuijn gesproken wordt kan het oordeel kort zijn. Het gesprek is destijds beoordeeld door twee rechercheurs van het Escape-team, daarna door de BVD en uiteindelijk door de commissie Van den Haak zelf. Unaniem beoordelen zij de toon als "niet serieus". De gesprekken zijn enkel een indicatie dat dierenbevrijders zich hebben geergerd over de standpunten van Fortuijn. maar er zijn geen verdachte andere gesprekken bekend over Fortuijn en directe telefoongesprekken tussen Van der Graaf/VMO en de in het Escape verdachte personen zijn er niet gevonden.
Het verband lijkt wat dikker omdat bij Van der Graaf een plattegrond gevonden is van een nertsenfarm waar K. bij in de buurt is geweest. Maar de plattegrond lijkt oud en te dateren uit begin jaren '90, met een beschrijving in het handschrift van Volkers toenmalige vlam Monique B. Er ligt waarschijnlijk tien jaar tussen deze plattegrond en de zoektocht van K. anno september 2000 naar mogelijke doelen. in Millheeze zijn meerdere pelsdierbedrijven. Nog dezelfde maand wordt K. uiteindelijk in Denemarken gepakt.
hij is daarna als dieren bevrijder bekend dus het is niet gek dat Van der Graaf hem kent. Een direkte link tussen Van der Graaf en K. of tussen oude plattegrond van B. en K. acties, of tussen telefoongesprekken van K. en de aanslag, kan daarom van de habnd gewezen worden.
Lastiger is het met de moord op Van de Werken. Van der Graaf zou met zijn kennelijk radicale instelling gedaan kunnen hebben. Want a) het ammoniakreductieplan maakt het procederen tegen vergunningen en het dwarszitten van bio-industrie moeilijker. b) kennelijk heeft hij Van de werken bedreigd. c) Van der Graaf heeft geen sluitend alibi, maar daar is destijds geen nader onderzoek naar gedaan. d) de mogelijk liegt hij en had hij in 1996 een pistool - het pistool dat zijn Amersfoortse huisbaas heeft gezien. e) en net als Fortuijn is Van de Werken in de bovenrug geschoten.
maar veel ander handvatten voor een verdenking zijn er niet. Er zijn bovendien te veel andere hypothesen die niet gefalsifieerd kunnen worden.
De verdenking van chantage is grondig uitgezocht. de vermoedens kunnen niet worden bevestigd en zijn slecht op geruchten gebasseerd. In wezen komt het recherche-onderzoek naar dit feit tot eenzelfde bevindingen als de Inspektie Milieuhygiene Oost. Ook de inspectie vond geen grond voor vermoedens van chantage. de wetgeving zit (zat) nu eenmaal zo inelkaar dat een boer die uitbereiding wenst, ammoniakrechten moet kopen. VMO (maar ook milieudefensie) heeft met de wet in de hand succesvol geprocedeerd tegen vergunningen en het vergunningbeleid. Er is geen enkel signaal van chantage of adkoopsommen onder de tafel". Het doel van VMO en Volkert van der graaf was om ammoniak-uitstoot te verminderen en intensieve veehouderij tegen te gaan, niet om geld aan de bio-industrie te verdienen
Een verband tussen de taartgooiers van de Biologische Bakkers Brigade en van der graaf is afwezig. Evenmin is waarschijnlijk dat Van der Graaf of kennissen van hem Fortuijn ooit hebben bedreigd
http://static.telegraaf.nl/mediaobje...68041a.pdf (http://static.telegraaf.nl/mediaobje...68041a.pdf)
Raadsels rond het Volkert-proces Stan de Jong & Joost Niemöller 1
Het vonnis in de zaak-Van der G. riep meer vragen op dan het beantwoordde. Want de belangrijkste kwestie kwam niet aan de orde: wat was nu precies Volkerts motief? Waarom dierenwelzijn en milieuactivisme per se buiten schot moesten blijven.
Iedereen keerde tevreden huiswaarts. Dat was de teneur in de berichtgeving nadat vorige week vrijdag het Amsterdamse gerechtshof uitspraak had gedaan in de zaak-Van der G. Volkert kon opgelucht ademhalen, omdat hij opnieuw achttien jaar gevangenisstraf kreeg, hoewel het van zijn advocaten, Britta Böhler c.s., nog wel een onsje minder had gemogen. En de Fortuyn-aanhang was tevreden omdat in hoger beroep eindelijk was erkend dat de moord op Fortuyn een ‘politieke moord’ was, die het verkiezingsproces in mei vorig jaar ‘onherstelbaar’ had beschadigd. Natuurlijk, men had liever levenslang gezien, maar Marten Fortuyn, de broer van Pim, sprak toch van ‘een weloverwogen vonnis’.
Hoewel het er dus op leek dat de rechter de ‘gulden snede’ had gevonden om alle partijen tevreden te stellen, mocht Martens conclusie wonderlijk heten. Het vonnis riep voor de neutrale buitenstaander meer vragen op dan het beantwoordde. Over de rol van de media bijvoorbeeld. Zonder man en paard te noemen, kregen die onder uit de zak van voorzittend raadsheer mr J.M.J. Chorus. “Publicaties evenwel in de media van onbewezen aantijgingen en onjuistheden over verdachtes levensloop zoals voornoemd zijn in dit kader onaanvaardbaar en aannemelijk is dat de verdachte erdoor is geschaad. In zoverre kan deze publiciteit meewegen bij de strafoplegging.”
Hoe de rechter tot het oordeel kwam dat de publiciteit Volkert schade had berokkend, werd niet duidelijk. Je zou kunnen zeggen dat het eindresultaat voor de verdachte bepaald niet slecht was. In eerste aanleg had de rechtbank immers ook al achttien jaar gevangenisstraf opgelegd, terwijl levenslang, mede gezien het inmiddels erkende ‘recidivegevaar’, zeer wel mogelijk was geweest.
Ook diverse politici, die zich, evenals publicist en rechtsfilosoof Paul Cliteur (hij sprak van ‘een decadent vonnis’), ontevreden hadden getoond over het milde oordeel van de rechtbank in eerste aanleg, werden door het hof gegispt. Waarmee deze kritikasters onbewust het tegenovergestelde hadden bereikt van wat zij beoogden. Moeten zij in het vervolg hun mond houden? Omdat anders verdachten na kritiek misschien helemaal hun straf ontlopen?
Raadselachtig.
Maar het belangrijkste waaraan het in het vonnis schortte, was nog iets anders. Tijdens het proces is helemaal geen bevredigend antwoord gekomen op de vraag: waaróm haalde Volkert de trekker over?
In het strafrecht is het motief van groot belang. Het ‘waarom’ bepaalt mede de strafmaat. Een voorbeeld dat Volkerts advocaten in hun pleitnota noemden, kan dit verduidelijken: “Zo beoordelen wij de diefstal van medicijnen voor een ziek kind anders dan de diefstal van medicijnen met het doel deze op de zwarte markt te verkopen.”
Het motief kan dus strafverhogend of strafverlagend werken. Daarom wordt er door de rechter doorgaans veel aandacht aan besteed. Men kan wel stellen dat hij verplicht is hiernaar gedegen onderzoek te verrichten, en zijn uiteindelijke oordeel over het ‘waarom’ goed te motiveren. Maar waar het Amsterdamse hof zo uitputtend inging op relatieve bijzaken als de uitlatingen van politici en de berichtgeving in de media, komt het motief er met een alinea bekaaid van af. En wat zei de rechter nu precies?
“De verdachte zag in dit slachtoffer en diens gedachtegoed een gevaar voor de democratische samenleving en in het bijzonder voor de zwakkeren in deze samenleving. Het hof heeft de overtuiging bekomen dat het motief van de verdachte, althans de drijfveer om te handelen zoals hij heeft gedaan, in de persoon of de persoonlijkheid van de verdachte moet worden gevonden. Zoals hierboven al is overwogen, sluit het hof niet uit dat er een verband bestaat tussen de bij de verdachte aanwezige stoornis en het plegen van de moord op dr. Fortuyn.”
Pardon? Dit is wel heel cryptisch geformuleerd. Mogen we het in onze eigen woorden samenvatten? Volkert maakte zich zorgen over Fortuyns opvattingen over de zwakken in de samenleving, én hij is een beetje van lotje getikt. In die magische formule moet ergens het motief worden gezocht.
Alleen geeft de rechter niet aan hoe hij tot dit oordeel komt. Evenmin meldt hij expliciet of dit motief strafverhogend dan wel strafverlagend werkt. Vindt hij dat Volkerts zorg over de zwakken in de samenleving oprecht was? En dat Fortuyn voor die groepen bedreigend was?
Maar het vreemdst van alles is dat er in het vonnis met geen woord is gerept van dierenwelzijn. Lag daarin niet het werkelijke motief van Volkert verscholen?
De vraag naar het motief heeft bepaald een wonderbaarlijke weg afgelegd in dit strafproces. Aanvankelijk lagen de zaken nog wel zo helder. Er waren twee mogelijkheden: Volkert moordde uit zorg voor de zwakkeren (stelde de verdediging) of uit zorg over Fortuyns opvattingen over dierenwelzijn (stelde justitie). Volkerts advocaten draaiden er niet omheen waarom men op de lijn van de ‘zwakkeren’ ging zitten. Hier moest de nobele, dus strafverlagende, beweegreden van de dader worden gevonden. “De centrale drijfveer voor de aanslag is voortgekomen uit de oprechte – en door velen gedeelde – bezorgdheid over de denkbeelden van Fortuyn en de gevolgen die deze denkbeelden naar de overtuiging van Volkert van der G. zouden hebben voor de samenleving.”
Aldus bekeken was Volkert de redder des vaderlands. Misschien was een beloning voor de verdachte wat overdreven, maar zo iemand hoort in elk geval geen levenslang te krijgen.
Justitie had echter een heel andere opvatting over het motief. “Ten eerste,” zo sprak officier van justitie mr ¬J. Plooy in april, “zijn (meer politieke) afkeer van de opvattingen van Fortuyn over de kwetsbare milieu- en dierenbelangen die Volkert zelf al zoveel jaren met tomeloze inzet verdedigde. En ten tweede zijn (meer persoonlijke) afkeer van de ijdele, op macht gerichte, en verbaal krachtige manier waarop Fortuyn zijn opvattingen in politiek wilde en ook leek te gaan omzetten.”
Dat justitie de nadruk op het milieu en de dieren legde, was niet zomaar een slag in de lucht. Niemand in Volkerts omgeving had hem ooit over iets anders dan dat horen spreken. Enige politieke interesse had hij nooit getoond. Voor zover de verdachte iets tegen Fortuyns denkbeelden had, zo opperde een vriend tegenover justitie, zouden dat diens opvattingen over de bontindustrie moeten betreffen. “Ik kan me voorstellen dat Volkert daar flink van over de rooie ging.” In de telefoongesprekken die Volkert voerde vanuit de Bijlmerbajes, draaide het eigenlijk om maar één onderwerp: de aandacht die de dierenrechten kregen sinds 6 mei.
Misschien, zo suggereerde de officier van justitie, ging Volkerts passie voor de beestjes zelfs een stuk verder dan het juridisch doorvlooien van mestvergunningen. Hoewel hij in zijn requisitoir het woord opvallend meed, leek alles erop te wijzen dat Van der G. een dierenactivist was. Een belangrijke aanwijzing daarvoor waren de in zijn woning gevonden plattegronden van nertsfokkerijen waarop, aldus de officier van justitie, ‘makkelijk door te knippen gaas is aangegeven, of een schutting waarover makkelijk via olievaten kan worden heen geklommen’. En dan waren er nog de in Volkerts schuurtje aangetroffen condooms met chemicaliën en het daarbij behorend mechanisme om brand te stichten. Spulletjes die men normaliter niet in huis heeft om iets voor asielzoekers, WAO’ers en andere ‘kwetsbare groepen’ te betekenen.
Nee, eigenlijk was er maar één bron te vinden voor het ‘motief’ dat de verdediging aanvoerde: de verklaring van Volkert zelf. Maar ja, die hoefde niet al te serieus te worden genomen, vond justitie. De verdachte had immers zelf in een brief aan zijn vriendin Petra aangegeven dat wat hij verklaarde ‘niet noodzakelijkerwijs de waarheid’ hoefde te zijn, maar ‘functioneel’. In dit geval betekende dat: leid de rechter naar een zo nobel mogelijk, voor iedereen begrijpelijk motief. Want voor een moord in naam van alle zwakken is nu eenmaal wat makkelijker begrip op te brengen dan voor een moord in naam van de woelmuis, de legkip en het pelsdiertje.
Dat het nogal doorzichtige opzetje van de verdediging slaagde, wekte veel verwondering. De Amsterdamse rechtbank nam het motief van de ‘zwakkeren’ over, hoewel ook deze rechters hun keuze niet motiveerden. Tot ingetogen woede van de projectleider van het onderzoeksteam naar de moord op Fortuyn, Henk Doeland, die – een unicum – nog gaande de rechtsgang enkele maanden later zijn beklag deed in Recherche Magazine. Doelands conclusie: “Volgens mij had hij niet een politieke overtuiging. Hij gaf om dieren, dat was het.”
Maar goed. Rechters kunnen een faux pas maken. In hoger beroep, zo verwachtten velen, zou de fout wel worden hersteld. De ijzersterke argumenten van het Openbaar Ministerie spraken voor zich. En toen gebeurde er iets merkwaardigs. Tijdens het hoger beroep, dat vanaf 1 juli in ‘de bunker’ in Amsterdam-Osdorp diende, verdwenen de dieren plotseling als onderwerp. De raadsheren van het hof leken er nauwelijks belangstelling voor te hebben en – nog vreemder – het OM ook niet meer.
Sterker, in haar requisitoir wees advocaat-generaal mr I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, die de zaak van officier van justitie Plooy had overgenomen, dierenwelzijn als motief voor de moord expliciet af. Hoewel ook de advocaat-generaal stelde dat het door Volkert zelf opgegeven motief eveneens ongeloofwaardig was. Over dat dierenwelzijn: “Als dit al het ware motief was, kan dit nimmer een extreme actie als deze rechtvaardigen. Bovendien stonden andere, eerder met name op dit terrein succesvol beproefde wegen open.”
Ze ging verder: “Maar ook in dit motief kan men nauwelijks geloven. Zeker als men verdachte wil zien als een tot het uiterste getergde milieufanaat, is hij volstrekt ongeloofwaardig als gedreven overtuigingsdader mede gelet op zijn houding na de daad.”
Waar doelde de advocaat-generaal op? Ze legde het niet uit, maar vervolgde in een stream of consciousness: “Ook uit in het Huis van Bewaring opgenomen telefoongesprekken valt op te maken dat het ware motief niet, althans niet uitsluitend ligt in zijn milieu-achtergrond.”
Hé, hoe hebben we het nu? Die telefoongesprekken, de advocaat-generaal schrijft het nota bene zelf op, gingen toch juist over de dierenrechtensituatie na 6 mei? Maar zij lijkt te suggereren dat de hyperintelligente Volkert de autoriteiten zand in de ogen strooide door nadrukkelijk de dierenrechten ter sprake te brengen. Dat zou echter onlogisch zijn. Want als misleiding het doel van Volkert was, zou hij in zijn gesprekken wel opzettelijk zijn begonnen over datgene wat voor hem zo ‘functioneel’ was: de zwakkeren in de samenleving. Die hem immers een nobel motief verschaften.
Wat was volgens justitie dan eigenlijk wel het motief van Volkert? Welnu, zo sprak de advocaat-generaal deemoedig, dat weten we niet. Iets duisters, iets schimmigs. Besloten in zijn karakter. Wellicht. En zo verdwenen op mysterieuze wijze de dieren uit het strafproces tegen de moordenaar van Fortuyn.
Dan rijst natuurlijk wel de vraag: waarom meende justitie dan dat sprake was van een ‘politieke moord’? Dat een politicus is vermoord, is voor het gebruik van die term niet voldoende. Er zijn zoveel redenen denkbaar om een politicus te vermoorden. Om geld. Omdat hij zijn auto verkeerd heeft geparkeerd. Een crime passionnel. Alleen de beweegredenen van de dader kunnen uitmaken of het een politieke moord is. En dat waren in dit geval toch werkelijk de ruimhartige opvattingen van Fortuyn over de pelsdierhouderij, de intensieve veehouderij en de verpesting van het milieu in brede zin.
Al met al lijkt het dat de onderwerpen milieu en dierenwelzijn justitie zwaar op de maag liggen. Dat vermoeden wordt gevoed door een andere zaak, die vorige week een opmerkelijke wending kreeg. Het gaat om de nooit opgehelderde moord op milieuambtenaar Chris van de Werken, die op 22 december 1996 in de bossen bij Epe op klaarlichte dag in de rug werd geschoten. Een¬ liquidatie die, zoals HP/De Tijd eerder schreef, parallellen vertoont met de wijze waarop Van der G. Fortuyn omlegde. Uit Volkerts verklaring: “Het was mijn bedoeling Fortuyn niet onnodig te laten lijden. Van achteren zou ik hem direct dodelijk kunnen verwonden.” Daar sprak enige ervarenheid uit.
Van de Werken en Van der G. kenden elkaar goed. De ambtenaar was verantwoordelijk voor het milieubeleid in het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe. In die hoedanigheid had hij hoog oplopende confrontaties met de fanatieke Van der G., die voor de Vereniging Milieu Offensief (VMO) werkte. Volgens ¬Volkert was Van de Werken te veel op de hand van de boeren.
Hoewel er destijds geruchten waren dat de dader in ‘de milieuhoek’ moest worden gezocht, leverde het onderzoek door de recherche Noord- en Oost-Gelderland niets op. In 1997 werd het onderzoek gesloten. Volkert zou nog wel als getuige zijn gehoord, aldus het actualiteitenprogramma Twee Vandaag, dat vorige week een uitzending aan de zaak wijdde. Tijdens dit gesprek met de politie vertelde hij, in antwoord op een routinevraag, dat hij die bewuste dag ‘op zijn werk en daarna thuis’ was geweest. Vermoedelijk is dit alibi nooit gecheckt. Dat deze saaie vergunningenaanvechter in staat zou zijn tot moord – daaraan dacht niemand in die tijd.
Maar dat veranderde, en nogal radicaal, toen op 6 mei 2002 Pim Fortuyn werd doodgeschoten. Na het bekendmaken van de naam van de verdachte, gingen bij de rechercheurs die destijds de zaak-Van de Werken hadden onderzocht alle alarmbellen rinkelen. Ook in de kennissen- en familiekring van Van de Werken werd nog maar aan één persoon gedacht: Volkert van der G.
Justitie heropende het onderzoek. In de zaak-Fortuyn moesten immers alle mogelijke dwars- en zijstraten tot op de bodem worden nagelopen. Al was het maar om de hevig rondzingende ‘complottheorieën’ in de kiem te smoren. Maar kennelijk had justitie niet al te lang speurwerk nodig om te concluderen dat Van der G. niets met de moord op de Nunspeetse milieuambtenaar te maken had. Al in juni/juli dat jaar zou het Openbaar Ministerie de zaak formeel hebben gesloten. Er was geen aanleiding meer Volkert van de moord op Van de Werken te verdenken.
Alleen, daar dachten de rechercheurs die het onderzoek verrichtten duidelijk anders over, bleek uit de uitzending van Twee Vandaag. In weerwil van justitie zouden de Gelderse politiemensen nog tot november zijn doorgegaan met hun onderzoek. Overtuigd als ze waren dat Volkert de dader was. Een overtuiging die ze nog steeds koesteren.
In een reactie op deze onthullingen moest het parket in Zutphen tegenover Twee Vandaag bevestigen dat ‘niet valt uit te sluiten’ dat Volkert toch de moordenaar van Van de Werken is.
Maar waarom werd de zaak dan gesloten? De rechercheurs beklaagden zich in het programma over het feit dat zij nooit in de gelegenheid waren gesteld Volkert aan de tand te voelen. Dan hadden zij bijvoorbeeld nog eens naar zijn alibi kunnen informeren, om dit vervolgens na te trekken. Maar van wie mocht dit dan niet? Duidelijkheid werd hierover in de uitzending niet gegeven, maar het is niet erg logisch dat de leiding van het rechercheteam een ondervraging van Volkert blokkeerde. Immers, in Recherche Magazine had onderzoeksleider Doeland nog zijn wrevel uitgesproken dat alle linken naar Volkerts milieu en dierenactivisme door de rechter waren weggepoetst. Logischer is het dus dat justitie de blokkade opwierp.
Inmiddels vindt een meerderheid in de Tweede Kamer dat het onderzoek naar de moord op Van de Werken moet worden heropend. Woordvoerder Wim van de Camp (CDA) ging nog een stapje verder. In een vervolguitzending van Twee Vandaag zei hij het logisch te vinden dat de dwarsverbanden tussen Volkert en de milieubeweging werden blootgelegd.
Het zijn uitstekende suggesties, maar ja, ze komen wel erg laat. Inmiddels is Volkert al door twee instanties veroordeeld. Of de Hoge Raad er nog aan te pas komt, is twijfelachtig. Wie zou daar iets bij te winnen hebben? Volkert in elk geval niet. Het risico dat de Hoge Raad de zaak terugverwijst naar een ander hof, wil hij vast niet lopen. Niet alleen omdat hij tevreden is met de achttien jaar die de Amsterdamse rechters hem oplegden; ook omdat hij niet het gevaar wil lopen dat hem nog een andere moord in de schoenen wordt geschoven. Want dan wordt het zeker levenslang.
Hoe gek het ook klinkt, justitie heeft evenmin belang bij het instellen van cassatie bij de Hoge Raad. Op het oog zou het een gouden kans zijn voor justitie de zaak-Van de Werken in een nieuw proces mee te nemen. Alleen zou dan de terechte vraag worden gesteld: hoe kan het dat jullie hem niet één, maar twee keer hebben laten wegglippen voor de moord op de milieuambtenaar?
En niet alleen dat. Het falen van politie en justitie in het opsporen en vervolgen van dierenactivisten zou dan in een wel heel schril licht komen te staan. De nooit opgeloste moord op Van de Werken past immers in een twintig jaar durende reeks van brandstichtingen, bedreigingen en vernielingen bij pelsdierfokkerijen, kippenfarms en proefdiercentra. Slechts vier dierenactivisten werden hiervoor opgespoord en berecht. Een opvallend contrast met de gedrevenheid die justitie bijvoorbeeld tentoonspreidt als het gaat om het voor de rechter brengen van rechts-radicale elementen.
Zou het maskeren van het eigen onvermogen ook al een rol hebben gespeeld tijdens het hoger beroep dat vorige week in Amsterdam diende? Het zou in ieder geval verklaren waarom justitie zo’n vreemde draai maakte waar het ging om het duiden van Volkerts motief. In eerste aanleg was immers officier van justitie mr Plooy nog vrij helder over Volkerts beweegredenen, die gezocht moesten worden in diens dierenliefde. Hoewel ook hij de expliciete benaming ‘dierenactivist’ niet in de mond durfde te nemen. Maar misschien ging hij al te ver in de ogen van zijn confrères.
Een proces waarin het onderwerp dieren en dierenactivisme de boventoon voert, zou er bovendien weleens heel anders hebben kunnen uitzien. Dan waren getuigen gehoord uit Volkerts ‘dierenactivistenwereldje’, die mogelijk ook actief zijn in als keurig bekendstaande clubs die zich inzetten voor milieu en dierenwelzijn of in politieke partijen.
Een gevoelig scenario. Hoe zou het publiek zoiets opvatten? Dierenwelzijn is een politiek gevoelig onderwerp. Sommige politieke partijen hebben er nu eenmaal meer affiniteit mee dan andere. Gaat de geest dan niet uit de fles? En wil justitie die er maar liever in houden om de bekende onderbuikgevoelens te voorkomen? Het is geen schande dat de justitiële autoriteiten daar op zich niet op zitten te wachten. Alleen kan men zich afvragen of dit reden mag zijn de waarheid te verhullen.
Zo deelden twee partijen in het proces-Fortuyn ineens eenzelfde belang: het wegmoffelen van Volkerts ware motief. De verdachte omdat hij per se wilde vasthouden aan het voor hem gunstige, lees: strafverminderende, motief dat hij de moord zou hebben gepleegd wegens diepe zorgen over de zwakken in de samenleving. Justitie wegens dreigend gezichtsverlies.
En de rechters? Ach, die hebben al helemaal geen trek in strafprocessen waarin ze de politieke motieven van een verdachte moeten wikken en wegen, en op zijn morele merites beoordelen. Politiek is politiek – rechtspraak is rechtspraak. En zo bleef het vooralsnog rustig in het land.
Stan de Jong & Joost Niemöller 2
Was de moord op Fortuyn een eenmalige actie van een vreedzame dierenvriend? Uit onderzoek van HP/De Tijd blijkt dat Volkert al sinds 1989 het geweld niet schuwde. Portret van een doorgeslagen activist.
Over één ding hoeven de raadsheren van het gerechtshof in Amsterdam, dat deze week het hoger beroep in de zaak-Van der G. behandelt, zich in elk geval niet meer druk te maken: wie is de moordenaar van Pim Fortuyn? Relevanter is de vraag: wat bewóóg de dader?
Op 15 april dit jaar veroordeelde de Amsterdamse rechtbank Volkert van der G. tot achttien jaar gevangenisstraf, hetgeen in de praktijk neerkomt op twaalf jaar. Dus niet tot levenslang, zoals het Openbaar Ministerie had geëist. Anders dan de officier van justitie, die recidive mogelijk achtte, oordeelde de rechter dat de moord op Fortuyn voortkwam uit een unieke samenloop van omstandigheden. Hier nu was een politicus die alle heilige huisjes omverschopte en als een komeet omhoogschoot. Waarop een als rustig en vredelievend bekendstaande jongeman opstond die vond dat de demon ‘gestopt’ moest worden. En die met het schuim op de mond de trekker overhaalde.
Uit het vonnis: “Verdachte zag in het slachtoffer een steeds groter wordend gevaar voor de samenleving, met name voor kwetsbare groepen, zoals asielzoekers, moslims en mensen met een WAO-uitkering.”
In zo’n uniek geval ligt herhaling niet voor de hand. Dus oordeelde de rechtbank dat het recidivegevaar niet groot genoeg was om levenslang te rechtvaardigen.
Maar volgens de officier van justitie ging het Volkert enkel om de dieren. En als je het zo ziet, is de kans op recidive wel degelijk reëel. Er kan over twaalf jaar opnieuw een politicus langskomen die zich voor de bontindustrie uitspreekt en daar staat Volkert dan weer met zijn pistool.
Wie van de twee partijen heeft gelijk?
Door tussenkomst van advocaat mr T. Hiddema kreeg HP/De Tijd als eerste de verklaring in handen die Volkert ruim een half jaar voor de rechtszaak tegenover de rechter-commissaris had afgelegd. Slechts weinigen bezitten dit belangrijke document. Tussen de regels door blijkt hieruit hoe belangrijk dieren voor Volkert zijn. Er komen bijvoorbeeld telefoongesprekken aan de orde die Volkert op 8, 9 en 11 juni 2002 vanuit de gevangenis voerde. Het onderwerp van die gesprekken: ‘de aandacht die de dierenrechten sinds 6 mei krijgen’.
Uit de getuigenissen van vrienden, kennissen en zijn collega’s van de Vereniging Milieu-Offensief (VMO) komt ook het beeld naar voren van een man die niets met politiek op had, maar daarentegen alles met de beestjes. Niemand kon zich zelfs herinneren dat Volkert ooit over Fortuyn had gesproken. Behalve dan wellicht voor zover de politicus iets tegen dierenwelzijn wilde ondernemen.
Volkerts Wageningse studievriend Robert Freriks: “Voor mijn gevoel is Volkert jarenlang alleen met de Vereniging Milieu-Offensief (VMO) en dieren bezig geweest. Zijn leven bestond daaruit. Als er dan zo’n Fortuyn komt die bijvoorbeeld roept dat pelsdieren weer gefokt mogen worden, kan ik mij voorstellen dat Volkert daar flink van over de rooie gaat.”
Waarop baseerde de rechter dan toch het oordeel dat Volkerts motief gelegen was in de opvattingen van Fortuyn over ‘kwetsbare groepen in de samenleving’? Welbeschouwd berustte dat oordeel slechts op één pijler: de getuigenis van Volkert zelf. Alleen, wie de verklaring van de verdachte nog eens naleest, kan zich bijna niet voorstellen dat die de rechter heeft overtuigd. Volkert draait overduidelijk om de hete brij heen.
Over zijn werk voor VMO meldt hij bijvoorbeeld dat hij net zo goed had kunnen werken voor ‘iedere andere kwetsbare groep’ in de maatschappij: “Mijn werk hoefde dus niet met dieren te maken te hebben.” Maar ja, dat hád het wel, en Volkert hééft nooit gewerkt voor een andere werkgever dan VMO.
En hoewel hij het standpunt van Fortuyn over de bontindustrie zegt te kennen en hij dit ‘schokkend’ vond, voegt Volkert er ijlings aan toe dat dit zeker niet het enige schokkende was dat Fortuyn heeft gezegd. Om vervolgens die dingen te zeggen die de Amsterdamse rechtbank kennelijk erg serieus heeft genomen: “Fortuyn ging qua standpunten anders om met enerzijds de dieren en anderzijds bijvoorbeeld moslims en WAO’ers. Het kwam op mij over dat hij de thema’s over moslims en WAO’ers gebruikte om te scoren. Dat gold niet voor de dieren. Die werden door hem niet gestigmatiseerd.”
Tja…
Dat de verklaring van Volkert niet al te serieus hoeft te worden genomen, mag ook blijken uit het volgende. Tijdens de behandeling in eerste aanleg citeerde de officier van justitie uit een brief die Volkert op 21 juli 2002 vanuit de Bijlmerbajes aan zijn vrouw Petra Lievense schreef: “Mocht ik ooit nog eens een verklaring afgeven aan de rechterlijke macht of in de media, dan hoeft dat natuurlijk niet noodzakelijkerwijs de waarheid te zijn. Voor de buitenwereld is de waarheid niet belangrijk – het hoeft slechts functioneel te zijn.”
‘Functioneel’ betekent voor Volkert: leidt de aandacht van justitie af van de dieren. De als intelligent omschreven verdachte moet dondersgoed door hebben gehad dat dit het verschil kon betekenen tussen achttien jaar gevangenisstraf en levenslang. En als hij dat zelf niet wist, zal het hem gedurende de lange voorbereidende gesprekken met zijn advocaten – hij kreeg zelfs ‘studiestof’ op – toch wel zijn voorgehouden. En zo werd de rechter bij de neus genomen.
Uit het nu volgende verhaal blijkt dat Volkert meer was dan al¬leen een dierenvriend; hij was een illegale actievoerder. Eind jaren tachtig was Volkert van der G. al actief in de dierenbevrijdingswereld, en hij is daarmee vermoedelijk tot aan zijn arrestatie doorgegaan. Waarmee het beeld van Volkert als vredelievende, saaie vergunningenaanvechter die een keer uit zijn slof (en zijn pistool) schoot, voorgoed naar het rijk der fabelen kan worden verwezen.
Al twintig jaar lang vinden in het intensieve-veeteeltgebied in Gelderland en Utrecht aanslagen plaats op fokkerijen en slach¬terijen: zogenaamde ‘dierenbevrijdingen’ en branden. Ook worden personen bedreigd en in een enkel geval zelfs gegijzeld. Justitie heeft nooit greep gekregen op het criminele netwerk dat hierachter schuilgaat. Slechts vier dierenactivisten werden op heterdaad betrapt en veroordeeld. Volkert maakte deel uit van dit netwerk.
Aanwijzingen daarvoor bestonden tot nu toe wel, maar concrete bewijzen kwamen nog niet naar buiten. In een vaak geciteerd interview met Van der G. (van vóór de moord) op de website van Animal Freedom, zei hij slechts vaagweg: “Ik heb diverse acties gevoerd.” Een tot de verbeelding sprekende andere aanwijzing vormden de in condooms verpakte chemicaliën en het tijdmechanisme om daarmee brand te stichten, die waren aangetroffen in het schuurtje van Volkert, achter zijn onopvallende rijtjeshuis in Harderwijk. Toch is dat nog geen bewijs.
Uit de verklaring die Volkert tegenover de rechter-commissaris aflegde, blijkt dat er harde bewijzen zijn voor Volkerts dierenactivisme. In de verklaring staat dat Volkert persoonlijk betrokken was bij een illegale bezetting door dierenactivisten. Dat kwam niet naar buiten, omdat de officier van justitie het bevreemdend genoeg niet vermeldde in zijn requisitoir.
Zo staat het er: “Het is juist dat ik 1 keer eerder met de politie te ma¬ken heb gehad, in verband met het feit van artikel 138 WvSr. Ik was in 1989 betrokken bij een bezetting van een proefdierenfokbedrijf. Ik begrijp nu van u dat die zaak door de officier van justitie is geseponeerd. Ik weet nog dat ik toen bezoek heb gekregen van de Rijksrecherche, omdat een agent zijn boekje te buiten was ge¬gaan.”
Voor de goede orde: artikel 138 WvSr slaat op het misdrijf erfvredebreuk.
Nader onderzoek van HP/De Tijd leert om welke bezetting het hier ging. Een van de activisten van het Dierenbevrijdingsfront (DBF) die ook aan deze actie meededen, Esther Oliekan, schreef namelijk een verslag van de bezetting van een proefdierenfokbedrijf in 1989, dat op internet is terug te vinden. Het is met haar volledige naam ondertekend, ongewoon voor dierenactivisten, die zich doorgaans net als krakers hoogstens met hun voornaam bekendmaken.
In het verslag wordt melding gemaakt van drie illegale acties tegen het proefdierenfokbedrijf Harlan Sprague & Dawley in Austerlitz, nabij Zeist. De bewuste proefdieren waren beagles, honden dus. Oliekan schreef: “De derde maal dat wij dieren wilden gaan bevrijden zijn wij helaas door de politie Zeist opgepakt.” Was dat de keer dat ook Volkert werd gearresteerd?
Esther Oliekan runt al sinds 1981 een commerciële fokkerij voor dobermanns. Het bedrijf is gevestigd in Nieuwegein. Als we haar bellen, reageert ze in eerste instantie zeer verbaasd wanneer we haar in verband brengen met Volkert. Maar eenmaal geconfronteerd met de feiten uit de verklaring, geeft ze toe dat ze samen met Volkert aan de actie deelnam. De affaire met de agent die volgens Volkert zijn boekje te buiten zou zijn gegaan, weet ze zich ook nog goed te herinneren. Volkert zou toen geslagen zijn door een rechercheur. Zijzelf trouwens ook. De rechercheur zou zijn overgeplaatst.
Esther Oliekan blijkt een van de laatste Nederlanders te zijn die er nog aan twijfelen dat Volkert schuldig is aan de moord op Fortuyn. In haar ogen is Volkert net zo iemand als Lee Harvey Oswald, die Kennedy niet vermoord zou hebben, maar erin geluisd werd. Volkert had namelijk plattegronden van het mediapark Hilversum in zijn auto laten liggen. “Dat deden wij nooit bij een actie.” En ja, ze wil tussen neus en lippen best zeggen dat het bestaan van Volkert als dierenactivist niet bij die ene actie is gebleven, net zomin als in haar geval. Het valt op dat Oliekan over Volkert praat als een goede bekende. Na afloop van het telefoongesprek is bij ons het laatste restje twijfel weggenomen: Volkert was een dierenactivist.
We maken een afspraak voor een vervolggesprek bij haar thuis in Nieuwegein, maar daar ziet ze later, zonder opgaaf van redenen, van af.
In onze pogingen meer te weten te komen over de acties bij Harlan, stuiten we op Ed Gubbels, die zich tijdens de bezetting aan de andere kant van het front bevond. Gubbels was als diergeneticus zeven jaar verbonden aan het toenmalige Centraal Proefdierenbedrijf van TNO, eerst in Zeist, later in Austerlitz. Hij bleef dit tot in 1989, toen het bedrijf al enige jaren was overgenomen door de firma Harlan.
Als we hem bellen (tegenwoordig werkt hij elders), blijkt de naam Esther Oliekan nog steeds iets wakker te roepen. Logisch, want de conflicten waren heftig en werden op de persoon gespeeld. Oliekan beet hem in het genoemde internetverslag hatelijkheden toe van het type: “De heer Gubbels is niet immoreel. Hij is amoreel. Ach ja, je bent mens of niet.”
Gubbels weet nog dat Oliekan voorkwam op een lijst van justitie met dierenactivisten. Op die lijst stond ook de extreme dierenactivist Geoffrey Deckers, die vorige week aan Elsevier vertelde Volkert te kennen. Om daaraan toe te voegen: “Mensen binnen het dierenactiewezen die zeggen dat ze Volkert niet kennen, liegen.”
Gubbels kan zich herinneren dat er bij de acties in Austerlitz Amsterdamse krakers betrokken waren. Zij waren in die tijd de hardcore onder de actievoerders; jongens die echt van matten wisten. Hij constateert dat er eind jaren tachtig een verharding plaatsvond onder de dierenactivisten. Ze werden meer en meer geïn-spireerd door het Animal Liberation Front in Engeland, waar levensbedreigingen en bombrieven al aan de orde van de dag waren. Rond deze periode maakte Volkert dus zijn entree in de dierenbevrijdingswereld.
Overheidsbedrijven als TNO zijn extra kwetsbaar voor acties, vertelt Gubbels, omdat ze openheid willen betrachten. Zo zag Gubbels het als een verplichting mensen die bij nette clubs als de Dierenbescherming werkten, in zijn bedrijf rond te leiden. Dat bracht risico’s met zich mee. Het was, met de vele personele unies tussen dierenorganisaties, altijd mogelijk dat iemand van de Dierenbescherming informatie lekte naar actievoerders van het Dierenbevrijdingsfront.
Wat ook voorkwam, was dat dierenbevrijders undercover gingen als werknemers. Esther Oliekan schrijft in haar verslag: “Kort daarna heb ik geprobeerd te solliciteren bij Harlan om zo nog meer te weten te komen en makkelijker dieren te bevrijden, maar helaas werd men achterdochtig.”
In zeker één geval moet er volgens Gubbels bij actievoerders absoluut sprake zijn geweest van voorinformatie, waardoor ze makkelijk naar binnen konden komen.
Zijn carrière als actievoerder begon Volkert niet bij Harlan, maar al eerder. En wel meteen nadat hij in 1987 in Wageningen milieuhygiëne ging studeren. Dat jaar sloot hij zich aan bij de lokale afdeling van de Nederlandse Bond Bestrijding Vivisectie (NBBV). Een groep die, zo vermeldt Esther Oliekan in haar verslag, betrokken was bij de acties bij de proefdierfokkerij in Zeist.
Het postadres van de Wageningse NBBV was tevens het woonadres van studente Monique Bestman. Net als Volkert woonde Monique op het alternatieve Wageningse wooncomplex Droevendaal. Bij deze NBBV-afdeling zat ook Volkerts vriend en Droevendaal-bewoner Robert Freriks, die, we schreven het eerder, na de moord op Fortuyn door justitie werd gehoord.
