admin
14 november 2008, 12:33
vrijdag 14 november 2008 Inbreng Martin Bosma:
Vz, het heet niet voor niets basisschool. Hier wordt de kennis opgedaan die cruciaal is voor het verdere onderwijs, hier wordt de basis gelegd voor later succes. Omgedraaid, als de basis niet goed is, krijg je achterstanden die je er later nauwelijks nog uitkrijgt. Daarom is het goed dat deze staatssecretaris inzet op kwaliteitsbasisonderwijs, en dat zij wijst naar de problemen en die niet bagatelliseert.
Maar helaas zijn er nogal wat problemen. 23 procent van de scholen is rekenzwak. Bij 15 procent van de scholen schiet het taalonderwijs tekort.
Mijn fractie ziet het grootste probleem liggen bij de cultuur op school. Die is te veel “alles moet leuk” en te weinig gericht op resultaat, dus leeropbrengst. De heer Meijerink van de gelijknamige commissie zegt dat kinderen het vooral maar prettig moeten hebben op school, dat er te weinig geautomatiseerd wordt (dat heette vroeger ‘stampen’) en er te veel leuke projecten gedaan worden.
Vz, gezien eerder genoemde cijfers moet het maar wat minder leuk worden op school. Gezelligheid is prima, maar 1,3 miljoen functionele analfabeten is ook geen feestje waard.
De beste manier om dat aan te pakken is heldere eindtermen. Daar moet de staatssecretaris op inzetten. De kerndoelen die we nu hebben zijn boterzacht. Ik probeer er wel eens een paar uit mijn hoofd te leren, maar het is dermate welzijnswerkerstaal dat ze op mijn harde schijf niet blijven plakken. Vol verwachting klopt mijn hart. De Onderwijsraad heeft meerdere malen gepleit voor harde eindtermen, wat mijn partij betreft te definiëren op detail-niveau.
We gaan nu richting ‘referentieniveaus’. Die staan op de agenda van deze Kamer om ingediend te worden in voorjaar 2009. Dat is snel, voorzitter. Ik prijs de staatssecretaris voor haar optimisme, maar als het geen Dag van Respect was geweest, had ik gezegd: dat is gekkenwerk, zeker gezien de hele lading veldraadplegingen die nog gehouden moet worden. Mevrouw Dijksma kent het veld inmiddels op haar duimpje en weet dat ‘consensus’ geen onderwijs-woord is. Oftewel, we krijgen eerst Hoekse en Kabeljauwse twisten, dan ambtenaren er over heen, het advies-apparaat Onderwijsraad, wellicht de Inspectie, en dan weer ambtenaren en dan juristen. En dan gaat in de coaltie nog iemand roepen “ja, maar artikel 23”. Kortom, ik ruim nog geen plekje in mijn agenda voorjaar 2009 in voor de indiening in de Kamer.
Vz, kunnen wij als Kamer er vergif op innemen dat onze postbakjes over een half jaar die referentieniveaus bevatten, of wordt het later?
Overigens, het leerlingvolgsysteem is geënt op het CITO en misschien is het ‘t beste idee om dit hele circus over te slaan en vast te stellen dat we al kerndoelen / referentieniveaus / eindtermen hebben, namelijk de cito-toets. Maak die verplicht. En zorg er ook voor dat kinderen weer gewoon kunnen blijven zitten. Dat gebeurt namelijk nog nauwelijks, het moet tenslotte wel leuk blijven.
Die altijd-maar-leuk-cultuur uit zich ook in het aanspreken met Harry en Ans waar een beetje afstand met ‘meneer’ en ‘mevrouw’ beter gepast is. De staatssecretaris heeft weinig macht maar het zou mooi als onder haar bewind er een andere wind op dit vlak gaat waaien.
De canon is een goede zaak. Wouter Bos pleitte maandag voor een ‘beschaafde vorm van nationalisme’ en het CDJA (zie Trouw van zaterdag) wil onze vlag in de klas, plus het Wilhelmus. Kijk eens aan. Mijn partij maakt deze punten met plezier nog eens. In dat kader is er ook de canon. Nu verdwijnt die te veel in de kast en stoft onder.
