admin
20 januari 2007, 22:14
Hier de volledige afscheidsrede (http://www.trouw.nl/redactie/pdf/afscheidscoll.pdf)
Zeer onlangs, in de winter van 2005/2006, zond de Syrische staatstelevisie een uitzending over de Joden uit waarin rabbijnen als kannibalen werden
afgeschilderd. Geen wonder als men bedenkt dat in 1983 de latere Syrische
vicepremier en minister van defensie Mustafa Tlass een boek publiceerde
(De matze van Zion) waarin de bloedmythe weer breed wordt uitgemeten,
een boek waarop hij promoveerde (!) en waarmee hij een zeer groot publiek
zou bereiken (20 jaar later staat het nog steeds op de bestsellerslijst en is het
in tal van talen vertaald).
Daarmee stuiten we op een groot en mondiaal probleem, nl. dat de
islamitische wereld de fakkel van de redeloze jodenhaat van de nazi’s heeft
overgenomen en met vuur en verve verder draagt. De islamisering van het
Europese antisemitisme is een van de meest huiveringwekkende
ontwikkelingen van de laatste decennia.
In heel de islamitische wereld wordt al jaren lang dag in dag uit in kranten, weekbladen, schoolboeken, radio- en televisie-uitzendingen, preken van imams, in lessen op school en aan de universiteiten een onvoorstelbare hoeveelheid anti-joodse propaganda van de ergste soort over honderden miljoenen hoofden uitgestrooid. Ook in talloze cartoons, die soms aantoonbaar regelrecht zijn overgenomen uit de antijoodse pers van de Nazi-tijd, wordt een beeld van het joodse volk gecreëerd dat in negativiteit zijn weerga niet kent. De theoloog Hans Jansen (niet onze arabist) heeft er een kleine 1500 verzameld uit alleen al de laatste vijf jaar.
Alle Joden zijn daarin steevast bloeddorstige monsters, zo niet erger.
Onlangs schreef de Israëlische media-watcher Aryeh Stav dat wat er aan
anti-joodse propaganda omgaat in de islamitische wereld in omvang en ernst
die van de Nazi-tijd overtreft.53 Dat hij gelijk heeft kan iedereen zien die de
moeite neemt eens een tijd te volgen wat er met name in Arabische media
verschijnt (bijv. via de website van MEMRI, het Middle East Media
Research Institute)54 of anders door het verbijsterende boek Van jodenhaat
naar zelfmoordterrorisme van Hans Jansen te lezen en zijn CD-rom met
bijna 1500 cartoons te bekijken.55 Daaruit blijkt zonneklaar dat in de
islamitische wereld op zeer grote schaal een hysterische vorm van jodenhaat
bestaat.
Zoals gezegd, ook de Jood als kannibaal ontbreekt in deze intensieve
haatcampagne niet. In menige cartoon worden Joden afgebeeld die
islamitische kinderen rauw verslinden, maar ook in boeken en TVdocumentaires, op internet-websites en in films, en zelfs in
‘wetenschappelijke’ publicaties duikt het motief veelvuldig op.
Ook tal van andere zaken, waarvan de rest van de mensheid weet dat Joden er helemaal niets mee te maken hebben, worden hun in de schoenen geschoven: de Joden zitten achter de aanslag op de Twin Towers, achter de Deense cartoons, achter de aidsepidemie, achter de tsunami, achter de vogelgriep, achter de recente bomaanslag op de sji’itische gouden moskee in Samarra, uiteraard achter het communisme én kapitalisme etcetera.
Als dan onweerlegbaar wordt aangetoond dat iets helemaal niet waar is, bijvoorbeeld doordat “Arab Antisemitism in Cartoons” dat is opgenomen op de CD-rom met de karikaturen verzameld door Hans Jansen. Zie ook Aryeh Stav, Peace: The Arabian Caricature of Anti-Semitic Imagery, Jerusalem 1999.
54 Op het internet: http://www.memri.org/ (http://www.memri.org/) Osama bin Laden zelf zegt de aanslag op de Twin Towers te hebben gepleegd, zet dat maar weinigen aan tot denken, nee, men schakelt alle denkbare middelen in om met deze cognitieve dissonantie om te gaan en stelt vervolgens dat dus Osama bin Laden voor de Israëlische geheime dienst werkt.