In het requisitoir bij de Amsterdamse rechtbank zei de officier van justitie over de twee vrienden: “Beiden vonden ze dieren gelijkwaardig aan mensen, maar Volkert was fanatieker in zijn ideeën om dierenleed tegen te gaan. Volkert werd veganist. In zijn ideeën over dierenleed was hij erg zeker en hij kon daar heftig op reageren.”
Dat de woorden ‘fanatieker’ en ‘veganist’ hier in één adem werden genoemd, is niet voor niets. Veganisme is meer dan de weigering dieren en dierlijke producten te eten – het is een religie. De beweging kent vele radicalen, die de ‘massale moord’ op dieren beschouwen als een verderfelijk uitvloeisel van onze westerse (kapitalistische) consumptiemaatschappij. Onder dierenactivisten vind je veel veganisten.
Er bestaat een frappante relatie tussen anarchisme en veganisme. Een van Volkerts vrienden is Caroline Hoogendijk, die ook bij VMO heeft gewerkt. Op dit moment is zij voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Veganisten en werkzaam bij de stichting Alle Dieren Vrij!, die onder meer acties tegen de bontindustrie voert. De stichting noemt zich officieel ‘anarchistisch’, hetgeen ook in het logo (de A met de cirkel) is verwerkt.
Op een website waar gediscussieerd wordt over het boek Alle Dieren Vrij! van de anarchist Peetje Lanser, valt te lezen: “Anarchist kun je volgens mij nooit zijn zonder dat je veganist bent.” De internetter verklaar zich nader: “Geen mens boven de ander, geen mens boven de natuur.”
Dat de moord op Fortuyn sommigen meteen deed denken aan een anarchistische aanslag – het koelbloedig uitschakelen van machthebbers was onder anarchisten begin vorige eeuw een geliefd tijdverdrijf – wordt ineens een stuk minder vreemd. Vermoedelijk had ook Volkert van der G., die bepaald niet bekend stond om zijn belangstelling voor politiek-sociale stromingen, de connectie tussen veganisme en anarchisme gelegd. Bij de huiszoeking in Volkerts woning vond de politie niet alleen het radicale actieblad Bluf! (aartsvader: Wijnand Duyvendak, huidig GroenLinks-Kamerlid) maar ook anarchistische literatuur. Uiteraard bevatte die ook handzame tips voor het plegen van terreur.
Terug naar Wageningen, eind jaren tachtig. De studiejaren moeten voor Volkert geen gemakkelijke periode zijn geweest. In zijn verklaring lezen we: “Ik weet dat Robert Freriks heeft verklaard dat ik in 1990 een zelfmoordpoging heb gedaan en daarbij mijn polsen heb doorgesneden. Dat klopt. Ik heb toen kennelijk geen slagader geraakt. Het is ook juist dat een vriendin genaamd Monique mij toen naar de huisarts heeft gebracht. Ik was toen al ruim een jaar depressief.”
Maar ondanks zijn depressiviteit was Volkert op vele fronten actief. Behalve dat hij dus deelnam aan op z’n minst één van de acties bij de proefdierfokkerij, richtte hij de Wageningse tak van de actiegroep Lekker Dier op. Op 25 januari 1989 grendelde Lekker Dier, samen met de anti-vivisectiebond, met rollen prikkeldraad het Centrum voor Kleine Proefdieren van de Wageningen Universiteit af. In de kersttijd van ’89 demonstreerde hij in een bebloede witte jas voor de etalage van slagerij Henk Elings in de Wageningse binnenstad. De actie eindigde in een handgemeen met de slager. Volkerts latere geliefde Petra Lievense was redactrice van het blaadje van Lekker Dier. De taal in het blad was soms opruiend. In maart 1990 viel over reclamemakers voor poeliers te lezen: “Wanneer worden de boodschappers geslacht?”
Was de jonge Volkert van der G. zo monomaan dat hij zich beperkte tot dierenacties? Op het oog leek hij zich breder te oriënteren. Na de moord op Fortuyn vertelde Volkerts vroegere vriend en studiegenoot Frank van der Zee aan de pers dat Volkert mee¬deed met acties van De Ziedende Bintjes, een illegaal opererende Wageningse groep die proefveldjes met genetisch gemanipuleerde gewassen onklaar maakte en zo voor miljoenen guldens schade aanrichtte.
Maar Volkerts bemoeienissen met biotechnologie zouden wel degelijk kunnen zijn voortgekomen uit zijn obsessie met dieren. In het binnenkort te verschijnen boek Eco Nostra onthult Peter Siebelt dat ook Volkerts Lekker Dier acties ondernam tegen de biotechnologie. Eind november 1989 plakten dertig actievoerders van Lekker Dier alle ramen van een kloneringsbedrijf dicht. Kennelijk zagen dierenactivisten de opkomende gentechnologie als iets kwalijks.
De Ziedende Bintjes zouden nooit gepakt worden. Een infiltratiepoging door de BVD werd door GroenLinks Wageningen gefrustreerd. Zo konden de actievoerders in de illegaliteit blijven.
Maar er was sinds midden jaren tachtig ook een legale tak, de Kontaktgroep Biotechnologie, die bestond uit drie vrienden die aan de Wageningse universiteit studeerden: Vincent Lucassen, Huib de Vriend en Piet Schenkelaars. De toenmalige studenten (“Als je de Kontaktgroep Biotechnologie afkortte, kreeg je KGB – van die geintjes”) geven toe dat de acties van De Ziedende Bintjes hun publicitair zeer welkom waren, maar beweren dat ze de identiteit van de actievoerders niet kenden. Moeten we hen geloven? In 1991 vertelde Schenkelaars nog aan Intermediair dat hij wel wist wie De Ziedende Bintjes waren. In hetzelfde blad vergeleek De Vriend de verhouding tussen De Ziedende Bintjes en de Kontakgroep nog rustig met die ‘tussen de IRA en Sinn Fein’.
Bij de naam Volkert van der G. gaan er zeker ook geen belletjes rinkelen? Schenkelaars: “Nee, nee… ik heb het er vorige week nog met Huib over gehad, maar we kennen hem niet uit die tijd.” Goh. Terwijl er toch duidelijk raakpunten met Volkerts vriendenkring waren. Met de latere vriendin van Volkert, Petra Lievense, is Schenkelaars zelfs ‘weleens naar de bioscoop geweest’, hoewel ‘het verder niks werd’.
Schenkelaars: “Kijk, je had wel een vermoeden dat sommige mensen bij harde acties betrokken waren, maar ja, daar vroeg je maar niet naar. Wat niet weet wat niet deert. Dan kon je ook niet per ongeluk iets loslaten, mochten er instanties komen om daarnaar te vragen.”
Volgens Schenkelaars was hij zelf niet bij de acties van De Ziedende Bintjes betrokken; hij hield zich uitsluitend met de wetenschappelijke kant van de zaak bezig. Maar gold dat ook voor zijn maat Vincent Lucassen? Die zat destijds diep in de krakerswereld. Hij onderhield vanuit het Wageningse anarchistische (sic!) actiecentrum De Wilde Wereld – waarover straks meer – contacten met de krakersbolwerken in Amsterdam en Nijmegen, en voerde acties tegen Shell. “Nou en? Jullie zoeken naar verbanden die er niet zijn. Volkert heb ik nooit ontmoet.”
En wat vindt hij van de suggestie van een van onze bronnen in de Wageningse scene dat de Kontaktgroep de nummers van kavels van proefvelden doorgaf aan De Ziedende Bintjes? “Ik heb niets meer te melden. Ik stop dit gesprek.”
Ogenschijnlijk kwam aan het rommelige actiebestaan van Volkert een einde toen hij op 14 februari 1992 samen met Sjoerd van de Wouw in Wageningen de Vereniging Milieu-Offensief (VMO) oprichtte. Het doel van VMO was bezwaren in te dienen bij de Raad van State tegen aanvragen van milieuvergunningen door veehouders die hun bedrijf wilden uitbreiden. Daarbij had men twee aanknopingspunten: de juridische beperkingen ten aanzien van de ammoniakuitstoot ten gevolge van mest, en stankoverlast.
De oprichting vond plaats met behulp van de nu 63-jarige Arend Bosscher. Voor de Twentse afdeling van de Vereniging Milieu¬defensie deed Bosscher, die een lange loopbaan als technisch adviseur van de Verenigde Naties achter de rug had, sinds november 1991 hetzelfde werk. Hoewel het ook hem ‘voor zestig procent om dierenwelzijn ging’, ging hij volgens onze bronnen minder fanatiek en confronterend te werk dan Volkert.
Als een vriendschap wil Bosscher zijn relatie met Volkert en Sjoerd niet omschrijven. Eerder waren ze ‘goede collega’s’. Een keer per jaar ging het gezelschap ‘de hei op’ voor een ‘studieweekend’. Veel sprak Volkert dan niet. Bosscher herinnert zich dat ze altijd vegetarisch moesten eten. Niet tot zijn plezier. “En veganisme heb ik altijd waanzin gevonden.”
Had Volkert zijn ondergrondse bestaan afgezworen sinds hij bij VMO werkte? Of werd VMO gebruikt voor illegale activiteiten? Het lijkt sterk op dat laatste.
Zoals Ed Gubbels van proefdierfokkerij Harlan eind jaren tachtig al vermoedde dat gevoelige informatie via ‘nette’ organisaties als de Dierenbescherming uitlekte naar actievoerders van het Dierenbevrijdingsfront, zo bestaan er ook vermoedens over wat er ge¬beurde met de door VMO vergaarde informatie over veebedrijven. Wim Verhagen, woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Fokkers van Edelpelsdieren (NFE), zegt ‘altijd het gevoel te heb¬ben gehad’ dat de plattegronden van bedrijven die een milieuvergunning aanvroegen, werden gekopieerd door VMO en ge¬bruikt voor dierenacties, hoewel hij er geen hard bewijs voor heeft.
Volgens Verhagen was het op z’n minst verdacht dat VMO in het algemeen zoveel mogelijk plattegronden trachtte te bemachtigen, ook van veebedrijven die helemaal nog geen vergunningsaanvraag hadden lopen. Deze plattegronden bevatten nuttige informatie voor actievoerders. Er stond bijvoorbeeld op van welk materiaal de omheining was gemaakt, of er een alarminstallatie was, hoe ver het woonhuis zich van de stallen bevond, en gegevens over de achterkant van het bedrijf, waaruit kon worden afgeleid of een inbraak via die route mogelijk was.
Kennelijk heeft ook justitie bepaalde vermoedens gekoesterd. Bij de inval in het huis van Volkert stuitte de politie op ‘twee plattegronden van nertsfokkerijen waarop makkelijk door te knippen gaas is aangegeven, of een schutting waarover makkelijk via olievaten kan worden heen geklommen’. Volkert verklaarde het bezit ervan door te verwijzen naar zijn werk bij VMO. Maar de officier van justitie vond deze verklaring ‘volstrekt ongeloofwaardig’.
Een één-op-één-relatie tussen een bezwaarschrift van VMO en een dierenactie heeft justitie blijkbaar nooit kunnen aantonen. Dat was wellicht ook niet eenvoudig. De vaak kort op elkaar volgende acties vonden verspreid over de regio plaats, in verschillende politiedistricten. Daarentegen richtte VMO haar aandacht juist op specifieke plekken. Putten was bijvoorbeeld een favoriet werkterrein van Volkert. In die gemeente vonden over langere termijn bezien relatief veel harde acties plaats.
Ergens in de jaren negentig moet Volkert besloten hebben een pistool aan te schaffen. Een nieuwe stap in zijn voortgaande radicalisering. De vraag is alleen: wanneer heeft hij het wapen nu precies gekocht?
In zijn verklaring tegenover de rechter-commissaris lijkt Van der G. nogal om het tijdstip van aanschaf heen te draaien. Aanvankelijk heeft hij het over ‘eind jaren negentig’, maar als de rechter-commissaris zijn geheugen opfrist – kennelijk weet justitie meer – blijkt het ergens in 1996 of 1997 te zijn geweest. Het uiteindelijke moordwapen zou zijn aangeschaft, zo stelt Van der G. dan, uit angst voor aanslagen door boeren.
Rijkelijk laat, want al vanaf 1993 sprak Van der G. in de media over bedreigingen door boeren die door VMO werden aangepakt. Maar opmerkelijk genoeg zegt VMO-oprichter Arend Bosscher dat Volkert daar nooit met hem over heeft gesproken. Kennelijk was het in de praktijk dus ook weer niet zó’n groot probleem. “Ik trad zelf ook weleens op in van die rokerige achterafzaaltjes op het platteland om ons werk uit te leggen, maar heb nooit enige agressie van boeren ondervonden. Dat moet ik ze nageven.”
Dat Volkert wegens de vermeende boerenbedreigingen tot de aanschaf van een vuurwapen zou zijn overgegaan, zoals hij zelf in zijn verklaring beweert, noemt Bosscher ‘absurd’. Ook andere betrokkenen kunnen zich niet voorstellen dat Volkert om die reden zijn pistool aanschafte. “Alleen al omdat je je toch moeilijk kunt voorstellen dat Volkert dat pistool voortdurend bij zich had wanneer hij de gemeenten op de Veluwe afreisde.” Journalist Henk van Ess, die voor het Utrecht Nieuwsblad onderzoek deed naar VMO, meent dat er geen sprake was van ‘levensbedreigingen’ aan het adres van Volkert.
Kortom, het lijkt erop dat Volkert de bedreigingen aandikte om het bezit van zijn pistool te verklaren. Maar waar had hij dit vuurwapen in 1996/1997 dan wel voor nodig? De toen nog vrij onbekende Fortuyn zou hij er pas vele jaren later mee doodschieten.
Volkert richtte zich met name op de kleine gemeenten in Utrecht en Gelderland, en dan weer in het bijzonder op de kleinere veehouders, waar de kansen op foutjes in de aanvragen het grootst waren. In dit opzicht opereerde VMO net als het Dierenbevrijdingsfront. In de handleiding van het DBF staat: “Wanneer je doelwitten kiest die al enigszins verzwakt zijn, dan kun je ervan uitgaan dat deze bedrijven nog verder de problemen in gedrukt worden.” Woordvoerder van de pelsdierfokkers Wim Verhagen vertelt dat activisten juist kleinere pelsdierfokkerijen van oudere mensen aanvallen, omdat die zich geen dure beveiligingsmaatregelen kunnen veroorloven.
Maakte Volkert inderdaad deel uit van het Dierenbevrijdingsfront? We hebben nog een aanwijzing gevonden. Bij een pelsdierhouder op de Veluwe – omdat hij bang is voor represailles wil hij anoniem blijven – werd in 1999 in korte tijd twee maal ingebroken door dierenactivisten. Omdat de eerste actie mislukte, kwamen ze terug. “De tweede keer werden tientallen drachtige dieren losgelaten. Daarvan zijn er heel wat doodgereden.” De ‘dierenbevrijders’ maakten zich bekend als de Barry Horne-brigade, een cel van het Dierenbevrijdingsfront.
Barry Horne was een Britse activist die werd veroordeeld voor het voeren van acties namens het Animal Liberation Front. In november 2001 stierf hij op 49-jarige leeftijd in de gevangenis na zijn vierde hongerstaking. De hongerstakingen waren een protest tegen de ‘misdadige behandeling’ van dieren onder het Britse ‘regime’. In kringen van dierenrechtenactivisten wordt Horne als een martelaar gezien. Op internet is de link tussen Volkert, die ook in hongerstaking ging, en Horne al veelvuldig gelegd.
De pelsdierhouder vertelt: “Ik heb altijd vermoed dat Volkert iets met de aanslagen te maken had. Vanwege zijn fanatisme. Volkert was gebrand op de intensieve veehouderij.” Tegen uitbreidingsplannen van koeienbedrijven maakte hij zelden bezwaar, terwijl die toch veel vervuiling veroorzaken. Het ging hem om het lot van in kleine kooien opgesloten dieren. De pelsdierhouder: “Hij misbruikte de milieuwetgeving voor zijn dierenrechtenactivisme. Ik heb diverse keren met VMO te maken gehad. Als je een uitbreidingsvergunning wilde, tekende Volkert bij de gemeente bezwaar aan op grond van wel vijftig, soms pietluttige, punten. Wanneer de gemeente dan een punt vergat te behandelen, ging zij nat. En kreeg Volkert zijn zin.”
Na de moord op Fortuyn heeft de recherche uitgebreid met de pelsdierhouder gesproken. “Men vertelde mij toen,” onthult hij, “dat Volkert Barry Horne ooit in Engeland had bezocht.” Hetgeen opmerkelijk genoeg noch in Volkerts verklaring noch in het requisitoir van de officier van justitie stond vermeld.
VMO, gevestigd in een statig pand aan een Wageningse singel, groeide uit tot een bezwarenmachine die in 1998 al 2100 bezwaarschriften had ingediend. Er werd bezwaar gemaakt tegen één op de vier milieuvergunningen, en als het tot een rechtszaak kwam, viel die bijna altijd in het voordeel van VMO uit. De veehouders konden onder de rechtszaken uitkomen als ze voor tienduizenden guldens aan ammoniakrechten opkochten bij andere veehouders. Die manier van handelen was controversieel. Sommigen zagen het als een vorm van chantage.
In elk geval was er voldoende reden voor de overheid onderzoek te verrichten naar de ammoniakdeals die VMO sloot. Er bleek niets illegaals aan de hand. Maar de verantwoordelijke ambtenaar van een milieu-inspectiedienst schrok gaande het onderzoek wel van het grenzeloze fanatisme van Volkert, vertelt journalist Henk van Ess van het Utrechts Nieuwsblad. “Deze man is het type moordenaar,” zou de ambtenaar zich off the record tegenover hem hebben laten ontvallen.
Kennelijk had de ambtenaar profetische gaven. Maar was Fortuyn het eerste slachtoffer?
In december 1996, vlak voor kerst, werd op het landgoed Wena tussen Epe en Nunspeet milieuambtenaar Chris van der Werken vermoord. De ambtenaar van het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe was in de regio verantwoordelijk voor de behandeling van vergunningen en bezwaarschriften. In die hoedanigheid had hij geregeld met Volkert van der G. te maken.
Hoewel er volop geruchten waren dat de dader in ‘de milieuhoek’ moest worden gezocht, werd de moord op Van der Werken niet opgelost. In 1997 werd het onderzoek gesloten.
Achteraf gezien vertoont de liquidatie van Van der Werken, die volgens een familielid ‘verder geen vijanden had’, opvallende parallellen met de moord op Fortuyn. Beiden werden op klaarlichte dag vermoord. En beiden werden in de rug (en Fortuyn ook in de nek) geschoten. Uit Volkerts verklaring blijkt dat dit in het geval van Fortuyn een bewuste keuze was geweest: “Het was mijn bedoeling Fortuyn niet onnodig te laten lijden. Van achteren zou ik hem direct dodelijk kunnen verwonden.” Je moet het maar net weten.
Velen hebben zich verwonderd over de koelbloedigheid waarmee Volkert op 6 mei heeft geopereerd. De moordenaar leek er vast van overtuigd dat hij er (letterlijk) mee weg zou komen. Zou hij dit uit eerdere ervaring hebben geleerd?
Volgens De Telegraaf zou het niet hebben geboterd tussen Van der Werken en de onbuigzame Van der G. Ook uit een andere bron weten we dat Volkert en Van der Werken elkaar tijdens vergaderingen voortdurend verbaal te lijf gingen. Volkert was in 1996 bewust buiten een vergadering met milieugroepen over een ammoniak-reductieplan gehouden. De aantekening ‘Volkert niet uitnodigen’ zou afkomstig zijn geweest van Van der Werken.
Wellicht was Volkert hier achter gekomen en had dit zijn woede op¬gewekt. Van der G. had altijd al het gevoel gehad dat ‘de autoriteiten’ op de hand van de boeren waren, en dat ‘corrupte’ ambtenaren een oogje toeknepen als het de naleving van milieuregels be¬trof. Dit was, zo vertelde Arend Bosscher ons, zelfs een belangrijke reden voor de oprichting van VMO geweest. Dat VMO nu bui¬ten het groene polderoverleg werd gehouden, moet de steile Volkert als een onvergeeflijke inbreuk op de spelregels hebben ervaren.
Na de moord op Fortuyn heropende de politie de zaak-Van der Werken. Een getuige zou Volkert enkele dagen na de aanslag op het landgoed hebben gezien. Uit ballistisch onderzoek is echter gebleken dat het pistool waarmee de milieuambtenaar werd omgelegd, niet het moordwapen was dat Fortuyn fataal werd. Op zich zegt dat weinig: hij kan een ander pistool hebben aangeschaft. Zeker is wel dat het om bijzondere kogels ging die in beide pistolen pasten.
Hoe het inmiddels met de zaak-Van der Werken staat, is onduidelijk. Maar dat Volkert ook destijds al voor in het kaartenbakje met verdachten moet hebben gezeten, blijkt uit een opmerkelijk telefoongesprek dat wij met de zwager van Van der Werken voerden. Nog voordat de media een verband legden tussen de aanslag op Fortuyn en de moord op Van der Werken, belden inspecteurs van de politie Noord- en Oost-Gelderland de weduwe van de milieuambtenaar met de mededeling dat ‘de moordenaar van Fortuyn dezelfde Volkert is’, aldus de zwager.
Het fanatisme van Volkert zal een karaktertrek zijn, maar is ook ideologisch gevoed. In zijn verklaring komt twee keer een verwijzing voor naar het boek Animal Liberation van de ethicus Peter Singer. Dit boek is de bijbel van de dierenbevrijders. Ook Volkert las het. Hij zei in de verklaring: “Ik weet dat daarin wordt gesproken over de gelijkwaardigheid van mensen en andere dieren. Als mij wordt voorgehouden dat in het voorwoord in dat boek wordt gesproken over het bereiken van doelen op geweldloze wijze, dan zeg ik daarop dat ik niet geweldloos heb gehandeld. Wat is geweld? Geweld is een diffuus begrip en het gebruik ervan is ook niet altijd onjuist.”
Het staat er nogal gortdroog. Maar het bewuste boek van Peter Singer is dat allerminst. Dat bevat een dramatische opsomming van de gruwelijke martelingen die dieren moeten ondergaan tijdens dierproeven en in de bioindustrie. Je lust even geen karbonaadje meer als je dat allemaal hebt gelezen. Singer trekt vergelijkingen met de Holocaust, maar vooral met de slavernij. Hij doet dus een sterk emotioneel en moreel appèl, en wie daar gevoelig voor is, zal er misschien niet zo heel erg tegen opzien om in het licht van die grote bevrijdingsstrijd ook een in de weg lopend mens om te leggen.
We weten niet waar dierenactivisten hun plannetjes smeden. Maar een belangrijke locatie waar sympathisanten van het dierenactiewezen elkaar ontmoeten, is het voormalige Wageningse meisjesinternaat De Wilde Wereld; ‘een pand in zelfbeheer’ van sombere bakstenen waarin zich tientallen alternatievelingen hebben verschanst.
Het hier gevestigde Politieke Infocentrum organiseert avondjes waarop bijvoorbeeld het werk van Peter Singer wordt besproken met de verhitte humorloosheid die past bij elke sekte. In het anarchistisch getinte krantje WUR (Wageningen Underground Resistance) van het Politiek Infocentrum valt sinds de moord op Fortuyn altijd wel iets te lezen over Volkert en het dierenactivisme. De lezers wordt keer op keer verzocht solidariteitskaartjes te sturen naar Volkert in de Bijlmerbajes. En naar een andere icoon: de in België vastzittende dierenactivist Geert Waegemans. De belangstelling van de pers voor Volkert en Wageningen wordt in WUR omschreven als ‘een hetze tegen links’. “Ons advies: vooral niet kletsen hierover met journalisten!” Ook het ‘radikaal eko-aktienetwerk’ GroenFront! krijgt in WUR veel steunartikelen.
Enkele dagen na de moord op Fortuyn werd de pro-Volkert-houding in WUR wel heel cynisch geuit. Toen viel er te lezen: “Na het fortuinlijk mikwerk ons aller V. barstten er her en der in de stad straatfeesten uit, zoals in de verschillende bolwerken.” En: “Toen kwam de pers die we zo formidabel om de tuin hebben weten te leiden, overal doken ze op en iedereen hield de lach goed verborgen.” Humor? Daar dacht Wageningse Universiteit en Researchcentrum, ook afgekort als WUR, anders over. Het kwam tot een strafzaak, omdat de naam van de website van WUR, www.wur.info (http://www.wur.info/), zou doen vermoeden dat de universiteit zelf een hand had gehad in deze onsmakelijk pro-Volkert-propaganda. De universiteit verloor die zaak echter, omdat er geen persoon aan de WUR-site gekoppeld zou kunnen worden.
Erg doortastend lijkt justitie hier niet te werk te zijn gegaan. Al snel vonden wij bijvoorbeeld op internet een protestbrief over een Wageningse vastgoednota, die op 15 maart 2002 werd ondertekend met: “Fransel Maas, namens wur.info. (gebruiker van de Wilde Wereld).” Fransel Maas is lid van de linkse Boergroep, die nota bene door de Wageningen Universiteit wordt gesubsidieerd. Een bron in Wageningen oppert dat justitie de website waarschijnlijk liever in de lucht houdt, omdat er welkome informatie op verschijnt over het actienetwerk van Volkert.
In de Wageningse actiescene wordt er wel meer in de WUR-stijl over de moord op Fortuyn gedacht. Zo hield GroenLinks Wageningen op de dag na de moord een crisisoverleg. Alle lokale kopstukken waren die avond aanwezig. En opmerkelijk genoeg ook enkele radicale kameraden van Volkert.
Getuigen vertellen ons dat Jeroen Breekveldt, van de anarchistisch getinte Werkplaats Linkse Analyse Biopolitiek (ook opererend vanuit De Wilde Wereld), die avond vertelde de gedachten van Fortuyn dermate verwerpelijk te vinden, dat hij ‘geen traan liet om de moord’. Activiste Judith Scheltema, ook van De Wilde Wereld en bevriend met Volkert en Petra, wilde de moord niet veroordelen voordat ze het verhaal van Volkert zelf had gehoord. Niemand onder de verzamelde GroenLinksers zag in die uitspraken aanleiding om deze extreme figuren de deur te wijzen. Men protesteerde niet eens.
Uit ons verhaal moge duidelijk zijn geworden dat het motief van Volkert wel degelijk gelegen was in het bestrijden van dierenleed. Sterker, hij was een dierenactivist in hart en nieren. Dat het justitie tot dusverrre niet is gelukt hem ook daarvoor voor de rechter te slepen, mag men gerust onthutsend noemen.
Voor Henk Doeland, de projectleider van het rechercheteam in de zaak-Van der G., moet het oordeel van de Amsterdamse rechtbank dat de verdachte handelde uit zorg over ‘kwetsbare groepen’ frustrerend zijn geweest. Twee weken geleden gaf hij een interview aan het vakblad Recherche Magazine. Hoogst ongewoon voor een betrokken politieman, zeker gezien het feit dat de zaak nog ‘onder de rechter’ is. Onomwonden sprak Doeland: “Volgens mij had hij niet een politieke overtuiging. Hij gaf om dieren, dat was het.”
De televisiebeelden bij dit artikel zijn afkomstig van een Tros Aktua-uitzending uit 1993, waarin Volkert vertelde over zijn werk bij VMO. Na de moord op Fortuyn werden deze beelden herhaald door 2Vandaag.
Verdachte moord Fortuyn gezien op plek Onderzoek verband met moord op ambtenaar
AMSTERDAM - Het Openbaar Ministerie (OM) laat de politie beweringen van een vrouw onderzoeken in het kader van de moord op Fortuyn. De vrouw zegt dat zij Volkert van der G. heeft gezien op de plek waar in december 1996 de 43-jarige milieuambtenaar Chris van der Werken is vermoord.
Van der G. wordt verdacht van de moord op Pim Fortuyn. De vrouw heeft de verdachte weken na het misdrijf gezien op de locatie van de moord op de ambtenaar, zegt persofficier M. Bloos van het OM in Amsterdam. De vrouw herkende Van der G. op een krantenfoto en belde de politie.
Het Openbaar Ministerie in Zutphen is verantwoordelijk voor het opnieuw begonnen onderzoek naar de moord op Van der Werken. Justitie in Amsterdam leidt het team dat de moord op Pim Fortuyn probeert op te lossen. Beide parketten wisselen voor elkaar relevante informatie uit, zegt Bloos.
De politierechter in Den Haag heeft vrijdag zeven stenengooiers veroordeeld tot cel- en taakstraffen voor hun betrokkenheid bij de rellen rond het Binnenhof direct na de moord op Pim Fortuyn. Een man uit Nijmegen kreeg voor het gooien van stenen drie maanden cel, waarvan een maand voorwaardelijk. De overige zes veroordeelden zijn Hagenaars. Een 19-jarige man kreeg dezelfde straf omdat hij extremistische leuzen riep en volgens justitie alleen uit was op het creëren van een rel. Ook een 24-jarige Hagenaar was volgens justitie met die motivatie naar het Binnenhof gekomen. Hij had met een doek voor het gezicht stenen naar de mobiele eenheid gegooid. Hij kreeg acht weken cel, waarvan twee weken voorwaardelijk opgelegd.
Twee Hagenaren van 20 en 28 jaar moeten taakstraffen van zestig uur doen, een 18-jarige plaatsgenoot veertig uur. Een 25-jarige Hagenaar moet acht weken de cel in. In zijn geval hield de rechter rekening met zijn uitgebreide strafblad op het gebied van geweldpleging.
TIjdens de pinksterdagen hebben opnieuw duizenden mensen het graf van Pim Fortuyn op de begraafplaats Westerveld in Driehuis bezocht. Zondagmiddag was de wachttijd anderhalf uur, aldus de politie.
Rechten
Familie en vrienden van Pim Fortuyn hebben de merkrechten op zijn naam veilig gesteld, om te voorkomen dat derden er munt uit slaan. Aanvankelijk werkten zij daarbij langs elkaar heen. Mens was er als eerste bij, twee dagen na de moord, om het merk Pim Fortuyn voor tal van artikelen te registreren. De familie van Pim Fortuyn kwam vorige week ook in actie bij een ander merkenbureau. Het betreft producten als cosmetica, cd's, videobanden, dvd's en andere beeld- en geluidsdragers en daarnaast radio- en tv-programma's, rookwaren, kleding, schoeisel en hoofddeksels.
Volgens Mens komt hij er met de familie wel uit, hoe de rechten precies worden vastgelegd. (21 mei 2002)
©Nederlands Dagblad
Meer bewijzen tweede moord Van der Graaf
Bas Benneker, Elsevier.nl, 7 juli 2006
http://www.elsevier.nl/nieuws/nederl...p?artnr=105423 (http://www.elsevier.nl/nieuws/nederland/nieuwsbericht.asp?artnr=105423)
De Nationale Recherche beschikt over sterke aanwijzingen dat Volkert van der Graaf, de moordenaar van Pim Fortuyn, eerder ook de milieuambtenaar Chris van der Werken doodschoot.
Volgens een geheim rapport (pdf) van de recherche waarover De Telegraaf beschikt stapelen de bewijzen tegen Van der Graaf zich op in de zaak Van der Werken. Zo zou hij de milieuambtenaar met de dood hebben bedreigd en indertijd in het bezit zijn geweest van een vuurwapen.
Bovendien vertoont de uitvoering van de liquidatie gelijkenis met die van Fortuyn en is zijn auto bij het plaats delict gesignaleerd. Van der Graaf beschikt niet over een sluitend alibi.
Conflict
De 43-jarige Chris van der Werken uit Nunspeet werd op zondagmiddag 22 december 1996 tijdens een boswandeling vermoord door drie kogels in de rug. Van der Werken was milieucoördinator van de gemeente Harderwijk. In die functie had hij bemiddeld bij een hoog oplopend conflict tussen de Veluwse boeren en de Vereniging Milieu Offensief van Van der Graaf.
Bij overleg over een ammoniakreductieplan koos Van der Werken teveel de kant van de boeren, vond Van der Graaf. Hij gold daarom indertijd al als verdachte, maar er was onvoldoende bewijs tegen hem (lees de Elsevier-reconstructie van de moord Kille liquidatie op een onschuldig bospad).
Liquidatie
Naar nu blijkt is Van der Werken met de dood bedreigd door Van der Graaf, volgens een getuigeverklaring van een boer. Ook zou kort na de liquidatie bij het landgoed een rode Opel Kadett zijn gesignaleerd - een model en kleur auto waarin Van der Graaf toen reed. Bovendien heeft een huisbaas in de toenmalige woning van Van der Graaf een vuurwapen aangetroffen dat mogelijk gebruikt is bij de liquidatie.
Het televisieprogramma EO-Twee Vandaag trok bijna drie jaar geleden al soortgelijke conclusies. Van der Graaf spande toen een kort geding aan bij de Raad voor Journalistiek, en werd in 2004 in het gelijk gesteld.
Het zou niet voor het eerst zijn dat milieu- en dierenactivisten geweld gebruiken om hun idealen kracht bij te zetten. Simon Rozendaal inventariseerde eerder in Elsevier de milieuterreur. Lees Beesten van mensen - Volkert en zijn vrienden.
Volkert en de Nunspeet-moord
Sylvain Ephimenco, Trouw, 8 juli 2006
In december 1996 werd in de bossen van Nunspeet milieuambtenaar Chris van der Werken door drie kogels in de rug vermoord. Van der Werken had door zijn functie regelmatig te maken met Volkert van der G. en lag met hem in de clinch.
Hoewel de moord op Van der Werken op die van Pim Fortuyn deed denken (kogels van dichtbij in de rug geschoten), zei de Nationale Recherche geen aanknopingspunten te hebben gevonden om Volkert van de moord op de milieuambtenaar te verdenken. Ik heb dit altijd vreemd gevonden. In juli 2003 schreef ik dat mijn overtuiging anders was en dat genoeg verdenkingen bestonden om beide moorden aan dezelfde moordenaar te linken. Achteraf heb ik geluk gehad. Volkert vindt het niet leuk om in verband met de liquidatie van de milieuambtenaar te worden gebracht en grijpt meestal onmiddellijk naar zijn advocaat. Begrijpelijk: één moord is 18 jaar, twee wordt dan levenslang. In 2004 diende deze koelbloedige moordenaar een klacht in tegen EO-Twee Vandaag die ook een verband tussen de twee liquidaties had gesuggereerd. De klacht werd door de Raad voor de Journalistiek gegrond verklaard omdat de EO geen wederhoor had toegepast. Om je dood en dood te lachen. Wat is de waarde van het parool van deze aartsleugenaar die, wanneer hij zich niet op zijn zwijgrecht beroept, vanuit de gevangenis aan zijn vriendin laat weten: ’Mocht ik ooit een verklaring afgeven aan de rechtelijke macht of de media dan hoeft dat natuurlijk niet de waarheid te zijn.’ ?
Gisteren publiceerde de Telegraaf delen uit een ’zeer vertrouwelijk’ rapport van de Nationale Recherche. Dit nieuwe onderzoek (kort na de moord op Fortuyn) heeft destijds Volkert vrijgepleit van de Nunspeet-moord. Maar als je de samenvatting in het rapport leest, trek je je haren uit je hoofd. Uit verschillende getuigenissen blijkt dat Volkert meer dan verdacht had moeten zijn. Zo zag zijn huisbaas, zes maanden voor de moord op Van der Werken, een pistool met 7 of 8 kogels op de zolder van Volkert liggen. Een andere getuige, boer B., legde de politie uit hoe de later vermoorde milieuambtenaar bij hem ’ontdaan binnenkwam’. Van der Werken was kort daarvoor door Volkert van der G. met de dood bedreigd. Hij kon de woorden Van der G. bij boer B. met precisie herhalen: ’Ze moesten je doodmaken en ik zou daar ook wel bij willen helpen.’ Het lijkt alsof politie en Justitie weinig zin in hebben om het dossier te heropenen. Waarom toch worden belastende feiten niet grondig behandeld en wordt er vrij snel na de moord op Fortuyn verklaard dat Volkert niets met de Nunspeet-moord te maken heeft gehad? Moeten we dan Maurice de Hond weer optrommelen? Mijn diepe overtuiging is meer dan ooit dat: Volkert, de moordenaar van Fortuyn, die Chris van der Werken met de dood bedreigde, die een pistool met kogels op zijn zolder verborgen hield, die hetzelfde type auto bezat als dat dat in de buurt van de Nunspeet-moord is gezien, als serieuze verdachte van de moord op de milieuambtenaar aangemerkt moet worden. Ik pas geen hoor en wederhoor toe en wacht zijn klacht bij de Raad voor de Journalistiek rustig af.
'Moordenaar wilde al in Breda toeslaan'
BREDA - De vermoedelijke moordenaar van Pim Fortuyn, Volkert van der G. (32), lijkt enkele uren voor de aanslag in Hilversum al in Breda te hebben willen toeslaan. Dat blijkt uit verklaringen van diverse getuigen die de Harderwijkse milieuactivist maandagmiddag ruim twee uur lang zagen rondhangen op het parkeerterrein van Hotel Brabant, waar Fortuyn aanwezig was om vragen van kiezers te beantwoorden.
Ook heeft een getuige gezien dat Van der G. in het gezelschap van twee mogelijke handlangers was. Een en ander is vastgelegd op de videobanden van drie bewakingscamera's bij het hotel. De politie heeft deze tapes in beslag genomen.
De verdachte heeft waarschijnlijk van de geplande aanslag moeten afzien omdat er bewaking voor de bijeenkomst in Breda was ingehuurd. Direct nadat Fortuyn het hotel verliet om naar Hilversum te vertrekken, zijn de drie mannen in twee auto's achter hem aangereden, zo melden de twee getuigen, wier namen bij deze krant bekend zijn.
Een medewerker van een tegenovergelegen autogroothandel heeft Volkert van der G. aan de hand van tv-beelden herkend. "Ik weet zeker dat hij het was. Hij droeg een spijkerbroek, zo'n vies bruin leren jasje en een roodachtige baseballpet."
"Hij sprak regelmatig met twee mannen. Die hadden hun witte Peugeot 604 diesel uit 1990 op het parkeerterrein staan. Je kon meteen zien dat die gasten hier niet thuishoren, dus ik hield ze extra in de gaten. Ze gedroegen zich verdacht en liepen constant rond."
"Die Volkert kwam ook nog even naar onze auto's kijken. Dan liep hij weer naar de zij-ingang, dan sprak hij weer met de ene, dan weer de andere man. Dan stonden ze weer met zijn drieën bij elkaar te smoezen. Afschuwelijk, je moet er toch niet aan denken dat ze hier al wilden toeslaan."