Nu we onze geschiedenis gecanoniseerd hebben, moeten we die canon ook gebruiken. De Partij voor de Vrijheid pleit daarom voor de canon als verplicht onderdeel in te voeren van die referentieniveaus.
Dan rekenen. Er is een heel debat gaande over realistisch rekenen, versus het meer hardere rekenen zoals de staartdeling. Ongetwijfeld wil de staatssecretaris zich niet uitspreken over didactiek en dat siert haar. Maar gezien het feit dat de Onderwijsinspectie het realistisch rekenen voorstaat, wil ik toch weten of dit in lijn is met de staatssecretaris. Ik vraag dat omdat de Onderwijsraad aanbeveelt bij nieuwe (nog niet bewezen) onderwijsmethoden er in iedere geval geen ongewenst effecten moeten zijn voor de verdere onderwijsloopbaan.
In dat licht is ook een onderzoek van TNS/Nipo van belang. Daaruit blijkt dat heel veel scholen nog steeds werken met verouderde boeken. Atlassen waar de DDR nog in staat. Mijn fractie heeft dat ter sprake gebracht bij de behandeling van het rapport van de commissie Onderwijsvernieuwingen. En wacht nog steeds op een antwoord daarover. Hoe erg is het? En wat wil zij doen om deze situatie te verbeteren.
Vz, deze staatssecretaris heeft de harten van mijn fractie gestolen door zonder compromissen te kiezen voor twee dingen: taal en rekenen. Terwijl nu alle maatschappelijke problemen over de muur van de school worden gegooid en waarvan dan gezegd wordt: los het maar op, beste juffen en meesters. Dus allemaal lessen over obesitas, Ehbo, spaarles, radicalisering. (Twee uur geleden ging het in de plenaire zaal over mensenrechtenonderwijs.) Allemaal begrijpelijk, allemaal te verdedigen. Maar wat telt is nu taal en rekenen, en wat mijn fractie betreft komt de canon daar meteen achter. Kwaliteit begint met het maken van keuzen.
Mijn fractie is dan ook om die reden, en vanwege onze afkeer van de islam, zeer geïnteresseerd in de discussie over de islamisering van onze basisscholen, gestart door meneer Marcouch. Wij meenden in de staatssecretaris iemand te hebben die partij kiest tegen dit heilloze voornemen. Wij volgen de discussie binnen de PvdA.
Afgelopen maandag sprak Wouter Bos in de Krakeling in Amsterdam. Hij is niet alleen politiek leider van de PvdA, maar ook vice-premier en dus lid van het Kabinet. En van het kabinet weten we dat het altijd met 1 mond spreekt. Volgens de website “het verraad van links” van de gerenommeerde journalist Carel Brendel heeft Bos daar verklaard dat ‘het geven van koranonderwijs in orde is.’ Dit om erger te voorkomen, namelijk privé-koranlessen.
Vz, klopt dit? De staatssecretaris moet nu kleur bekennen. Is de scheiding van kerk en staat bij haar in goede handen of gedoogt zij de praktijk van de openbare RuPare-school in de prachtwijk Slotervaart die inderdaad islam-lessen gaat aanbieden. De staatssecretaris moet nu echt met de billen bloot. Het onderzoek van vandaag verricht door Forum en het Hilda VerweyJonker Instituut leert dat jonge moslims steeds vromer worden en met steeds meer eisen zullen komen oa wat betreft de inrichting van scholen. Het is dus een onderwerp dat niet zal weggaan.
Ten slotte, mijn fractie krijgt Titanic-achtige associaties als het kijkt naar de schoolleider. Tachtig procent van de vacatures wordt niet ingevuld, velen willen weg, de werkdruk ligt heel hoog, de salariëring laag. Zoals mevrouw Kervezee van de PO-raad vanochtend al zei: “hoe krijg je mensen nog zo gek dit werk te doen.” Precies, dat is mijn vraag aan de staatssecretaris.