Niets helpt om deze groteske vijandsbeelden in de islamitische wereld
te ontkrachten – immers, men wil niets anders geloven. Hier regeert niet
alleen de leugen, hier regeert godsdienstfanatisme in zijn gevaarlijkste vorm.
En het trieste is dat we het hier niet hebben over kleine groepjes radikalen
maar juist over grote massa’s gewone islamitische gelovigen die op dit punt
door en door gehersenspoeld zijn door hun geestelijke en politieke leiders.
Het bontst in dit opzicht maken het Iran, Syrië en de Palestijnse gebieden.
Syrië heb ik al genoemd. Over Iran en zijn rabiate anti-joodse leiders die
Israël met een atoombom van de kaart willen vegen, hoef ik weinig te
zeggen. Dat regime, dat de Holocaust ontkent maar er wél graag zelf een wil
veroorzaken, vormt de grootste bedreiging voor Israëls voortbestaan sinds
1948: het werkt onverbloemd aan een ‘Endlösung.’ Maar in termen van ons
thema –het propageren van jodenhaat - is de situatie minstens even erg bij de
Palestijnen. De grofheid van de anti-joodse hersenspoeling die men daar kan
constateren overtreft de bangste verwachtingen. In tal van Palestijnse
schoolboeken wordt kinderen jaar in jaar uit geleerd dat het een heilige
plicht is het joodse volk te vernietigen omdat Joden als Satanskinderen zich
tegen God verzetten en tegen de mensheid en de islam complotteren.56 Ook
hebben de Joden helemaal geen historische wortels in Palestina, zij zijn
nieuwkomers vergeleken met de Palestijnen en moeten dus als een
agressieve koloniale macht worden beschouwd die gericht is op de
vernietiging van de islam en daarom zelf vernietigd moet worden. En al dat
lesmateriaal wordt door Europa zwaar gesubsidieerd, dus ook met uw en
mijn belastinggeld.
Een van de zeer treurig stemmende kanten van deze zaak is dat Palestijnse
intellectuelen en wetenschappers aan Palestijnse universiteiten, niets doen
om deze leugens te ontmaskeren terwijl ze vrijwel zeker beter weten. Het is
een primaire taak van de wetenschap om onwetendheid te verhelpen, onzin
aan de kaak te stellen, vooroordelen te ontmaskeren en kritiek te leveren op
wat historisch en sociaal-ethisch niet door de beugel kan. Maar geen
Palestijnse wetenschapper verheft zijn stem tegen deze giftige laster,
integendeel, men doet er vaak juist een schepje bovenop. Ook in andere
islamitische landen ziet men trouwens dat wetenschappers soms tot
slippendragers van de geestelijke en politieke machthebbers zijn
verworden.
Velen zullen het mij kwalijk nemen dat ik de lijn van de Nazipropaganda
doortrek naar de islamitische en met name de Palestijnse jodenhaat. Immers,
zo denkt men, het ligt in het geval van de Palestijnen toch heel anders, het
komt toch door de Israëlische bezetting van Palestijns gebied? Nee, dat is
aantoonbaar onzin. Voorbijgaand aan het veelzeggende feit dat al in de 19de
eeuw in islamitische landen in het Midden-Oosten een reeks
beschuldigingen van joods ritueel kannibalisme uitliep op moord en
doodslag, beperk ik mij tot het volgende. Al lang vóór de bezetting van
Palestijnse gebieden, ja zelfs al lang vóór de oprichting van de staat Israël,
nl. vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw, hadden de Palestijnen een leider
genaamd Haj Amin al-Hoesseini, de islamitische grootmoefti van
Jeruzalem, die vanaf de opkomst van Hitler in 1933 nauwe banden met deze
Duitse dictator heeft gesmeed.58 Tijdens de oorlog heeft hij jaren lang in
Berlijn vertoefd om Hitler te adviseren bij zijn plannen de Joden uit te
moorden.59
Wie de protokollaire verslagen van de gesprekken tussen beide
heren leest kan een huivering niet onderdrukken: hoe hartgrondig zijn zij het
erover eens dat het ‘Weltjudentum’ én de demokratie eens en voor goed
moeten worden uitgeroeid.60 In 1944 bezoekt de Palestijnse leider samen
met Eichmann het kamp Auschwitz en hij is zo enthousiast over de