Ook een salesmedewerkster van Hotel Brabant zegt Van der G. beslist te hebben herkend. Zij zag de man uit een rode auto springen toen zij om 13.45 uur het parkeerterrein afreed. Volgens de hotelmanager had de verdachte zijn auto fout geparkeerd pal naast de zij-ingang, op zo'n 20 meter afstand van de Daimler van Fortuyn. Justitie heeft bevestigd dat Van der G. een rode auto heeft.
Het openbaar ministerie heeft gisteren een uitgebreid onderzoek bij Hotel Brabant ingesteld. Twee rechercheurs uit Hilversum hebben verder de gastenlijst opgevraagd bij dagblad BN/De Stem, dat de verkiezingsbijeenkomst organiseerde. Op deze lijst komt de naam van Van der G. overigens niet voor.
Inmiddels is de moeder van de moordverdachte, Anneke, ondergedoken. Volgens een bekende moet de vrouw volledig zijn ingestort. De rolluiken van haar riante bungalow in een Zeeuwse badplaats zijn sinds donderdagavond hermetisch gesloten. "Die arme vrouw", aldus een buurman. "Haar zoon kwam haar regelmatig opzoeken. Maar zij heeft met niemand in de buurt contact. Ze leeft op zichzelf."
http://krant.telegraaf.nl/krant/arch...r.fortuyn.html (http://krant.telegraaf.nl/krant/archief/20020511/teksten/bin.der.hotel.auto.weer.fortuyn.html)
Zomaar enkele onopgehelderde vragen!
* Volkert die zeer zorgvuldig zijn sporen (liet) wissen was kennelijk vergeten om zijn wapen goed schoon te maken zodat het oude DNA op het pistool bleef zitten, of was het de bedoeling het wapen weg te gooien zonder zijn eigen DNA achter te laten?
* Wat was Volkert van plan met de andere LPF-Kandidaten?
* Waarom is er niks bekend over link Volkert met de anti-bont demonstranten met nep-Pim?
* Zijn er verbanden met het zeer militante Animal Liberation Front in de UK?
* Zijn er verbanden met de Wageningse Underground Resistance?
* Hoe zit het met de moord op de Gelderse milieu-ambtenaar Chris van der Werken in 1996?
* Wat is de rol van Sjoerd van der Wouw van VMO in Wageningen?
* Wat zijn de banden met Groen-Links politici? (Zoals de wethouder in Wageningen)
*Heeft Petra L. ook altijd haar mond dichtgehouden tijdens verhoren?
* Heeft Petra Lievense nou wel of niet op het Ministerie van VROM gewerkt als assistente voor Jan Pronk? Daar gingen namelijk hardnekkige geruchten de ronde over.
Ook zou Pronk zich hoogstpersoonlijk met de subsidie aan VMO hebben bemoeid toen die stopgezet dreigde te worden
* Welke duistere rol heeft de minister van Binnenlandse zaken vervuld (K de Vries - PVDA)?
* Hoe "onafhankelijk" is de Commissie van der Haak??
* Is er een link naar ons Staatshoofd, vanwege het stelselmatig (haast verdacht) verzwijgen, tijdens de Troonrede op Prinsjesdag en de Kerst-toespraak,....van de moord op Fortuyn ?
* Waarom was de recherche diezelfde avond nog in het huis van Fortuyn en niet in het huis en het werk van Volkert? Het eventueel te verkrijgen bewijsmateriaal is bij de dader normaalgesproken kwetsbaarder, vluchtiger, dan bij het slachtoffer.
* Klopt het dat de harde schrijf van Fortuyn in goede staat door de recherche is meegenomen en gecrasht is teruggekomen? Waarom?
* Is het waar dat het Rechercheteam in Hilversum de eerste week na de moord GEEN ENKELE support kreeg van de politie in Amsterdam en van de BVD? (in opdracht van "Den Haag")
* Hoe zit het met de getuigen die Van der Graaf hebben gezien met iemand anders - in Tilburg, enkele weken eerder, toen Fortuyn daar boeken ging signeren?
* Hoe zit het met de getuige die Van der Graaf in verband bracht met de moord op de Veluwse Milieu-ambtenaar?
* Wat heeft Petra Lievense die dag eigenlijk gedaan? Waar was zij op het moment van de aanslag?
* Hoe kon het dat de politie in volle sterkte inclusief kogel vrije vesten Volkert van der Graaf "op stond te wachten"? Hoe toevallig is het dat er net een peloton zwaar bewapende ME'ers klaarstond om Volkert van der Graaf te arresteren?
* Wat is de productie datum van de gebruikte kogels en wat is de chemische samenstelling van het kruit? Indien onderzocht komen deze overeen met de moord op van der Werken?
Zijn er slijtsporen op de aangetroffen kogels (die oorspronkelijk in het wapen zaten) bij Volkert overeenkomstig met het gebruikte magazijn?
* Waarom is de getuige Filemon Wesseling is nooit verhoord terwijl deze ook twee uur op het interview van Pim Fortuyn heeft gewacht?
* Wie wiste Volkert van der Graaf’s computer gegevens op zijn harddisk terwijl hij al gevangen zat op 6 mei
* Wat voor gesprekken met Pim hebben er op 4 en 5 mei 2002 plaatsgevonden?
Wie waren daarbij aanwezig?
Wat is de beleving van butler Herman over deze twee dagen?
Wat is de beleving van de heer Herben over deze twee dagen?
* Wie had de eerste 48 uur de leiding over het onderzoek, voordat Officier van Justitie Dhr. Plooy die kreeg? En vooral: waarom?
* Waarom duurde het zolang totdat de ambulance kwam?
* Waarom ging het hek van het mediapark niet open (sabotage)?
* Waarom werd het huis van Pim Fortuyn direct op de avond na de moord onderzocht en ging de recherche pas na een week bij VMO langs?
* Waarom zijn de verklaringen van de bij Pim Fortuyn betrokken mensen niet in de onderzoeken (recherche, Van der Haak) meegenomen?
* Waarom is de verklaring van de bij Pim Fortuyn betrokken makelaar over de uitspraak van een recherchelid (Ja, ik heb het) niet onderzocht? Wat had dit recherchelid gevonden? Werd Fortuyn wel afgeluisterd, zoals hij zovaak beweerde?
* Was Volkert van der Graaf de avond van 5 mei 2002 inderdaad in Amsterdam bij 'vrienden' en niet in Harderwijk in zijn woning? Waarom was hij daar? Wat deed hij daar? Met wie was hij daar?
* Was Volkert van der Graaf inderdaad s'middags bij Hotel Brabant in Breda, zoals een getuige heeft verklaard?
* Wat was de exacte route de Volkert op 6 mei 2002 heeft afgelegd?
* Er zou een vluchtauto zijn gesignaleerd in de buurt van het mediapark? Wat is er met deze wagen gebeurd? Waarom is deze weggereden?
* Welke gegevens stonden er bij Volkert ivm de moord op de PC?
* Wat is de rol geweest van de BVD (AIVD) bij het verduisteren van bewijsmateriaal.
* Volgens bronnen hebben medewerkers in de bediening gezegd dat zij Ad Melkert en Wim Kok op 's avond op 6/5 hebben bediend met champagne. Wat is er waar van het gerucht dat deze twee heren met champagne getoast hebben op de moord?
Boven de wet Het arrogante bolwerk van de Nederlandse rechters
Bovend'Eert, P.P.T. Dr, C110506 J. Hop bijbanenregister rechtbank Zutphen
HP De Tijd, 22 november 2002 week 47
Door Stan de Jong, Foto's Rollan Dideur
Wie zich in Nederland kritisch uitlaat over de rechterlijke macht - zeker als het individuele rechters betreft - krijgt al snel te maken met het goed georganiseerde en goedgebekte juristengilde. Daarbij valt de eensgezindheid tussen advocaten, rechters en juridische wetenschappers op. De communis opinio: aan het lijf van onze rechters geen polonaise! Je zou bijna gaan denken dat dit iets te maken heeft met het feit dat de heren en dames elkaar nog wel eens tegenkomen als confrère in de diverse arrondissementsrechtbanken en gerechtshoven.De totale rechterlijke macht omvat ongeveer 2400 mensen in vaste dienst. De staande magistratuur (leden van het Openbaar Ministerie) telt zo'n 600 leden, de zittende magistratuur bestaat uit ongeveer 1800 rechters. Deze 'echte' rechters zijn voor het leven benoemd door de Kroon en worden, in tegenstelling tot gewone stervelingen, geacht tot hun zeventigste probleemloos te functioneren. Omdat alom wordt geklaagd over overbelasting van de rechterlijke macht, is het tekort aangezuiverd met een ongeveer even groot aantal rechterplaatsvervangers. Deze parttimers worden grotendeels gerekruteerd, uit de advocatuur. Is dat niet vreemd, zult u als niet-jurist zeggen. Advocaten zijn er toch voor het belang van hun cliënten, en rechters dienen het belang van de samenleving. Als ze van toga verwisselen, krijg je dan niet een eigenaardige vermenging van rollen? Inderdaad, in het buitenland kijken ze er vreemd van op. In het verderfelijke Amerika schijnen ze zelfs meesmuilend te spreken over 'Hollandse toestanden'. En het eigenaardige is dat in de Wet op de Rechterlijke Organisatie, onder het hoofdstukje "incompatibiliteiten" staat dat de baan van rechter onverenigbaar is met die van advocaat. Logischerwijs is het dan evenmin de bedoeling dat advocaten voor rechter spelen, maar dit schijnt 'juridisch' weer heel genuanceerd te liggen. In elk geval zijn grootscheepse protesten uit de politiek of de wetenschap tegen deze verstrengeling van functies tot op heden uitgebleven. Maar wat wil je? Ook aan de universiteiten, in de politiek en op de ministeries mogen ze graag een rechterstoga aantrekken, en ja, je komt elkaar nog wel eens tegen, nietwaar?
Vanwege al die lijntjes met de ambtenarij, de wetenschap, de advocatuur en de politiek is de rechterlijke macht als geen ander in staat de eigen belangen te (laten) verdedigen. Tot de voorste verdedigingslinie behoort de Vereniging voor de Rechterlijke Macht (VVRM) Deze zogenaamde onafhankelijke vereniging is in werkelijkheid een machtige lobbyclub die opkomt voor de materiële en immateriële belangen van rechters en officieren van justitie. Voorzitter Wil Tonkens, we zullen haar later nog tegenkomen, reageerde dan ook als door een adder gebeten op de uitlatingen van Hoogendijk: "niet gepast" en "schandelijk".Tot de juridische frontsoldaten behoort ook de Maastrichtse hoogleraar strafrecht Gerard Mols. Naast zijn hoogleraarschap is hij én advocaat én plaatsvervangend rechter. Ondanks die drukke werkzaamheden houdt hij tijd over om geregeld in de media op te duiken. In de Volkskrant noemde Mols de uitlatingen van Hoogendijk "buitengewoon kwalijk" en "een karaktermoord op Vermolen". Mols: "Hoogendijk is kennelijk van mening dat de rechterlijke macht moet worden gezuiverd van mensen die maatschappelijk betrokken zijn, dus links zijn en dus geen rechter mogen worden. Die tendens is buitengewoon zorgwekkend." De cursivering is van ons. Bij Mols klopt het hart in elk geval nog steeds aan de goede (dus linkse) kant. Zo maakt hij deel uit van een groep van voornamelijk juristen ("Statewatch") die de Europese overheden nauwlettend in de gaten houdt. Bij de bestrijding van terrorisme zouden wel eens onvervreemdbare grondrechten in het gedrang kunnen komen, denkt men. Van de partij is ook Steijn Franken, van het linkse advocatenkantoor Van den Biesen Prakken & Böhler, die de verdediger van Volkert is. En natuurlijk La Böhler zelf, die haar sympathie voor de frisse jongens en meisjes van de Baader-Meinhof groep nooit onder stoelen of banken heeft gestoken. In dit gezelschap voelt Mols zich als een vis in het water. Onlangs bracht het NOS-journaal een item over de lankmoedige houding die de Nederlandse autoriteiten in het verleden hadden tentoongespreid ten opzichte van linkse terreurbewegingen. Terecht, meende Mols toen. "Acties van die groeperingen waren gericht op het bevrijden van dieren, tegen materieel van defensie, maar zijn nooit gericht tegen het leven van personen of de gezondheid van personen in ons land." Gemakshalve vergat Mols de aanslag op het huis van minister van justitie Aad Kosto en op wijlen CD-voorman Hans Janmaat, waarbij mevrouw Janmaat in een rolstoel belandde. En Mols draafde maar door. Met een verwijzing naar de harde aanpak van de Rote Armee Fraktion in Duitsland: "Als justitie harder zou gaan optreden tegen actiegroeperingen, dan kunnen de acties van die groeperingen harder worden en dan neemt de tolerantie in dit land aanmerkelijk af." Ergo: als de overheid de zware misdaad harder aanpakt, dan zouden de zware jongens wel eens nog harder kunnen terugslaan, en dan wordt het er niet gezelliger op in ons tolerante paradijsje. Mols" soepele omgang met de logica zal hem als advocaat ongetwijfeld van pas komen. Maar of zijn studenten er net zo van onder de indruk zijn, kun je je afvragen.
Wie als `deskundige" evenmin is weg te branden in debatten over de rechterlijke macht, is Bert van Delden. De voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak is de spin in het web van juridisch Nederland. De raad heeft onder meer een forse vinger in de pap van de rechtersopleidingen. Wat had Van Delden te melden over de kwestie Vermolen? "Ik kan me voorstellen," zei hij in NRC Handelsblad, "dat mensen denken: moet dat nu? Is het wel verstandig een rechter die actief is in de PvdA op deze zaak te zetten? Maar goed, het besluit is genomen. Daar is verder ook niks verkeerds aan." Hebt vertrouwen! Gaat u maar rustig slapen. Zou "meester Bert" zich die zalvende toon soms als voorzitter van de Haagse rechtbank eigen hebben gemaakt? In die functie baarde hij nogal opzien met de beslissing dagvaardingen voor kort gedingen niet meer ter inzage te leggen voor de pers. Sommige zaken werden zelfs niet meer op de openbare zittingsrol geplaatst. Aldus werd het wel bijzonder lastig om erachter te komen wanneer een zaak werd behandeld; laat staan om te controleren of de dienstdoende rechters wel even onkreukbaar recht spraken als zij zelf dachten. Het vakblad De Journalist concludeerde dat dit nu exact de bedoeling was van Van Delden. Aan pottenkijkers had de Haagse president kennelijk geen behoefte. Diens toch wel navrante uitspraak "Rechtspraak is openbaar, maar daar is de rechtspraak niet altijd mee gediend" wekte in dat licht dan ook weinig verbazing meer.
Hoewel op de onafhankelijkheid van al deze "deskundige"juristen dus veel valt af te dingen, liggen hun namen en telefoonnummers boven in het kaartenbakje van de diverse radio- en televisieprogramma's. Zo mocht zowel Mols als Van Delden onlangs zijn licht laten schijnen op het doodslaan van René Steegmans in Venlo. De opmerking van de Venlose burgemeester dat hij het toch wat vreemd vond dat een van de twee betrokkenen alweer was vrijgelaten door het Openbaar Ministerie, was hun danig in het verkeerde keelgat geschoten. Mols vond dat de burgemeester zelfs "eigenrichting" uitlokte. Anders gezegd: de Venlose bevolking zou zich wel eens kunnen gaan overgeven aan lynchpartijen en klopjachten. Nu is het gevaar dat burgers het recht in eigen hand nemen, er de laatste jaren niet minder op geworden. Maar natuurlijk niet, zoals Mols ons wil doen geloven, omdat de burgemeester van een Limburgs provincieplaatsje zich een keer sceptisch uitlaat over het vervolgingsbeleid van het OM. Burgers hebben gewoon het gevoel dat justitie het er te vaak bij laat zitten. De overheid heeft het monopolie op geweld, heet het, maar ja, dan moet ze de knoet wel gebruiken. Anders is het een kwestie van tijd voor de volgende AH-medewerker uit zijn slof schiet als hij de junk die hem een week eerder beroofde weer in zijn filiaal ziet funshoppen.
Het zijn allang niet meer alleen lezers van de krant van wakker Nederland die om law & order roepen. Dat de rechtshandhaving ernstig tekortschiet, concludeerde vorige week ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). In het rapport De toekomst van de rechtsstaat adviseerde de WRR dat het OM ernstige delicten te allen tijde moet vervolgen. In elk geval dient justitie in het openbaar verantwoording af te leggen over de keuzen die in het opsporings en vervolgingsbeleid worden gemaakt. Iemand als Bert van Delden zal wel even moeten wennen aan de glasnost bij justitie. De woorden van de Venlose burgemeester noemde hij "onaanvaardbare uitspraken voor een gezagsdrager". Ze zouden volgens hem "de indruk bevestigen die bij grote delen van de bevolking leeft, dat de rechtspraak niet deugt. En dat is niet zo". Blijkbaar mogen niet alleen gewone burgers geen kritiek hebben op magistraten - van burgemeesters wordt een nog grotere terughoudendheid verwacht. En volksvertegenwoordigers als Ferry Hoogendijk moeten helemaal hun mond houden. In dat laatste geval schermen juristen graag met de beroemde "scheiding der machten": politici dienen zich te onthouden van kritiek op de "onafhankelijke" rechterlijke macht, anders wordt het in onze rechtsstaat een janboel.
Waarschijnlijk is er geen beginsel dat zo vaak wordt misbruikt in de discussie over de rechterlijke macht als de "drie-machtenleer" van de achttiende-eeuwse Verlichtingsfilosoof Montesquieu. Volgens de karikaturale wijze waarop juristen als Van belden diens ideeëngoed interpreteren, zijn de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht gescheiden bolwerken, waarvan de vertegenwoordigers zich niet met elkaar dienen te bemoeien. Een huiveringwekkende eye-opener. Als dit waar zou zijn, betekent dit dat we in Nederland al eeuwen in een bananenrepubliek leven! Wetten worden immers gemaakt door de regering samen met de Eerste en Tweede Kamer. ook verder is er allerlei "bemoeizucht" tussen de drie machten. Zo wordt een minister (uitvoerende macht) nogal eens ter verantwoording geroepen door het parlement (wetgevende macht) om zijn beleid uit te leggen. Bij onvoldoende vertrouwen kan hij zelfs zijn koffers pakken. Met dit alles is ook niets mis. Waar het Montesquieu immers om ging, is dat er een evenwichtige verdeling van macht is, en dat er sprake is van controlemechanismen: ckecks and balances. En laat het nou de rechterlijke macht zijn die zich aan elke controle van buitenaf weet te onttrekken. Dat rechters voor het leven worden benoemd, en niet zomaar kunnen worden ontslagen door de regering, valt te bevatten. Een minister zou daar anders wel eens een politiek slaatje uit kunnen slaan. Maar dat aan de voorkant -de benoeming van rechters - ook al geen "bemoeienis" mag zijn door de politiek, gaat toch wat ver. Dat vond ook de Nijmeegse hoogleraar staatsrecht P.P.T. Bovend'Eert. Twee jaar geleden sprak de hoogleraar zijn bezorgdheid uit over de benoemingsprocedure van rechters. De formele regeling is dat rechters door de Kroon (lees: de minister van justitie) worden benoemd. In theorie zou dit een zekere controle mogelijk maken. Maar in de praktijk is sprake van een coöptatiesysteem: de gerechten doen een voordracht, de TweedeKamerleden nemen die klakkeloos over en de minister benoemt bij hamerslag. Ofwel: de rechters benoemen elkaar. Dat aan zo'n onderonsje risico's kleven, blijkt uit de recente benoeming van jhr mr. J.L.R.A. Huydecoper tot advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Deze oud-deken van de Orde van Advocaten is verwikkeld in een slepende rechtszaak, omdat hij als advocaat een cliënt onjuist zou hebben geadviseerd. Blijkbaar was dit geen belemmering voor de Hoge Raad om hem voor te dragen, en voor de minister om hem te benoemen. Maar of de Tweede Kamer enige weet had van dit vervelende smetje op zijn blazoen valt te betwijfelen. Volgens professor Bovend'Eert zouden politici zich dan ook niet minder, maar juist meer met rechtersbenoemingen moeten bemoeien. Zo kan ook een evenwichtiger samenstelling van de rechterlijke macht ontstaan, bijvoorbeeld wat betreft de politieke voorkeur van magistraten. Van enig staatsrechtelijk bezwaar tegen de uitspraken van Hoogendijk is in zijn ogen in elk geval geen sprake. Wat daarentegen wél uit den boze is, doceert de hoogleraar, is dat vertegenwoordigers van de drie machten letterlijk op elkaars stoel gaan zitten. Nu kan een kind begrijpen dat een minister niet ook nog rechter moet zijn, of andersom. Maar op dit punt is de Nederlandse praktijk nu juist weer opvallend coulant.
Zo is het gebruikelijk dat Eerste-Kamerleden af en toe een bef omdoen. Alle politieke stromingen hebben wel een plaatsvervangend rechter in de chambre de réflexion zitten. J. Rensema (VVD) is raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof te Amsterdam. Mevrouw D.J.B. de Wolff (GroenLinks) mag af en toe rechtertje spelen bij het gerechtshof in Den Bosch, overigens naast haar baan als advocaat. E. Jurgens (PvdA) is rechter-plaatsvervanger in Amsterdam, en J.J.L. Pastoor (CDA) assisteert dat het een lieve lust is in de rechtbanken van Groningen, Leeuwarden en Assen. Allen leden van de wetgevende macht die op de stoel van de rechter zitten. Vreemd toch dat je over deze schrikbarende inbreuk op de beginselen van Montesquieu vrijwel geen enkele jurist hoort klagen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over beleidsmedewerkers van ministeries - zelfs op het justitie-departement komt het voor - die als rechter aantreden. Ambtenaren die eerst een wet ontwerpen, om de overtreders van die wet vervolgens zelf te berechten. Het ontbreekt er nog maar aan dat ze hoogstpersoonlijk de boeven in de kraag vatten en de gevangenissen bewaken. Nee. De gedachte begint zich op te dringen dat het helemaal geen hooggestemde idealen zijn die het juristengilde drijven. Men handelt als het bekende pavlovhondje: ons kent ons, en ons blaft luid als er kritiek van buitenstaanders komt. En dat is gevaarlijk, want er is veel mis met de rechterlijke macht.
In 1996 publiceerde een groep verontruste burgers het rapport Integriteit Rechterlijke Macht. De leden van deze groep, die zich hadden verenigd in de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Rechterlijke Macht (WORM), hadden ieder voor zich slechte ervaringen opgedaan met rechters. Ervaringen die zij niet anders konden verklaren dan door vooringenomenheid en belangenverstrengeling. Inmiddels legendarisch is de zaak die Henk Rem in 1991 tegen verzekeringsmaatschappij Ohra aanspande. Het ging om de weigering van de verzekeraar een ongevallenuitkering aan zijn vrouw te betalen. De claim die Rem bij de Arnhemse rechtbank had ingediend, werd toegewezen, maar omdat de betaling steeds uitbleef, ging hij eens verhaal halen bij het kantoor van Ohra. Van de bedrijfsjurist kreeg hij te horen: "Ohra betaalt u het bedrag onverplicht uit, omdat Ohra wel weet dat zij in hoger beroep bij het Hof toch gaat winnen." In gewoon Nederlands: meneer Rem, die uitkering kunt u uiteindelijk wel op uw buik schrijven. De jurist van Ohra bleek over voorspellende gaven te bezitten. Het Hof in Arnhem wees de toegewezen vergoeding alsnog af. Dit gebeurde door een meervoudige kamer die op een wel heel bijzondere wijze was samengesteld. De vice-president bleek lid te zijn van de arbitragecommissie van Ohra; een andere raadsheer was een oud-kantoorgenoot van de Ohra-huisadvocaat Dirkzwager & Kroeskamp, en weer een andere rechter was getrouwd met een advocate die kort daarvoor bij dit advocatenkantoor had gewerkt. Om het plaatje compleet te maken: de advocaat die voor Ohra optrad, was plaatsvervangend raadsheer in het Arnhemse Hof, en stond dus voor zijn eigen collega's te pleiten. Inderdaad, zo'n zaak kun je niet winnen.
Dat het niet bepaald noblesse oblige was op het Arnhemse Paleis van justitie bleek ook uit een rapport van onderzoeksbureau Terpstra-Tukker. Het rapport was bedoeld voor intern gebruik, maar lekte in mei 1996 uit. Niet alleen de inefficiënte organisatie, ook de arrogante houding en zelfgenoegzaamheid van de rechters werd gehekeld. Dat de rechtbank het had aangedurfd een onderzoek naar het eigen functioneren te laten doen, viel op zich te waar deren. Niettemin wist de Haagse rechtbankpresident Bert van Del den - daar is-ie weer - in de Haagsche Courant te melden: "De teneur van het rapport zou voor Den Haag absoluut onjuist zijn en ik denk ook voor Arnhem." Dit hoewel de Arnhemse rechtbankpresident zelf had erkend dat er problemen waren. Hoe Van Delden zo goed op de hoogte kon zijn van de situatie ii Arnhem, is een raadsel, maar relevanter is de vraag of het onder zijn bewind in Den Haag beter was gesteld.
In het vorig jaar verschenen boek Wij zien u wet in de rechtszaal schetst Paul Ruijs, de kwelgeest van juridisch Nederland, een ontluisterend beeld van de Haagse rechterlijke macht. In de jaren negentig vond in Den Haag een aantal geruchtmakende rechtszaken tegen de Consumenten bond en de ANWB plaats. De twee organisaties zouden zich schuldig hebben gemaakt aan het vervalsen van onderzoeken. Maar omdat de rechters er allerlei banden met de advocatenkantoren van de Consumentenbond en de ANWB op na hielden, hadden twee organisaties van de rechtbank in Den Haag weinig te vrezen concludeert Ruijs. Ook hier was op zijn minst de schijn van partijdigheid in het geding.
Een advocaat die voor rechter speelt, het is een bijzondere loot aan de stam van ons veelgeprezen poldermodel. Nog aparter wordt het als een advocaat dit doet in hetzelfde arrondissement of kanton als waar hij kantoor houdt. De kans dat hij als plaatsvervangend rechter een amice van zijn eigen kantoor tegenover zich treft, is dan immers vrij groot. En andersom ook natuurlijk. Uit het WORM-onderzoek bleek dat het niet alleen in Den Haag en Arnhem voorkwam dat advocaten in hun "eigen" gerecht als reserverechter werden ingezet, het verschijnsel was tot in alle hoeken van de rechterlijke macht doorgedrongen. Vooral tot megaconcerns uitgegroeide advocaten- en notarissenkantoren als De Brauw Blackstone Westbroek en Stibbe stonden maar wat graag hun "amices" aan de rechtbanken af. Nu kun je je afvragen waarom advocaten voor een fractie van hun uurloon als plaatsvervangend rechter willen optreden. Gaat hun eer of hun maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel zo ver? Of zou hun clientele het op prijs stellen dat de kans op een succesvol proces zo aanzienlijk wordt vergroot? Midden jaren negentig leidden deze onthullingen op het Binnenhof tot enig tumult. Toenmalig Minister van Justitie Winnie Sorgdrager leek het onderwerp zelfs serieus aan te pak ken. Een wet zou het verbod voor advocaten op het optreden in de eigen rechtbank moeten regelen. Maar Winnie onderschatte de lange arm van de advocatuur. De landelijk deken van de orde van Advocaten jonkheer Huydecoper liet meteen weten dat advocaten "massaal zouden opstappen" als reserverechter als zij niet in eigen rechtbank mochten "rechteren". Kennelijk woog hun maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel toch niet op tegen de enorme afstanden die zouden moeten worden overbrugd wanneer ze alleen in verderaf gelegen gerechten zouden mogen rechtspreken.
Andere woordvoerders van het advocatengilde, vaak tevens rechterplaatsvervanger, lieten zich helemaal in de kaart kijken. Zij riepen dat de overheid zich niet moest laten leiden door van wrok bezeten querulanten, een veel gebruikte aanduiding voor wie niet alles wat een bef zegt klakkeloos pikt. Enfin, dat wetsvoorstel kwam er dus niet. Ook Winnies opvolger, de ex-advocaat Benk Korthals, zag geen mogelijkheid om het erdoorheen te krijgen. Het risico dat advocaten zouden stoppen met rechteren bleek een reëel gevaar. En ja, de werkdruk bij de rechterlijke macht was toch al zo groot.
Goed om op deze plaats even stil te staan bij de veelgehoorde overbelasting van de rechterlijke macht. Om ervoor te waken dat rechters massaal overspannen worden, zouden ze - we opperen maar iets - natuurlijk ook kunnen snoeien in hun bijbaantjes. Want dit was de tweede opzienbarende conclusie uit het WORM-onderzoek: rechters blijken tal van nevenfuncties te bekleden. Uiteraard bedoeld om "voeling aan de pols van de maatschappij" te houden, zeg maar zoals politici hun commissariaten verantwoorden. Maar het moet gezegd: het gaat zelden of nooit om buurtwerk of sociale hulpverlening; wel om commissariaten in het bedrijfsleven of lidmaatschappen van allerlei tuchtorganen en klachtencommissies. In die semi-rechtspraak moeten de arme rechters dus hun dagelijkse werk nog eens dunnetjes overdoen. je zou er inderdaad oververmoeid van raken. Overigens bleek het nog helemaal niet eenvoudig aan te tonen dat er überhaupt zoiets bestond als bijbanen. De nevenfuncties stonden nergens geregistreerd en de gerechten waren er niet erg happig op om de onderzoekers van WORM inzicht te verschaffen. Zo werd het wel een hele klus om te bewijzen dat er sprake was van belangenverstrengeling.
Dit nu ging zelfs politiek Den Haag te ver. In januari 1997 trad een wet in werking die rechters verplicht hun nevenfuncties openbaar te maken. Een bescheiden stap in de goede richting. Maar hoewel elke Nederlander geacht wordt de wet te kennen bleken rechters zelf het Staatsblad slecht te lezen. Enkele maanden nadat de wet was ingegaan, waren er nog altijd honderden rechters die hun nevenfuncties niet openbaar hadden gemaakt, onthulde het Algemeen Dagblad. Rechters die de wet aan hun laars lappen, als je erover leest in Italië of Griekenland brrrr, die mediterrane types klooien wat aan. Maar het kon dus ook in Nederland. En onze magistraten zijn hardleers. Vorig jaar deed het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van justitie een onderzoek naar de "schijn van partijdigheid" van rechters. Dit in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, die voor eens en altijd korte metten wilde maken met al die wilde geruchten. De onderzoekers hadden een lastige opdracht. Uit enkele eenvoudige controles bleek dat functies die hadden moeten worden opgegeven, niet in de registers waren vermeld. Sommige van de ontvangen registers waren sinds 1997 niet meer bijgewerkt. Nu kunnen juristen recht praten wat krom is, maar de conclusie die de NVvR aan het onderzoek verbond - er was geen sprake van partijdigheid - was wel een meesterlijk staaltje van juridisch argumenteren.
Een kleine steekproef van HP/De Tijd wijst uit dat de situatie sindsdien niet wezenlijk is verbeterd. Met name advocaten die plaatsvervangend rechter zijn, vinden het een te grote opgave om openheid over hun nevenfuncties te geven. Laat staan dat het voor een gewone burger mogelijk is inzicht te verkrijgen in hun clientële, hun aandelenkapitaal, hun familierelaties of de vriendschappen die zij onder een goed glas wijn sluiten in de Rotary en Lions Clubs. Op medewerking van de persvoorlichters bij de gerechten hoeft niet te worden gerekend. Gevraagd naar de curricula vitae van rechters reageert men gepikeerd - alsof alleen al het stellen van de vraag impertinent is. Opnieuw worden hoogdravende principes in stelling gebracht om pottenkijkers buiten de deur te houden: openheid over de persoon van de rechter zou op gespannen voet staan met diens onpartijdigheid. Maar als niet bekend is wie een rechter is en wat hij doet hoe weten we dan óf die rechter onpartijdig is? Ondertussen werkt de wetgever vrolijk mee aan de cover-up. Als de rechtbankbesturen dit noodzakelijk achten, kunnen rechterlijke uitspraken over enige tijd alleen nog maar geanonimiseerd worden ingezien. Er wordt al driftig op de nieuwe regelgeving geanticipeerd: op de website rechtspraak.nl zijn de namen van procespartijen weggekalkt, waardoor het vrijwel ondoenlijk is te controleren of er relaties tussen die partijen en de rechters bestaan. Dit alles met een beroep op het tegenwoordig zo gekoesterde grondrecht van de privacy. Al met al komt het erop neer dat er maar één rechtsbeginsel is dat wél voortdurend met voeten mag worden getreden: openbaarheid van rechtspraak.
Waar externe controle op de onafhankelijke rechtspraak lastig is, zal het met de interne procedures wel goed geregeld zijn, zou je zeggen. Het zelfreinigend vermogen van het systeem moet haast wel perfect zijn. Helaas, ook dat is niet zo. We moeten vooral uitgaan van de goede trouw. Rechters die vanwege hun nevenfuncties, hun contacten met procespartijen of om andere redenen een zaak niet objectief kunnen beoordelen, worden geacht zich na ampel beraad met zichzelf terug te trekken. In het jargon: zich te verschonen. Nog onlangs zei mevrouw Tonkens van de NVVR dat het systeem prima werkt, want de zittende magistraten kunnen uitstekend zelf beoordelen of zij een zaak moeten aannemen. Maar vooruit, voor de zekerheid werd toch maar gewerkt aan een verschoningscode.
Nu wordt er al heel lang gediscussieerd over een code waarin de gronden staan waarop een rechter zich moet verschonen. De voortekenen zijn niet onverdeeld gunstig. Uit een enquête onder NVVR-leden bleek dat nogal wat rechters een code overbodig en star vonden, liever lieten ze het "eigen geweten" spreken. Wie minder vertrouwen heeft in het eigen geweten van de rechter, kan hem natuurlijk ook wraken. Volgens Bert van Delden van de Raad voor de Rechtspraak was dit zelfs de koninklijke weg geweest om een andere rechter in de zaak-Volkert van der G. te krijgen. Nu is het de vraag wie dat dan in dit geval zou moeten doen. Advocaat Britta Böhler zou daar natuurlijk wel gek zijn, de familie Fortuyn heeft geen bevoegdheden in een strafproces en van officieren van justitie is bekend dat ze vrijwel nooit een rechter wraken. Daarvoor is de verhouding tussen de staande en de zittende magistratuur in de volksmond een deur verderop toch wat te innig.
En eigenlijk geldt dat zij het in mindere mate ook voor de advocatuur. Advocaten zijn immers evenzeer gebaat bij een goede relatie met de zittende magistratuur als ze al niet zelf tot dit exclusieve gezelschap zijn gaan behoren. Bovendien, wat moet je als advocaat wanneer het wrakingsverzoek wordt afgewezen? Dan zit je dus tegenover dezelfde rechter wiens onafhankelijkheid je daarvoor in twijfel hebt getrokken. Of dat nou zo gunstig is voor een succesvolle afhandeling van je zaak. De wetgever lijkt er voorts ongetwijfeld geadviseerd door zeer geleerde en hoogst onafhankelijke juristen alles aan gedaan te hebben om een succesvol wrakingsverzoek te fnuiken. Zodra een rechter wordt gewraakt, moet stante pede een wrakingskamer worden ingesteld in hetzelfde gerecht. Kortom, het zijn weer rechters die een oordeel vellen over de rechtschapenheid van hun collega's.
De ware "van wrok bezeten querulant" rest dan nog één paardenmiddel. Indien hij het gevoel heeft onrechtvaardig of arrogant te zijn behandeld door een rechter of als hij twijfels heeft over diens integriteit, kan hij een klacht indienen bij de Hoge Raad. Op advies van de procureur-generaal beslist het hoogste rechtscollege of er een nader onderzoek wordt gelast. Hoewel er geen termijn in de wet staat genoemd, heeft de procureur bepaald dat een klacht na twaalf maanden niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat lijkt billijk, maar is het niet, gezien de moeite die het kost erachter te komen welke buitenrechterlijke activiteiten de magistraten er zoal op na houden. De procureur-generaal van de Hoge Raad heeft kennelijk een hoge pet op van zijn collega's binnen de rechterlijke macht. Tussen 1991 en 1994 werden 317 klachten ingediend tegen rechters. Geen enkele keer zag hij aanleiding een vordering tot nader onderzoek in te stellen. Voorzover bekend is het nimmer voorgekomen dat een rechter is ontslagen door de Hoge Raad.
We begonnen dit verhaal met Nol Vermolen. Dat uitgerekend deze rechter in de Volkert-zaak is aangewezen, toont eens te meer aan hoe ver de magistratuur verwijderd is van de maatschappelijke realiteit. Want stel, Ad Melkert wordt doodgeschoten. De kogel komt niet van links, maar van rechts. Zou het dan echt zo schandelijk zijn als in PvdA-kringen de wenkbrauwen worden gefronst wanneer een actieve LPF'er de moordenaar moet gaan berechten? Ondertussen is het werk van de Amsterdamse rechtbank er niet gemakkelijker op geworden. Stel, zei hoogleraar Mols in de Volkskrant, er komt een hoge straf uit voor Volkert van der G., dan zegt iedereen dat komt door de politieke druk. En als er vrijspraak volgt, dan zou dat komen doordat een van de rechters links is. Voor de verandering heeft Mols gelijk. Alleen zijn conclusie dat het dus Hoogendijk is die "de rechtsstaat ondermijnt", is weer onversneden juridische lariekoek. Het is de wereldvreemdheid en arrogantie van de rechterlijke macht zelf die deze situatie heeft gecreëerd.
Informatie in bijbanenregisters van Hop over rechters die in dit artikel worden genoemd
Meervoudige Kamer die Volkert van der G. moeten gaan berechten:
Bauduin, F.G, C161202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam
Gijsberts, T.J.M. mevrouw, C161202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam
Vermolen, Arnold, C081202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam
Samenstelling Gerechtshof Arnhem in de zaak Rem (Ohra):
"Ohra betaald u (Rem) het bedrag onverplicht uit, omdat Ohra wel weet dat zij in het hoger beroep bij het Hof toch gaat winnen. Dat merkt u wel. Ohra heeft immers niets te vrezen"
Lion, R. C301102 J. Hop bijbanenregister Hof Arnhem
Kerssemakers, J.H.M. C301102 J. Hop bijbanenregister Hof Arnhem
Grinten, J.W.M.C301102 zijn naam is nergens meer als rechter te vinden in bijbanenregisters, info gevraagd?
Elzas, R.P.H., C301102 J. Hop bijbanenregister Hof Arnhem
Overige rechters die in het artikel van HP de Tijd worden genoemd:
Bovend'Eert, P.P.T. Dr, C110506 J. Hop bijbanenregister rechtbank Zutphen
Delden, Bert van C0812102 zijn naam is nergens meer als rechter te vinden in bijbanenregisters, info gevraagd?