Vz, het heet niet voor niets basisschool. Hier wordt de kennis opgedaan die cruciaal is voor het verdere onderwijs, hier wordt de basis gelegd voor later succes. Omgedraaid, als de basis niet goed is, krijg je achterstanden die je er later nauwelijks nog uitkrijgt. Daarom is het goed dat deze staatssecretaris inzet op kwaliteitsbasisonderwijs, en dat zij wijst naar de problemen en die niet bagatelliseert.
Maar helaas zijn er nogal wat problemen. 23 procent van de scholen is rekenzwak. Bij 15 procent van de scholen schiet het taalonderwijs tekort.
Mijn fractie ziet het grootste probleem liggen bij de cultuur op school. Die is te veel “alles moet leuk” en te weinig gericht op resultaat, dus leeropbrengst. De heer Meijerink van de gelijknamige commissie zegt dat kinderen het vooral maar prettig moeten hebben op school, dat er te weinig geautomatiseerd wordt (dat heette vroeger ‘stampen’) en er te veel leuke projecten gedaan worden.
Vz, gezien eerder genoemde cijfers moet het maar wat minder leuk worden op school. Gezelligheid is prima, maar 1,3 miljoen functionele analfabeten is ook geen feestje waard.
De beste manier om dat aan te pakken is heldere eindtermen. Daar moet de staatssecretaris op inzetten. De kerndoelen die we nu hebben zijn boterzacht. Ik probeer er wel eens een paar uit mijn hoofd te leren, maar het is dermate welzijnswerkerstaal dat ze op mijn harde schijf niet blijven plakken. Vol verwachting klopt mijn hart. De Onderwijsraad heeft meerdere malen gepleit voor harde eindtermen, wat mijn partij betreft te definiëren op detail-niveau.
We gaan nu richting ‘referentieniveaus’. Die staan op de agenda van deze Kamer om ingediend te worden in voorjaar 2009. Dat is snel, voorzitter. Ik prijs de staatssecretaris voor haar optimisme, maar als het geen Dag van Respect was geweest, had ik gezegd: dat is gekkenwerk, zeker gezien de hele lading veldraadplegingen die nog gehouden moet worden. Mevrouw Dijksma kent het veld inmiddels op haar duimpje en weet dat ‘consensus’ geen onderwijs-woord is. Oftewel, we krijgen eerst Hoekse en Kabeljauwse twisten, dan ambtenaren er over heen, het advies-apparaat Onderwijsraad, wellicht de Inspectie, en dan weer ambtenaren en dan juristen. En dan gaat in de coaltie nog iemand roepen “ja, maar artikel 23”. Kortom, ik ruim nog geen plekje in mijn agenda voorjaar 2009 in voor de indiening in de Kamer.
Vz, kunnen wij als Kamer er vergif op innemen dat onze postbakjes over een half jaar die referentieniveaus bevatten, of wordt het later?
Overigens, het leerlingvolgsysteem is geënt op het CITO en misschien is het ‘t beste idee om dit hele circus over te slaan en vast te stellen dat we al kerndoelen / referentieniveaus / eindtermen hebben, namelijk de cito-toets. Maak die verplicht. En zorg er ook voor dat kinderen weer gewoon kunnen blijven zitten. Dat gebeurt namelijk nog nauwelijks, het moet tenslotte wel leuk blijven.
Die altijd-maar-leuk-cultuur uit zich ook in het aanspreken met Harry en Ans waar een beetje afstand met ‘meneer’ en ‘mevrouw’ beter gepast is. De staatssecretaris heeft weinig macht maar het zou mooi als onder haar bewind er een andere wind op dit vlak gaat waaien.
De canon is een goede zaak. Wouter Bos pleitte maandag voor een ‘beschaafde vorm van nationalisme’ en het CDJA (zie Trouw van zaterdag) wil onze vlag in de klas, plus het Wilhelmus. Kijk eens aan. Mijn partij maakt deze punten met plezier nog eens. In dat kader is er ook de canon. Nu verdwijnt die te veel in de kast en stoft onder.