effectiviteit van deze moordfabriek dat hij na terugkeer in Palestina plannen
maakt ook zo’n vernietigingskamp in de omgeving van Nablous te bouwen
om het land geheel ‘judenrein’ te maken. Na de oorlog betreurt hij dat het
hem niet is gelukt dat hoge ideaal te realizeren en in 1948, vlak voor de
stichting van de staat Israël, roept hij de Palestijnen op om alle Joden te
vermoorden en geen enkele krijgsgevangene in leven te laten. Door zijn
grenzenloze jodenhaat wordt Al-Hoesseini tot ver over de grenzen van zijn
land razend populair in de islamitische wereld. Het is deze islamofascist,
deze nazistische oorlogsmisdadiger, die door Yasser Arafat altijd is
geprezen als ‘the great hero of the Palestinian people’ en ook door de leiders
van Hamas nog steeds als een lichtend voorbeeld wordt gezien. De opsteller
van het handvest van Hamas, Achmed Yassin, die zichzelf als de
belangrijkste opvolger van Al-Hoesseini zag, maakt in dat handvest duidelijk
dat de strijd tegen de staat Israël slechts de eerste etappe is in een
wereldwijde vernietigingsoorlog tegen de Joden door de
Moslimbroederschap.61 In het Palestijnse verzet is er dus altijd een sterke
islamofascistische onderstroom geweest. Geen wonder dat Hamas na de
machtsovername eerder dit jaar onmiddellijk nauwe banden met Iran heeft
aangeknoopt; zij delen immers hetzelfde ideaal, en dat is het ideaal van Nazi
Duitsland, een ‘Endlösung,’ alle rookgordijnen van leugens ten spijt. Geen
wonder ook dat vlak na de Tweede Wereldoorlog duizenden Nazimisdadigers
een veilig heenkomen zochten en onderdak kregen in Arabische
landen. Op de ministeries in Cairo krioelde het toen van de SS-ers.62
Maar ook elders waren zij welkom, immers, vele islamitische heersers in het
Midden-Oosten stonden zeer welgezind tegenover Hitler, en staan dat nog.
Toen Hitler in 1935 de Neurenberger rassenwetten afkondigde, ontving hij
uit de hele Arabisch-islamitische wereld tal van gelukwensen. De zeer hoge
verkoopcijfers van Mein Kampf in die wereld tot op vandaag (het boek werd
al in de jaren ’30 in het Arabisch vertaald) bevestigen het beeld nog eens ten
overvloede. En wat ongehoord dat juist uit die hoek de aantijging komt dat
Israëli’s de nieuwe nazi’s zijn!
Als men in ogenschouw neemt dat de islamitische jodenhaat door de
intensieve propaganda dagelijks meer moslims beïnvloedt, en wel in de
gehele wereld met groot succes, kan men met grote waarschijnlijk
concluderen dat er nog nooit eerder in de geschiedenis een zo groot aantal
jodenhaters is geweest als nu. Dat is ook zichtbaar in het alsmaar
toenemende aantal antisemitische voorvallen wereldwijd. In ons land
beperkt het zich nog tot pesterijen en intimidatie van Joden; in Polen
wakkert het nieuwe rechtse regime doelbewust de oude jodenhaat weer aan;
62 Jansen, Van jodenhaat naar zelfmoordterrorisme136-139. Op p. 146 staat het volgende verbijsterende citaat uit de Egyptische staatscourant Al-Akhbar van 20 april
2001 (!):
“Wij moeten Hitler dankzeggen, gezegend zij zijn naam, omdat hij destijds
eigenlijk al in naam van de Palestijnen in het Midden-Oosten wraak heeft genomen op de meest afschuwelijke criminelen die er op aarde rondlopen. Maar het was niet genoeg wat hij deed – hij had zich ook op de Joden in Israël en het Midden-Oosten moeten wreken, en dat betreuren wij zeer.”
in Zweden wordt een website waarop een cartoon van Mohammed wordt
getoond onmiddellijk door de overheid van het internet gehaald terwijl een
islamitische website waarop wordt opgeroepen Joden te vermoorden van
diezelfde overheid ongehinderd mag doorgaan; in Frankrijk zijn de eerste
doden al gevallen; elders in Europa vinden aanslagen op synagogen plaats;
op Amerikaanse campuses wordt allerwege door intellectuelen (of wat
daarvoor wil doorgaan) een hetze-achtige anti-Israël-stemming gekweekt; de
staat Israël wordt door Iran bedreigd met een totale vernietigingsoorlog.