Huydecoper, Jhr. Mr. J.L.R.A., C081202 J. Hop bijbanenregister Hoge Raad
Jurgens, E., C081202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam
Mols, Gerard C301102 J. Hop bijbanenregister rechtbank Maastricht
Pastoor, J.J.L. C301102 J. Hop bijbanenregister rechtbank Leeuwarden
Rensema, J. , C081202 zijn naam is nergens meer als rechter te vinden in bijbanenregisters, info gevraagd?
Tonkens-Gerkema, W. Wil Mw.C081202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam
Wolf, Mevrouw D.J.B. de, C081202 J. Hop bijbanenregister Hof Den Bosch
Bron: Burojeugdzorg.
De Zaak Jack Bogers: is de Waarheid wel gewenst?
Door Peter Siebelt Publicatiedatum: 22-04-2003
Red.: Peter Siebelt is als onafhankelijk onderzoeker niet verbonden aan het Libertarisch Centrum. De auteur is fel gekant tegen elke vorm van autoritair gezag en onderschijft de doelstelling van het Libertarisch Centrum dat de vrijheden en eigendommen van personenen dienen te worden gerespecteerd.
Een voorpublicatie uit het nog te verschijnen boek:
ECO NOSTRA: HET NETWERK ACHTER VOLKERT VAN DER GRAAF
Op 30 januari 2003 boog de kandidatencommissie van GroenLinks voor de Eerste Kamer zich over de conceptlijst voor de senaatsverkiezingen. Een lid van die kandidatencommissie, Jack Bogers, staat vandaag terecht wegens het schenden van het ambtsgeheim. Waarschijnlijk zullen de strafrechtelijke gevolgen van zijn daad miniem zijn en zal de burger worden onthouden wat de daadwerkelijke gevolgen zijn van zijn handelen: dat de volledige waarheid omtrent de moord op Pim Fortuyn nooit meer te achterhalen is.
Om toch enig licht te laten schijnen op Jack Bogers en de invloed die hij en een aantal van zijn partijgenoten hadden en hebben op de wereld van Volkert van der Graaf, bieden wij u deze publicatie aan. Behalve Bogers spelen Chris Huinder en Wilbert Willems een zeer dubieuze rol in deze voorpublicatie uit ECO NOSTRA, een binnenkort te verschijnen boek over de moord op Fortuyn.
Op 17 februari 2003 maakten Bogers en de rest van de kandidatencommissie de definitieve lijst voor de Eerste Kamer bekend: Chris Huinder op de tiende plaats en Wilbert Willems op nummer elf. Na de verkiezingen voor de Eerste Kamer op 26 mei 2003 zal blijken of dit illustere gezelschap in de Eerste Kamerfractie komt voor GroenLinks.
Huinder gaat net als Volkert knokken voor de kwetsbaren in onze maatschappij, zo zegt hijzelf. ,,Ik deed het decennia lang in actiegroepen en derdewereldclubs, in tijdschriften en debatpanels. Ik wil het nu gaan doen in de senaat," aldus Huinder.1
Volgens de commissie heeft Huinder een brede achtergrond: ,,Kennis van buitenlands beleid, ontwikkelingssamenwerking, internationale verdragen en conventies, burgerparticipatie, vooral die van allochtonen, en de multiculturele samenleving (projectleider bij Forum). Hij zou graag met enthousiasme zijn veelzijdige ervaring en netwerken willen inzetten in de Eerste Kamer. Een afweging tussen vernieuwing en continuïteit heeft ertoe geleid dat de commissie hem voordraagt voor plaats 10."2
Over Willems schrijft de commissie eveneens lovend. ,,Wilbert Willems is in staat gebleken zijn enorme netwerk, onder meer opgebouwd als veeljarig Tweede-Kamerlid, actueel te houden en verder uit te bouwen op basis van advieswerk op breed maatschappelijk terrein. De commissie was onder de indruk van de politieke en ook persoonlijk sprankelende uitstraling van Wilbert."3
Dat klinkt allemaal heel mooi. Strafrechtelijk zal het dan ook heel moeilijk zijn om deze politici op het matje te roepen voor de gevolgen van hun daden. Maar kunnen we hun daden ook moreel goedkeuren? Leest u mee en oordeelt u zelf.
HOOFDSTUK 2
MOORDDADIGE ENGELBEWAARDERS
Op 27 maart werd Volkert van der Graaf door de Amsterdamse rechtbank berecht. "Justitie zou bij die gelegenheid kunnen uitleggen waarom de Binnenlandse Veiligheidsdienst geen greep kon krijgen op het circuit waarin de verdachte verkeerde," schreef het Reformatorisch Dagblad in een voorbeschouwing van deze zaak. Opmerkelijk is dat tegenover Justitie een rechter zat die zelf heeft meegewerkt aan de afbraak van onze veiligheidsdienst.
In dit hoofdstuk wordt belicht hoe GroenLinks en zijn achterban de BVD hebben ondermijnd. Hun activiteiten hebben er in belangrijke mate toe bijgedragen dat Van der Graaf onbelemmerd kon opgroeien van idealist tot moordenaar.
Enkele bevindingen van dit onderzoek zijn reeds verschenen in een aantal media. Het meest spraakmakend was wel het artikel in De Telegraaf van 18 januari 2003 waarin de dubbelrol van ex-wethouder Bogers uit Wageningen wordt beschreven. Bogers was tot tweemaal toe de engelbewaarder van Van der Graaf. Op 6 mei 2002, de avond van de moord, en in april 1990.
Op zes mei 's avonds, enkele uren na de moord, krijgt burgemeester Jaap Sala van Wageningen via het hoofd van de afdeling Burgerzaken te horen dat de politie het doopceel wil lichten van een voormalige inwoner van Wageningen en oud-student milieuhygiëne aan de Landbouwuniversiteit wegens de moord op Fortuyn. Het gaat om Volkert van der Graaf, werknemer bij Vereniging Milieu-Offensief. Sala belt daarop zijn wethouders, onder wie Jack Bogers, en informeert hen over de arrestatie van Van der Graaf.
Sala wil overleggen, want hij is bang voor rellen in Wageningen. Op televisie heeft hij de rellen in Den Haag gezien en hij vreest dat deze naar Wageningen zullen overslaan. Met de wethouders wordt afgesproken dat zij zich aan de geheimhoudingsplicht houden. Sala zal als enige officiële woordvoerder naar buiten treden. Later belt Sala Bogers nogmaals en vraagt hem - zéér vertrouwelijk - of hijzelf Van der Graaf kent.
Bogers, die in Wageningen veel contacten heeft met linkse actiegroepen, belt vervolgens in het diepste geheim zijn vriend Sjoerd van der Wouw, voorzitter van de Vereniging Milieu-Offensief: ,,Er is een Volkert opgepakt. Als dat jouw Volkert is kun je verwachten dat de politie ook belangstelling heeft in jouw verhaal." Vanaf dat moment zingt de naam van Van der Graaf rond. Hierdoor heeft de politie geen schijn van kans om als eerste in contact te komen met de omstreden milieuactivisten. Ze krijgen alle tijd om belastend materiaal te vernietigen. Zo is er mogelijk nog dezelfde avond belastend materiaal uit het kantoorpand van Milieu-Offensief in Wageningen verdwenen. Zeker is dat op de avond van de moord na tien uur 's avonds ongeveer 200 bestanden door iemand uit Van der Graafs computer thuis zijn verwijderd.
Met zijn handelen heeft Bogers zijn ambtsgeheim geschonden, aldus de plaatsvervangend persofficier, mr. B. Steensma, van het OM in Arnhem. Hierop staat maximaal een jaar gevangenisstraf en een boete van 11.250 euro.
De ondermijnende acties van Bogers én van zijn partijgenoten van GroenLinks staan niet op zich, maar maken deel uit van een jarenlange en goed georganiseerde aanpak tegen politie en inlichtingendiensten. Een aanpak die tot op vandaag de dag in volle gang is. Een campagne die tot doel heeft een wel zéér dubieus netwerk te beschermen tegen te veel belangstelling van de Nederlandse overheid. Een netwerk vol met krakers, anarchisten, verkrampte communisten, zogenaamde pacifisten en terroristen.
Ook prominente politici, professoren, hoogleraren en juristen nemen eraan deel. Zelfs Nol Vermolen, een van de rechters die Van der Graaf een belachelijk lage straf gaf, maakte deel uit van het netwerk. Een machtige schaduwregering die systematisch - beetje bij beetje - de politie en de inlichtingendiensten dusdanig vleugellam heeft gemaakt zodat idealisten als Volkert zich ongestoord konden ontwikkelen tot potentiële moordenaars.
www.libertarian.nl (http://www.libertarian.nl)
De kunst van het liegen.........................
Censuur in Nederland
Databank over (de verborgen agenda van) advocatuur, kinderbescherming, rechterlijke macht en politiek
Katholiek Nieuwsblad, Dick Berts, freelance journalist.
Het onbehagen in de politiek neemt toe. Doofpotten en corruptie-schandalen beheersen in heel Europa de voorpagina's. Maar er is vooral behoefte aan rechtstreekse informatie, zonder bemiddeling van de klassieke media. Internet voorziet daarin. De gedachte aan een politieke samenzwering tegen Pim Fortuyn is officieel taboe. Toch zijn daar aanwijzingen voor, aldus Dick Berts. Het typisch Nederlandse idee dat iedereen die een samenzwering vermoedt, zelf een beetje gek is, werkt stille samenspanning bij de autoriteiten in de kaart.
Frits Wester zei in het RTL4 Nieuws van dinsdag 14 mei 2002 over De commissie-Van der Haak, die het gebrek aan beveiliging van Pim Fortuyn aan het onderzoeken is: "In de marge van hun onderzoek zullen ze ook proberen een aantal complottheorieën uit te sluiten" Niet onderzoeken, maar uitsluiten dus; als vooropgezet doel. Demissionair minister van Binnenlandse Zaken Klaas de Vries liet eerder weten dat bij zijn ministerie, de BVD en de Rotterdamse "geen concrete dreiging" bekend was geweest. Een kind kan begrijpen dat dit een leugen van de allerergste soort is. Alleen al door het feit dat Fortuyn eerder twee taarten gemaakt van poep, urine en braaksel in zijn gezicht gekregen. Maar Klaas de Vries beheerst de kunst van het liegen tot in de puntjes. Dankzij zijn virtuositeit op dit gebied kon Klaas vaak de Tweede Kamer zand in de ogen strooien.
Ik ben in het bezit van een klein boekje dat met gemak door de heer De Vries geschreven zou kunnen zijn. Het draagt de curieuze titel De kunst van het liegen is gedrukt door de Britse Voorlichtingsdienst door de Landsdrukkerij te Londen in 1944. Het boekje beschrijft de prestaties van een groot Duits aartsleugenaar uit deze periode. "Er is in de grove leugen altijd iets geloofwaardigs gelegen, omdat de grote massa in een land in haar primitieve eenvoud van geest eerder het slachtoffer van een grote dan van een kleine leugen wordt, aangezien zij zichzelf aan leugens om kleinigheden schuldig maakt, maar zich ervoor zou schamen leugens op grote schaal te debiteren. Het zou nimmer bij haar opkomen enorme onwaarheden te vertellen en zij zou niet wil geloven, dat anderen de brutaliteit zouden hebben de waarheid op zo onbeschaamde wijze verdraaien." Was getekend, A. Hitler
Vuile zaakjes.
Het falen, als het niet erger is, van Klaas de Vries met betrekking tot de beveiliging van Fortuyn is dermate evident, dat eenieder die zitting neemt in een commissie die moet onderzoeken of de minister al dan niet iets te verwijten valt, daardoor al bewijst dat hij niet integer kan zijn. Als Nederland nog een rechtsstaat zou zijn geweest, was het onderzoek naar de schandalige tekortkomingen in de beveiliging van Fortuyn ogenblikkelijk in handen gegeven van het Openbaar Ministerie, om te bezien of de minister van Binnenlandse Zaken of anderen dood door schuld ten laste zou kunnen worden gelegd. Ook het feit dat een van de grootste bestuurlijke sjoemelaars van Nederland, mr. R. J. Hoekstra, in de Commissie-Van der Haak zit, bewijst dat hier een schandelijke afdekoperatie wordt uitgevoerd. Hoekstra is namelijk meermalen door de Tweede Kamer op de vingers getikt, omdat hij archiefmateriaal over de Inlichtingendienst Buitenland en over vuile zaakjes van Lubbers en Kok bewust en volstrekt illegaal door de papiervernietiger heeft gehaald. Hoekstra werd ook door Kok van stal gehaald, om met een onderzoek à la Kemenade de parlementaire enquête Bijlmermeer te voorkomen. Tijdens deze enquête viel Hoekstra als een leugenaar door de mand. Tenslotte deed KN op 19 april nog verslag van de aangifte die tegen Hoekstra is gedaan wegens frauduleus handelen als staatsraad van de Raad van State. Helaas past het geheugen van de vaderlandse pers in een halve speldenkop. Of zou het feit dat er geen kritiek komt op de benoeming van Hoekstra iets te maken hebben met het feit dat dit oliemannetje van Kok lid is van het curatorium van het perscentrum Nieuwspoort in Den Haag? Tijdens de parlementaire enquête Bijlmermeer spraken kroongetuigen elkaar op kardinale punten onder ede tegen. Maar niemand werd aangeklaagd wegens meineed. Daarmee werd ook het zwaarste middel tot waarheidsvinding binnen ons politieke bestel een farce. Om maar heel eerlijk te zijn, ik geef geen cent meer voor deze zogenaamde democratie. Het is gewoon wachten op de grote klap.
Behalve de verkankering van wat eens een rechtsstaat was, is er nog een oorzaak waardoor de waarheid rondom de moord op Fortuyn wel nooit boven water zal komen, namelijk het feit dat mensen kuddedieren zijn. Hun neuzen staan vrijwel altijd in dezelfde richting. Slechts weinigen hebben de moed om op hun eigen kompas te varen. Wie in dit land ook maar suggereert dat achter de moord op Fortuyn wel eens een politiek complot zou kunnen zitten, wordt keihard uitgelachen en tot complotgek bestempeld. De wijd verbreide opvatting dat complotten in dit land gewoon niet voorkomen, vormt nu juist de perfecte voedingsbodem voor samenzweringen, omdat ieder correctiemechanisme daardoor per definitie wordt uitgesloten. Analoog daaraan vormde onze collectieve overtuiging dat politieke moorden in Nederland niet voorkomen, de perfecte omstandigheid om er een te plegen. Rondom de moord op Fortuyn hebben zich merkwaardige zaken voorgedaan die wijzen op meer betrokkenen.
Toch wist justitie zo ongeveer een uur na de moord al te melden, dat Folkert van der G. in zijn eentje opereerde. Als geen ander besef ik, dat complottheorieën bij politieke moorden altijd de kop zullen opsteken, ook als de moordenaar inderdaad een solistisch opererende gek was. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om met een open mind en in volstrekte onafhankelijkheid zo goed mogelijk te onderzoeken wat er nu echt gebeurd is. Maar een dergelijke geestelijke instelling ligt boven polderniveau en lokt een vernietigende reactie uit van alles wat kan afbreken in deze lage landen. Ook in de groep van vijftig rechercheurs die de moord op Pim Fortuyn onderzoeken, zal hetzelfde dodelijke mechanisme zijn werk doen.
Censuur in Nederland. De moord op Pim kost Nederlanders veel vrijheid (van meningsuiting) en een Fortuyn
Vrij snel na de moord op Pim Fortuyn zijn diverse ministeries gaan vlooien in Algemene Bestuurswetgeving. Meer dan 1000 aanpassingen zijn gedaan. Dit heeft o.a. geleid tot het afschaffen van de ‘actio popularis’ het recht van een ieder voor derdenbezwaar op milieubesluiten, bestemmingsplannen en handhaving.
456 Actio popularis procesrecht van een ieder is gewijzigd in procesrecht van direct belanghebbenden
193 Fortuyn. Toeschrijven naar conclusie is een bekende truc van de overheid om de aandacht af te leiden van zaken waar het werkelijk om gaat
292 Fortuyn. Startpagina Donner. Confrontatie LPF met CDA Minister van Justitie Donner over norm voor meenemen of wepmeppen van winkeldief
359 Fortuyn. Hans Smolders: "Als je er zelf inzit dan zie je pas hoe de mensen door Den Haag belazerd worden" met zwartboek beveiliging Pim Fortuyn
183 Fortuyn. Democratie in Nederland is een illusie III, Vetorecht CDA/VVD over LPF'ers
182 Fortuyn. Democratie in Nederland is een illusie II, Lijst Pim Fortuyn razendsnel ingepolderd
288 Fortuyn. Democratie in Nederland is een illusie I, waarschuwing voor kamerleden/onderhandelaars LPF
178 Fortuyn. De kunst van het liegen, tevens waarschuwing voor Hoekstra in onderzoekscommissie Haak
281 Fortuyn. Hetze en taalgebruik tegen Fortuyn. Partij van de Arbeid krijgt pak slaag van kiezers
280 Fortuyn. Informatie over de commissie en het (overheid)onderzoek naar de beveiliging rond Pim Fortuyn
282 Fortuyn. Westbroek: Één mistdruppel voel je niet, maar komt het van alle kanten dan zorgt dat voor een ander politiek klimaat
275 Fortuyn. Demmink zou LPF-minister Nawijn hebben gewaarschuwd geen lijsttrekker te worden van LPF omdat de partij uit criminelen zou bestaan
284 Fortuyn. Rene Diekstra op zoek waarom gevestigde politiek geen afdoende antwoord had op Fortuyn
285 Fortuyn. Pim Fortuyn van Nederlandse Le Pen tot Kennedy
286 Fortuyn. Volkert leek vooral berekenend. Klacht Milieu-Offensief bij Raad voor de Journalistiek ongegrond
391 Fortuyn. Openbaar Ministerie: "Van der G. is een calculerende dader"
105 Fortuyn. Toelichting officier ter terechtzitting Amsterdam in strafzaak verdachte moord Fortuyn
159 Fortuyn. Dijkstal over Fortuyn
Directe lijn tussen Volkert en GroenLinks
Er loopt een directe lijn van Volkert van der Graaf, de moordenaar van Pim Fortuyn, naar GroenLinks (GL). Volkert van der Graaf maakte deel uit van een extreem-linkse politieke beweging waarvan GroenLinks grotendeels de wettige bovenlaag vormt. Dat zegt onderzoeker Peter Siebelt in HP/De Tijd van deze week.
Hij beschuldigt de partij van Femke Halsema van betrokkenheid bij gewelddadige praktijken. "Zelfs veel van de partijmedewerkers, die in Wereldwinkels braaf Max Havelaar koffie verkopen, beseffen niet dat hun partij wordt geleid door generaties radicalen die geweld niet schuwen. Men kijkt niet achter de schermen", aldus Siebelt in het opinieweekblad.
Volgens de onderzoeker heeft Volkert van der Graaf veel profijt getrokken van de sabotage van politie en Inlichtingendiensten door GroenLinks en diens netwerk. Een bekend voorbeeld is de ontmaskering in 1990 van Joop de Boer, vredesactivist en informant van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Deze ontmaskering werd door GroenLinks gebruikt om de dienst op de korrel te nemen. Overigens deed De Boer zijn bekentenis dat hij werkte voor de BVD pas na te zijn bedreigd met stroomstoten.
Verdacht hiervan werd GroenLinks-lid Peer de Rijk. Hij werd gearresteerd, maar vervolging door justitie bleef uit. De Rijk is tegenwoordig werkzaam bij WISE, een instituut tegen kernenergie. Hij is ook de broer van de zojuist afgetreden GroenLinks-partijvoorzitter Mirjam de Rijk, die zich vroeger nog wel eens aan een kerncentrale vastketende en sinds kort in de Eerste Kamer zit. Haar partner is GroenLinks-Tweede-Kamerlid Wijnand Duyvendak. En diens broer Jan-Willem Duyvendak is de partijideoloog. In dezelfde campagne tegen de "snuffelstaat" fnuikte GroenLinks in 1990 een infiltratieactie van de BVD in Volkert van der Graaf's kringen.
De dienst probeerde een beter zicht te krijgen op radicale activisten in Wageningen. Doordat ook deze poging door GroenLinks aan de grote klok werd gehangen, kon Volkert van der Graaf volgens Peter Siebelt ongehinderd radicaliseren.
Een van de verantwoordelijken voor deze praktijken was Jack Bogers, ten tijde van de moord op Fortuyn loco-burgemeester in Wageningen. Kort na de arrestatie van Volkert van der Graaf kreeg Bogers van de Wageningse burgemeester Sala een telefoontje. Sala vertelde -onder strikte geheimhouding- dat een medewerker van Vereniging Milieu-Offensief (VMO) werd verdacht van de moord op Fortuyn.
Bogers informeerde onmiddellijk zijn goede vriend Sjoerd van de Wouw van VMO, die weer naar het huis van Volkert belde, waar diens vriendin Petra Lievense de telefoon opnam. Toen de politie de volgende dag Volkert van der Graaf's woning doorzocht, bleken 200 bestanden op de computer te zijn gewist. Ook op het kantoor van VMO waren digitale sporen uitgewist.
Mogelijk is belangrijk bewijsmateriaal verdonkeremaand. Op de dinsdagavond na de moord vond op het partijkantoor van GroenLinks-Wageningen crisisberaad plaats. Bogers was aanwezig, evenals Marian Stuiver (gemeenteraadslid GroenLinks), Rob Janmaat (gedeputeerde GroenLinks), Jasper van der Hout (waarnemend voorzitter VMO) en enkele radicale activisten. De aanwezigen weten Volkerts daad aan zijn geestesgesteldheid.
Ze zeiden eensluidend dat de milieubeweging hier niets mee te maken had. "Volkert van der Graaf (…) is een onderdeeltje van een goedgeoliede, invloedrijke beweging", concludeert onderzoeker Siebelt in HP/De Tijd. "Een beweging die wel een Volkert móést baren."
Directe lijn tussen Volkert en GroenLinks”
Jaap de Wreede, Reformatorisch Dagblad, 4 juni 2003
http://www.refdag.nl/artikel/60529/„...oenLinks”.html (http://www.refdag.nl/artikel/60529/„Directe+lijn+tussen+Volkert+en+GroenLinks”.h tml)
Rapport recherche over moord op milieubeambte Onderzoek Nationale Recherche
'Bewijs tegen Van der G. stapelt zich op'
door Martijn Koolhoven
ZOETERMEER - Uit een geheim rapport van de Nationale Recherche blijkt dat justitie wel degelijk over sterke aanwijzingen beschikt dat Volkert van der G., de moordenaar van Pim Fortuyn, ook verantwoordelijk is voor de liquidatie van de 43-jarige milieuambtenaar Chris van der Werken in 1996 op landgoed Welna in Nunspeet.
Van der Werken werd op 22 december van dat jaar tijdens zijn werk van achteren met drie kogels neergeschoten. Deze brute moord is nooit opgehelderd. Naar nu blijkt heeft de Nationale Recherche ( NR) van het KLPD na de moord op Pim Fortuyn in het diepste geheim onderzoek gedaan naar " feiten waarmee Van der G. buiten de moord op Fortuyn in verband mee is gebracht", maar die onopgehelderd zijn gebleven.
Milieuactivist
Een van deze zaken is de onopgeloste moord op Van der Werken, waarvan al eerder werd vermoed dat de milieuactivist Van der G. ermee te maken zou kunnen hebben.
Van der G. en van der Werken waren in 1995 en 1996 met elkaar in conflict gekomen over de aanpak van het zogenaamde ammoniakreductieplan. Van der Werken was uit hoofde van zijn functie medeverantwoordelijk voor de uitvoering van dit plan, dat voor Van der G. en zijn Vereniging Milieu Offensief (VMO) allemaal niet ver genoeg ging. Uit het onderzoek van de Nationale Recherche blijkt dat:
* Van der Werken kort voor zijn dood tegenover een getuige (boer B.) heeft verklaard dat Volkert van der G. hem met de dood had bedreigd.
* getuigen kort na de liquidatie op landgoed Welna o.a. een rode Opel Kadett hebben waargenomen. Van der G. had, zo blijkt uit het onderzoek van de Nationale Recherche, in 1996 een rode Opel Kadett;
* net als Fortuyn is ook Van der Werken van achteren in de bovenrug neergeschoten;
* de huisbaas van de woning in Amersfoort, waar Van der G. in 1996 woonde, heeft verklaard dat hij in de zomer van 1996 in hun woning in een fruitkistje een vuurwapen had ontdekt. * Van der G. geen sluitend alibi heeft voor de moord op de milieuambtenaar.
De schokkende conclusies hebben niet geleid tot heropening van het onderzoek. Maar "nieuw vervolgonderzoek is niet ondenkbaar", dus de NR.
Link tussen Van der G. en vermoorde ambtenaar
door John van den Heuvel en Ernst Nordholt HILVERSUM - Er is een duidelijke connectie tussen Volkert van der G., de vermoedelijke dader van de moord op Pim Fortuyn, en milieuambtenaar Chris van der Werken uit Nunspeet, die in 1996 om het leven werd gebracht. Op deze opmerkelijke informatie is het politieteam dat het verband tussen de aanslag op Fortuyn en de moord op Van der Werken onderzoekt, gestuit.
Rechercheurs van de politieregio Noord- en Oost-Gelderland hebben vorige week woensdag in Wezep dossiers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe in beslag genomen, waaruit de link tussen Van der Werken en Van der G. blijkt.
Van der Werken, als milieuambtenaar werkzaam bij het intergemeentelijk samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe, was betrokken bij het adviseren over vergunningen. In die positie lag hij volop in de clinch met Van der G., die stelselmatig bezwaar indiende tegen gemeentelijke vergunningen voor vooral Veluwse veehouderijen.
Uit de bij de Glenn Millschool in Wezep (waar de vergaderingen van het intergemeentelijk samenwerkingsverband plaatsvonden) in beslag genomen stukken blijkt dat er een moment is geweest dat Van der G. opzettelijk onwetend is gehouden over vergaderingen omtrent een ammoniakreductieplan. De politie heeft ontdekt dat bij de aankondiging van een belangrijke vergadering in 1996 over dit plan, met de hand de mededeling 'Volkert van der G. niet uitnodigen' is geschreven.
Het besluit om Van der G. te weren lijkt afkomstig van Van der Werken, die overigens aanvankelijk juist geen moeite leek te hebben met de rol van de milieuactivist.
Uit stukken waarin deze krant inzage heeft gehad, valt te lezen hoe Van der Werken in een advies op 25 april 1995 schreef dat de Vereniging Milieuoffensief (waarvan Van der G. lid was) moest worden opgenomen in de stuurgroep "omdat naar onze mening niet om Milieuoffensief heen kan worden gelopen".
"Met name door de bezwaren van Milieuoffensief kan de vergunningverlening worden geblokkeerd." Aldus de letterlijke passage uit een concept-raadsvoorstel van de hand van Van der Werken.
Het rechercheteam houdt er nu rekening mee dat Van der G. mogelijk heeft ontdekt dat hij bewust buiten de deur is gehouden en daarover mogelijkerwijs verbolgen is geraakt.
Milieuambtenaar Van der Werken werd op 22 december 1996 met twee kogels om het leven gebracht in een bos tussen Epe en Nunspeet. De moord vond plaats op een dag dat het landgoed Welna druk werd bezocht. Getuigen vonden het slachtoffer kort na de schoten. Eerste hulp mocht echter niet meer baten. Ondanks speculaties over de aanleiding werd de dader nooit opgepakt.
Na de moord op Fortuyn is de dood van de ambtenaar weer volop in de schijnwerpers gekomen. Naast onderzoek naar een mogelijk motief van Van der G. gaat de politie aan de hand van ballistisch onderzoek ook na of het wapen of de munitie waarmee Fortuyn om het leven is gebracht, ook in de zaak-Van der Werken een rol hebben gespeeld.
Fragmenten uit het onderzoeksrapport Volkert van der Graaf
Dit eind rapport geeft een samenvatting van de bevindingen van het opsporingsonderzoek. tevens wordt onderbouwd waarom. OM en recherche hebben geconcludeerd dat de moord op Fortuyn het werk van een individuele is gewest op basis van feiten en in weerwil van vele komplottheorien in boeken, kranten en op internetsites. Het zorgvuldige onderzoek heeft namelijk geen enkele overtuigende aanwijzing opgeleverd voor een samenzwering. Er is geen grond om aan te nemen dat van der Graaf zijn plannen met andere heeft gedeeld, met andere heeft voorbereid of uitgevoerd.
Van der Graafs bekentenis alleen is daarbij niet doorslaggevend geweest. Hij heeft het strafdossier uitgebreid heeft kunnen bestuderen voordat hij een verklaring aflegde. In een brief aan zijn vriendin Petra L. schrijft hij bovendien: Overigens, mocht ik ooit een verklaring geven aan de rechterlijke macht of de media dan hoeft dat uiteraard niet de waarheid zijn. voor de buitenwereld is de waarheid niet belangrijk-het hoeft slechts functioneel te zijn. Naar jou toe zal ik wel eerlijk zijn. Ik vind dat jij er recht op hebt net als
S.
Maar bekentenis, technisch bewijs en opsporingsonderzoek naar achtergrond en de gangen van de dader wijzen in dezelfde richting, hoewel het opsporingsonderzoek soms een andere inkleuring geeft en een ander beeld van de persoon, Als bekentenis en ander bewijs niet met elkaar stroken dan is dat in dit eindrapport expliciet aangegeven en beargumenteerd. waarbij voorzichtigheid op haar plaats is uiteraard.
Dit raport bevat gevoelige opsporingsinformatie over een politiekgevoelige recente strafzaak. Enkele feieten waarmee Van der Graaf buiten de moord op Fortuyn in verband mee is gebracht - of redelijkerwijs gebracht zou kunnen worden - blijven onopgehelderd. nieuwe feiten en nieuw vervolgonderzoek zijn niet ondenkbaar. Daarom heeft dit rapport de status zeer vertrouwelijk.
Het uitlekken van de inhoud kan betekenen dat de opsporing en vervolging ernstige schade lijdt, ook nu de specifieke opsporing naar Fortuyn is gestaakt en de vervolging van de verdachte Van der Graaf is geëindigd. De belangen van opsporing en vervolging wegen tot tenminsten vijf jaar na zijn onherroepelijke veroordeling dan het recht op kennisneming/inzake de inhoud op basis van Wet Openbaarheid Bestuur, de Wet Politieregisters of soortgelijke (toekomstige) regelgeving. Dit rapport zal worden opgeslagen in het register Zware Criminaliteit van de Dienst Nationale Recherche van het KLPD.
3.3 Onderzoek naar aankoop wapen door Van der Graaf
Bij verdachte Van der Graaf thuis zijn kranteknipsels aangetroffen uit februari 1993. uit deze kranteknipsels blijkt dat een aktiegroep die zich "Boeren-Offencief" noemt, VMO en anderen heeft bedreigd. Sjoer van der Werken is persoonlijk bedreigd. "De gierput zal jullie grafkelder zijn. Dit is geen loos dreigement", kopt een krant. Een ander artikel, uit diezelfde week, heeft als kop : "erger kan het niet meer. Tenzij er pistolen worden gebruikt". In een begin 1997 aflgelegde getuigenverklaring bij de politie (i.v.m. het van der Werken-onderzoek, zie hoofdstuk 5) zegt Van der Graaf dat hij wel eens denkt: voor hetzelfde geld was ik het geweest met een kogel in mijn rug". Ook verklaard hij dat hij slachtoffer is van inbraak en intimidatie door een "vrij agressieve groep" mensen van een nertsfokkersbedrijf uit Putten.
In 1996 woont Van der graaf korte tijd samen met een vriendin, Astrid S. in Amersfoort. Op de naam van S. hadden zij een bovenverdieping met zolder aan de Hunzestraat gehuurd, de huisbaas herinnert zich dat het stel er in mei 1996 introk. Hij verklaart: "Als ik de etage verhuur hou ik de sleutel voor noodgevallen. Ook staat er in het contract dat ik het recht had om in de woning re kijken voor controle. omdat ik het nogal rommelig vond, ben ik in juni of in juli 1996 de woning ingegaan. Volkert en S. waren er op dat moment niet. "Op zolder ziet hij een matras liggen met ernaast een fruitkistje met mannenkleding
"In het kistje lag een bruin kartonnen doosje. Het doosje was ongeveer 30 x 25 x 8 cm groot. Op het doosje zat een deksel die in zijn geheel afgelicht kon worden. Het doosje zat dicht. Er stond geen tekst op het doosje." De huisbaas, nieuwsgierig opent het doosje. Hij ziet een vuurwapen liggen. "Ik zag dat het een zwart of antracietgrijs vuurwapen was, U vraagt mij of ik weet of het een revolver of een pistool was. Ik zag dat het een plat waoen was zonder draaitrommel. Ik heb het wapen gepakt en vastgehouden. Ik zag dat bovenop een schuif zat, Ik heb die schuif een keer naar achteren gehaald en hoorde het geluid: "klik - klik"van metalen delen. Er gebeurde niks, er
viel ook geen kogel uit het wapen nadat ik het had gedaan. Het vuurwapen woog best zwaar. Onderin het handvat zat iets met een lip, volgens mij de houder. er gebeurde verder niks. dit was de enigste keer in mijn leven dat ik een pistool in mijn handen heb gehad.
Ik zag in het doosje ook een aantal kogel liggen. Ik meen zeven of acht stuks. Ik heb deze verder niet aangeraakt. u laat mij een kogel zien uit het politiepistool. ik kan u zeggen dat de kleur, koperkleurig, hetzelfde is. Volgens mij waren de partronen die in het doosje lagen iets korter, maar de breed is ongeveer hetzelfde."
De huisbaas doet het pistool terug in het doosje en sluit de deksel. "Ik heb dit niet gemeld aan de politie. Ik heb er met niemand overgesproken, zelfs niet met mijn vrouw.
Pas vorige week heb ik er met andere over gesproken. Ik heb ook nooit tegen Volkert en zijn vriendin gezegd dat ik in hun woning was geweest."Hij vermoedt dat het wapen zoals hij het aantrof, van Van der Graaf was. Hij heeft later tegen S. en Van der Graaf gezegd dat ze hun woning wat schoner moesten houden.
S. verklaart dat alleen Van der Graaf en zij op zolder hebben geslapen. Zij herinnert zich dat Van der Graaf een zakmes had. 'Nee, ik heb nooit een vuurwapen bij Volkert gezien. ik heb ook nooit gehoord of gemerkt dat hij een vuurwapen had". Als de verbalisanten haar informeren dat de huisbaas op de zolder een vuurwapen heeft gezien, schrikt S. en begint te huilen. "Ik kan me dat niet voorstellen. Ik schrik hiervan. Als ik dat had geweten dan weet ik niet wat er toen gebeurd was, maar ik vind dat zoiets niet kan. Dan had het wapen metteen het huis uit gemoeten. Ik heb in die periode ook niet een doosje gezien, wat ik mij herinner. Als het een vreemd doosje was geweest had ik daar wel ingekeken.
Ik heb hier geen verklaring voor. ook in die periode werden Volkert en de mensen bij VMO werkten bedreigd. Ik kan hierop alleen als verklaring geven dat Volkert een vuurwapen had gekocht om zichzelf te verdedigen, maar ik weet hier niks van."
De voormalige huisbaas heeft meegewerkt aan een voorwerpconfrontatie. Hij herkent de STAR 9mm niet als het wapen dat hij destijds in 1996 heeft gezien. bij de derde selectie van wapens wijst hij uiteindelijk een Walther, model PP aan als mogelijk wapen.
Volgens CIE-informatie heeft Vander graaf in 1996 een pistool gekocht omdat hij zich bedreigd voelde door boeren.
Getuigen ...... Herinnert zich dat in 1998/1999 Van der Graaf zich terloops over het verkrijgen van een vuurwapen heeft uitgelaten: "Ik weet nog dat ik zo rond 1998/1999 bij Volkert in de auto zat. (...) Ik kan niet precies terughalen wanneer dat precies was. (...) Wij spraken toen over zelfmoord. Dat kwam van mij uit omdat dat bij mij toen speelde. Ik zei toen tegen Volkert dat ik me slecht voelde en dat ik mijzelf wel met een vuurwapen door het hoofd zou willen schieten als ik er een zou hebben. Volkert zei toen: "Ik kan daar wel aankomen".
..... denkt op dat moment dat dit grootspraak is van Van der Graaf en gaat niet op het onderwerp door.
5. Mogelijke verbanden met andere strafbare feiten.
Het rechercheteam heeft onderzocht og van der Graaf mogelijk betrokken is geweest bij andere strafbare feiten.
De opsporing van andere feiten was van belang omdat op deze manier mogelijk ernstige delicten kunnen worden opgelost, zocht wordt verkregen op eventuele mededaders of medeplichtigen op op voorbereidingshandelingen, Aandachtspunten zijn geweest de verbindingen met het op dierenbevrijdingsakties en brandstichtingen gerichte Escape-recherche onderzoek, de moord op milieuambtenaar Van der Werken, de terugkerende geruchten dat VMO bij chantage betrokken zou zijn, evtuele betrokkenheid
bij het taartgooi-incident'en eventuele betrokkenheid bij bedreigingen.
5.1 Het Escape-onderzoek
Tussen december 2000 en februari 2001 doet een bovenregionaal rechercheteam onderzoek naar brandstichtingen en vernielingen bij bio-industrie-bedrijven door dierenactivisten. Het onderzoek heeft de naam 'Escape'. Het onderzoek richt zich met name op vier bekenden activisten, wiens telefoons zij afgeluisterd. Uit twee afgeluisterde telefoongesprekken tussen verdachten en hun kennissen blijkt dat het postitieve standpunten van Fortuijn over de nertsenfokkerij sommige zeer ergert.
Op 7 januari 202, de dag na de Fortuijns televiese-optreden in het programma Business Class komt Fortuijns mening over bont naar voren in het telefoongesprek tussen verdachten Mark K. en Robert M. Zij noemen Fortuijn "Mongool"en Vette eikel"
"Hij moet echt - dood", zegt K.
M. lacht en zegt heel luid: "Jongen!"
'Oh sorry", zegt K "niet over de telefoon".
"Dat is binnen de politie denk ik ook niet jongen"hapert K.
"Ja, Dat meen je toch niet", zegt M.
"Oh neeeee", zegt K. "...monddood"
"monddood maken" herhaalt M.
"gewoon met plakband op z'n gezicht"zegt K.
"Ja, ja...ik zie je later mazzel"eindigd M. het gesprek.
In een afgeluisterd telefoongesprek tussen de hiervoor genoemde Robert M. en zijn kennis Geoffrey D. komt het nertsenfokverbot aan de orde. "D'r is gewoon een bewustzijns process opgang en eeh...ja dat, dan mogen we hopen dat dit een resultaat ervan is, een nertsfokverbod", zegt M.
D. reageert. "Nou, het is eigenlijk nog een stap mooier. Als 80% van de bevolking het wil dan moet het gewoon dus gebeuren. Want we leventoch zogenaamd in een democratie (...) Kijk en : Pim Fortuijn zegt dan vrolijk op televisie: 'Het eerste wat ik doe als ik in de regering zit is dat nersenstopverbod terugdraaien'.