Nu we onze geschiedenis gecanoniseerd hebben, moeten we die canon ook gebruiken. De Partij voor de Vrijheid pleit daarom voor de canon als verplicht onderdeel in te voeren van die referentieniveaus.
Dan rekenen. Er is een heel debat gaande over realistisch rekenen, versus het meer hardere rekenen zoals de staartdeling. Ongetwijfeld wil de staatssecretaris zich niet uitspreken over didactiek en dat siert haar. Maar gezien het feit dat de Onderwijsinspectie het realistisch rekenen voorstaat, wil ik toch weten of dit in lijn is met de staatssecretaris. Ik vraag dat omdat de Onderwijsraad aanbeveelt bij nieuwe (nog niet bewezen) onderwijsmethoden er in iedere geval geen ongewenst effecten moeten zijn voor de verdere onderwijsloopbaan.
In dat licht is ook een onderzoek van TNS/Nipo van belang. Daaruit blijkt dat heel veel scholen nog steeds werken met verouderde boeken. Atlassen waar de DDR nog in staat. Mijn fractie heeft dat ter sprake gebracht bij de behandeling van het rapport van de commissie Onderwijsvernieuwingen. En wacht nog steeds op een antwoord daarover. Hoe erg is het? En wat wil zij doen om deze situatie te verbeteren.
Vz, deze staatssecretaris heeft de harten van mijn fractie gestolen door zonder compromissen te kiezen voor twee dingen: taal en rekenen. Terwijl nu alle maatschappelijke problemen over de muur van de school worden gegooid en waarvan dan gezegd wordt: los het maar op, beste juffen en meesters. Dus allemaal lessen over obesitas, Ehbo, spaarles, radicalisering. (Twee uur geleden ging het in de plenaire zaal over mensenrechtenonderwijs.) Allemaal begrijpelijk, allemaal te verdedigen. Maar wat telt is nu taal en rekenen, en wat mijn fractie betreft komt de canon daar meteen achter. Kwaliteit begint met het maken van keuzen.
Mijn fractie is dan ook om die reden, en vanwege onze afkeer van de islam, zeer geïnteresseerd in de discussie over de islamisering van onze basisscholen, gestart door meneer Marcouch. Wij meenden in de staatssecretaris iemand te hebben die partij kiest tegen dit heilloze voornemen. Wij volgen de discussie binnen de PvdA.
Afgelopen maandag sprak Wouter Bos in de Krakeling in Amsterdam. Hij is niet alleen politiek leider van de PvdA, maar ook vice-premier en dus lid van het Kabinet. En van het kabinet weten we dat het altijd met 1 mond spreekt. Volgens de website “het verraad van links” van de gerenommeerde journalist Carel Brendel heeft Bos daar verklaard dat ‘het geven van koranonderwijs in orde is.’ Dit om erger te voorkomen, namelijk privé-koranlessen.
Vz, klopt dit? De staatssecretaris moet nu kleur bekennen. Is de scheiding van kerk en staat bij haar in goede handen of gedoogt zij de praktijk van de openbare RuPare-school in de prachtwijk Slotervaart die inderdaad islam-lessen gaat aanbieden. De staatssecretaris moet nu echt met de billen bloot. Het onderzoek van vandaag verricht door Forum en het Hilda VerweyJonker Instituut leert dat jonge moslims steeds vromer worden en met steeds meer eisen zullen komen oa wat betreft de inrichting van scholen. Het is dus een onderwerp dat niet zal weggaan.
Ten slotte, mijn fractie krijgt Titanic-achtige associaties als het kijkt naar de schoolleider. Tachtig procent van de vacatures wordt niet ingevuld, velen willen weg, de werkdruk ligt heel hoog, de salariëring laag. Zoals mevrouw Kervezee van de PO-raad vanochtend al zei: “hoe krijg je mensen nog zo gek dit werk te doen.” Precies, dat is mijn vraag aan de staatssecretaris.