Wereldwijd houden joodse gemeenschappen hun hart vast. Opnieuw leven
Joden overal in ongerustheid en angst.
Lang geleden leerde Karl Popper ons dat je nooit tolerant moet zijn
tegenover intoleranten, maar Europa met haar slappe knieën is deze les
vergeten en lijkt uit culturele zelfhaat te buigen voor de terreur van de straat;
Europa is (alweer) te naief om deze ‘clash of civilizations’63 onder ogen te
zien en (opnieuw) blind voor het sluipende gevaar van het fascisme, ditmaal
het islamofascisme.
Maar wat doen in deze situatie de kerk en de wetenschap? De kerk laat het
opnieuw grotendeels afweten. Enkele individuele pro-Israël kerken
daargelaten moet men constateren dat de Wereldraad van Kerken
voornamelijk veroordelingen van Israël bekokstooft; deze nutteloze
instelling kan niet snel genoeg ter ziele gaan. Wat de wetenschap betreft, her
en der worden vanuit universiteiten, vooral in Engeland, pogingen
ondernomen om tot een boycot van Israëlische universiteiten te komen, niet
van Palestijnse of andere Arabische terwijl juist daar de principes van de
wetenschap vaak met voeten worden getreden, zoals ik zojuist liet zien.
Wat doet de Universiteit Utrecht? Terwijl Eli Wiesel ons keer op keer heeft
voorgehouden dat er maar één remedie tegen jodenhaat is en dat is
informatie en nog eens informatie, waardoor onzinnige vertekeningen van de
werkelijkheid gecorrigeerd kunnen worden, besluit de Theologische
Faculteit alhier het onderwijs en onderzoek in het jodendom te
marginaliseren. Terwijl er hier in de tweede helft van de twintigste eeuw nog
een fulltime hoogleraar jodendom met een fulltime medewerker was, rest er
nu nog slechts een parttime universitair docent die bovendien nog het
grootste deel van zijn tijd les in het Nieuwe Testament moet geven i.p.v. in
het jodendom omdat de plaats van de joodse studies in het curriculum
verregaand is uitgekleed. Dit is in het huidige tijdsgewricht een totaal
onverantwoord beleid. Wel royaal aandacht geven aan de islam en
tegelijkertijd het jodendom in onderwijs en onderzoek marginaliseren is het
tegenovergestelde van wat nodig is. Juist de wetenschap heeft hier een extra
zware verantwoordelijkheid. Als noch de kerk noch de wetenschap een
tegenwicht biedt aan het wereldwijd toenemende antisemitisme, wie doet het
dan wel nu we ook van de politiek weinig heil kunnen verwachten? Ik stel
hier met nadruk dat een theologische faculteit die in dit beangstigende
tijdsgewricht haar verantwoordelijkheid in de strijd tegen de jodenhaat door
middel van onderwijs en onderzoek niet erkent, haar bestaansrecht moreel
gesproken op het spel zet. Ik voeg hier nog aan toe dat ik ook van mening
ben dat bij benoeming van islamologen aan de faculteit gelet moet worden
op de signatuur, d.w.z. dat het van groot belang is dat er niet iemand wordt
benoemd van het politiek correcte soort islamologen waarvan Nederland er
veel teveel heeft – de enkele goede niet te na gesproken zoals onze eigen
Hans Jansen (nu wél de arabist) - maar een kritische islamoloog die de moed
heeft ook de donkere kanten van de islam onder ogen te zien en studenten er
weerbaar tegen te maken.
Velen, vooral leden van de politiek correcte linkse kerk, zullen mij van
islamofobie beschuldigen. Dat ik daarvan niet wakker lig komt doordat ik
weet dat het in die hoek gebruikelijk is zich d.m.v. dit handige etiket te
onttrekken aan de wetenschappelijke plicht naar de feitelijke basis van mijn
argumenten te kijken. Het is een vorm van denkluiheid waarmee men het
debat onmiddellijk voor gesloten kan verklaren. Ik lijd niet aan islamofobie,
daarvoor heb ik in contacten met moslims, met name Palestijnse moslims,
teveel goede ervaringen opgedaan. Maar we mogen onze ogen nooit sluiten
voor zaken die we niet graag zien of die niet passen in ons vaak door linkse
ideologische oogkleppen bepaalde wereldbeeld.