Uit een afgeluisterd telefoongesprek tussen Van der Graaf en L. valt op te maken dat Van der Graaf Mark K. kent. De naam van Geoffrey D. is aangetroffen in zowel de adminstratie van VMO als in het zakboekje van Van der Graaf". D heeft antecedenten voor geweldpleging en staat bekend als lid van het dierenbevrijdingsfront. Overigens staat ook een telefoonnummer van het Animal Liberation Front in de agenda van Van der Graaf.
Het eerste gesprek is intern in het Escape-team beoordeeld en later na de aanslag, door de commissie- Van den Haak. De commissie schrijft dat de rechercheur die het gesprek op 7 januari 202 uitwerkte, de bewoordingen "niet serieus"vond en dat een ander rechercheur dezelfde mening was toegedaan. op 8 mei 202 heeft de BVD (nu AIVD)
het tapgesprek geluisterd. Zij oordeelt: "en ofschoon het hard overkomt dat plotsklaps iemand tegen een ander zegt dat Fortuijn dood moest, is de commissie toch de mening toegedaan dat hier sprake was van spontane ingeving van A;. en dat het hier niet ging om een idee dat in een later stadium door gesprekspartners op zijn haalbaarheid zou moeten worden onderzocht.
Het tweede gesprek is niet beoordeeld door de commissie Van den Haak, wellicht omdat hier niet over enig fysieke dreiging gesproken wordt. Het standpunt van Fortuijn komt slecht in zijn algemenheid aan de orde.
Volgens de commissie toont het (eerste) gesprek dat de uitspraken van Fortuijn op televisie "waren doorgedrongen tot de harde kern van dierenactivisten in Nederland en dat ze daar voor enige commotie zorgden.
5.2. De moord op Van der Werken
Chris van der werken is in 1996 de dan 43 jarige coördinator van de afdeling handhaving van het Intergemeentelijke samenwerkingsverband Noord-West Veluwe (Harderwijk, Nunspeet, Putten, Ermelo, Oldenbroek, Epe). Hij is een rustig man, gelukkig getrouwd, drie kinderen, gelovig, stil, door collega's omschreven als een compromiszoeker, niet doortastend, werd het spannend dan nam hij gas terug en bekeek het opnieuw, met een baard en een bril met jampotglazen. Hij gaat regelmatig wandelen op het landgoed Welna in Nunspeet om te genieten van de natuur.
Hij kent volkert van der Graaf. in 1995 en 1996 komen Van der Werken en Van der Graaf elkaar namelijk tegen bij de voorbereiding van het ammoniakreductieplan. de gemeente Elburg, Nunspeet, Harderwijk en Oldenbroek stellen gedurende 1995 en 1996 een gezamelijk ammoniakreductieplan (ARP) op. Door het plan komt er een intergemeentelijke coördinatie bij het overdragen van ammoniakemissierechten van de ene boer naar de ander boer, Van der Werken is uit hoofde van zijn funktie lid van de commissie die het plan voorbereidt. Ook zitten verschillende vertegenwoordigers van belangengroeperingen in de werkgroep, onder meer landbouworganisaties en VOM. Van der Graaf vertegenwoordigt VMO. De voorzitter is burgermeester De Groot van Harderwijk.
In juli 1996 bericht Van der Graaf namens VMO dat hij het in tegenstelling tot de andere werkgroepleden niet eens was met het voorstel. Zijn kritiek komt erop neer dat ARP te soepel is. "Bovendien geeft het ARP in zekere zin ook milieuwinst weg, doordat de rechten van bedrijven die ermee stoppen door een ander bedrijf overgenomen kunnen worden, terwijl de emissies anders voor 100% zouden vervallen."VMO is niet tegen bedrijfsuitbereidingen "maar dan moet er per saldo in vergelijking zonder ARP wel milieuwinst geboekt worden."Van der Graaf denkt dat een situatie zonder ARP zelfs beter zou zijn geweest dan dit ARP. In februari 1997 treedt het plan echter na goedkeuring door gedeputeerde Staten in werking.
Op zondag 22 december 1996 omstreeks loopt het oudere echtpaar B. door de bossen van het landgoed Welna, bij de Gortelseweg. Vlak voordat ze de Gortelseweg op lopen, horen ze een knal. Ze denken aan vuurwerk. Ongeveer vierhonderd meter verderop zien ze een persoon heen en weer lopen die "ongecontroleerde bewegingen maakt" (de heer B zegt regen de meldkamer ëen man"maar herroept dat later, hij kon niet zien of het een man of een vrouw was)
De persoon loopt linksaf het bos in richting Nunspeet. Mevrouw B kan zich herinneren dat de persoon "en felrode jas of trui had en iets donkers van onderen.
Verder kan ik hierover niks verklaren omdat de afstand veelste groot was. Ik weet ook niet welke haardracht deze persoon had". Als ze dichterbij komen zien ze iets op de grond liggen, ze denken eerst aan een vuilniszal of een hond of een zwijn. Als ze naderbij komen zien ze dat het een man is die ernstig bloedt. Hij wordt later
geïndentificeerd als Chris van der Werken. Hij is dood.
Ven der Werken is drie keer van achteren geraakt door kogels van het type Winchester 9mm hollow point silver tip. Het is dure munitie van zwaar kaliber, die in het lichaam verwoesting aanricht, deze munitie wordt met een pistool verschoten, niet met en geweer. Niet ver van de plaats delict treft de recherch een verse sigarettepeuk aan.
Het recherchebijstandsteam doet verschillende richtingen onderzoek. In de eerste instantie wordt de vrouw van het slachtoffer kort als verdachte aangemerkt. later doet het RBT onderzoek naar de herkomst van de kogels en houdt enkele personen in dat verband aan. het team onderzoekt Van der Werkens personlijke levenssfeer, gaat na of hij zakelijke contacten had, ondervraagt zoveel mogelijk personen die op die dag op het landgoed Welna waren en ondervraagt bekende stropers. De moord blijft uiteindelijk onopgelost.
Volkert van der Graaf wordt kort na de moord het RBT als getuigen gehoord. "Chris was een rustig mens"zegt van der graaf. "Tijdens de vergaderingen zei hij niet veel. Hij was milieu-ambtenaar maar in mijn visie sprak hij meer voor de boerenmensen dan voor de mensen die het milieu willen beschermen.
Naar mijn mening ging hij te veel en te vaak met de mensen van de bedrijven mee (...) Met Chris van de Werken was ik het zeker niet altijd eens maar haatgevoelens richting hem had ik niet." Hij zegt dat hij die dag in zijn huis aan het werk was.
Zes jaar later na de aanslag op Fortuijn, benadert een getuigen B. de politie. Hij heeft net als van der Graaf en Van de Werken deel uitgemaakt van de voorbereidingscommissie van het ARP. B is boer. B. verklaart dat na de laatste vergadering Van de Werken bij B. thuis kwam, B. had zijn bril op de vergaderlocatie laten liggen. "van de Werken kwam ontdaan binnen. Ik zag dat er iets bijzonders was, zonder te wetren wat er speelde". Ven de Werken verteld B. dat Volkert van der Graaf na de vergadering tegen hem zei: "Ze moesten je dood maken en ik zou daar ook wel bij willen helpen." B. raadt hem aan aangifte te doen, maar Van de Werken haalt zijn schouders op.
Getuigen hebben destijds bij het landgoed Welna diverse merken en kleuren auto's genoemd, onder meer zijn er rode Opels Kadett waargenomen. Van der Graaf had destijds een rode Opel Kadett. in zijn getuigenverklaring uit 1997 zegt Van der Graaf dat hij de moord had vernomen van kippenhouder Van der H. en de groene-schild medewerker M. zegt dat hem "nu achteraf" verbaast dat Volkert nooit over Van de Werken gesproken heeft. M. kende van de werken overigens niet persoonlijk. M. concludeert dat Van der Graaf de moord gepleegd zou kunnen hebben, hoewel hij daar (toen) geen aanwijzingen voor had.
"Ik heb bij Volkert nooit wapens gezien en hij sprak er ook nooit over. Ik heb van Volkert ook nooit bedreigende termen gehoord".
De overenkomst met de aanslag op Fortuijn is dat ook Fortuijn van achteren is neergeschoten. De Winchester 9mm hollow point silver top is niet verscjoten met het bij Van der Graaf in beslag genomen STAR-pistool. Er is geen hollow point munitie bij Van der Graaf op zijn woon adres gevonden. maar dat zegt misschien niet ve, omdat er (zie hoofdstuk 3) immers een verklaring is van Van der Graafs huisbaas uit Amersfoort. Uit deze verklaring zou afgeleid kunnen worden dat Van der graaf in 1996 een wapen thuis voorhanden had, dat afgaand op de fotoconfrontatie niet de STAR 9mm is geweest.
Los van nieuwe mogelijkheid dat Van der Graaf op Van de Werken geschoeten zou kunnen hebben, zijn er afgaande op het RBT-dossier nog andere opties.
* Persoonsverwisseling. Op landgoed Welna wordt regelmatig gestroopt. Het is vlak voor kerstmis. 's Ochtends horen verschillende getuigen meerdere schoten. Een getuige treft kadavers aan van edelherten en drie wilde zwijnen, De Winchester hollow point munitie is niet geschikt voor een geweer. maar jagers/stropers achten het wel geschikt voor het "afschot" (genadeschot) van het dier en voor het schieten van zwijnen van korte afstand met een pistool. de zwijnen zijn bijna tam en komen als je voerdert vanuit de auto. Van de Werken lijkt uiterlijk op een jachtopziener.
"ik ben er stil van, zeg maar rustig enigzins geschokt" verklaard de jachtopziener in kwestie. Van de Werken en de jachtopziener dragen allebei een muts en Van de Werken is op dag van zijn dood gekleed in een half lange bruine jas:
*Een onbekend motief van verdachte Biem B. B. is een man uit Lelystad die door een wapenhandelaar wordt omschreven als gebiologeerd door wapens. Hij woont in Lelystad en heeft legaal een illegale wapens.
Het RBT ontdenkt dat aan een wapenhandelaar in te Harskamp de bewuste Winchester hollow point munitie geleverd is. Deze wapenhandelaar verkoopt onderhandse munitie door. Aan B. heeft hij om en nabij de 350 van deze patronen verkocht. B. mist drie partonen en daar heeft hij geen verklaring voor. Zijn wapenverzameling en munitie heeft hij verstopt. B. heeft geen sluitend alibi voor 22 december 1996 0m 15:30 uur. Hij rijdt in een rode Opel Astra en is in het bezit van een rode jas. B. is aangehouden geweest en zijn gesprekken zijn afgeluisterd, maar er was onvoldoende bewijs voor moord/doodslag.
*Iemand met mogelijk een mountainbike die schietoefeningen deed en die door Van de Werken gestoort is, Twee getuigen die rond 13:15 uur door het bos lopen horen 2x2 schoten en zien de kogels langs zich heen gaan. de kogels gaan vlak lang hen heen. een van de getuigen heeft gewerkt op een schietbaan en denkt dat het de schoten van "pistool of en Uzi"zijn geweest. Ze vluchten en waarschuwen de jachtopziener. Met de politie en jachtopziener komt een van de getuigen om 14:0 uur terug. Ze vinden niet ver van de plek waar geschoten is een voetspoor, maat 46 of 47 en een vers spoor van een mountainbikerichting Garderen. er gaan voetsporen naar de voerplaats. de jachtopziener denkt aan "een idioot en het bos" Verschillende getuigen hebben fietsers en/of mountainbikes gezien op die dag.
*Andere personen die met wapens in het bos oefenen. Een jachtopziener herinnert zich dat jij eind november 1996 Zuid-Europese mannen, Turks of Joegoslavisch aantreft bij een rode ford Taunus kort nadat hij schoten heeft gehoord in de buurt van de geparkeerde auto. een andere getuige meldt enkele maanden na de moord dat een kennis hem een jachtgeweer met afgezaagde loop aanbood, waarmee hij had geschoten "in het bos".
Andere redenen. Een getuige zegt regelmatig drugs in het bos te vinden. een collega herinnert zich dat een garagehouder dreigde Van de Werken dat hij hem zou slaan. de garagehouder kreeg geen vergunning. Verder was Van de Werken als handhavend ambtenaar betrokken bij een konflikt tussen een kippenslachterij en de eigenaar van een belendend woonhuis. Beide percelen waren vlakbij de plaats delicts gevestigd.
Gezien de modus operandi zijn er feitelijk twee mogelijkheden: ofwel de dader heeft de moord goed voorbereid en het slachtoffer vanaf zijn huis gevolgd. In het bos heeft hij Van de Werken van achteren genaders en van dichtbij doodgeschoten.
De andere mogelijkheid is dat Van de werken min of meer bij toeval is vermoord.
5.3. VMO/Van der Graaf en verdenkingen van chantage.
Een juridische procedure bij de Raad van State duurt lang en is een streep door de rekening voor boeren die willen uitbereiden of voor boeren die er eerst bij het aanvragen van een herzieningsvergunning er achter komen dat de wijziging in de veestapel die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan naar de letter van de wet en uitbereiding betekenen. In verschillende gevallen zoeken veehouders dan contact met VMO om tot een compromis te komen. Volgens VMO gaat het tot aan 1998 om 15 gevallen. VMO heeft in deze gevallen voorgesteld dat de veehouder van een ander (krimpend of stakend) bedrijf emissierechten overneemt. als VMO en de veehouder tot een overeenkomst kunnen komen tekenen zij bij de notaris een overenkomst met bepalingen:
Artikel 2 -1 In overleg tussen (veehouder) en milieu-offensief is besloten over te gaan tot de aankoop van ammoniakemissierechten en de intrekking van milieuvergunningen of delen daarvan ten aanzien van een drietal bedrijven (...)
Artikel 4 -1 Op basis van het vervallen van de vergunningen elders de verbeterde hindersituatie voor de omgeveing en de daarmee gepaard gaande intrekking van de milieuvergunningen, zoals hiervoor aangegeven, is de VMO bereid het beroep dat door de vereniging is ingesteld (...) in te trekken (...)
De ondernemer betaalt aan VMO de proceskosten (artikel 5 van de overenkomst).
In maart 1998 zijn er berichten in de media dat de Vereniging Milieu Offensief boeren zou chanteren. De RPF stelt kamervragen en de IMH-oost 12 procedures waarbij VMO partij was waarvan 4 zaken waarin VMO en het bedrijf een schikkingsovereenkomst zijn aangegaan.
De IMH-oost beantwoord naar aanleiding van het verrichte onderzoek in het rapport verschillende vragen:
*is het juist dat deze praktijken (procederen en kopen van emissierechten) plaatsvinden?
*wordt op deze manier oneigenlijk druk op de betreffende agratiërs uitgeoefend?
*wordt door deze handelswijze oneigenlijk onderscheid gemaakt tussen de ondernemers die niet kunnen betalen of geen haast hebben"?
*Hoe verhoudt de de handelswijze van VMO zich tot de regionale ammoniakemissierechten?
*hoeveel transacties gaat VMO aan?
*Hoe kan aan het oneigenlijk gebruik van beroepsprocedures een einde worden gemaakt?
Omdat hij een foto van de taartgooier G. in de krant ziet en hem meent te herkennen, belt een nertsfokker naar de politie. Hij verklaart dat de persoon op de krantefoto lijkt op een Engelssprekend persoon doe - vergezeld van een vrouw - in augustus 2000 over het terrein van een nertsenfokkerij liep. De nertsenfokker had rond die tijd een vergunningsprocedure lopen waarin VMO de bezwaarmakende tegenpartij was. Getuigen (eigennaar van de nertsenfokketij) vertrouwde het niet en maakte een foto van de man en vrouw. De Haagse rechercheur die het onderzoek naar de taartgooiers uitvoert herkent de door de fokker gefotografeerde man niet als G.
5.5. Bedreigingen
In het onderzoek is nagegaan of verdachte van der Graaf ooit Fortuijn heeft bedreigd. In het huis van Fortuijn is met instemming van de familie gezocht naar dreigbrieven. Drie brieven werden aangetroffen met teksten, zoals "JE GAAT DOOD BALHAAR! HOMO FORTUYN! ONLY GOD CAN JUDGE US! KILL YOU MOTHAFUCKA" of een dreigende tekst van "het bestuur van de anti-pim-organisatie. Ook is de emailpostbus van Fortuijn en de LPF op bedreigingen onderzocht.
Er is geen enkele relatie gevonden tussen deze aangetroffen brieven of emails die naarv Fortuijn of naar Fortuijn-websites zijn gezonden, en Volkert van der graaf. Op de door Van der Graaf gebruikte computer in Harderwijk zijn geen kopieën van emails met dreigende teksten aangetroffen. Het was in de maanden voor de aanslag overigens gebruikelijk geworden dat de personen die de post en elektronische post voor hem afhandelden (o/a/Fortuijns butler en website beheerster) zelfstandig dreigbrieven uit de post zeefden en vernietigden.
5.6. Evaluatie van deze informatie
Over het Escape-onderzoek waarin over het (mond) dood maken van Fortuijn gesproken wordt kan het oordeel kort zijn. Het gesprek is destijds beoordeeld door twee rechercheurs van het Escape-team, daarna door de BVD en uiteindelijk door de commissie Van den Haak zelf. Unaniem beoordelen zij de toon als "niet serieus". De gesprekken zijn enkel een indicatie dat dierenbevrijders zich hebben geergerd over de standpunten van Fortuijn. maar er zijn geen verdachte andere gesprekken bekend over Fortuijn en directe telefoongesprekken tussen Van der Graaf/VMO en de in het Escape verdachte personen zijn er niet gevonden.
Het verband lijkt wat dikker omdat bij Van der Graaf een plattegrond gevonden is van een nertsenfarm waar K. bij in de buurt is geweest. Maar de plattegrond lijkt oud en te dateren uit begin jaren '90, met een beschrijving in het handschrift van Volkers toenmalige vlam Monique B. Er ligt waarschijnlijk tien jaar tussen deze plattegrond en de zoektocht van K. anno september 2000 naar mogelijke doelen. in Millheeze zijn meerdere pelsdierbedrijven. Nog dezelfde maand wordt K. uiteindelijk in Denemarken gepakt.
hij is daarna als dieren bevrijder bekend dus het is niet gek dat Van der Graaf hem kent. Een direkte link tussen Van der Graaf en K. of tussen oude plattegrond van B. en K. acties, of tussen telefoongesprekken van K. en de aanslag, kan daarom van de habnd gewezen worden.
Lastiger is het met de moord op Van de Werken. Van der Graaf zou met zijn kennelijk radicale instelling gedaan kunnen hebben. Want a) het ammoniakreductieplan maakt het procederen tegen vergunningen en het dwarszitten van bio-industrie moeilijker. b) kennelijk heeft hij Van de werken bedreigd. c) Van der Graaf heeft geen sluitend alibi, maar daar is destijds geen nader onderzoek naar gedaan. d) de mogelijk liegt hij en had hij in 1996 een pistool - het pistool dat zijn Amersfoortse huisbaas heeft gezien. e) en net als Fortuijn is Van de Werken in de bovenrug geschoten.
maar veel ander handvatten voor een verdenking zijn er niet. Er zijn bovendien te veel andere hypothesen die niet gefalsifieerd kunnen worden.
De verdenking van chantage is grondig uitgezocht. de vermoedens kunnen niet worden bevestigd en zijn slecht op geruchten gebasseerd. In wezen komt het recherche-onderzoek naar dit feit tot eenzelfde bevindingen als de Inspektie Milieuhygiene Oost. Ook de inspectie vond geen grond voor vermoedens van chantage. de wetgeving zit (zat) nu eenmaal zo inelkaar dat een boer die uitbereiding wenst, ammoniakrechten moet kopen. VMO (maar ook milieudefensie) heeft met de wet in de hand succesvol geprocedeerd tegen vergunningen en het vergunningbeleid. Er is geen enkel signaal van chantage of adkoopsommen onder de tafel". Het doel van VMO en Volkert van der graaf was om ammoniak-uitstoot te verminderen en intensieve veehouderij tegen te gaan, niet om geld aan de bio-industrie te verdienen
Een verband tussen de taartgooiers van de Biologische Bakkers Brigade en van der graaf is afwezig. Evenmin is waarschijnlijk dat Van der Graaf of kennissen van hem Fortuijn ooit hebben bedreigd
http://static.telegraaf.nl/mediaobje...68041a.pdf (http://static.telegraaf.nl/mediaobje...68041a.pdf)
Raadsels rond het Volkert-proces Stan de Jong & Joost Niemöller 1
Het vonnis in de zaak-Van der G. riep meer vragen op dan het beantwoordde. Want de belangrijkste kwestie kwam niet aan de orde: wat was nu precies Volkerts motief? Waarom dierenwelzijn en milieuactivisme per se buiten schot moesten blijven.
Iedereen keerde tevreden huiswaarts. Dat was de teneur in de berichtgeving nadat vorige week vrijdag het Amsterdamse gerechtshof uitspraak had gedaan in de zaak-Van der G. Volkert kon opgelucht ademhalen, omdat hij opnieuw achttien jaar gevangenisstraf kreeg, hoewel het van zijn advocaten, Britta Böhler c.s., nog wel een onsje minder had gemogen. En de Fortuyn-aanhang was tevreden omdat in hoger beroep eindelijk was erkend dat de moord op Fortuyn een ‘politieke moord’ was, die het verkiezingsproces in mei vorig jaar ‘onherstelbaar’ had beschadigd. Natuurlijk, men had liever levenslang gezien, maar Marten Fortuyn, de broer van Pim, sprak toch van ‘een weloverwogen vonnis’.
Hoewel het er dus op leek dat de rechter de ‘gulden snede’ had gevonden om alle partijen tevreden te stellen, mocht Martens conclusie wonderlijk heten. Het vonnis riep voor de neutrale buitenstaander meer vragen op dan het beantwoordde. Over de rol van de media bijvoorbeeld. Zonder man en paard te noemen, kregen die onder uit de zak van voorzittend raadsheer mr J.M.J. Chorus. “Publicaties evenwel in de media van onbewezen aantijgingen en onjuistheden over verdachtes levensloop zoals voornoemd zijn in dit kader onaanvaardbaar en aannemelijk is dat de verdachte erdoor is geschaad. In zoverre kan deze publiciteit meewegen bij de strafoplegging.”
Hoe de rechter tot het oordeel kwam dat de publiciteit Volkert schade had berokkend, werd niet duidelijk. Je zou kunnen zeggen dat het eindresultaat voor de verdachte bepaald niet slecht was. In eerste aanleg had de rechtbank immers ook al achttien jaar gevangenisstraf opgelegd, terwijl levenslang, mede gezien het inmiddels erkende ‘recidivegevaar’, zeer wel mogelijk was geweest.
Ook diverse politici, die zich, evenals publicist en rechtsfilosoof Paul Cliteur (hij sprak van ‘een decadent vonnis’), ontevreden hadden getoond over het milde oordeel van de rechtbank in eerste aanleg, werden door het hof gegispt. Waarmee deze kritikasters onbewust het tegenovergestelde hadden bereikt van wat zij beoogden. Moeten zij in het vervolg hun mond houden? Omdat anders verdachten na kritiek misschien helemaal hun straf ontlopen?
Raadselachtig.
Maar het belangrijkste waaraan het in het vonnis schortte, was nog iets anders. Tijdens het proces is helemaal geen bevredigend antwoord gekomen op de vraag: waaróm haalde Volkert de trekker over?
In het strafrecht is het motief van groot belang. Het ‘waarom’ bepaalt mede de strafmaat. Een voorbeeld dat Volkerts advocaten in hun pleitnota noemden, kan dit verduidelijken: “Zo beoordelen wij de diefstal van medicijnen voor een ziek kind anders dan de diefstal van medicijnen met het doel deze op de zwarte markt te verkopen.”
Het motief kan dus strafverhogend of strafverlagend werken. Daarom wordt er door de rechter doorgaans veel aandacht aan besteed. Men kan wel stellen dat hij verplicht is hiernaar gedegen onderzoek te verrichten, en zijn uiteindelijke oordeel over het ‘waarom’ goed te motiveren. Maar waar het Amsterdamse hof zo uitputtend inging op relatieve bijzaken als de uitlatingen van politici en de berichtgeving in de media, komt het motief er met een alinea bekaaid van af. En wat zei de rechter nu precies?
“De verdachte zag in dit slachtoffer en diens gedachtegoed een gevaar voor de democratische samenleving en in het bijzonder voor de zwakkeren in deze samenleving. Het hof heeft de overtuiging bekomen dat het motief van de verdachte, althans de drijfveer om te handelen zoals hij heeft gedaan, in de persoon of de persoonlijkheid van de verdachte moet worden gevonden. Zoals hierboven al is overwogen, sluit het hof niet uit dat er een verband bestaat tussen de bij de verdachte aanwezige stoornis en het plegen van de moord op dr. Fortuyn.”
Pardon? Dit is wel heel cryptisch geformuleerd. Mogen we het in onze eigen woorden samenvatten? Volkert maakte zich zorgen over Fortuyns opvattingen over de zwakken in de samenleving, én hij is een beetje van lotje getikt. In die magische formule moet ergens het motief worden gezocht.
Alleen geeft de rechter niet aan hoe hij tot dit oordeel komt. Evenmin meldt hij expliciet of dit motief strafverhogend dan wel strafverlagend werkt. Vindt hij dat Volkerts zorg over de zwakken in de samenleving oprecht was? En dat Fortuyn voor die groepen bedreigend was?
Maar het vreemdst van alles is dat er in het vonnis met geen woord is gerept van dierenwelzijn. Lag daarin niet het werkelijke motief van Volkert verscholen?
De vraag naar het motief heeft bepaald een wonderbaarlijke weg afgelegd in dit strafproces. Aanvankelijk lagen de zaken nog wel zo helder. Er waren twee mogelijkheden: Volkert moordde uit zorg voor de zwakkeren (stelde de verdediging) of uit zorg over Fortuyns opvattingen over dierenwelzijn (stelde justitie). Volkerts advocaten draaiden er niet omheen waarom men op de lijn van de ‘zwakkeren’ ging zitten. Hier moest de nobele, dus strafverlagende, beweegreden van de dader worden gevonden. “De centrale drijfveer voor de aanslag is voortgekomen uit de oprechte – en door velen gedeelde – bezorgdheid over de denkbeelden van Fortuyn en de gevolgen die deze denkbeelden naar de overtuiging van Volkert van der G. zouden hebben voor de samenleving.”
Aldus bekeken was Volkert de redder des vaderlands. Misschien was een beloning voor de verdachte wat overdreven, maar zo iemand hoort in elk geval geen levenslang te krijgen.
Justitie had echter een heel andere opvatting over het motief. “Ten eerste,” zo sprak officier van justitie mr ¬J. Plooy in april, “zijn (meer politieke) afkeer van de opvattingen van Fortuyn over de kwetsbare milieu- en dierenbelangen die Volkert zelf al zoveel jaren met tomeloze inzet verdedigde. En ten tweede zijn (meer persoonlijke) afkeer van de ijdele, op macht gerichte, en verbaal krachtige manier waarop Fortuyn zijn opvattingen in politiek wilde en ook leek te gaan omzetten.”
Dat justitie de nadruk op het milieu en de dieren legde, was niet zomaar een slag in de lucht. Niemand in Volkerts omgeving had hem ooit over iets anders dan dat horen spreken. Enige politieke interesse had hij nooit getoond. Voor zover de verdachte iets tegen Fortuyns denkbeelden had, zo opperde een vriend tegenover justitie, zouden dat diens opvattingen over de bontindustrie moeten betreffen. “Ik kan me voorstellen dat Volkert daar flink van over de rooie ging.” In de telefoongesprekken die Volkert voerde vanuit de Bijlmerbajes, draaide het eigenlijk om maar één onderwerp: de aandacht die de dierenrechten kregen sinds 6 mei.
Misschien, zo suggereerde de officier van justitie, ging Volkerts passie voor de beestjes zelfs een stuk verder dan het juridisch doorvlooien van mestvergunningen. Hoewel hij in zijn requisitoir het woord opvallend meed, leek alles erop te wijzen dat Van der G. een dierenactivist was. Een belangrijke aanwijzing daarvoor waren de in zijn woning gevonden plattegronden van nertsfokkerijen waarop, aldus de officier van justitie, ‘makkelijk door te knippen gaas is aangegeven, of een schutting waarover makkelijk via olievaten kan worden heen geklommen’. En dan waren er nog de in Volkerts schuurtje aangetroffen condooms met chemicaliën en het daarbij behorend mechanisme om brand te stichten. Spulletjes die men normaliter niet in huis heeft om iets voor asielzoekers, WAO’ers en andere ‘kwetsbare groepen’ te betekenen.
Nee, eigenlijk was er maar één bron te vinden voor het ‘motief’ dat de verdediging aanvoerde: de verklaring van Volkert zelf. Maar ja, die hoefde niet al te serieus te worden genomen, vond justitie. De verdachte had immers zelf in een brief aan zijn vriendin Petra aangegeven dat wat hij verklaarde ‘niet noodzakelijkerwijs de waarheid’ hoefde te zijn, maar ‘functioneel’. In dit geval betekende dat: leid de rechter naar een zo nobel mogelijk, voor iedereen begrijpelijk motief. Want voor een moord in naam van alle zwakken is nu eenmaal wat makkelijker begrip op te brengen dan voor een moord in naam van de woelmuis, de legkip en het pelsdiertje.
Dat het nogal doorzichtige opzetje van de verdediging slaagde, wekte veel verwondering. De Amsterdamse rechtbank nam het motief van de ‘zwakkeren’ over, hoewel ook deze rechters hun keuze niet motiveerden. Tot ingetogen woede van de projectleider van het onderzoeksteam naar de moord op Fortuyn, Henk Doeland, die – een unicum – nog gaande de rechtsgang enkele maanden later zijn beklag deed in Recherche Magazine. Doelands conclusie: “Volgens mij had hij niet een politieke overtuiging. Hij gaf om dieren, dat was het.”
Maar goed. Rechters kunnen een faux pas maken. In hoger beroep, zo verwachtten velen, zou de fout wel worden hersteld. De ijzersterke argumenten van het Openbaar Ministerie spraken voor zich. En toen gebeurde er iets merkwaardigs. Tijdens het hoger beroep, dat vanaf 1 juli in ‘de bunker’ in Amsterdam-Osdorp diende, verdwenen de dieren plotseling als onderwerp. De raadsheren van het hof leken er nauwelijks belangstelling voor te hebben en – nog vreemder – het OM ook niet meer.
Sterker, in haar requisitoir wees advocaat-generaal mr I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, die de zaak van officier van justitie Plooy had overgenomen, dierenwelzijn als motief voor de moord expliciet af. Hoewel ook de advocaat-generaal stelde dat het door Volkert zelf opgegeven motief eveneens ongeloofwaardig was. Over dat dierenwelzijn: “Als dit al het ware motief was, kan dit nimmer een extreme actie als deze rechtvaardigen. Bovendien stonden andere, eerder met name op dit terrein succesvol beproefde wegen open.”
Ze ging verder: “Maar ook in dit motief kan men nauwelijks geloven. Zeker als men verdachte wil zien als een tot het uiterste getergde milieufanaat, is hij volstrekt ongeloofwaardig als gedreven overtuigingsdader mede gelet op zijn houding na de daad.”
Waar doelde de advocaat-generaal op? Ze legde het niet uit, maar vervolgde in een stream of consciousness: “Ook uit in het Huis van Bewaring opgenomen telefoongesprekken valt op te maken dat het ware motief niet, althans niet uitsluitend ligt in zijn milieu-achtergrond.”
Hé, hoe hebben we het nu? Die telefoongesprekken, de advocaat-generaal schrijft het nota bene zelf op, gingen toch juist over de dierenrechtensituatie na 6 mei? Maar zij lijkt te suggereren dat de hyperintelligente Volkert de autoriteiten zand in de ogen strooide door nadrukkelijk de dierenrechten ter sprake te brengen. Dat zou echter onlogisch zijn. Want als misleiding het doel van Volkert was, zou hij in zijn gesprekken wel opzettelijk zijn begonnen over datgene wat voor hem zo ‘functioneel’ was: de zwakkeren in de samenleving. Die hem immers een nobel motief verschaften.
Wat was volgens justitie dan eigenlijk wel het motief van Volkert? Welnu, zo sprak de advocaat-generaal deemoedig, dat weten we niet. Iets duisters, iets schimmigs. Besloten in zijn karakter. Wellicht. En zo verdwenen op mysterieuze wijze de dieren uit het strafproces tegen de moordenaar van Fortuyn.
Dan rijst natuurlijk wel de vraag: waarom meende justitie dan dat sprake was van een ‘politieke moord’? Dat een politicus is vermoord, is voor het gebruik van die term niet voldoende. Er zijn zoveel redenen denkbaar om een politicus te vermoorden. Om geld. Omdat hij zijn auto verkeerd heeft geparkeerd. Een crime passionnel. Alleen de beweegredenen van de dader kunnen uitmaken of het een politieke moord is. En dat waren in dit geval toch werkelijk de ruimhartige opvattingen van Fortuyn over de pelsdierhouderij, de intensieve veehouderij en de verpesting van het milieu in brede zin.
Al met al lijkt het dat de onderwerpen milieu en dierenwelzijn justitie zwaar op de maag liggen. Dat vermoeden wordt gevoed door een andere zaak, die vorige week een opmerkelijke wending kreeg. Het gaat om de nooit opgehelderde moord op milieuambtenaar Chris van de Werken, die op 22 december 1996 in de bossen bij Epe op klaarlichte dag in de rug werd geschoten. Een¬ liquidatie die, zoals HP/De Tijd eerder schreef, parallellen vertoont met de wijze waarop Van der G. Fortuyn omlegde. Uit Volkerts verklaring: “Het was mijn bedoeling Fortuyn niet onnodig te laten lijden. Van achteren zou ik hem direct dodelijk kunnen verwonden.” Daar sprak enige ervarenheid uit.
Van de Werken en Van der G. kenden elkaar goed. De ambtenaar was verantwoordelijk voor het milieubeleid in het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe. In die hoedanigheid had hij hoog oplopende confrontaties met de fanatieke Van der G., die voor de Vereniging Milieu Offensief (VMO) werkte. Volgens ¬Volkert was Van de Werken te veel op de hand van de boeren.
Hoewel er destijds geruchten waren dat de dader in ‘de milieuhoek’ moest worden gezocht, leverde het onderzoek door de recherche Noord- en Oost-Gelderland niets op. In 1997 werd het onderzoek gesloten. Volkert zou nog wel als getuige zijn gehoord, aldus het actualiteitenprogramma Twee Vandaag, dat vorige week een uitzending aan de zaak wijdde. Tijdens dit gesprek met de politie vertelde hij, in antwoord op een routinevraag, dat hij die bewuste dag ‘op zijn werk en daarna thuis’ was geweest. Vermoedelijk is dit alibi nooit gecheckt. Dat deze saaie vergunningenaanvechter in staat zou zijn tot moord – daaraan dacht niemand in die tijd.
Maar dat veranderde, en nogal radicaal, toen op 6 mei 2002 Pim Fortuyn werd doodgeschoten. Na het bekendmaken van de naam van de verdachte, gingen bij de rechercheurs die destijds de zaak-Van de Werken hadden onderzocht alle alarmbellen rinkelen. Ook in de kennissen- en familiekring van Van de Werken werd nog maar aan één persoon gedacht: Volkert van der G.
Justitie heropende het onderzoek. In de zaak-Fortuyn moesten immers alle mogelijke dwars- en zijstraten tot op de bodem worden nagelopen. Al was het maar om de hevig rondzingende ‘complottheorieën’ in de kiem te smoren. Maar kennelijk had justitie niet al te lang speurwerk nodig om te concluderen dat Van der G. niets met de moord op de Nunspeetse milieuambtenaar te maken had. Al in juni/juli dat jaar zou het Openbaar Ministerie de zaak formeel hebben gesloten. Er was geen aanleiding meer Volkert van de moord op Van de Werken te verdenken.
Alleen, daar dachten de rechercheurs die het onderzoek verrichtten duidelijk anders over, bleek uit de uitzending van Twee Vandaag. In weerwil van justitie zouden de Gelderse politiemensen nog tot november zijn doorgegaan met hun onderzoek. Overtuigd als ze waren dat Volkert de dader was. Een overtuiging die ze nog steeds koesteren.
In een reactie op deze onthullingen moest het parket in Zutphen tegenover Twee Vandaag bevestigen dat ‘niet valt uit te sluiten’ dat Volkert toch de moordenaar van Van de Werken is.
Maar waarom werd de zaak dan gesloten? De rechercheurs beklaagden zich in het programma over het feit dat zij nooit in de gelegenheid waren gesteld Volkert aan de tand te voelen. Dan hadden zij bijvoorbeeld nog eens naar zijn alibi kunnen informeren, om dit vervolgens na te trekken. Maar van wie mocht dit dan niet? Duidelijkheid werd hierover in de uitzending niet gegeven, maar het is niet erg logisch dat de leiding van het rechercheteam een ondervraging van Volkert blokkeerde. Immers, in Recherche Magazine had onderzoeksleider Doeland nog zijn wrevel uitgesproken dat alle linken naar Volkerts milieu en dierenactivisme door de rechter waren weggepoetst. Logischer is het dus dat justitie de blokkade opwierp.
Inmiddels vindt een meerderheid in de Tweede Kamer dat het onderzoek naar de moord op Van de Werken moet worden heropend. Woordvoerder Wim van de Camp (CDA) ging nog een stapje verder. In een vervolguitzending van Twee Vandaag zei hij het logisch te vinden dat de dwarsverbanden tussen Volkert en de milieubeweging werden blootgelegd.
Het zijn uitstekende suggesties, maar ja, ze komen wel erg laat. Inmiddels is Volkert al door twee instanties veroordeeld. Of de Hoge Raad er nog aan te pas komt, is twijfelachtig. Wie zou daar iets bij te winnen hebben? Volkert in elk geval niet. Het risico dat de Hoge Raad de zaak terugverwijst naar een ander hof, wil hij vast niet lopen. Niet alleen omdat hij tevreden is met de achttien jaar die de Amsterdamse rechters hem oplegden; ook omdat hij niet het gevaar wil lopen dat hem nog een andere moord in de schoenen wordt geschoven. Want dan wordt het zeker levenslang.
Hoe gek het ook klinkt, justitie heeft evenmin belang bij het instellen van cassatie bij de Hoge Raad. Op het oog zou het een gouden kans zijn voor justitie de zaak-Van de Werken in een nieuw proces mee te nemen. Alleen zou dan de terechte vraag worden gesteld: hoe kan het dat jullie hem niet één, maar twee keer hebben laten wegglippen voor de moord op de milieuambtenaar?
En niet alleen dat. Het falen van politie en justitie in het opsporen en vervolgen van dierenactivisten zou dan in een wel heel schril licht komen te staan. De nooit opgeloste moord op Van de Werken past immers in een twintig jaar durende reeks van brandstichtingen, bedreigingen en vernielingen bij pelsdierfokkerijen, kippenfarms en proefdiercentra. Slechts vier dierenactivisten werden hiervoor opgespoord en berecht. Een opvallend contrast met de gedrevenheid die justitie bijvoorbeeld tentoonspreidt als het gaat om het voor de rechter brengen van rechts-radicale elementen.
Zou het maskeren van het eigen onvermogen ook al een rol hebben gespeeld tijdens het hoger beroep dat vorige week in Amsterdam diende? Het zou in ieder geval verklaren waarom justitie zo’n vreemde draai maakte waar het ging om het duiden van Volkerts motief. In eerste aanleg was immers officier van justitie mr Plooy nog vrij helder over Volkerts beweegredenen, die gezocht moesten worden in diens dierenliefde. Hoewel ook hij de expliciete benaming ‘dierenactivist’ niet in de mond durfde te nemen. Maar misschien ging hij al te ver in de ogen van zijn confrères.
Een proces waarin het onderwerp dieren en dierenactivisme de boventoon voert, zou er bovendien weleens heel anders hebben kunnen uitzien. Dan waren getuigen gehoord uit Volkerts ‘dierenactivistenwereldje’, die mogelijk ook actief zijn in als keurig bekendstaande clubs die zich inzetten voor milieu en dierenwelzijn of in politieke partijen.
Een gevoelig scenario. Hoe zou het publiek zoiets opvatten? Dierenwelzijn is een politiek gevoelig onderwerp. Sommige politieke partijen hebben er nu eenmaal meer affiniteit mee dan andere. Gaat de geest dan niet uit de fles? En wil justitie die er maar liever in houden om de bekende onderbuikgevoelens te voorkomen? Het is geen schande dat de justitiële autoriteiten daar op zich niet op zitten te wachten. Alleen kan men zich afvragen of dit reden mag zijn de waarheid te verhullen.
Zo deelden twee partijen in het proces-Fortuyn ineens eenzelfde belang: het wegmoffelen van Volkerts ware motief. De verdachte omdat hij per se wilde vasthouden aan het voor hem gunstige, lees: strafverminderende, motief dat hij de moord zou hebben gepleegd wegens diepe zorgen over de zwakken in de samenleving. Justitie wegens dreigend gezichtsverlies.
En de rechters? Ach, die hebben al helemaal geen trek in strafprocessen waarin ze de politieke motieven van een verdachte moeten wikken en wegen, en op zijn morele merites beoordelen. Politiek is politiek – rechtspraak is rechtspraak. En zo bleef het vooralsnog rustig in het land.
Stan de Jong & Joost Niemöller 2
Was de moord op Fortuyn een eenmalige actie van een vreedzame dierenvriend? Uit onderzoek van HP/De Tijd blijkt dat Volkert al sinds 1989 het geweld niet schuwde. Portret van een doorgeslagen activist.
Over één ding hoeven de raadsheren van het gerechtshof in Amsterdam, dat deze week het hoger beroep in de zaak-Van der G. behandelt, zich in elk geval niet meer druk te maken: wie is de moordenaar van Pim Fortuyn? Relevanter is de vraag: wat bewóóg de dader?
Op 15 april dit jaar veroordeelde de Amsterdamse rechtbank Volkert van der G. tot achttien jaar gevangenisstraf, hetgeen in de praktijk neerkomt op twaalf jaar. Dus niet tot levenslang, zoals het Openbaar Ministerie had geëist. Anders dan de officier van justitie, die recidive mogelijk achtte, oordeelde de rechter dat de moord op Fortuyn voortkwam uit een unieke samenloop van omstandigheden. Hier nu was een politicus die alle heilige huisjes omverschopte en als een komeet omhoogschoot. Waarop een als rustig en vredelievend bekendstaande jongeman opstond die vond dat de demon ‘gestopt’ moest worden. En die met het schuim op de mond de trekker overhaalde.
Uit het vonnis: “Verdachte zag in het slachtoffer een steeds groter wordend gevaar voor de samenleving, met name voor kwetsbare groepen, zoals asielzoekers, moslims en mensen met een WAO-uitkering.”
In zo’n uniek geval ligt herhaling niet voor de hand. Dus oordeelde de rechtbank dat het recidivegevaar niet groot genoeg was om levenslang te rechtvaardigen.
Maar volgens de officier van justitie ging het Volkert enkel om de dieren. En als je het zo ziet, is de kans op recidive wel degelijk reëel. Er kan over twaalf jaar opnieuw een politicus langskomen die zich voor de bontindustrie uitspreekt en daar staat Volkert dan weer met zijn pistool.
Wie van de twee partijen heeft gelijk?
Door tussenkomst van advocaat mr T. Hiddema kreeg HP/De Tijd als eerste de verklaring in handen die Volkert ruim een half jaar voor de rechtszaak tegenover de rechter-commissaris had afgelegd. Slechts weinigen bezitten dit belangrijke document. Tussen de regels door blijkt hieruit hoe belangrijk dieren voor Volkert zijn. Er komen bijvoorbeeld telefoongesprekken aan de orde die Volkert op 8, 9 en 11 juni 2002 vanuit de gevangenis voerde. Het onderwerp van die gesprekken: ‘de aandacht die de dierenrechten sinds 6 mei krijgen’.
Uit de getuigenissen van vrienden, kennissen en zijn collega’s van de Vereniging Milieu-Offensief (VMO) komt ook het beeld naar voren van een man die niets met politiek op had, maar daarentegen alles met de beestjes. Niemand kon zich zelfs herinneren dat Volkert ooit over Fortuyn had gesproken. Behalve dan wellicht voor zover de politicus iets tegen dierenwelzijn wilde ondernemen.
Volkerts Wageningse studievriend Robert Freriks: “Voor mijn gevoel is Volkert jarenlang alleen met de Vereniging Milieu-Offensief (VMO) en dieren bezig geweest. Zijn leven bestond daaruit. Als er dan zo’n Fortuyn komt die bijvoorbeeld roept dat pelsdieren weer gefokt mogen worden, kan ik mij voorstellen dat Volkert daar flink van over de rooie gaat.”
Waarop baseerde de rechter dan toch het oordeel dat Volkerts motief gelegen was in de opvattingen van Fortuyn over ‘kwetsbare groepen in de samenleving’? Welbeschouwd berustte dat oordeel slechts op één pijler: de getuigenis van Volkert zelf. Alleen, wie de verklaring van de verdachte nog eens naleest, kan zich bijna niet voorstellen dat die de rechter heeft overtuigd. Volkert draait overduidelijk om de hete brij heen.
Over zijn werk voor VMO meldt hij bijvoorbeeld dat hij net zo goed had kunnen werken voor ‘iedere andere kwetsbare groep’ in de maatschappij: “Mijn werk hoefde dus niet met dieren te maken te hebben.” Maar ja, dat hád het wel, en Volkert hééft nooit gewerkt voor een andere werkgever dan VMO.
En hoewel hij het standpunt van Fortuyn over de bontindustrie zegt te kennen en hij dit ‘schokkend’ vond, voegt Volkert er ijlings aan toe dat dit zeker niet het enige schokkende was dat Fortuyn heeft gezegd. Om vervolgens die dingen te zeggen die de Amsterdamse rechtbank kennelijk erg serieus heeft genomen: “Fortuyn ging qua standpunten anders om met enerzijds de dieren en anderzijds bijvoorbeeld moslims en WAO’ers. Het kwam op mij over dat hij de thema’s over moslims en WAO’ers gebruikte om te scoren. Dat gold niet voor de dieren. Die werden door hem niet gestigmatiseerd.”
Tja…
Dat de verklaring van Volkert niet al te serieus hoeft te worden genomen, mag ook blijken uit het volgende. Tijdens de behandeling in eerste aanleg citeerde de officier van justitie uit een brief die Volkert op 21 juli 2002 vanuit de Bijlmerbajes aan zijn vrouw Petra Lievense schreef: “Mocht ik ooit nog eens een verklaring afgeven aan de rechterlijke macht of in de media, dan hoeft dat natuurlijk niet noodzakelijkerwijs de waarheid te zijn. Voor de buitenwereld is de waarheid niet belangrijk – het hoeft slechts functioneel te zijn.”
‘Functioneel’ betekent voor Volkert: leidt de aandacht van justitie af van de dieren. De als intelligent omschreven verdachte moet dondersgoed door hebben gehad dat dit het verschil kon betekenen tussen achttien jaar gevangenisstraf en levenslang. En als hij dat zelf niet wist, zal het hem gedurende de lange voorbereidende gesprekken met zijn advocaten – hij kreeg zelfs ‘studiestof’ op – toch wel zijn voorgehouden. En zo werd de rechter bij de neus genomen.
Uit het nu volgende verhaal blijkt dat Volkert meer was dan al¬leen een dierenvriend; hij was een illegale actievoerder. Eind jaren tachtig was Volkert van der G. al actief in de dierenbevrijdingswereld, en hij is daarmee vermoedelijk tot aan zijn arrestatie doorgegaan. Waarmee het beeld van Volkert als vredelievende, saaie vergunningenaanvechter die een keer uit zijn slof (en zijn pistool) schoot, voorgoed naar het rijk der fabelen kan worden verwezen.
Al twintig jaar lang vinden in het intensieve-veeteeltgebied in Gelderland en Utrecht aanslagen plaats op fokkerijen en slach¬terijen: zogenaamde ‘dierenbevrijdingen’ en branden. Ook worden personen bedreigd en in een enkel geval zelfs gegijzeld. Justitie heeft nooit greep gekregen op het criminele netwerk dat hierachter schuilgaat. Slechts vier dierenactivisten werden op heterdaad betrapt en veroordeeld. Volkert maakte deel uit van dit netwerk.
Aanwijzingen daarvoor bestonden tot nu toe wel, maar concrete bewijzen kwamen nog niet naar buiten. In een vaak geciteerd interview met Van der G. (van vóór de moord) op de website van Animal Freedom, zei hij slechts vaagweg: “Ik heb diverse acties gevoerd.” Een tot de verbeelding sprekende andere aanwijzing vormden de in condooms verpakte chemicaliën en het tijdmechanisme om daarmee brand te stichten, die waren aangetroffen in het schuurtje van Volkert, achter zijn onopvallende rijtjeshuis in Harderwijk. Toch is dat nog geen bewijs.
Uit de verklaring die Volkert tegenover de rechter-commissaris aflegde, blijkt dat er harde bewijzen zijn voor Volkerts dierenactivisme. In de verklaring staat dat Volkert persoonlijk betrokken was bij een illegale bezetting door dierenactivisten. Dat kwam niet naar buiten, omdat de officier van justitie het bevreemdend genoeg niet vermeldde in zijn requisitoir.
Zo staat het er: “Het is juist dat ik 1 keer eerder met de politie te ma¬ken heb gehad, in verband met het feit van artikel 138 WvSr. Ik was in 1989 betrokken bij een bezetting van een proefdierenfokbedrijf. Ik begrijp nu van u dat die zaak door de officier van justitie is geseponeerd. Ik weet nog dat ik toen bezoek heb gekregen van de Rijksrecherche, omdat een agent zijn boekje te buiten was ge¬gaan.”
Voor de goede orde: artikel 138 WvSr slaat op het misdrijf erfvredebreuk.
Nader onderzoek van HP/De Tijd leert om welke bezetting het hier ging. Een van de activisten van het Dierenbevrijdingsfront (DBF) die ook aan deze actie meededen, Esther Oliekan, schreef namelijk een verslag van de bezetting van een proefdierenfokbedrijf in 1989, dat op internet is terug te vinden. Het is met haar volledige naam ondertekend, ongewoon voor dierenactivisten, die zich doorgaans net als krakers hoogstens met hun voornaam bekendmaken.
In het verslag wordt melding gemaakt van drie illegale acties tegen het proefdierenfokbedrijf Harlan Sprague & Dawley in Austerlitz, nabij Zeist. De bewuste proefdieren waren beagles, honden dus. Oliekan schreef: “De derde maal dat wij dieren wilden gaan bevrijden zijn wij helaas door de politie Zeist opgepakt.” Was dat de keer dat ook Volkert werd gearresteerd?
Esther Oliekan runt al sinds 1981 een commerciële fokkerij voor dobermanns. Het bedrijf is gevestigd in Nieuwegein. Als we haar bellen, reageert ze in eerste instantie zeer verbaasd wanneer we haar in verband brengen met Volkert. Maar eenmaal geconfronteerd met de feiten uit de verklaring, geeft ze toe dat ze samen met Volkert aan de actie deelnam. De affaire met de agent die volgens Volkert zijn boekje te buiten zou zijn gegaan, weet ze zich ook nog goed te herinneren. Volkert zou toen geslagen zijn door een rechercheur. Zijzelf trouwens ook. De rechercheur zou zijn overgeplaatst.
Esther Oliekan blijkt een van de laatste Nederlanders te zijn die er nog aan twijfelen dat Volkert schuldig is aan de moord op Fortuyn. In haar ogen is Volkert net zo iemand als Lee Harvey Oswald, die Kennedy niet vermoord zou hebben, maar erin geluisd werd. Volkert had namelijk plattegronden van het mediapark Hilversum in zijn auto laten liggen. “Dat deden wij nooit bij een actie.” En ja, ze wil tussen neus en lippen best zeggen dat het bestaan van Volkert als dierenactivist niet bij die ene actie is gebleven, net zomin als in haar geval. Het valt op dat Oliekan over Volkert praat als een goede bekende. Na afloop van het telefoongesprek is bij ons het laatste restje twijfel weggenomen: Volkert was een dierenactivist.
We maken een afspraak voor een vervolggesprek bij haar thuis in Nieuwegein, maar daar ziet ze later, zonder opgaaf van redenen, van af.
In onze pogingen meer te weten te komen over de acties bij Harlan, stuiten we op Ed Gubbels, die zich tijdens de bezetting aan de andere kant van het front bevond. Gubbels was als diergeneticus zeven jaar verbonden aan het toenmalige Centraal Proefdierenbedrijf van TNO, eerst in Zeist, later in Austerlitz. Hij bleef dit tot in 1989, toen het bedrijf al enige jaren was overgenomen door de firma Harlan.
Als we hem bellen (tegenwoordig werkt hij elders), blijkt de naam Esther Oliekan nog steeds iets wakker te roepen. Logisch, want de conflicten waren heftig en werden op de persoon gespeeld. Oliekan beet hem in het genoemde internetverslag hatelijkheden toe van het type: “De heer Gubbels is niet immoreel. Hij is amoreel. Ach ja, je bent mens of niet.”
Gubbels weet nog dat Oliekan voorkwam op een lijst van justitie met dierenactivisten. Op die lijst stond ook de extreme dierenactivist Geoffrey Deckers, die vorige week aan Elsevier vertelde Volkert te kennen. Om daaraan toe te voegen: “Mensen binnen het dierenactiewezen die zeggen dat ze Volkert niet kennen, liegen.”
Gubbels kan zich herinneren dat er bij de acties in Austerlitz Amsterdamse krakers betrokken waren. Zij waren in die tijd de hardcore onder de actievoerders; jongens die echt van matten wisten. Hij constateert dat er eind jaren tachtig een verharding plaatsvond onder de dierenactivisten. Ze werden meer en meer geïn-spireerd door het Animal Liberation Front in Engeland, waar levensbedreigingen en bombrieven al aan de orde van de dag waren. Rond deze periode maakte Volkert dus zijn entree in de dierenbevrijdingswereld.
Overheidsbedrijven als TNO zijn extra kwetsbaar voor acties, vertelt Gubbels, omdat ze openheid willen betrachten. Zo zag Gubbels het als een verplichting mensen die bij nette clubs als de Dierenbescherming werkten, in zijn bedrijf rond te leiden. Dat bracht risico’s met zich mee. Het was, met de vele personele unies tussen dierenorganisaties, altijd mogelijk dat iemand van de Dierenbescherming informatie lekte naar actievoerders van het Dierenbevrijdingsfront.
Wat ook voorkwam, was dat dierenbevrijders undercover gingen als werknemers. Esther Oliekan schrijft in haar verslag: “Kort daarna heb ik geprobeerd te solliciteren bij Harlan om zo nog meer te weten te komen en makkelijker dieren te bevrijden, maar helaas werd men achterdochtig.”
In zeker één geval moet er volgens Gubbels bij actievoerders absoluut sprake zijn geweest van voorinformatie, waardoor ze makkelijk naar binnen konden komen.
Zijn carrière als actievoerder begon Volkert niet bij Harlan, maar al eerder. En wel meteen nadat hij in 1987 in Wageningen milieuhygiëne ging studeren. Dat jaar sloot hij zich aan bij de lokale afdeling van de Nederlandse Bond Bestrijding Vivisectie (NBBV). Een groep die, zo vermeldt Esther Oliekan in haar verslag, betrokken was bij de acties bij de proefdierfokkerij in Zeist.
Het postadres van de Wageningse NBBV was tevens het woonadres van studente Monique Bestman. Net als Volkert woonde Monique op het alternatieve Wageningse wooncomplex Droevendaal. Bij deze NBBV-afdeling zat ook Volkerts vriend en Droevendaal-bewoner Robert Freriks, die, we schreven het eerder, na de moord op Fortuyn door justitie werd gehoord.
In het requisitoir bij de Amsterdamse rechtbank zei de officier van justitie over de twee vrienden: “Beiden vonden ze dieren gelijkwaardig aan mensen, maar Volkert was fanatieker in zijn ideeën om dierenleed tegen te gaan. Volkert werd veganist. In zijn ideeën over dierenleed was hij erg zeker en hij kon daar heftig op reageren.”
Dat de woorden ‘fanatieker’ en ‘veganist’ hier in één adem werden genoemd, is niet voor niets. Veganisme is meer dan de weigering dieren en dierlijke producten te eten – het is een religie. De beweging kent vele radicalen, die de ‘massale moord’ op dieren beschouwen als een verderfelijk uitvloeisel van onze westerse (kapitalistische) consumptiemaatschappij. Onder dierenactivisten vind je veel veganisten.
Er bestaat een frappante relatie tussen anarchisme en veganisme. Een van Volkerts vrienden is Caroline Hoogendijk, die ook bij VMO heeft gewerkt. Op dit moment is zij voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Veganisten en werkzaam bij de stichting Alle Dieren Vrij!, die onder meer acties tegen de bontindustrie voert. De stichting noemt zich officieel ‘anarchistisch’, hetgeen ook in het logo (de A met de cirkel) is verwerkt.
Op een website waar gediscussieerd wordt over het boek Alle Dieren Vrij! van de anarchist Peetje Lanser, valt te lezen: “Anarchist kun je volgens mij nooit zijn zonder dat je veganist bent.” De internetter verklaar zich nader: “Geen mens boven de ander, geen mens boven de natuur.”
Dat de moord op Fortuyn sommigen meteen deed denken aan een anarchistische aanslag – het koelbloedig uitschakelen van machthebbers was onder anarchisten begin vorige eeuw een geliefd tijdverdrijf – wordt ineens een stuk minder vreemd. Vermoedelijk had ook Volkert van der G., die bepaald niet bekend stond om zijn belangstelling voor politiek-sociale stromingen, de connectie tussen veganisme en anarchisme gelegd. Bij de huiszoeking in Volkerts woning vond de politie niet alleen het radicale actieblad Bluf! (aartsvader: Wijnand Duyvendak, huidig GroenLinks-Kamerlid) maar ook anarchistische literatuur. Uiteraard bevatte die ook handzame tips voor het plegen van terreur.
Terug naar Wageningen, eind jaren tachtig. De studiejaren moeten voor Volkert geen gemakkelijke periode zijn geweest. In zijn verklaring lezen we: “Ik weet dat Robert Freriks heeft verklaard dat ik in 1990 een zelfmoordpoging heb gedaan en daarbij mijn polsen heb doorgesneden. Dat klopt. Ik heb toen kennelijk geen slagader geraakt. Het is ook juist dat een vriendin genaamd Monique mij toen naar de huisarts heeft gebracht. Ik was toen al ruim een jaar depressief.”
Maar ondanks zijn depressiviteit was Volkert op vele fronten actief. Behalve dat hij dus deelnam aan op z’n minst één van de acties bij de proefdierfokkerij, richtte hij de Wageningse tak van de actiegroep Lekker Dier op. Op 25 januari 1989 grendelde Lekker Dier, samen met de anti-vivisectiebond, met rollen prikkeldraad het Centrum voor Kleine Proefdieren van de Wageningen Universiteit af. In de kersttijd van ’89 demonstreerde hij in een bebloede witte jas voor de etalage van slagerij Henk Elings in de Wageningse binnenstad. De actie eindigde in een handgemeen met de slager. Volkerts latere geliefde Petra Lievense was redactrice van het blaadje van Lekker Dier. De taal in het blad was soms opruiend. In maart 1990 viel over reclamemakers voor poeliers te lezen: “Wanneer worden de boodschappers geslacht?”
Was de jonge Volkert van der G. zo monomaan dat hij zich beperkte tot dierenacties? Op het oog leek hij zich breder te oriënteren. Na de moord op Fortuyn vertelde Volkerts vroegere vriend en studiegenoot Frank van der Zee aan de pers dat Volkert mee¬deed met acties van De Ziedende Bintjes, een illegaal opererende Wageningse groep die proefveldjes met genetisch gemanipuleerde gewassen onklaar maakte en zo voor miljoenen guldens schade aanrichtte.
Maar Volkerts bemoeienissen met biotechnologie zouden wel degelijk kunnen zijn voortgekomen uit zijn obsessie met dieren. In het binnenkort te verschijnen boek Eco Nostra onthult Peter Siebelt dat ook Volkerts Lekker Dier acties ondernam tegen de biotechnologie. Eind november 1989 plakten dertig actievoerders van Lekker Dier alle ramen van een kloneringsbedrijf dicht. Kennelijk zagen dierenactivisten de opkomende gentechnologie als iets kwalijks.
De Ziedende Bintjes zouden nooit gepakt worden. Een infiltratiepoging door de BVD werd door GroenLinks Wageningen gefrustreerd. Zo konden de actievoerders in de illegaliteit blijven.
Maar er was sinds midden jaren tachtig ook een legale tak, de Kontaktgroep Biotechnologie, die bestond uit drie vrienden die aan de Wageningse universiteit studeerden: Vincent Lucassen, Huib de Vriend en Piet Schenkelaars. De toenmalige studenten (“Als je de Kontaktgroep Biotechnologie afkortte, kreeg je KGB – van die geintjes”) geven toe dat de acties van De Ziedende Bintjes hun publicitair zeer welkom waren, maar beweren dat ze de identiteit van de actievoerders niet kenden. Moeten we hen geloven? In 1991 vertelde Schenkelaars nog aan Intermediair dat hij wel wist wie De Ziedende Bintjes waren. In hetzelfde blad vergeleek De Vriend de verhouding tussen De Ziedende Bintjes en de Kontakgroep nog rustig met die ‘tussen de IRA en Sinn Fein’.
Bij de naam Volkert van der G. gaan er zeker ook geen belletjes rinkelen? Schenkelaars: “Nee, nee… ik heb het er vorige week nog met Huib over gehad, maar we kennen hem niet uit die tijd.” Goh. Terwijl er toch duidelijk raakpunten met Volkerts vriendenkring waren. Met de latere vriendin van Volkert, Petra Lievense, is Schenkelaars zelfs ‘weleens naar de bioscoop geweest’, hoewel ‘het verder niks werd’.
Schenkelaars: “Kijk, je had wel een vermoeden dat sommige mensen bij harde acties betrokken waren, maar ja, daar vroeg je maar niet naar. Wat niet weet wat niet deert. Dan kon je ook niet per ongeluk iets loslaten, mochten er instanties komen om daarnaar te vragen.”
Volgens Schenkelaars was hij zelf niet bij de acties van De Ziedende Bintjes betrokken; hij hield zich uitsluitend met de wetenschappelijke kant van de zaak bezig. Maar gold dat ook voor zijn maat Vincent Lucassen? Die zat destijds diep in de krakerswereld. Hij onderhield vanuit het Wageningse anarchistische (sic!) actiecentrum De Wilde Wereld – waarover straks meer – contacten met de krakersbolwerken in Amsterdam en Nijmegen, en voerde acties tegen Shell. “Nou en? Jullie zoeken naar verbanden die er niet zijn. Volkert heb ik nooit ontmoet.”
En wat vindt hij van de suggestie van een van onze bronnen in de Wageningse scene dat de Kontaktgroep de nummers van kavels van proefvelden doorgaf aan De Ziedende Bintjes? “Ik heb niets meer te melden. Ik stop dit gesprek.”
Ogenschijnlijk kwam aan het rommelige actiebestaan van Volkert een einde toen hij op 14 februari 1992 samen met Sjoerd van de Wouw in Wageningen de Vereniging Milieu-Offensief (VMO) oprichtte. Het doel van VMO was bezwaren in te dienen bij de Raad van State tegen aanvragen van milieuvergunningen door veehouders die hun bedrijf wilden uitbreiden. Daarbij had men twee aanknopingspunten: de juridische beperkingen ten aanzien van de ammoniakuitstoot ten gevolge van mest, en stankoverlast.
De oprichting vond plaats met behulp van de nu 63-jarige Arend Bosscher. Voor de Twentse afdeling van de Vereniging Milieu¬defensie deed Bosscher, die een lange loopbaan als technisch adviseur van de Verenigde Naties achter de rug had, sinds november 1991 hetzelfde werk. Hoewel het ook hem ‘voor zestig procent om dierenwelzijn ging’, ging hij volgens onze bronnen minder fanatiek en confronterend te werk dan Volkert.
Als een vriendschap wil Bosscher zijn relatie met Volkert en Sjoerd niet omschrijven. Eerder waren ze ‘goede collega’s’. Een keer per jaar ging het gezelschap ‘de hei op’ voor een ‘studieweekend’. Veel sprak Volkert dan niet. Bosscher herinnert zich dat ze altijd vegetarisch moesten eten. Niet tot zijn plezier. “En veganisme heb ik altijd waanzin gevonden.”
Had Volkert zijn ondergrondse bestaan afgezworen sinds hij bij VMO werkte? Of werd VMO gebruikt voor illegale activiteiten? Het lijkt sterk op dat laatste.
Zoals Ed Gubbels van proefdierfokkerij Harlan eind jaren tachtig al vermoedde dat gevoelige informatie via ‘nette’ organisaties als de Dierenbescherming uitlekte naar actievoerders van het Dierenbevrijdingsfront, zo bestaan er ook vermoedens over wat er ge¬beurde met de door VMO vergaarde informatie over veebedrijven. Wim Verhagen, woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Fokkers van Edelpelsdieren (NFE), zegt ‘altijd het gevoel te heb¬ben gehad’ dat de plattegronden van bedrijven die een milieuvergunning aanvroegen, werden gekopieerd door VMO en ge¬bruikt voor dierenacties, hoewel hij er geen hard bewijs voor heeft.
Volgens Verhagen was het op z’n minst verdacht dat VMO in het algemeen zoveel mogelijk plattegronden trachtte te bemachtigen, ook van veebedrijven die helemaal nog geen vergunningsaanvraag hadden lopen. Deze plattegronden bevatten nuttige informatie voor actievoerders. Er stond bijvoorbeeld op van welk materiaal de omheining was gemaakt, of er een alarminstallatie was, hoe ver het woonhuis zich van de stallen bevond, en gegevens over de achterkant van het bedrijf, waaruit kon worden afgeleid of een inbraak via die route mogelijk was.
Kennelijk heeft ook justitie bepaalde vermoedens gekoesterd. Bij de inval in het huis van Volkert stuitte de politie op ‘twee plattegronden van nertsfokkerijen waarop makkelijk door te knippen gaas is aangegeven, of een schutting waarover makkelijk via olievaten kan worden heen geklommen’. Volkert verklaarde het bezit ervan door te verwijzen naar zijn werk bij VMO. Maar de officier van justitie vond deze verklaring ‘volstrekt ongeloofwaardig’.
Een één-op-één-relatie tussen een bezwaarschrift van VMO en een dierenactie heeft justitie blijkbaar nooit kunnen aantonen. Dat was wellicht ook niet eenvoudig. De vaak kort op elkaar volgende acties vonden verspreid over de regio plaats, in verschillende politiedistricten. Daarentegen richtte VMO haar aandacht juist op specifieke plekken. Putten was bijvoorbeeld een favoriet werkterrein van Volkert. In die gemeente vonden over langere termijn bezien relatief veel harde acties plaats.
Ergens in de jaren negentig moet Volkert besloten hebben een pistool aan te schaffen. Een nieuwe stap in zijn voortgaande radicalisering. De vraag is alleen: wanneer heeft hij het wapen nu precies gekocht?
In zijn verklaring tegenover de rechter-commissaris lijkt Van der G. nogal om het tijdstip van aanschaf heen te draaien. Aanvankelijk heeft hij het over ‘eind jaren negentig’, maar als de rechter-commissaris zijn geheugen opfrist – kennelijk weet justitie meer – blijkt het ergens in 1996 of 1997 te zijn geweest. Het uiteindelijke moordwapen zou zijn aangeschaft, zo stelt Van der G. dan, uit angst voor aanslagen door boeren.
Rijkelijk laat, want al vanaf 1993 sprak Van der G. in de media over bedreigingen door boeren die door VMO werden aangepakt. Maar opmerkelijk genoeg zegt VMO-oprichter Arend Bosscher dat Volkert daar nooit met hem over heeft gesproken. Kennelijk was het in de praktijk dus ook weer niet zó’n groot probleem. “Ik trad zelf ook weleens op in van die rokerige achterafzaaltjes op het platteland om ons werk uit te leggen, maar heb nooit enige agressie van boeren ondervonden. Dat moet ik ze nageven.”
Dat Volkert wegens de vermeende boerenbedreigingen tot de aanschaf van een vuurwapen zou zijn overgegaan, zoals hij zelf in zijn verklaring beweert, noemt Bosscher ‘absurd’. Ook andere betrokkenen kunnen zich niet voorstellen dat Volkert om die reden zijn pistool aanschafte. “Alleen al omdat je je toch moeilijk kunt voorstellen dat Volkert dat pistool voortdurend bij zich had wanneer hij de gemeenten op de Veluwe afreisde.” Journalist Henk van Ess, die voor het Utrecht Nieuwsblad onderzoek deed naar VMO, meent dat er geen sprake was van ‘levensbedreigingen’ aan het adres van Volkert.
Kortom, het lijkt erop dat Volkert de bedreigingen aandikte om het bezit van zijn pistool te verklaren. Maar waar had hij dit vuurwapen in 1996/1997 dan wel voor nodig? De toen nog vrij onbekende Fortuyn zou hij er pas vele jaren later mee doodschieten.
Volkert richtte zich met name op de kleine gemeenten in Utrecht en Gelderland, en dan weer in het bijzonder op de kleinere veehouders, waar de kansen op foutjes in de aanvragen het grootst waren. In dit opzicht opereerde VMO net als het Dierenbevrijdingsfront. In de handleiding van het DBF staat: “Wanneer je doelwitten kiest die al enigszins verzwakt zijn, dan kun je ervan uitgaan dat deze bedrijven nog verder de problemen in gedrukt worden.” Woordvoerder van de pelsdierfokkers Wim Verhagen vertelt dat activisten juist kleinere pelsdierfokkerijen van oudere mensen aanvallen, omdat die zich geen dure beveiligingsmaatregelen kunnen veroorloven.
Maakte Volkert inderdaad deel uit van het Dierenbevrijdingsfront? We hebben nog een aanwijzing gevonden. Bij een pelsdierhouder op de Veluwe – omdat hij bang is voor represailles wil hij anoniem blijven – werd in 1999 in korte tijd twee maal ingebroken door dierenactivisten. Omdat de eerste actie mislukte, kwamen ze terug. “De tweede keer werden tientallen drachtige dieren losgelaten. Daarvan zijn er heel wat doodgereden.” De ‘dierenbevrijders’ maakten zich bekend als de Barry Horne-brigade, een cel van het Dierenbevrijdingsfront.
Barry Horne was een Britse activist die werd veroordeeld voor het voeren van acties namens het Animal Liberation Front. In november 2001 stierf hij op 49-jarige leeftijd in de gevangenis na zijn vierde hongerstaking. De hongerstakingen waren een protest tegen de ‘misdadige behandeling’ van dieren onder het Britse ‘regime’. In kringen van dierenrechtenactivisten wordt Horne als een martelaar gezien. Op internet is de link tussen Volkert, die ook in hongerstaking ging, en Horne al veelvuldig gelegd.
De pelsdierhouder vertelt: “Ik heb altijd vermoed dat Volkert iets met de aanslagen te maken had. Vanwege zijn fanatisme. Volkert was gebrand op de intensieve veehouderij.” Tegen uitbreidingsplannen van koeienbedrijven maakte hij zelden bezwaar, terwijl die toch veel vervuiling veroorzaken. Het ging hem om het lot van in kleine kooien opgesloten dieren. De pelsdierhouder: “Hij misbruikte de milieuwetgeving voor zijn dierenrechtenactivisme. Ik heb diverse keren met VMO te maken gehad. Als je een uitbreidingsvergunning wilde, tekende Volkert bij de gemeente bezwaar aan op grond van wel vijftig, soms pietluttige, punten. Wanneer de gemeente dan een punt vergat te behandelen, ging zij nat. En kreeg Volkert zijn zin.”
Na de moord op Fortuyn heeft de recherche uitgebreid met de pelsdierhouder gesproken. “Men vertelde mij toen,” onthult hij, “dat Volkert Barry Horne ooit in Engeland had bezocht.” Hetgeen opmerkelijk genoeg noch in Volkerts verklaring noch in het requisitoir van de officier van justitie stond vermeld.
VMO, gevestigd in een statig pand aan een Wageningse singel, groeide uit tot een bezwarenmachine die in 1998 al 2100 bezwaarschriften had ingediend. Er werd bezwaar gemaakt tegen één op de vier milieuvergunningen, en als het tot een rechtszaak kwam, viel die bijna altijd in het voordeel van VMO uit. De veehouders konden onder de rechtszaken uitkomen als ze voor tienduizenden guldens aan ammoniakrechten opkochten bij andere veehouders. Die manier van handelen was controversieel. Sommigen zagen het als een vorm van chantage.
In elk geval was er voldoende reden voor de overheid onderzoek te verrichten naar de ammoniakdeals die VMO sloot. Er bleek niets illegaals aan de hand. Maar de verantwoordelijke ambtenaar van een milieu-inspectiedienst schrok gaande het onderzoek wel van het grenzeloze fanatisme van Volkert, vertelt journalist Henk van Ess van het Utrechts Nieuwsblad. “Deze man is het type moordenaar,” zou de ambtenaar zich off the record tegenover hem hebben laten ontvallen.
Kennelijk had de ambtenaar profetische gaven. Maar was Fortuyn het eerste slachtoffer?
In december 1996, vlak voor kerst, werd op het landgoed Wena tussen Epe en Nunspeet milieuambtenaar Chris van der Werken vermoord. De ambtenaar van het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe was in de regio verantwoordelijk voor de behandeling van vergunningen en bezwaarschriften. In die hoedanigheid had hij geregeld met Volkert van der G. te maken.
Hoewel er volop geruchten waren dat de dader in ‘de milieuhoek’ moest worden gezocht, werd de moord op Van der Werken niet opgelost. In 1997 werd het onderzoek gesloten.
Achteraf gezien vertoont de liquidatie van Van der Werken, die volgens een familielid ‘verder geen vijanden had’, opvallende parallellen met de moord op Fortuyn. Beiden werden op klaarlichte dag vermoord. En beiden werden in de rug (en Fortuyn ook in de nek) geschoten. Uit Volkerts verklaring blijkt dat dit in het geval van Fortuyn een bewuste keuze was geweest: “Het was mijn bedoeling Fortuyn niet onnodig te laten lijden. Van achteren zou ik hem direct dodelijk kunnen verwonden.” Je moet het maar net weten.
Velen hebben zich verwonderd over de koelbloedigheid waarmee Volkert op 6 mei heeft geopereerd. De moordenaar leek er vast van overtuigd dat hij er (letterlijk) mee weg zou komen. Zou hij dit uit eerdere ervaring hebben geleerd?
Volgens De Telegraaf zou het niet hebben geboterd tussen Van der Werken en de onbuigzame Van der G. Ook uit een andere bron weten we dat Volkert en Van der Werken elkaar tijdens vergaderingen voortdurend verbaal te lijf gingen. Volkert was in 1996 bewust buiten een vergadering met milieugroepen over een ammoniak-reductieplan gehouden. De aantekening ‘Volkert niet uitnodigen’ zou afkomstig zijn geweest van Van der Werken.
Wellicht was Volkert hier achter gekomen en had dit zijn woede op¬gewekt. Van der G. had altijd al het gevoel gehad dat ‘de autoriteiten’ op de hand van de boeren waren, en dat ‘corrupte’ ambtenaren een oogje toeknepen als het de naleving van milieuregels be¬trof. Dit was, zo vertelde Arend Bosscher ons, zelfs een belangrijke reden voor de oprichting van VMO geweest. Dat VMO nu bui¬ten het groene polderoverleg werd gehouden, moet de steile Volkert als een onvergeeflijke inbreuk op de spelregels hebben ervaren.
Na de moord op Fortuyn heropende de politie de zaak-Van der Werken. Een getuige zou Volkert enkele dagen na de aanslag op het landgoed hebben gezien. Uit ballistisch onderzoek is echter gebleken dat het pistool waarmee de milieuambtenaar werd omgelegd, niet het moordwapen was dat Fortuyn fataal werd. Op zich zegt dat weinig: hij kan een ander pistool hebben aangeschaft. Zeker is wel dat het om bijzondere kogels ging die in beide pistolen pasten.
Hoe het inmiddels met de zaak-Van der Werken staat, is onduidelijk. Maar dat Volkert ook destijds al voor in het kaartenbakje met verdachten moet hebben gezeten, blijkt uit een opmerkelijk telefoongesprek dat wij met de zwager van Van der Werken voerden. Nog voordat de media een verband legden tussen de aanslag op Fortuyn en de moord op Van der Werken, belden inspecteurs van de politie Noord- en Oost-Gelderland de weduwe van de milieuambtenaar met de mededeling dat ‘de moordenaar van Fortuyn dezelfde Volkert is’, aldus de zwager.
Het fanatisme van Volkert zal een karaktertrek zijn, maar is ook ideologisch gevoed. In zijn verklaring komt twee keer een verwijzing voor naar het boek Animal Liberation van de ethicus Peter Singer. Dit boek is de bijbel van de dierenbevrijders. Ook Volkert las het. Hij zei in de verklaring: “Ik weet dat daarin wordt gesproken over de gelijkwaardigheid van mensen en andere dieren. Als mij wordt voorgehouden dat in het voorwoord in dat boek wordt gesproken over het bereiken van doelen op geweldloze wijze, dan zeg ik daarop dat ik niet geweldloos heb gehandeld. Wat is geweld? Geweld is een diffuus begrip en het gebruik ervan is ook niet altijd onjuist.”