Zeer onlangs, in de winter van 2005/2006, zond de Syrische staatstelevisie een uitzending over de Joden uit waarin rabbijnen als kannibalen werden
afgeschilderd. Geen wonder als men bedenkt dat in 1983 de latere Syrische
vicepremier en minister van defensie Mustafa Tlass een boek publiceerde
(De matze van Zion) waarin de bloedmythe weer breed wordt uitgemeten,
een boek waarop hij promoveerde (!) en waarmee hij een zeer groot publiek
zou bereiken (20 jaar later staat het nog steeds op de bestsellerslijst en is het
in tal van talen vertaald).
Daarmee stuiten we op een groot en mondiaal probleem, nl. dat de
islamitische wereld de fakkel van de redeloze jodenhaat van de nazi’s heeft
overgenomen en met vuur en verve verder draagt. De islamisering van het
Europese antisemitisme is een van de meest huiveringwekkende
ontwikkelingen van de laatste decennia.
In heel de islamitische wereld wordt al jaren lang dag in dag uit in kranten, weekbladen, schoolboeken, radio- en televisie-uitzendingen, preken van imams, in lessen op school en aan de universiteiten een onvoorstelbare hoeveelheid anti-joodse propaganda van de ergste soort over honderden miljoenen hoofden uitgestrooid. Ook in talloze cartoons, die soms aantoonbaar regelrecht zijn overgenomen uit de antijoodse pers van de Nazi-tijd, wordt een beeld van het joodse volk gecreëerd dat in negativiteit zijn weerga niet kent. De theoloog Hans Jansen (niet onze arabist) heeft er een kleine 1500 verzameld uit alleen al de laatste vijf jaar.
Alle Joden zijn daarin steevast bloeddorstige monsters, zo niet erger.
Onlangs schreef de Israëlische media-watcher Aryeh Stav dat wat er aan
anti-joodse propaganda omgaat in de islamitische wereld in omvang en ernst
die van de Nazi-tijd overtreft.53 Dat hij gelijk heeft kan iedereen zien die de
moeite neemt eens een tijd te volgen wat er met name in Arabische media
verschijnt (bijv. via de website van MEMRI, het Middle East Media
Research Institute)54 of anders door het verbijsterende boek Van jodenhaat
naar zelfmoordterrorisme van Hans Jansen te lezen en zijn CD-rom met
bijna 1500 cartoons te bekijken.55 Daaruit blijkt zonneklaar dat in de
islamitische wereld op zeer grote schaal een hysterische vorm van jodenhaat
bestaat.
Zoals gezegd, ook de Jood als kannibaal ontbreekt in deze intensieve
haatcampagne niet. In menige cartoon worden Joden afgebeeld die
islamitische kinderen rauw verslinden, maar ook in boeken en TVdocumentaires, op internet-websites en in films, en zelfs in
‘wetenschappelijke’ publicaties duikt het motief veelvuldig op.
Ook tal van andere zaken, waarvan de rest van de mensheid weet dat Joden er helemaal niets mee te maken hebben, worden hun in de schoenen geschoven: de Joden zitten achter de aanslag op de Twin Towers, achter de Deense cartoons, achter de aidsepidemie, achter de tsunami, achter de vogelgriep, achter de recente bomaanslag op de sji’itische gouden moskee in Samarra, uiteraard achter het communisme én kapitalisme etcetera.
Als dan onweerlegbaar wordt aangetoond dat iets helemaal niet waar is, bijvoorbeeld doordat “Arab Antisemitism in Cartoons” dat is opgenomen op de CD-rom met de karikaturen verzameld door Hans Jansen. Zie ook Aryeh Stav, Peace: The Arabian Caricature of Anti-Semitic Imagery, Jerusalem 1999.
54 Op het internet: http://www.memri.org/ (http://www.memri.org/) Osama bin Laden zelf zegt de aanslag op de Twin Towers te hebben gepleegd, zet dat maar weinigen aan tot denken, nee, men schakelt alle denkbare middelen in om met deze cognitieve dissonantie om te gaan en stelt vervolgens dat dus Osama bin Laden voor de Israëlische geheime dienst werkt.
Niets helpt om deze groteske vijandsbeelden in de islamitische wereld
te ontkrachten – immers, men wil niets anders geloven. Hier regeert niet
alleen de leugen, hier regeert godsdienstfanatisme in zijn gevaarlijkste vorm.