Het staat er nogal gortdroog. Maar het bewuste boek van Peter Singer is dat allerminst. Dat bevat een dramatische opsomming van de gruwelijke martelingen die dieren moeten ondergaan tijdens dierproeven en in de bioindustrie. Je lust even geen karbonaadje meer als je dat allemaal hebt gelezen. Singer trekt vergelijkingen met de Holocaust, maar vooral met de slavernij. Hij doet dus een sterk emotioneel en moreel appèl, en wie daar gevoelig voor is, zal er misschien niet zo heel erg tegen opzien om in het licht van die grote bevrijdingsstrijd ook een in de weg lopend mens om te leggen.
We weten niet waar dierenactivisten hun plannetjes smeden. Maar een belangrijke locatie waar sympathisanten van het dierenactiewezen elkaar ontmoeten, is het voormalige Wageningse meisjesinternaat De Wilde Wereld; ‘een pand in zelfbeheer’ van sombere bakstenen waarin zich tientallen alternatievelingen hebben verschanst.
Het hier gevestigde Politieke Infocentrum organiseert avondjes waarop bijvoorbeeld het werk van Peter Singer wordt besproken met de verhitte humorloosheid die past bij elke sekte. In het anarchistisch getinte krantje WUR (Wageningen Underground Resistance) van het Politiek Infocentrum valt sinds de moord op Fortuyn altijd wel iets te lezen over Volkert en het dierenactivisme. De lezers wordt keer op keer verzocht solidariteitskaartjes te sturen naar Volkert in de Bijlmerbajes. En naar een andere icoon: de in België vastzittende dierenactivist Geert Waegemans. De belangstelling van de pers voor Volkert en Wageningen wordt in WUR omschreven als ‘een hetze tegen links’. “Ons advies: vooral niet kletsen hierover met journalisten!” Ook het ‘radikaal eko-aktienetwerk’ GroenFront! krijgt in WUR veel steunartikelen.
Enkele dagen na de moord op Fortuyn werd de pro-Volkert-houding in WUR wel heel cynisch geuit. Toen viel er te lezen: “Na het fortuinlijk mikwerk ons aller V. barstten er her en der in de stad straatfeesten uit, zoals in de verschillende bolwerken.” En: “Toen kwam de pers die we zo formidabel om de tuin hebben weten te leiden, overal doken ze op en iedereen hield de lach goed verborgen.” Humor? Daar dacht Wageningse Universiteit en Researchcentrum, ook afgekort als WUR, anders over. Het kwam tot een strafzaak, omdat de naam van de website van WUR, www.wur.info (http://www.wur.info/), zou doen vermoeden dat de universiteit zelf een hand had gehad in deze onsmakelijk pro-Volkert-propaganda. De universiteit verloor die zaak echter, omdat er geen persoon aan de WUR-site gekoppeld zou kunnen worden.
Erg doortastend lijkt justitie hier niet te werk te zijn gegaan. Al snel vonden wij bijvoorbeeld op internet een protestbrief over een Wageningse vastgoednota, die op 15 maart 2002 werd ondertekend met: “Fransel Maas, namens wur.info. (gebruiker van de Wilde Wereld).” Fransel Maas is lid van de linkse Boergroep, die nota bene door de Wageningen Universiteit wordt gesubsidieerd. Een bron in Wageningen oppert dat justitie de website waarschijnlijk liever in de lucht houdt, omdat er welkome informatie op verschijnt over het actienetwerk van Volkert.
In de Wageningse actiescene wordt er wel meer in de WUR-stijl over de moord op Fortuyn gedacht. Zo hield GroenLinks Wageningen op de dag na de moord een crisisoverleg. Alle lokale kopstukken waren die avond aanwezig. En opmerkelijk genoeg ook enkele radicale kameraden van Volkert.
Getuigen vertellen ons dat Jeroen Breekveldt, van de anarchistisch getinte Werkplaats Linkse Analyse Biopolitiek (ook opererend vanuit De Wilde Wereld), die avond vertelde de gedachten van Fortuyn dermate verwerpelijk te vinden, dat hij ‘geen traan liet om de moord’. Activiste Judith Scheltema, ook van De Wilde Wereld en bevriend met Volkert en Petra, wilde de moord niet veroordelen voordat ze het verhaal van Volkert zelf had gehoord. Niemand onder de verzamelde GroenLinksers zag in die uitspraken aanleiding om deze extreme figuren de deur te wijzen. Men protesteerde niet eens.
Uit ons verhaal moge duidelijk zijn geworden dat het motief van Volkert wel degelijk gelegen was in het bestrijden van dierenleed. Sterker, hij was een dierenactivist in hart en nieren. Dat het justitie tot dusverrre niet is gelukt hem ook daarvoor voor de rechter te slepen, mag men gerust onthutsend noemen.
Voor Henk Doeland, de projectleider van het rechercheteam in de zaak-Van der G., moet het oordeel van de Amsterdamse rechtbank dat de verdachte handelde uit zorg over ‘kwetsbare groepen’ frustrerend zijn geweest. Twee weken geleden gaf hij een interview aan het vakblad Recherche Magazine. Hoogst ongewoon voor een betrokken politieman, zeker gezien het feit dat de zaak nog ‘onder de rechter’ is. Onomwonden sprak Doeland: “Volgens mij had hij niet een politieke overtuiging. Hij gaf om dieren, dat was het.”
De televisiebeelden bij dit artikel zijn afkomstig van een Tros Aktua-uitzending uit 1993, waarin Volkert vertelde over zijn werk bij VMO. Na de moord op Fortuyn werden deze beelden herhaald door 2Vandaag.
Verdachte moord Fortuyn gezien op plek Onderzoek verband met moord op ambtenaar
AMSTERDAM - Het Openbaar Ministerie (OM) laat de politie beweringen van een vrouw onderzoeken in het kader van de moord op Fortuyn. De vrouw zegt dat zij Volkert van der G. heeft gezien op de plek waar in december 1996 de 43-jarige milieuambtenaar Chris van der Werken is vermoord.
Van der G. wordt verdacht van de moord op Pim Fortuyn. De vrouw heeft de verdachte weken na het misdrijf gezien op de locatie van de moord op de ambtenaar, zegt persofficier M. Bloos van het OM in Amsterdam. De vrouw herkende Van der G. op een krantenfoto en belde de politie.
Het Openbaar Ministerie in Zutphen is verantwoordelijk voor het opnieuw begonnen onderzoek naar de moord op Van der Werken. Justitie in Amsterdam leidt het team dat de moord op Pim Fortuyn probeert op te lossen. Beide parketten wisselen voor elkaar relevante informatie uit, zegt Bloos.
De politierechter in Den Haag heeft vrijdag zeven stenengooiers veroordeeld tot cel- en taakstraffen voor hun betrokkenheid bij de rellen rond het Binnenhof direct na de moord op Pim Fortuyn. Een man uit Nijmegen kreeg voor het gooien van stenen drie maanden cel, waarvan een maand voorwaardelijk. De overige zes veroordeelden zijn Hagenaars. Een 19-jarige man kreeg dezelfde straf omdat hij extremistische leuzen riep en volgens justitie alleen uit was op het creëren van een rel. Ook een 24-jarige Hagenaar was volgens justitie met die motivatie naar het Binnenhof gekomen. Hij had met een doek voor het gezicht stenen naar de mobiele eenheid gegooid. Hij kreeg acht weken cel, waarvan twee weken voorwaardelijk opgelegd.
Twee Hagenaren van 20 en 28 jaar moeten taakstraffen van zestig uur doen, een 18-jarige plaatsgenoot veertig uur. Een 25-jarige Hagenaar moet acht weken de cel in. In zijn geval hield de rechter rekening met zijn uitgebreide strafblad op het gebied van geweldpleging.
TIjdens de pinksterdagen hebben opnieuw duizenden mensen het graf van Pim Fortuyn op de begraafplaats Westerveld in Driehuis bezocht. Zondagmiddag was de wachttijd anderhalf uur, aldus de politie.
Rechten
Familie en vrienden van Pim Fortuyn hebben de merkrechten op zijn naam veilig gesteld, om te voorkomen dat derden er munt uit slaan. Aanvankelijk werkten zij daarbij langs elkaar heen. Mens was er als eerste bij, twee dagen na de moord, om het merk Pim Fortuyn voor tal van artikelen te registreren. De familie van Pim Fortuyn kwam vorige week ook in actie bij een ander merkenbureau. Het betreft producten als cosmetica, cd's, videobanden, dvd's en andere beeld- en geluidsdragers en daarnaast radio- en tv-programma's, rookwaren, kleding, schoeisel en hoofddeksels.
Volgens Mens komt hij er met de familie wel uit, hoe de rechten precies worden vastgelegd. (21 mei 2002)
©Nederlands Dagblad
Meer bewijzen tweede moord Van der Graaf
Bas Benneker, Elsevier.nl, 7 juli 2006
http://www.elsevier.nl/nieuws/nederl...p?artnr=105423 (http://www.elsevier.nl/nieuws/nederland/nieuwsbericht.asp?artnr=105423)
De Nationale Recherche beschikt over sterke aanwijzingen dat Volkert van der Graaf, de moordenaar van Pim Fortuyn, eerder ook de milieuambtenaar Chris van der Werken doodschoot.
Volgens een geheim rapport (pdf) van de recherche waarover De Telegraaf beschikt stapelen de bewijzen tegen Van der Graaf zich op in de zaak Van der Werken. Zo zou hij de milieuambtenaar met de dood hebben bedreigd en indertijd in het bezit zijn geweest van een vuurwapen.
Bovendien vertoont de uitvoering van de liquidatie gelijkenis met die van Fortuyn en is zijn auto bij het plaats delict gesignaleerd. Van der Graaf beschikt niet over een sluitend alibi.
Conflict
De 43-jarige Chris van der Werken uit Nunspeet werd op zondagmiddag 22 december 1996 tijdens een boswandeling vermoord door drie kogels in de rug. Van der Werken was milieucoördinator van de gemeente Harderwijk. In die functie had hij bemiddeld bij een hoog oplopend conflict tussen de Veluwse boeren en de Vereniging Milieu Offensief van Van der Graaf.
Bij overleg over een ammoniakreductieplan koos Van der Werken teveel de kant van de boeren, vond Van der Graaf. Hij gold daarom indertijd al als verdachte, maar er was onvoldoende bewijs tegen hem (lees de Elsevier-reconstructie van de moord Kille liquidatie op een onschuldig bospad).
Liquidatie
Naar nu blijkt is Van der Werken met de dood bedreigd door Van der Graaf, volgens een getuigeverklaring van een boer. Ook zou kort na de liquidatie bij het landgoed een rode Opel Kadett zijn gesignaleerd - een model en kleur auto waarin Van der Graaf toen reed. Bovendien heeft een huisbaas in de toenmalige woning van Van der Graaf een vuurwapen aangetroffen dat mogelijk gebruikt is bij de liquidatie.
Het televisieprogramma EO-Twee Vandaag trok bijna drie jaar geleden al soortgelijke conclusies. Van der Graaf spande toen een kort geding aan bij de Raad voor Journalistiek, en werd in 2004 in het gelijk gesteld.
Het zou niet voor het eerst zijn dat milieu- en dierenactivisten geweld gebruiken om hun idealen kracht bij te zetten. Simon Rozendaal inventariseerde eerder in Elsevier de milieuterreur. Lees Beesten van mensen - Volkert en zijn vrienden.
Volkert en de Nunspeet-moord
Sylvain Ephimenco, Trouw, 8 juli 2006
In december 1996 werd in de bossen van Nunspeet milieuambtenaar Chris van der Werken door drie kogels in de rug vermoord. Van der Werken had door zijn functie regelmatig te maken met Volkert van der G. en lag met hem in de clinch.
Hoewel de moord op Van der Werken op die van Pim Fortuyn deed denken (kogels van dichtbij in de rug geschoten), zei de Nationale Recherche geen aanknopingspunten te hebben gevonden om Volkert van de moord op de milieuambtenaar te verdenken. Ik heb dit altijd vreemd gevonden. In juli 2003 schreef ik dat mijn overtuiging anders was en dat genoeg verdenkingen bestonden om beide moorden aan dezelfde moordenaar te linken. Achteraf heb ik geluk gehad. Volkert vindt het niet leuk om in verband met de liquidatie van de milieuambtenaar te worden gebracht en grijpt meestal onmiddellijk naar zijn advocaat. Begrijpelijk: één moord is 18 jaar, twee wordt dan levenslang. In 2004 diende deze koelbloedige moordenaar een klacht in tegen EO-Twee Vandaag die ook een verband tussen de twee liquidaties had gesuggereerd. De klacht werd door de Raad voor de Journalistiek gegrond verklaard omdat de EO geen wederhoor had toegepast. Om je dood en dood te lachen. Wat is de waarde van het parool van deze aartsleugenaar die, wanneer hij zich niet op zijn zwijgrecht beroept, vanuit de gevangenis aan zijn vriendin laat weten: ’Mocht ik ooit een verklaring afgeven aan de rechtelijke macht of de media dan hoeft dat natuurlijk niet de waarheid te zijn.’ ?
Gisteren publiceerde de Telegraaf delen uit een ’zeer vertrouwelijk’ rapport van de Nationale Recherche. Dit nieuwe onderzoek (kort na de moord op Fortuyn) heeft destijds Volkert vrijgepleit van de Nunspeet-moord. Maar als je de samenvatting in het rapport leest, trek je je haren uit je hoofd. Uit verschillende getuigenissen blijkt dat Volkert meer dan verdacht had moeten zijn. Zo zag zijn huisbaas, zes maanden voor de moord op Van der Werken, een pistool met 7 of 8 kogels op de zolder van Volkert liggen. Een andere getuige, boer B., legde de politie uit hoe de later vermoorde milieuambtenaar bij hem ’ontdaan binnenkwam’. Van der Werken was kort daarvoor door Volkert van der G. met de dood bedreigd. Hij kon de woorden Van der G. bij boer B. met precisie herhalen: ’Ze moesten je doodmaken en ik zou daar ook wel bij willen helpen.’ Het lijkt alsof politie en Justitie weinig zin in hebben om het dossier te heropenen. Waarom toch worden belastende feiten niet grondig behandeld en wordt er vrij snel na de moord op Fortuyn verklaard dat Volkert niets met de Nunspeet-moord te maken heeft gehad? Moeten we dan Maurice de Hond weer optrommelen? Mijn diepe overtuiging is meer dan ooit dat: Volkert, de moordenaar van Fortuyn, die Chris van der Werken met de dood bedreigde, die een pistool met kogels op zijn zolder verborgen hield, die hetzelfde type auto bezat als dat dat in de buurt van de Nunspeet-moord is gezien, als serieuze verdachte van de moord op de milieuambtenaar aangemerkt moet worden. Ik pas geen hoor en wederhoor toe en wacht zijn klacht bij de Raad voor de Journalistiek rustig af.
'Moordenaar wilde al in Breda toeslaan'
BREDA - De vermoedelijke moordenaar van Pim Fortuyn, Volkert van der G. (32), lijkt enkele uren voor de aanslag in Hilversum al in Breda te hebben willen toeslaan. Dat blijkt uit verklaringen van diverse getuigen die de Harderwijkse milieuactivist maandagmiddag ruim twee uur lang zagen rondhangen op het parkeerterrein van Hotel Brabant, waar Fortuyn aanwezig was om vragen van kiezers te beantwoorden.
Ook heeft een getuige gezien dat Van der G. in het gezelschap van twee mogelijke handlangers was. Een en ander is vastgelegd op de videobanden van drie bewakingscamera's bij het hotel. De politie heeft deze tapes in beslag genomen.
De verdachte heeft waarschijnlijk van de geplande aanslag moeten afzien omdat er bewaking voor de bijeenkomst in Breda was ingehuurd. Direct nadat Fortuyn het hotel verliet om naar Hilversum te vertrekken, zijn de drie mannen in twee auto's achter hem aangereden, zo melden de twee getuigen, wier namen bij deze krant bekend zijn.
Een medewerker van een tegenovergelegen autogroothandel heeft Volkert van der G. aan de hand van tv-beelden herkend. "Ik weet zeker dat hij het was. Hij droeg een spijkerbroek, zo'n vies bruin leren jasje en een roodachtige baseballpet."
"Hij sprak regelmatig met twee mannen. Die hadden hun witte Peugeot 604 diesel uit 1990 op het parkeerterrein staan. Je kon meteen zien dat die gasten hier niet thuishoren, dus ik hield ze extra in de gaten. Ze gedroegen zich verdacht en liepen constant rond."
"Die Volkert kwam ook nog even naar onze auto's kijken. Dan liep hij weer naar de zij-ingang, dan sprak hij weer met de ene, dan weer de andere man. Dan stonden ze weer met zijn drieën bij elkaar te smoezen. Afschuwelijk, je moet er toch niet aan denken dat ze hier al wilden toeslaan."
Ook een salesmedewerkster van Hotel Brabant zegt Van der G. beslist te hebben herkend. Zij zag de man uit een rode auto springen toen zij om 13.45 uur het parkeerterrein afreed. Volgens de hotelmanager had de verdachte zijn auto fout geparkeerd pal naast de zij-ingang, op zo'n 20 meter afstand van de Daimler van Fortuyn. Justitie heeft bevestigd dat Van der G. een rode auto heeft.
Het openbaar ministerie heeft gisteren een uitgebreid onderzoek bij Hotel Brabant ingesteld. Twee rechercheurs uit Hilversum hebben verder de gastenlijst opgevraagd bij dagblad BN/De Stem, dat de verkiezingsbijeenkomst organiseerde. Op deze lijst komt de naam van Van der G. overigens niet voor.
Inmiddels is de moeder van de moordverdachte, Anneke, ondergedoken. Volgens een bekende moet de vrouw volledig zijn ingestort. De rolluiken van haar riante bungalow in een Zeeuwse badplaats zijn sinds donderdagavond hermetisch gesloten. "Die arme vrouw", aldus een buurman. "Haar zoon kwam haar regelmatig opzoeken. Maar zij heeft met niemand in de buurt contact. Ze leeft op zichzelf."
http://krant.telegraaf.nl/krant/arch...r.fortuyn.html (http://krant.telegraaf.nl/krant/archief/20020511/teksten/bin.der.hotel.auto.weer.fortuyn.html)
Zomaar enkele onopgehelderde vragen!
* Volkert die zeer zorgvuldig zijn sporen (liet) wissen was kennelijk vergeten om zijn wapen goed schoon te maken zodat het oude DNA op het pistool bleef zitten, of was het de bedoeling het wapen weg te gooien zonder zijn eigen DNA achter te laten?
* Wat was Volkert van plan met de andere LPF-Kandidaten?
* Waarom is er niks bekend over link Volkert met de anti-bont demonstranten met nep-Pim?
* Zijn er verbanden met het zeer militante Animal Liberation Front in de UK?
* Zijn er verbanden met de Wageningse Underground Resistance?
* Hoe zit het met de moord op de Gelderse milieu-ambtenaar Chris van der Werken in 1996?
* Wat is de rol van Sjoerd van der Wouw van VMO in Wageningen?
* Wat zijn de banden met Groen-Links politici? (Zoals de wethouder in Wageningen)
*Heeft Petra L. ook altijd haar mond dichtgehouden tijdens verhoren?
* Heeft Petra Lievense nou wel of niet op het Ministerie van VROM gewerkt als assistente voor Jan Pronk? Daar gingen namelijk hardnekkige geruchten de ronde over.
Ook zou Pronk zich hoogstpersoonlijk met de subsidie aan VMO hebben bemoeid toen die stopgezet dreigde te worden
* Welke duistere rol heeft de minister van Binnenlandse zaken vervuld (K de Vries - PVDA)?
* Hoe "onafhankelijk" is de Commissie van der Haak??
* Is er een link naar ons Staatshoofd, vanwege het stelselmatig (haast verdacht) verzwijgen, tijdens de Troonrede op Prinsjesdag en de Kerst-toespraak,....van de moord op Fortuyn ?
* Waarom was de recherche diezelfde avond nog in het huis van Fortuyn en niet in het huis en het werk van Volkert? Het eventueel te verkrijgen bewijsmateriaal is bij de dader normaalgesproken kwetsbaarder, vluchtiger, dan bij het slachtoffer.
* Klopt het dat de harde schrijf van Fortuyn in goede staat door de recherche is meegenomen en gecrasht is teruggekomen? Waarom?
* Is het waar dat het Rechercheteam in Hilversum de eerste week na de moord GEEN ENKELE support kreeg van de politie in Amsterdam en van de BVD? (in opdracht van "Den Haag")
* Hoe zit het met de getuigen die Van der Graaf hebben gezien met iemand anders - in Tilburg, enkele weken eerder, toen Fortuyn daar boeken ging signeren?
* Hoe zit het met de getuige die Van der Graaf in verband bracht met de moord op de Veluwse Milieu-ambtenaar?
* Wat heeft Petra Lievense die dag eigenlijk gedaan? Waar was zij op het moment van de aanslag?
* Hoe kon het dat de politie in volle sterkte inclusief kogel vrije vesten Volkert van der Graaf "op stond te wachten"? Hoe toevallig is het dat er net een peloton zwaar bewapende ME'ers klaarstond om Volkert van der Graaf te arresteren?
* Wat is de productie datum van de gebruikte kogels en wat is de chemische samenstelling van het kruit? Indien onderzocht komen deze overeen met de moord op van der Werken?
Zijn er slijtsporen op de aangetroffen kogels (die oorspronkelijk in het wapen zaten) bij Volkert overeenkomstig met het gebruikte magazijn?
* Waarom is de getuige Filemon Wesseling is nooit verhoord terwijl deze ook twee uur op het interview van Pim Fortuyn heeft gewacht?
* Wie wiste Volkert van der Graaf’s computer gegevens op zijn harddisk terwijl hij al gevangen zat op 6 mei
* Wat voor gesprekken met Pim hebben er op 4 en 5 mei 2002 plaatsgevonden?
Wie waren daarbij aanwezig?
Wat is de beleving van butler Herman over deze twee dagen?
Wat is de beleving van de heer Herben over deze twee dagen?
* Wie had de eerste 48 uur de leiding over het onderzoek, voordat Officier van Justitie Dhr. Plooy die kreeg? En vooral: waarom?
* Waarom duurde het zolang totdat de ambulance kwam?
* Waarom ging het hek van het mediapark niet open (sabotage)?
* Waarom werd het huis van Pim Fortuyn direct op de avond na de moord onderzocht en ging de recherche pas na een week bij VMO langs?
* Waarom zijn de verklaringen van de bij Pim Fortuyn betrokken mensen niet in de onderzoeken (recherche, Van der Haak) meegenomen?
* Waarom is de verklaring van de bij Pim Fortuyn betrokken makelaar over de uitspraak van een recherchelid (Ja, ik heb het) niet onderzocht? Wat had dit recherchelid gevonden? Werd Fortuyn wel afgeluisterd, zoals hij zovaak beweerde?
* Was Volkert van der Graaf de avond van 5 mei 2002 inderdaad in Amsterdam bij 'vrienden' en niet in Harderwijk in zijn woning? Waarom was hij daar? Wat deed hij daar? Met wie was hij daar?
* Was Volkert van der Graaf inderdaad s'middags bij Hotel Brabant in Breda, zoals een getuige heeft verklaard?
* Wat was de exacte route de Volkert op 6 mei 2002 heeft afgelegd?
* Er zou een vluchtauto zijn gesignaleerd in de buurt van het mediapark? Wat is er met deze wagen gebeurd? Waarom is deze weggereden?
* Welke gegevens stonden er bij Volkert ivm de moord op de PC?
* Wat is de rol geweest van de BVD (AIVD) bij het verduisteren van bewijsmateriaal.
* Volgens bronnen hebben medewerkers in de bediening gezegd dat zij Ad Melkert en Wim Kok op 's avond op 6/5 hebben bediend met champagne. Wat is er waar van het gerucht dat deze twee heren met champagne getoast hebben op de moord?
Boven de wet Het arrogante bolwerk van de Nederlandse rechters
Bovend'Eert, P.P.T. Dr, C110506 J. Hop bijbanenregister rechtbank Zutphen
HP De Tijd, 22 november 2002 week 47
Door Stan de Jong, Foto's Rollan Dideur
Wie zich in Nederland kritisch uitlaat over de rechterlijke macht - zeker als het individuele rechters betreft - krijgt al snel te maken met het goed georganiseerde en goedgebekte juristengilde. Daarbij valt de eensgezindheid tussen advocaten, rechters en juridische wetenschappers op. De communis opinio: aan het lijf van onze rechters geen polonaise! Je zou bijna gaan denken dat dit iets te maken heeft met het feit dat de heren en dames elkaar nog wel eens tegenkomen als confrère in de diverse arrondissementsrechtbanken en gerechtshoven.De totale rechterlijke macht omvat ongeveer 2400 mensen in vaste dienst. De staande magistratuur (leden van het Openbaar Ministerie) telt zo'n 600 leden, de zittende magistratuur bestaat uit ongeveer 1800 rechters. Deze 'echte' rechters zijn voor het leven benoemd door de Kroon en worden, in tegenstelling tot gewone stervelingen, geacht tot hun zeventigste probleemloos te functioneren. Omdat alom wordt geklaagd over overbelasting van de rechterlijke macht, is het tekort aangezuiverd met een ongeveer even groot aantal rechterplaatsvervangers. Deze parttimers worden grotendeels gerekruteerd, uit de advocatuur. Is dat niet vreemd, zult u als niet-jurist zeggen. Advocaten zijn er toch voor het belang van hun cliënten, en rechters dienen het belang van de samenleving. Als ze van toga verwisselen, krijg je dan niet een eigenaardige vermenging van rollen? Inderdaad, in het buitenland kijken ze er vreemd van op. In het verderfelijke Amerika schijnen ze zelfs meesmuilend te spreken over 'Hollandse toestanden'. En het eigenaardige is dat in de Wet op de Rechterlijke Organisatie, onder het hoofdstukje "incompatibiliteiten" staat dat de baan van rechter onverenigbaar is met die van advocaat. Logischerwijs is het dan evenmin de bedoeling dat advocaten voor rechter spelen, maar dit schijnt 'juridisch' weer heel genuanceerd te liggen. In elk geval zijn grootscheepse protesten uit de politiek of de wetenschap tegen deze verstrengeling van functies tot op heden uitgebleven. Maar wat wil je? Ook aan de universiteiten, in de politiek en op de ministeries mogen ze graag een rechterstoga aantrekken, en ja, je komt elkaar nog wel eens tegen, nietwaar?
Vanwege al die lijntjes met de ambtenarij, de wetenschap, de advocatuur en de politiek is de rechterlijke macht als geen ander in staat de eigen belangen te (laten) verdedigen. Tot de voorste verdedigingslinie behoort de Vereniging voor de Rechterlijke Macht (VVRM) Deze zogenaamde onafhankelijke vereniging is in werkelijkheid een machtige lobbyclub die opkomt voor de materiële en immateriële belangen van rechters en officieren van justitie. Voorzitter Wil Tonkens, we zullen haar later nog tegenkomen, reageerde dan ook als door een adder gebeten op de uitlatingen van Hoogendijk: "niet gepast" en "schandelijk".Tot de juridische frontsoldaten behoort ook de Maastrichtse hoogleraar strafrecht Gerard Mols. Naast zijn hoogleraarschap is hij én advocaat én plaatsvervangend rechter. Ondanks die drukke werkzaamheden houdt hij tijd over om geregeld in de media op te duiken. In de Volkskrant noemde Mols de uitlatingen van Hoogendijk "buitengewoon kwalijk" en "een karaktermoord op Vermolen". Mols: "Hoogendijk is kennelijk van mening dat de rechterlijke macht moet worden gezuiverd van mensen die maatschappelijk betrokken zijn, dus links zijn en dus geen rechter mogen worden. Die tendens is buitengewoon zorgwekkend." De cursivering is van ons. Bij Mols klopt het hart in elk geval nog steeds aan de goede (dus linkse) kant. Zo maakt hij deel uit van een groep van voornamelijk juristen ("Statewatch") die de Europese overheden nauwlettend in de gaten houdt. Bij de bestrijding van terrorisme zouden wel eens onvervreemdbare grondrechten in het gedrang kunnen komen, denkt men. Van de partij is ook Steijn Franken, van het linkse advocatenkantoor Van den Biesen Prakken & Böhler, die de verdediger van Volkert is. En natuurlijk La Böhler zelf, die haar sympathie voor de frisse jongens en meisjes van de Baader-Meinhof groep nooit onder stoelen of banken heeft gestoken. In dit gezelschap voelt Mols zich als een vis in het water. Onlangs bracht het NOS-journaal een item over de lankmoedige houding die de Nederlandse autoriteiten in het verleden hadden tentoongespreid ten opzichte van linkse terreurbewegingen. Terecht, meende Mols toen. "Acties van die groeperingen waren gericht op het bevrijden van dieren, tegen materieel van defensie, maar zijn nooit gericht tegen het leven van personen of de gezondheid van personen in ons land." Gemakshalve vergat Mols de aanslag op het huis van minister van justitie Aad Kosto en op wijlen CD-voorman Hans Janmaat, waarbij mevrouw Janmaat in een rolstoel belandde. En Mols draafde maar door. Met een verwijzing naar de harde aanpak van de Rote Armee Fraktion in Duitsland: "Als justitie harder zou gaan optreden tegen actiegroeperingen, dan kunnen de acties van die groeperingen harder worden en dan neemt de tolerantie in dit land aanmerkelijk af." Ergo: als de overheid de zware misdaad harder aanpakt, dan zouden de zware jongens wel eens nog harder kunnen terugslaan, en dan wordt het er niet gezelliger op in ons tolerante paradijsje. Mols" soepele omgang met de logica zal hem als advocaat ongetwijfeld van pas komen. Maar of zijn studenten er net zo van onder de indruk zijn, kun je je afvragen.
Wie als `deskundige" evenmin is weg te branden in debatten over de rechterlijke macht, is Bert van Delden. De voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak is de spin in het web van juridisch Nederland. De raad heeft onder meer een forse vinger in de pap van de rechtersopleidingen. Wat had Van Delden te melden over de kwestie Vermolen? "Ik kan me voorstellen," zei hij in NRC Handelsblad, "dat mensen denken: moet dat nu? Is het wel verstandig een rechter die actief is in de PvdA op deze zaak te zetten? Maar goed, het besluit is genomen. Daar is verder ook niks verkeerds aan." Hebt vertrouwen! Gaat u maar rustig slapen. Zou "meester Bert" zich die zalvende toon soms als voorzitter van de Haagse rechtbank eigen hebben gemaakt? In die functie baarde hij nogal opzien met de beslissing dagvaardingen voor kort gedingen niet meer ter inzage te leggen voor de pers. Sommige zaken werden zelfs niet meer op de openbare zittingsrol geplaatst. Aldus werd het wel bijzonder lastig om erachter te komen wanneer een zaak werd behandeld; laat staan om te controleren of de dienstdoende rechters wel even onkreukbaar recht spraken als zij zelf dachten. Het vakblad De Journalist concludeerde dat dit nu exact de bedoeling was van Van Delden. Aan pottenkijkers had de Haagse president kennelijk geen behoefte. Diens toch wel navrante uitspraak "Rechtspraak is openbaar, maar daar is de rechtspraak niet altijd mee gediend" wekte in dat licht dan ook weinig verbazing meer.
Hoewel op de onafhankelijkheid van al deze "deskundige"juristen dus veel valt af te dingen, liggen hun namen en telefoonnummers boven in het kaartenbakje van de diverse radio- en televisieprogramma's. Zo mocht zowel Mols als Van Delden onlangs zijn licht laten schijnen op het doodslaan van René Steegmans in Venlo. De opmerking van de Venlose burgemeester dat hij het toch wat vreemd vond dat een van de twee betrokkenen alweer was vrijgelaten door het Openbaar Ministerie, was hun danig in het verkeerde keelgat geschoten. Mols vond dat de burgemeester zelfs "eigenrichting" uitlokte. Anders gezegd: de Venlose bevolking zou zich wel eens kunnen gaan overgeven aan lynchpartijen en klopjachten. Nu is het gevaar dat burgers het recht in eigen hand nemen, er de laatste jaren niet minder op geworden. Maar natuurlijk niet, zoals Mols ons wil doen geloven, omdat de burgemeester van een Limburgs provincieplaatsje zich een keer sceptisch uitlaat over het vervolgingsbeleid van het OM. Burgers hebben gewoon het gevoel dat justitie het er te vaak bij laat zitten. De overheid heeft het monopolie op geweld, heet het, maar ja, dan moet ze de knoet wel gebruiken. Anders is het een kwestie van tijd voor de volgende AH-medewerker uit zijn slof schiet als hij de junk die hem een week eerder beroofde weer in zijn filiaal ziet funshoppen.
Het zijn allang niet meer alleen lezers van de krant van wakker Nederland die om law & order roepen. Dat de rechtshandhaving ernstig tekortschiet, concludeerde vorige week ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). In het rapport De toekomst van de rechtsstaat adviseerde de WRR dat het OM ernstige delicten te allen tijde moet vervolgen. In elk geval dient justitie in het openbaar verantwoording af te leggen over de keuzen die in het opsporings en vervolgingsbeleid worden gemaakt. Iemand als Bert van Delden zal wel even moeten wennen aan de glasnost bij justitie. De woorden van de Venlose burgemeester noemde hij "onaanvaardbare uitspraken voor een gezagsdrager". Ze zouden volgens hem "de indruk bevestigen die bij grote delen van de bevolking leeft, dat de rechtspraak niet deugt. En dat is niet zo". Blijkbaar mogen niet alleen gewone burgers geen kritiek hebben op magistraten - van burgemeesters wordt een nog grotere terughoudendheid verwacht. En volksvertegenwoordigers als Ferry Hoogendijk moeten helemaal hun mond houden. In dat laatste geval schermen juristen graag met de beroemde "scheiding der machten": politici dienen zich te onthouden van kritiek op de "onafhankelijke" rechterlijke macht, anders wordt het in onze rechtsstaat een janboel.
Waarschijnlijk is er geen beginsel dat zo vaak wordt misbruikt in de discussie over de rechterlijke macht als de "drie-machtenleer" van de achttiende-eeuwse Verlichtingsfilosoof Montesquieu. Volgens de karikaturale wijze waarop juristen als Van belden diens ideeëngoed interpreteren, zijn de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht gescheiden bolwerken, waarvan de vertegenwoordigers zich niet met elkaar dienen te bemoeien. Een huiveringwekkende eye-opener. Als dit waar zou zijn, betekent dit dat we in Nederland al eeuwen in een bananenrepubliek leven! Wetten worden immers gemaakt door de regering samen met de Eerste en Tweede Kamer. ook verder is er allerlei "bemoeizucht" tussen de drie machten. Zo wordt een minister (uitvoerende macht) nogal eens ter verantwoording geroepen door het parlement (wetgevende macht) om zijn beleid uit te leggen. Bij onvoldoende vertrouwen kan hij zelfs zijn koffers pakken. Met dit alles is ook niets mis. Waar het Montesquieu immers om ging, is dat er een evenwichtige verdeling van macht is, en dat er sprake is van controlemechanismen: ckecks and balances. En laat het nou de rechterlijke macht zijn die zich aan elke controle van buitenaf weet te onttrekken. Dat rechters voor het leven worden benoemd, en niet zomaar kunnen worden ontslagen door de regering, valt te bevatten. Een minister zou daar anders wel eens een politiek slaatje uit kunnen slaan. Maar dat aan de voorkant -de benoeming van rechters - ook al geen "bemoeienis" mag zijn door de politiek, gaat toch wat ver. Dat vond ook de Nijmeegse hoogleraar staatsrecht P.P.T. Bovend'Eert. Twee jaar geleden sprak de hoogleraar zijn bezorgdheid uit over de benoemingsprocedure van rechters. De formele regeling is dat rechters door de Kroon (lees: de minister van justitie) worden benoemd. In theorie zou dit een zekere controle mogelijk maken. Maar in de praktijk is sprake van een coöptatiesysteem: de gerechten doen een voordracht, de TweedeKamerleden nemen die klakkeloos over en de minister benoemt bij hamerslag. Ofwel: de rechters benoemen elkaar. Dat aan zo'n onderonsje risico's kleven, blijkt uit de recente benoeming van jhr mr. J.L.R.A. Huydecoper tot advocaat-generaal bij de Hoge Raad. Deze oud-deken van de Orde van Advocaten is verwikkeld in een slepende rechtszaak, omdat hij als advocaat een cliënt onjuist zou hebben geadviseerd. Blijkbaar was dit geen belemmering voor de Hoge Raad om hem voor te dragen, en voor de minister om hem te benoemen. Maar of de Tweede Kamer enige weet had van dit vervelende smetje op zijn blazoen valt te betwijfelen. Volgens professor Bovend'Eert zouden politici zich dan ook niet minder, maar juist meer met rechtersbenoemingen moeten bemoeien. Zo kan ook een evenwichtiger samenstelling van de rechterlijke macht ontstaan, bijvoorbeeld wat betreft de politieke voorkeur van magistraten. Van enig staatsrechtelijk bezwaar tegen de uitspraken van Hoogendijk is in zijn ogen in elk geval geen sprake. Wat daarentegen wél uit den boze is, doceert de hoogleraar, is dat vertegenwoordigers van de drie machten letterlijk op elkaars stoel gaan zitten. Nu kan een kind begrijpen dat een minister niet ook nog rechter moet zijn, of andersom. Maar op dit punt is de Nederlandse praktijk nu juist weer opvallend coulant.
Zo is het gebruikelijk dat Eerste-Kamerleden af en toe een bef omdoen. Alle politieke stromingen hebben wel een plaatsvervangend rechter in de chambre de réflexion zitten. J. Rensema (VVD) is raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof te Amsterdam. Mevrouw D.J.B. de Wolff (GroenLinks) mag af en toe rechtertje spelen bij het gerechtshof in Den Bosch, overigens naast haar baan als advocaat. E. Jurgens (PvdA) is rechter-plaatsvervanger in Amsterdam, en J.J.L. Pastoor (CDA) assisteert dat het een lieve lust is in de rechtbanken van Groningen, Leeuwarden en Assen. Allen leden van de wetgevende macht die op de stoel van de rechter zitten. Vreemd toch dat je over deze schrikbarende inbreuk op de beginselen van Montesquieu vrijwel geen enkele jurist hoort klagen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over beleidsmedewerkers van ministeries - zelfs op het justitie-departement komt het voor - die als rechter aantreden. Ambtenaren die eerst een wet ontwerpen, om de overtreders van die wet vervolgens zelf te berechten. Het ontbreekt er nog maar aan dat ze hoogstpersoonlijk de boeven in de kraag vatten en de gevangenissen bewaken. Nee. De gedachte begint zich op te dringen dat het helemaal geen hooggestemde idealen zijn die het juristengilde drijven. Men handelt als het bekende pavlovhondje: ons kent ons, en ons blaft luid als er kritiek van buitenstaanders komt. En dat is gevaarlijk, want er is veel mis met de rechterlijke macht.
In 1996 publiceerde een groep verontruste burgers het rapport Integriteit Rechterlijke Macht. De leden van deze groep, die zich hadden verenigd in de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Rechterlijke Macht (WORM), hadden ieder voor zich slechte ervaringen opgedaan met rechters. Ervaringen die zij niet anders konden verklaren dan door vooringenomenheid en belangenverstrengeling. Inmiddels legendarisch is de zaak die Henk Rem in 1991 tegen verzekeringsmaatschappij Ohra aanspande. Het ging om de weigering van de verzekeraar een ongevallenuitkering aan zijn vrouw te betalen. De claim die Rem bij de Arnhemse rechtbank had ingediend, werd toegewezen, maar omdat de betaling steeds uitbleef, ging hij eens verhaal halen bij het kantoor van Ohra. Van de bedrijfsjurist kreeg hij te horen: "Ohra betaalt u het bedrag onverplicht uit, omdat Ohra wel weet dat zij in hoger beroep bij het Hof toch gaat winnen." In gewoon Nederlands: meneer Rem, die uitkering kunt u uiteindelijk wel op uw buik schrijven. De jurist van Ohra bleek over voorspellende gaven te bezitten. Het Hof in Arnhem wees de toegewezen vergoeding alsnog af. Dit gebeurde door een meervoudige kamer die op een wel heel bijzondere wijze was samengesteld. De vice-president bleek lid te zijn van de arbitragecommissie van Ohra; een andere raadsheer was een oud-kantoorgenoot van de Ohra-huisadvocaat Dirkzwager & Kroeskamp, en weer een andere rechter was getrouwd met een advocate die kort daarvoor bij dit advocatenkantoor had gewerkt. Om het plaatje compleet te maken: de advocaat die voor Ohra optrad, was plaatsvervangend raadsheer in het Arnhemse Hof, en stond dus voor zijn eigen collega's te pleiten. Inderdaad, zo'n zaak kun je niet winnen.
Dat het niet bepaald noblesse oblige was op het Arnhemse Paleis van justitie bleek ook uit een rapport van onderzoeksbureau Terpstra-Tukker. Het rapport was bedoeld voor intern gebruik, maar lekte in mei 1996 uit. Niet alleen de inefficiënte organisatie, ook de arrogante houding en zelfgenoegzaamheid van de rechters werd gehekeld. Dat de rechtbank het had aangedurfd een onderzoek naar het eigen functioneren te laten doen, viel op zich te waar deren. Niettemin wist de Haagse rechtbankpresident Bert van Del den - daar is-ie weer - in de Haagsche Courant te melden: "De teneur van het rapport zou voor Den Haag absoluut onjuist zijn en ik denk ook voor Arnhem." Dit hoewel de Arnhemse rechtbankpresident zelf had erkend dat er problemen waren. Hoe Van Delden zo goed op de hoogte kon zijn van de situatie ii Arnhem, is een raadsel, maar relevanter is de vraag of het onder zijn bewind in Den Haag beter was gesteld.
In het vorig jaar verschenen boek Wij zien u wet in de rechtszaal schetst Paul Ruijs, de kwelgeest van juridisch Nederland, een ontluisterend beeld van de Haagse rechterlijke macht. In de jaren negentig vond in Den Haag een aantal geruchtmakende rechtszaken tegen de Consumenten bond en de ANWB plaats. De twee organisaties zouden zich schuldig hebben gemaakt aan het vervalsen van onderzoeken. Maar omdat de rechters er allerlei banden met de advocatenkantoren van de Consumentenbond en de ANWB op na hielden, hadden twee organisaties van de rechtbank in Den Haag weinig te vrezen concludeert Ruijs. Ook hier was op zijn minst de schijn van partijdigheid in het geding.
Een advocaat die voor rechter speelt, het is een bijzondere loot aan de stam van ons veelgeprezen poldermodel. Nog aparter wordt het als een advocaat dit doet in hetzelfde arrondissement of kanton als waar hij kantoor houdt. De kans dat hij als plaatsvervangend rechter een amice van zijn eigen kantoor tegenover zich treft, is dan immers vrij groot. En andersom ook natuurlijk. Uit het WORM-onderzoek bleek dat het niet alleen in Den Haag en Arnhem voorkwam dat advocaten in hun "eigen" gerecht als reserverechter werden ingezet, het verschijnsel was tot in alle hoeken van de rechterlijke macht doorgedrongen. Vooral tot megaconcerns uitgegroeide advocaten- en notarissenkantoren als De Brauw Blackstone Westbroek en Stibbe stonden maar wat graag hun "amices" aan de rechtbanken af. Nu kun je je afvragen waarom advocaten voor een fractie van hun uurloon als plaatsvervangend rechter willen optreden. Gaat hun eer of hun maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel zo ver? Of zou hun clientele het op prijs stellen dat de kans op een succesvol proces zo aanzienlijk wordt vergroot? Midden jaren negentig leidden deze onthullingen op het Binnenhof tot enig tumult. Toenmalig Minister van Justitie Winnie Sorgdrager leek het onderwerp zelfs serieus aan te pak ken. Een wet zou het verbod voor advocaten op het optreden in de eigen rechtbank moeten regelen. Maar Winnie onderschatte de lange arm van de advocatuur. De landelijk deken van de orde van Advocaten jonkheer Huydecoper liet meteen weten dat advocaten "massaal zouden opstappen" als reserverechter als zij niet in eigen rechtbank mochten "rechteren". Kennelijk woog hun maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel toch niet op tegen de enorme afstanden die zouden moeten worden overbrugd wanneer ze alleen in verderaf gelegen gerechten zouden mogen rechtspreken.
Andere woordvoerders van het advocatengilde, vaak tevens rechterplaatsvervanger, lieten zich helemaal in de kaart kijken. Zij riepen dat de overheid zich niet moest laten leiden door van wrok bezeten querulanten, een veel gebruikte aanduiding voor wie niet alles wat een bef zegt klakkeloos pikt. Enfin, dat wetsvoorstel kwam er dus niet. Ook Winnies opvolger, de ex-advocaat Benk Korthals, zag geen mogelijkheid om het erdoorheen te krijgen. Het risico dat advocaten zouden stoppen met rechteren bleek een reëel gevaar. En ja, de werkdruk bij de rechterlijke macht was toch al zo groot.
Goed om op deze plaats even stil te staan bij de veelgehoorde overbelasting van de rechterlijke macht. Om ervoor te waken dat rechters massaal overspannen worden, zouden ze - we opperen maar iets - natuurlijk ook kunnen snoeien in hun bijbaantjes. Want dit was de tweede opzienbarende conclusie uit het WORM-onderzoek: rechters blijken tal van nevenfuncties te bekleden. Uiteraard bedoeld om "voeling aan de pols van de maatschappij" te houden, zeg maar zoals politici hun commissariaten verantwoorden. Maar het moet gezegd: het gaat zelden of nooit om buurtwerk of sociale hulpverlening; wel om commissariaten in het bedrijfsleven of lidmaatschappen van allerlei tuchtorganen en klachtencommissies. In die semi-rechtspraak moeten de arme rechters dus hun dagelijkse werk nog eens dunnetjes overdoen. je zou er inderdaad oververmoeid van raken. Overigens bleek het nog helemaal niet eenvoudig aan te tonen dat er überhaupt zoiets bestond als bijbanen. De nevenfuncties stonden nergens geregistreerd en de gerechten waren er niet erg happig op om de onderzoekers van WORM inzicht te verschaffen. Zo werd het wel een hele klus om te bewijzen dat er sprake was van belangenverstrengeling.
Dit nu ging zelfs politiek Den Haag te ver. In januari 1997 trad een wet in werking die rechters verplicht hun nevenfuncties openbaar te maken. Een bescheiden stap in de goede richting. Maar hoewel elke Nederlander geacht wordt de wet te kennen bleken rechters zelf het Staatsblad slecht te lezen. Enkele maanden nadat de wet was ingegaan, waren er nog altijd honderden rechters die hun nevenfuncties niet openbaar hadden gemaakt, onthulde het Algemeen Dagblad. Rechters die de wet aan hun laars lappen, als je erover leest in Italië of Griekenland brrrr, die mediterrane types klooien wat aan. Maar het kon dus ook in Nederland. En onze magistraten zijn hardleers. Vorig jaar deed het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van justitie een onderzoek naar de "schijn van partijdigheid" van rechters. Dit in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, die voor eens en altijd korte metten wilde maken met al die wilde geruchten. De onderzoekers hadden een lastige opdracht. Uit enkele eenvoudige controles bleek dat functies die hadden moeten worden opgegeven, niet in de registers waren vermeld. Sommige van de ontvangen registers waren sinds 1997 niet meer bijgewerkt. Nu kunnen juristen recht praten wat krom is, maar de conclusie die de NVvR aan het onderzoek verbond - er was geen sprake van partijdigheid - was wel een meesterlijk staaltje van juridisch argumenteren.
Een kleine steekproef van HP/De Tijd wijst uit dat de situatie sindsdien niet wezenlijk is verbeterd. Met name advocaten die plaatsvervangend rechter zijn, vinden het een te grote opgave om openheid over hun nevenfuncties te geven. Laat staan dat het voor een gewone burger mogelijk is inzicht te verkrijgen in hun clientële, hun aandelenkapitaal, hun familierelaties of de vriendschappen die zij onder een goed glas wijn sluiten in de Rotary en Lions Clubs. Op medewerking van de persvoorlichters bij de gerechten hoeft niet te worden gerekend. Gevraagd naar de curricula vitae van rechters reageert men gepikeerd - alsof alleen al het stellen van de vraag impertinent is. Opnieuw worden hoogdravende principes in stelling gebracht om pottenkijkers buiten de deur te houden: openheid over de persoon van de rechter zou op gespannen voet staan met diens onpartijdigheid. Maar als niet bekend is wie een rechter is en wat hij doet hoe weten we dan óf die rechter onpartijdig is? Ondertussen werkt de wetgever vrolijk mee aan de cover-up. Als de rechtbankbesturen dit noodzakelijk achten, kunnen rechterlijke uitspraken over enige tijd alleen nog maar geanonimiseerd worden ingezien. Er wordt al driftig op de nieuwe regelgeving geanticipeerd: op de website rechtspraak.nl zijn de namen van procespartijen weggekalkt, waardoor het vrijwel ondoenlijk is te controleren of er relaties tussen die partijen en de rechters bestaan. Dit alles met een beroep op het tegenwoordig zo gekoesterde grondrecht van de privacy. Al met al komt het erop neer dat er maar één rechtsbeginsel is dat wél voortdurend met voeten mag worden getreden: openbaarheid van rechtspraak.
Waar externe controle op de onafhankelijke rechtspraak lastig is, zal het met de interne procedures wel goed geregeld zijn, zou je zeggen. Het zelfreinigend vermogen van het systeem moet haast wel perfect zijn. Helaas, ook dat is niet zo. We moeten vooral uitgaan van de goede trouw. Rechters die vanwege hun nevenfuncties, hun contacten met procespartijen of om andere redenen een zaak niet objectief kunnen beoordelen, worden geacht zich na ampel beraad met zichzelf terug te trekken. In het jargon: zich te verschonen. Nog onlangs zei mevrouw Tonkens van de NVVR dat het systeem prima werkt, want de zittende magistraten kunnen uitstekend zelf beoordelen of zij een zaak moeten aannemen. Maar vooruit, voor de zekerheid werd toch maar gewerkt aan een verschoningscode.
Nu wordt er al heel lang gediscussieerd over een code waarin de gronden staan waarop een rechter zich moet verschonen. De voortekenen zijn niet onverdeeld gunstig. Uit een enquête onder NVVR-leden bleek dat nogal wat rechters een code overbodig en star vonden, liever lieten ze het "eigen geweten" spreken. Wie minder vertrouwen heeft in het eigen geweten van de rechter, kan hem natuurlijk ook wraken. Volgens Bert van Delden van de Raad voor de Rechtspraak was dit zelfs de koninklijke weg geweest om een andere rechter in de zaak-Volkert van der G. te krijgen. Nu is het de vraag wie dat dan in dit geval zou moeten doen. Advocaat Britta Böhler zou daar natuurlijk wel gek zijn, de familie Fortuyn heeft geen bevoegdheden in een strafproces en van officieren van justitie is bekend dat ze vrijwel nooit een rechter wraken. Daarvoor is de verhouding tussen de staande en de zittende magistratuur in de volksmond een deur verderop toch wat te innig.
En eigenlijk geldt dat zij het in mindere mate ook voor de advocatuur. Advocaten zijn immers evenzeer gebaat bij een goede relatie met de zittende magistratuur als ze al niet zelf tot dit exclusieve gezelschap zijn gaan behoren. Bovendien, wat moet je als advocaat wanneer het wrakingsverzoek wordt afgewezen? Dan zit je dus tegenover dezelfde rechter wiens onafhankelijkheid je daarvoor in twijfel hebt getrokken. Of dat nou zo gunstig is voor een succesvolle afhandeling van je zaak. De wetgever lijkt er voorts ongetwijfeld geadviseerd door zeer geleerde en hoogst onafhankelijke juristen alles aan gedaan te hebben om een succesvol wrakingsverzoek te fnuiken. Zodra een rechter wordt gewraakt, moet stante pede een wrakingskamer worden ingesteld in hetzelfde gerecht. Kortom, het zijn weer rechters die een oordeel vellen over de rechtschapenheid van hun collega's.
De ware "van wrok bezeten querulant" rest dan nog één paardenmiddel. Indien hij het gevoel heeft onrechtvaardig of arrogant te zijn behandeld door een rechter of als hij twijfels heeft over diens integriteit, kan hij een klacht indienen bij de Hoge Raad. Op advies van de procureur-generaal beslist het hoogste rechtscollege of er een nader onderzoek wordt gelast. Hoewel er geen termijn in de wet staat genoemd, heeft de procureur bepaald dat een klacht na twaalf maanden niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dat lijkt billijk, maar is het niet, gezien de moeite die het kost erachter te komen welke buitenrechterlijke activiteiten de magistraten er zoal op na houden. De procureur-generaal van de Hoge Raad heeft kennelijk een hoge pet op van zijn collega's binnen de rechterlijke macht. Tussen 1991 en 1994 werden 317 klachten ingediend tegen rechters. Geen enkele keer zag hij aanleiding een vordering tot nader onderzoek in te stellen. Voorzover bekend is het nimmer voorgekomen dat een rechter is ontslagen door de Hoge Raad.
We begonnen dit verhaal met Nol Vermolen. Dat uitgerekend deze rechter in de Volkert-zaak is aangewezen, toont eens te meer aan hoe ver de magistratuur verwijderd is van de maatschappelijke realiteit. Want stel, Ad Melkert wordt doodgeschoten. De kogel komt niet van links, maar van rechts. Zou het dan echt zo schandelijk zijn als in PvdA-kringen de wenkbrauwen worden gefronst wanneer een actieve LPF'er de moordenaar moet gaan berechten? Ondertussen is het werk van de Amsterdamse rechtbank er niet gemakkelijker op geworden. Stel, zei hoogleraar Mols in de Volkskrant, er komt een hoge straf uit voor Volkert van der G., dan zegt iedereen dat komt door de politieke druk. En als er vrijspraak volgt, dan zou dat komen doordat een van de rechters links is. Voor de verandering heeft Mols gelijk. Alleen zijn conclusie dat het dus Hoogendijk is die "de rechtsstaat ondermijnt", is weer onversneden juridische lariekoek. Het is de wereldvreemdheid en arrogantie van de rechterlijke macht zelf die deze situatie heeft gecreëerd.
Informatie in bijbanenregisters van Hop over rechters die in dit artikel worden genoemd
Meervoudige Kamer die Volkert van der G. moeten gaan berechten:
Bauduin, F.G, C161202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam
Gijsberts, T.J.M. mevrouw, C161202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam
Vermolen, Arnold, C081202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam
Samenstelling Gerechtshof Arnhem in de zaak Rem (Ohra):
"Ohra betaald u (Rem) het bedrag onverplicht uit, omdat Ohra wel weet dat zij in het hoger beroep bij het Hof toch gaat winnen. Dat merkt u wel. Ohra heeft immers niets te vrezen"
Lion, R. C301102 J. Hop bijbanenregister Hof Arnhem
Kerssemakers, J.H.M. C301102 J. Hop bijbanenregister Hof Arnhem
Grinten, J.W.M.C301102 zijn naam is nergens meer als rechter te vinden in bijbanenregisters, info gevraagd?
Elzas, R.P.H., C301102 J. Hop bijbanenregister Hof Arnhem
Overige rechters die in het artikel van HP de Tijd worden genoemd:
Bovend'Eert, P.P.T. Dr, C110506 J. Hop bijbanenregister rechtbank Zutphen
Delden, Bert van C0812102 zijn naam is nergens meer als rechter te vinden in bijbanenregisters, info gevraagd?
Huydecoper, Jhr. Mr. J.L.R.A., C081202 J. Hop bijbanenregister Hoge Raad
Jurgens, E., C081202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam
Mols, Gerard C301102 J. Hop bijbanenregister rechtbank Maastricht
Pastoor, J.J.L. C301102 J. Hop bijbanenregister rechtbank Leeuwarden
Rensema, J. , C081202 zijn naam is nergens meer als rechter te vinden in bijbanenregisters, info gevraagd?
Tonkens-Gerkema, W. Wil Mw.C081202 J. Hop bijbanenregister rechtbank Amsterdam
Wolf, Mevrouw D.J.B. de, C081202 J. Hop bijbanenregister Hof Den Bosch
Bron: Burojeugdzorg.
De Zaak Jack Bogers: is de Waarheid wel gewenst?
Door Peter Siebelt Publicatiedatum: 22-04-2003
Red.: Peter Siebelt is als onafhankelijk onderzoeker niet verbonden aan het Libertarisch Centrum. De auteur is fel gekant tegen elke vorm van autoritair gezag en onderschijft de doelstelling van het Libertarisch Centrum dat de vrijheden en eigendommen van personenen dienen te worden gerespecteerd.
Een voorpublicatie uit het nog te verschijnen boek:
ECO NOSTRA: HET NETWERK ACHTER VOLKERT VAN DER GRAAF
Op 30 januari 2003 boog de kandidatencommissie van GroenLinks voor de Eerste Kamer zich over de conceptlijst voor de senaatsverkiezingen. Een lid van die kandidatencommissie, Jack Bogers, staat vandaag terecht wegens het schenden van het ambtsgeheim. Waarschijnlijk zullen de strafrechtelijke gevolgen van zijn daad miniem zijn en zal de burger worden onthouden wat de daadwerkelijke gevolgen zijn van zijn handelen: dat de volledige waarheid omtrent de moord op Pim Fortuyn nooit meer te achterhalen is.
Om toch enig licht te laten schijnen op Jack Bogers en de invloed die hij en een aantal van zijn partijgenoten hadden en hebben op de wereld van Volkert van der Graaf, bieden wij u deze publicatie aan. Behalve Bogers spelen Chris Huinder en Wilbert Willems een zeer dubieuze rol in deze voorpublicatie uit ECO NOSTRA, een binnenkort te verschijnen boek over de moord op Fortuyn.
Op 17 februari 2003 maakten Bogers en de rest van de kandidatencommissie de definitieve lijst voor de Eerste Kamer bekend: Chris Huinder op de tiende plaats en Wilbert Willems op nummer elf. Na de verkiezingen voor de Eerste Kamer op 26 mei 2003 zal blijken of dit illustere gezelschap in de Eerste Kamerfractie komt voor GroenLinks.
Huinder gaat net als Volkert knokken voor de kwetsbaren in onze maatschappij, zo zegt hijzelf. ,,Ik deed het decennia lang in actiegroepen en derdewereldclubs, in tijdschriften en debatpanels. Ik wil het nu gaan doen in de senaat," aldus Huinder.1
Volgens de commissie heeft Huinder een brede achtergrond: ,,Kennis van buitenlands beleid, ontwikkelingssamenwerking, internationale verdragen en conventies, burgerparticipatie, vooral die van allochtonen, en de multiculturele samenleving (projectleider bij Forum). Hij zou graag met enthousiasme zijn veelzijdige ervaring en netwerken willen inzetten in de Eerste Kamer. Een afweging tussen vernieuwing en continuïteit heeft ertoe geleid dat de commissie hem voordraagt voor plaats 10."2
Over Willems schrijft de commissie eveneens lovend. ,,Wilbert Willems is in staat gebleken zijn enorme netwerk, onder meer opgebouwd als veeljarig Tweede-Kamerlid, actueel te houden en verder uit te bouwen op basis van advieswerk op breed maatschappelijk terrein. De commissie was onder de indruk van de politieke en ook persoonlijk sprankelende uitstraling van Wilbert."3
Dat klinkt allemaal heel mooi. Strafrechtelijk zal het dan ook heel moeilijk zijn om deze politici op het matje te roepen voor de gevolgen van hun daden. Maar kunnen we hun daden ook moreel goedkeuren? Leest u mee en oordeelt u zelf.
HOOFDSTUK 2
MOORDDADIGE ENGELBEWAARDERS
Op 27 maart werd Volkert van der Graaf door de Amsterdamse rechtbank berecht. "Justitie zou bij die gelegenheid kunnen uitleggen waarom de Binnenlandse Veiligheidsdienst geen greep kon krijgen op het circuit waarin de verdachte verkeerde," schreef het Reformatorisch Dagblad in een voorbeschouwing van deze zaak. Opmerkelijk is dat tegenover Justitie een rechter zat die zelf heeft meegewerkt aan de afbraak van onze veiligheidsdienst.
In dit hoofdstuk wordt belicht hoe GroenLinks en zijn achterban de BVD hebben ondermijnd. Hun activiteiten hebben er in belangrijke mate toe bijgedragen dat Van der Graaf onbelemmerd kon opgroeien van idealist tot moordenaar.
Enkele bevindingen van dit onderzoek zijn reeds verschenen in een aantal media. Het meest spraakmakend was wel het artikel in De Telegraaf van 18 januari 2003 waarin de dubbelrol van ex-wethouder Bogers uit Wageningen wordt beschreven. Bogers was tot tweemaal toe de engelbewaarder van Van der Graaf. Op 6 mei 2002, de avond van de moord, en in april 1990.
Op zes mei 's avonds, enkele uren na de moord, krijgt burgemeester Jaap Sala van Wageningen via het hoofd van de afdeling Burgerzaken te horen dat de politie het doopceel wil lichten van een voormalige inwoner van Wageningen en oud-student milieuhygiëne aan de Landbouwuniversiteit wegens de moord op Fortuyn. Het gaat om Volkert van der Graaf, werknemer bij Vereniging Milieu-Offensief. Sala belt daarop zijn wethouders, onder wie Jack Bogers, en informeert hen over de arrestatie van Van der Graaf.
Sala wil overleggen, want hij is bang voor rellen in Wageningen. Op televisie heeft hij de rellen in Den Haag gezien en hij vreest dat deze naar Wageningen zullen overslaan. Met de wethouders wordt afgesproken dat zij zich aan de geheimhoudingsplicht houden. Sala zal als enige officiële woordvoerder naar buiten treden. Later belt Sala Bogers nogmaals en vraagt hem - zéér vertrouwelijk - of hijzelf Van der Graaf kent.
Bogers, die in Wageningen veel contacten heeft met linkse actiegroepen, belt vervolgens in het diepste geheim zijn vriend Sjoerd van der Wouw, voorzitter van de Vereniging Milieu-Offensief: ,,Er is een Volkert opgepakt. Als dat jouw Volkert is kun je verwachten dat de politie ook belangstelling heeft in jouw verhaal." Vanaf dat moment zingt de naam van Van der Graaf rond. Hierdoor heeft de politie geen schijn van kans om als eerste in contact te komen met de omstreden milieuactivisten. Ze krijgen alle tijd om belastend materiaal te vernietigen. Zo is er mogelijk nog dezelfde avond belastend materiaal uit het kantoorpand van Milieu-Offensief in Wageningen verdwenen. Zeker is dat op de avond van de moord na tien uur 's avonds ongeveer 200 bestanden door iemand uit Van der Graafs computer thuis zijn verwijderd.
Met zijn handelen heeft Bogers zijn ambtsgeheim geschonden, aldus de plaatsvervangend persofficier, mr. B. Steensma, van het OM in Arnhem. Hierop staat maximaal een jaar gevangenisstraf en een boete van 11.250 euro.
De ondermijnende acties van Bogers én van zijn partijgenoten van GroenLinks staan niet op zich, maar maken deel uit van een jarenlange en goed georganiseerde aanpak tegen politie en inlichtingendiensten. Een aanpak die tot op vandaag de dag in volle gang is. Een campagne die tot doel heeft een wel zéér dubieus netwerk te beschermen tegen te veel belangstelling van de Nederlandse overheid. Een netwerk vol met krakers, anarchisten, verkrampte communisten, zogenaamde pacifisten en terroristen.
Ook prominente politici, professoren, hoogleraren en juristen nemen eraan deel. Zelfs Nol Vermolen, een van de rechters die Van der Graaf een belachelijk lage straf gaf, maakte deel uit van het netwerk. Een machtige schaduwregering die systematisch - beetje bij beetje - de politie en de inlichtingendiensten dusdanig vleugellam heeft gemaakt zodat idealisten als Volkert zich ongestoord konden ontwikkelen tot potentiële moordenaars.
www.libertarian.nl (http://www.libertarian.nl)
De kunst van het liegen.........................
Censuur in Nederland
Databank over (de verborgen agenda van) advocatuur, kinderbescherming, rechterlijke macht en politiek
Katholiek Nieuwsblad, Dick Berts, freelance journalist.
Het onbehagen in de politiek neemt toe. Doofpotten en corruptie-schandalen beheersen in heel Europa de voorpagina's. Maar er is vooral behoefte aan rechtstreekse informatie, zonder bemiddeling van de klassieke media. Internet voorziet daarin. De gedachte aan een politieke samenzwering tegen Pim Fortuyn is officieel taboe. Toch zijn daar aanwijzingen voor, aldus Dick Berts. Het typisch Nederlandse idee dat iedereen die een samenzwering vermoedt, zelf een beetje gek is, werkt stille samenspanning bij de autoriteiten in de kaart.
Frits Wester zei in het RTL4 Nieuws van dinsdag 14 mei 2002 over De commissie-Van der Haak, die het gebrek aan beveiliging van Pim Fortuyn aan het onderzoeken is: "In de marge van hun onderzoek zullen ze ook proberen een aantal complottheorieën uit te sluiten" Niet onderzoeken, maar uitsluiten dus; als vooropgezet doel. Demissionair minister van Binnenlandse Zaken Klaas de Vries liet eerder weten dat bij zijn ministerie, de BVD en de Rotterdamse "geen concrete dreiging" bekend was geweest. Een kind kan begrijpen dat dit een leugen van de allerergste soort is. Alleen al door het feit dat Fortuyn eerder twee taarten gemaakt van poep, urine en braaksel in zijn gezicht gekregen. Maar Klaas de Vries beheerst de kunst van het liegen tot in de puntjes. Dankzij zijn virtuositeit op dit gebied kon Klaas vaak de Tweede Kamer zand in de ogen strooien.
Ik ben in het bezit van een klein boekje dat met gemak door de heer De Vries geschreven zou kunnen zijn. Het draagt de curieuze titel De kunst van het liegen is gedrukt door de Britse Voorlichtingsdienst door de Landsdrukkerij te Londen in 1944. Het boekje beschrijft de prestaties van een groot Duits aartsleugenaar uit deze periode. "Er is in de grove leugen altijd iets geloofwaardigs gelegen, omdat de grote massa in een land in haar primitieve eenvoud van geest eerder het slachtoffer van een grote dan van een kleine leugen wordt, aangezien zij zichzelf aan leugens om kleinigheden schuldig maakt, maar zich ervoor zou schamen leugens op grote schaal te debiteren. Het zou nimmer bij haar opkomen enorme onwaarheden te vertellen en zij zou niet wil geloven, dat anderen de brutaliteit zouden hebben de waarheid op zo onbeschaamde wijze verdraaien." Was getekend, A. Hitler
Vuile zaakjes.
Het falen, als het niet erger is, van Klaas de Vries met betrekking tot de beveiliging van Fortuyn is dermate evident, dat eenieder die zitting neemt in een commissie die moet onderzoeken of de minister al dan niet iets te verwijten valt, daardoor al bewijst dat hij niet integer kan zijn. Als Nederland nog een rechtsstaat zou zijn geweest, was het onderzoek naar de schandalige tekortkomingen in de beveiliging van Fortuyn ogenblikkelijk in handen gegeven van het Openbaar Ministerie, om te bezien of de minister van Binnenlandse Zaken of anderen dood door schuld ten laste zou kunnen worden gelegd. Ook het feit dat een van de grootste bestuurlijke sjoemelaars van Nederland, mr. R. J. Hoekstra, in de Commissie-Van der Haak zit, bewijst dat hier een schandelijke afdekoperatie wordt uitgevoerd. Hoekstra is namelijk meermalen door de Tweede Kamer op de vingers getikt, omdat hij archiefmateriaal over de Inlichtingendienst Buitenland en over vuile zaakjes van Lubbers en Kok bewust en volstrekt illegaal door de papiervernietiger heeft gehaald. Hoekstra werd ook door Kok van stal gehaald, om met een onderzoek à la Kemenade de parlementaire enquête Bijlmermeer te voorkomen. Tijdens deze enquête viel Hoekstra als een leugenaar door de mand. Tenslotte deed KN op 19 april nog verslag van de aangifte die tegen Hoekstra is gedaan wegens frauduleus handelen als staatsraad van de Raad van State. Helaas past het geheugen van de vaderlandse pers in een halve speldenkop. Of zou het feit dat er geen kritiek komt op de benoeming van Hoekstra iets te maken hebben met het feit dat dit oliemannetje van Kok lid is van het curatorium van het perscentrum Nieuwspoort in Den Haag? Tijdens de parlementaire enquête Bijlmermeer spraken kroongetuigen elkaar op kardinale punten onder ede tegen. Maar niemand werd aangeklaagd wegens meineed. Daarmee werd ook het zwaarste middel tot waarheidsvinding binnen ons politieke bestel een farce. Om maar heel eerlijk te zijn, ik geef geen cent meer voor deze zogenaamde democratie. Het is gewoon wachten op de grote klap.
Behalve de verkankering van wat eens een rechtsstaat was, is er nog een oorzaak waardoor de waarheid rondom de moord op Fortuyn wel nooit boven water zal komen, namelijk het feit dat mensen kuddedieren zijn. Hun neuzen staan vrijwel altijd in dezelfde richting. Slechts weinigen hebben de moed om op hun eigen kompas te varen. Wie in dit land ook maar suggereert dat achter de moord op Fortuyn wel eens een politiek complot zou kunnen zitten, wordt keihard uitgelachen en tot complotgek bestempeld. De wijd verbreide opvatting dat complotten in dit land gewoon niet voorkomen, vormt nu juist de perfecte voedingsbodem voor samenzweringen, omdat ieder correctiemechanisme daardoor per definitie wordt uitgesloten. Analoog daaraan vormde onze collectieve overtuiging dat politieke moorden in Nederland niet voorkomen, de perfecte omstandigheid om er een te plegen. Rondom de moord op Fortuyn hebben zich merkwaardige zaken voorgedaan die wijzen op meer betrokkenen.
Toch wist justitie zo ongeveer een uur na de moord al te melden, dat Folkert van der G. in zijn eentje opereerde. Als geen ander besef ik, dat complottheorieën bij politieke moorden altijd de kop zullen opsteken, ook als de moordenaar inderdaad een solistisch opererende gek was. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om met een open mind en in volstrekte onafhankelijkheid zo goed mogelijk te onderzoeken wat er nu echt gebeurd is. Maar een dergelijke geestelijke instelling ligt boven polderniveau en lokt een vernietigende reactie uit van alles wat kan afbreken in deze lage landen. Ook in de groep van vijftig rechercheurs die de moord op Pim Fortuyn onderzoeken, zal hetzelfde dodelijke mechanisme zijn werk doen.
Censuur in Nederland. De moord op Pim kost Nederlanders veel vrijheid (van meningsuiting) en een Fortuyn
Vrij snel na de moord op Pim Fortuyn zijn diverse ministeries gaan vlooien in Algemene Bestuurswetgeving. Meer dan 1000 aanpassingen zijn gedaan. Dit heeft o.a. geleid tot het afschaffen van de ‘actio popularis’ het recht van een ieder voor derdenbezwaar op milieubesluiten, bestemmingsplannen en handhaving.
456 Actio popularis procesrecht van een ieder is gewijzigd in procesrecht van direct belanghebbenden
193 Fortuyn. Toeschrijven naar conclusie is een bekende truc van de overheid om de aandacht af te leiden van zaken waar het werkelijk om gaat
292 Fortuyn. Startpagina Donner. Confrontatie LPF met CDA Minister van Justitie Donner over norm voor meenemen of wepmeppen van winkeldief
359 Fortuyn. Hans Smolders: "Als je er zelf inzit dan zie je pas hoe de mensen door Den Haag belazerd worden" met zwartboek beveiliging Pim Fortuyn
183 Fortuyn. Democratie in Nederland is een illusie III, Vetorecht CDA/VVD over LPF'ers
182 Fortuyn. Democratie in Nederland is een illusie II, Lijst Pim Fortuyn razendsnel ingepolderd
288 Fortuyn. Democratie in Nederland is een illusie I, waarschuwing voor kamerleden/onderhandelaars LPF
178 Fortuyn. De kunst van het liegen, tevens waarschuwing voor Hoekstra in onderzoekscommissie Haak
281 Fortuyn. Hetze en taalgebruik tegen Fortuyn. Partij van de Arbeid krijgt pak slaag van kiezers
280 Fortuyn. Informatie over de commissie en het (overheid)onderzoek naar de beveiliging rond Pim Fortuyn
282 Fortuyn. Westbroek: Één mistdruppel voel je niet, maar komt het van alle kanten dan zorgt dat voor een ander politiek klimaat
275 Fortuyn. Demmink zou LPF-minister Nawijn hebben gewaarschuwd geen lijsttrekker te worden van LPF omdat de partij uit criminelen zou bestaan
284 Fortuyn. Rene Diekstra op zoek waarom gevestigde politiek geen afdoende antwoord had op Fortuyn
285 Fortuyn. Pim Fortuyn van Nederlandse Le Pen tot Kennedy
286 Fortuyn. Volkert leek vooral berekenend. Klacht Milieu-Offensief bij Raad voor de Journalistiek ongegrond
391 Fortuyn. Openbaar Ministerie: "Van der G. is een calculerende dader"
105 Fortuyn. Toelichting officier ter terechtzitting Amsterdam in strafzaak verdachte moord Fortuyn
159 Fortuyn. Dijkstal over Fortuyn
Directe lijn tussen Volkert en GroenLinks
Er loopt een directe lijn van Volkert van der Graaf, de moordenaar van Pim Fortuyn, naar GroenLinks (GL). Volkert van der Graaf maakte deel uit van een extreem-linkse politieke beweging waarvan GroenLinks grotendeels de wettige bovenlaag vormt. Dat zegt onderzoeker Peter Siebelt in HP/De Tijd van deze week.
Hij beschuldigt de partij van Femke Halsema van betrokkenheid bij gewelddadige praktijken. "Zelfs veel van de partijmedewerkers, die in Wereldwinkels braaf Max Havelaar koffie verkopen, beseffen niet dat hun partij wordt geleid door generaties radicalen die geweld niet schuwen. Men kijkt niet achter de schermen", aldus Siebelt in het opinieweekblad.
Volgens de onderzoeker heeft Volkert van der Graaf veel profijt getrokken van de sabotage van politie en Inlichtingendiensten door GroenLinks en diens netwerk. Een bekend voorbeeld is de ontmaskering in 1990 van Joop de Boer, vredesactivist en informant van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Deze ontmaskering werd door GroenLinks gebruikt om de dienst op de korrel te nemen. Overigens deed De Boer zijn bekentenis dat hij werkte voor de BVD pas na te zijn bedreigd met stroomstoten.
Verdacht hiervan werd GroenLinks-lid Peer de Rijk. Hij werd gearresteerd, maar vervolging door justitie bleef uit. De Rijk is tegenwoordig werkzaam bij WISE, een instituut tegen kernenergie. Hij is ook de broer van de zojuist afgetreden GroenLinks-partijvoorzitter Mirjam de Rijk, die zich vroeger nog wel eens aan een kerncentrale vastketende en sinds kort in de Eerste Kamer zit. Haar partner is GroenLinks-Tweede-Kamerlid Wijnand Duyvendak. En diens broer Jan-Willem Duyvendak is de partijideoloog. In dezelfde campagne tegen de "snuffelstaat" fnuikte GroenLinks in 1990 een infiltratieactie van de BVD in Volkert van der Graaf's kringen.
De dienst probeerde een beter zicht te krijgen op radicale activisten in Wageningen. Doordat ook deze poging door GroenLinks aan de grote klok werd gehangen, kon Volkert van der Graaf volgens Peter Siebelt ongehinderd radicaliseren.
Een van de verantwoordelijken voor deze praktijken was Jack Bogers, ten tijde van de moord op Fortuyn loco-burgemeester in Wageningen. Kort na de arrestatie van Volkert van der Graaf kreeg Bogers van de Wageningse burgemeester Sala een telefoontje. Sala vertelde -onder strikte geheimhouding- dat een medewerker van Vereniging Milieu-Offensief (VMO) werd verdacht van de moord op Fortuyn.
Bogers informeerde onmiddellijk zijn goede vriend Sjoerd van de Wouw van VMO, die weer naar het huis van Volkert belde, waar diens vriendin Petra Lievense de telefoon opnam. Toen de politie de volgende dag Volkert van der Graaf's woning doorzocht, bleken 200 bestanden op de computer te zijn gewist. Ook op het kantoor van VMO waren digitale sporen uitgewist.
Mogelijk is belangrijk bewijsmateriaal verdonkeremaand. Op de dinsdagavond na de moord vond op het partijkantoor van GroenLinks-Wageningen crisisberaad plaats. Bogers was aanwezig, evenals Marian Stuiver (gemeenteraadslid GroenLinks), Rob Janmaat (gedeputeerde GroenLinks), Jasper van der Hout (waarnemend voorzitter VMO) en enkele radicale activisten. De aanwezigen weten Volkerts daad aan zijn geestesgesteldheid.
Ze zeiden eensluidend dat de milieubeweging hier niets mee te maken had. "Volkert van der Graaf (…) is een onderdeeltje van een goedgeoliede, invloedrijke beweging", concludeert onderzoeker Siebelt in HP/De Tijd. "Een beweging die wel een Volkert móést baren."
Directe lijn tussen Volkert en GroenLinks”
Jaap de Wreede, Reformatorisch Dagblad, 4 juni 2003
http://www.refdag.nl/artikel/60529/„...oenLinks”.html (http://www.refdag.nl/artikel/60529/„Directe+lijn+tussen+Volkert+en+GroenLinks”.h tml)