En het trieste is dat we het hier niet hebben over kleine groepjes radikalen
maar juist over grote massa’s gewone islamitische gelovigen die op dit punt
door en door gehersenspoeld zijn door hun geestelijke en politieke leiders.
Het bontst in dit opzicht maken het Iran, Syrië en de Palestijnse gebieden.
Syrië heb ik al genoemd. Over Iran en zijn rabiate anti-joodse leiders die
Israël met een atoombom van de kaart willen vegen, hoef ik weinig te
zeggen. Dat regime, dat de Holocaust ontkent maar er wél graag zelf een wil
veroorzaken, vormt de grootste bedreiging voor Israëls voortbestaan sinds
1948: het werkt onverbloemd aan een ‘Endlösung.’ Maar in termen van ons
thema –het propageren van jodenhaat - is de situatie minstens even erg bij de
Palestijnen. De grofheid van de anti-joodse hersenspoeling die men daar kan
constateren overtreft de bangste verwachtingen. In tal van Palestijnse
schoolboeken wordt kinderen jaar in jaar uit geleerd dat het een heilige
plicht is het joodse volk te vernietigen omdat Joden als Satanskinderen zich
tegen God verzetten en tegen de mensheid en de islam complotteren.56 Ook
hebben de Joden helemaal geen historische wortels in Palestina, zij zijn
nieuwkomers vergeleken met de Palestijnen en moeten dus als een
agressieve koloniale macht worden beschouwd die gericht is op de
vernietiging van de islam en daarom zelf vernietigd moet worden. En al dat
lesmateriaal wordt door Europa zwaar gesubsidieerd, dus ook met uw en
mijn belastinggeld.
Een van de zeer treurig stemmende kanten van deze zaak is dat Palestijnse
intellectuelen en wetenschappers aan Palestijnse universiteiten, niets doen
om deze leugens te ontmaskeren terwijl ze vrijwel zeker beter weten. Het is
een primaire taak van de wetenschap om onwetendheid te verhelpen, onzin
aan de kaak te stellen, vooroordelen te ontmaskeren en kritiek te leveren op
wat historisch en sociaal-ethisch niet door de beugel kan. Maar geen
Palestijnse wetenschapper verheft zijn stem tegen deze giftige laster,
integendeel, men doet er vaak juist een schepje bovenop. Ook in andere
islamitische landen ziet men trouwens dat wetenschappers soms tot
slippendragers van de geestelijke en politieke machthebbers zijn
verworden.
Velen zullen het mij kwalijk nemen dat ik de lijn van de Nazipropaganda
doortrek naar de islamitische en met name de Palestijnse jodenhaat. Immers,
zo denkt men, het ligt in het geval van de Palestijnen toch heel anders, het
komt toch door de Israëlische bezetting van Palestijns gebied? Nee, dat is
aantoonbaar onzin. Voorbijgaand aan het veelzeggende feit dat al in de 19de
eeuw in islamitische landen in het Midden-Oosten een reeks
beschuldigingen van joods ritueel kannibalisme uitliep op moord en
doodslag, beperk ik mij tot het volgende. Al lang vóór de bezetting van
Palestijnse gebieden, ja zelfs al lang vóór de oprichting van de staat Israël,
nl. vanaf de jaren ’20 van de vorige eeuw, hadden de Palestijnen een leider
genaamd Haj Amin al-Hoesseini, de islamitische grootmoefti van
Jeruzalem, die vanaf de opkomst van Hitler in 1933 nauwe banden met deze
Duitse dictator heeft gesmeed.58 Tijdens de oorlog heeft hij jaren lang in
Berlijn vertoefd om Hitler te adviseren bij zijn plannen de Joden uit te
moorden.59
Wie de protokollaire verslagen van de gesprekken tussen beide
heren leest kan een huivering niet onderdrukken: hoe hartgrondig zijn zij het
erover eens dat het ‘Weltjudentum’ én de demokratie eens en voor goed
moeten worden uitgeroeid.60 In 1944 bezoekt de Palestijnse leider samen
met Eichmann het kamp Auschwitz en hij is zo enthousiast over de
effectiviteit van deze moordfabriek dat hij na terugkeer in Palestina plannen
maakt ook zo’n vernietigingskamp in de omgeving van Nablous te bouwen
om het land geheel ‘judenrein’ te maken. Na de oorlog betreurt hij dat het
hem niet is gelukt dat hoge ideaal te realizeren en in 1948, vlak voor de
stichting van de staat Israël, roept hij de Palestijnen op om alle Joden te
vermoorden en geen enkele krijgsgevangene in leven te laten. Door zijn
grenzenloze jodenhaat wordt Al-Hoesseini tot ver over de grenzen van zijn
land razend populair in de islamitische wereld. Het is deze islamofascist,
deze nazistische oorlogsmisdadiger, die door Yasser Arafat altijd is
geprezen als ‘the great hero of the Palestinian people’ en ook door de leiders
van Hamas nog steeds als een lichtend voorbeeld wordt gezien. De opsteller
van het handvest van Hamas, Achmed Yassin, die zichzelf als de
belangrijkste opvolger van Al-Hoesseini zag, maakt in dat handvest duidelijk
dat de strijd tegen de staat Israël slechts de eerste etappe is in een
wereldwijde vernietigingsoorlog tegen de Joden door de
Moslimbroederschap.61 In het Palestijnse verzet is er dus altijd een sterke
islamofascistische onderstroom geweest. Geen wonder dat Hamas na de
machtsovername eerder dit jaar onmiddellijk nauwe banden met Iran heeft
aangeknoopt; zij delen immers hetzelfde ideaal, en dat is het ideaal van Nazi
Duitsland, een ‘Endlösung,’ alle rookgordijnen van leugens ten spijt. Geen
wonder ook dat vlak na de Tweede Wereldoorlog duizenden Nazimisdadigers
een veilig heenkomen zochten en onderdak kregen in Arabische
landen. Op de ministeries in Cairo krioelde het toen van de SS-ers.62
Maar ook elders waren zij welkom, immers, vele islamitische heersers in het
Midden-Oosten stonden zeer welgezind tegenover Hitler, en staan dat nog.
Toen Hitler in 1935 de Neurenberger rassenwetten afkondigde, ontving hij
uit de hele Arabisch-islamitische wereld tal van gelukwensen. De zeer hoge
verkoopcijfers van Mein Kampf in die wereld tot op vandaag (het boek werd
al in de jaren ’30 in het Arabisch vertaald) bevestigen het beeld nog eens ten
overvloede. En wat ongehoord dat juist uit die hoek de aantijging komt dat
Israëli’s de nieuwe nazi’s zijn!
Als men in ogenschouw neemt dat de islamitische jodenhaat door de
intensieve propaganda dagelijks meer moslims beïnvloedt, en wel in de
gehele wereld met groot succes, kan men met grote waarschijnlijk
concluderen dat er nog nooit eerder in de geschiedenis een zo groot aantal
jodenhaters is geweest als nu. Dat is ook zichtbaar in het alsmaar
toenemende aantal antisemitische voorvallen wereldwijd. In ons land
beperkt het zich nog tot pesterijen en intimidatie van Joden; in Polen
wakkert het nieuwe rechtse regime doelbewust de oude jodenhaat weer aan;
62 Jansen, Van jodenhaat naar zelfmoordterrorisme136-139. Op p. 146 staat het volgende verbijsterende citaat uit de Egyptische staatscourant Al-Akhbar van 20 april
2001 (!):
“Wij moeten Hitler dankzeggen, gezegend zij zijn naam, omdat hij destijds
eigenlijk al in naam van de Palestijnen in het Midden-Oosten wraak heeft genomen op de meest afschuwelijke criminelen die er op aarde rondlopen. Maar het was niet genoeg wat hij deed – hij had zich ook op de Joden in Israël en het Midden-Oosten moeten wreken, en dat betreuren wij zeer.”
in Zweden wordt een website waarop een cartoon van Mohammed wordt
getoond onmiddellijk door de overheid van het internet gehaald terwijl een
islamitische website waarop wordt opgeroepen Joden te vermoorden van
diezelfde overheid ongehinderd mag doorgaan; in Frankrijk zijn de eerste
doden al gevallen; elders in Europa vinden aanslagen op synagogen plaats;
op Amerikaanse campuses wordt allerwege door intellectuelen (of wat
daarvoor wil doorgaan) een hetze-achtige anti-Israël-stemming gekweekt; de
staat Israël wordt door Iran bedreigd met een totale vernietigingsoorlog.
Wereldwijd houden joodse gemeenschappen hun hart vast. Opnieuw leven
Joden overal in ongerustheid en angst.
Lang geleden leerde Karl Popper ons dat je nooit tolerant moet zijn
tegenover intoleranten, maar Europa met haar slappe knieën is deze les
vergeten en lijkt uit culturele zelfhaat te buigen voor de terreur van de straat;
Europa is (alweer) te naief om deze ‘clash of civilizations’63 onder ogen te
zien en (opnieuw) blind voor het sluipende gevaar van het fascisme, ditmaal
het islamofascisme.
Maar wat doen in deze situatie de kerk en de wetenschap? De kerk laat het
opnieuw grotendeels afweten. Enkele individuele pro-Israël kerken
daargelaten moet men constateren dat de Wereldraad van Kerken
voornamelijk veroordelingen van Israël bekokstooft; deze nutteloze
instelling kan niet snel genoeg ter ziele gaan. Wat de wetenschap betreft, her
en der worden vanuit universiteiten, vooral in Engeland, pogingen
ondernomen om tot een boycot van Israëlische universiteiten te komen, niet
van Palestijnse of andere Arabische terwijl juist daar de principes van de
wetenschap vaak met voeten worden getreden, zoals ik zojuist liet zien.
Wat doet de Universiteit Utrecht? Terwijl Eli Wiesel ons keer op keer heeft
voorgehouden dat er maar één remedie tegen jodenhaat is en dat is
informatie en nog eens informatie, waardoor onzinnige vertekeningen van de
werkelijkheid gecorrigeerd kunnen worden, besluit de Theologische
Faculteit alhier het onderwijs en onderzoek in het jodendom te
marginaliseren. Terwijl er hier in de tweede helft van de twintigste eeuw nog
een fulltime hoogleraar jodendom met een fulltime medewerker was, rest er
nu nog slechts een parttime universitair docent die bovendien nog het
grootste deel van zijn tijd les in het Nieuwe Testament moet geven i.p.v. in
het jodendom omdat de plaats van de joodse studies in het curriculum
verregaand is uitgekleed. Dit is in het huidige tijdsgewricht een totaal
onverantwoord beleid. Wel royaal aandacht geven aan de islam en
tegelijkertijd het jodendom in onderwijs en onderzoek marginaliseren is het
tegenovergestelde van wat nodig is. Juist de wetenschap heeft hier een extra
zware verantwoordelijkheid. Als noch de kerk noch de wetenschap een
tegenwicht biedt aan het wereldwijd toenemende antisemitisme, wie doet het
dan wel nu we ook van de politiek weinig heil kunnen verwachten? Ik stel
hier met nadruk dat een theologische faculteit die in dit beangstigende
tijdsgewricht haar verantwoordelijkheid in de strijd tegen de jodenhaat door
middel van onderwijs en onderzoek niet erkent, haar bestaansrecht moreel
gesproken op het spel zet. Ik voeg hier nog aan toe dat ik ook van mening
ben dat bij benoeming van islamologen aan de faculteit gelet moet worden
op de signatuur, d.w.z. dat het van groot belang is dat er niet iemand wordt
benoemd van het politiek correcte soort islamologen waarvan Nederland er
veel teveel heeft – de enkele goede niet te na gesproken zoals onze eigen
Hans Jansen (nu wél de arabist) - maar een kritische islamoloog die de moed
heeft ook de donkere kanten van de islam onder ogen te zien en studenten er
weerbaar tegen te maken.
Velen, vooral leden van de politiek correcte linkse kerk, zullen mij van
islamofobie beschuldigen. Dat ik daarvan niet wakker lig komt doordat ik
weet dat het in die hoek gebruikelijk is zich d.m.v. dit handige etiket te
onttrekken aan de wetenschappelijke plicht naar de feitelijke basis van mijn
argumenten te kijken. Het is een vorm van denkluiheid waarmee men het
debat onmiddellijk voor gesloten kan verklaren. Ik lijd niet aan islamofobie,
daarvoor heb ik in contacten met moslims, met name Palestijnse moslims,
teveel goede ervaringen opgedaan. Maar we mogen onze ogen nooit sluiten
voor zaken die we niet graag zien of die niet passen in ons vaak door linkse
ideologische oogkleppen bepaalde wereldbeeld.