PDA

Vollständige Version anzeigen : De vermomde Moslimbroeders


admin
9 april 2007, 14:20
http://img300.imageshack.us/img300/8704/13776658fh1.jpg

(Opinio.nu) Lorenzo Vidino - De Moslimbroederschap, een internationale radicaal-islamitische organisatie, heeft via haar financiële tak invloed op het reilen en zeilen in grote Nederlandse moskeeën als de Rotterdamse Essalam-moskee en de geplande Westermoskee in Amsterdam. Bovendien heeft de Broederschap zich vertakt naar groepen geradicaliseerde moslims in Nederland, onder wie leden van de terroristische Piranha-groep rond Samir A. en Nouredine el F.
Onderzoek van de inlichtingendiensten heeft dit vorige week aan het licht gebracht.
Wat is die Moslimbroederschap precies? Waar komt deze organisatie vandaan,
wat is zij van plan en met welke middelen wil zij haar doel bereiken?
In een interview met de in Londen gevestigde Arabische krant Asharq al-Awsat was de officieel hoogste leider van de beweging, Mohammed Akef, heel duidelijk: hij stelde dat ‘de moslimbroederschap een globale beweging is waarvan de leden over de hele wereld met elkaar samenwerken, gebaseerd op een eensluidend religieus wereldbeeld: namelijk de islam verspreiden totdat zij over de hele wereld heerst’
Onlangs werd in de media onthuld dat de Moslimbroederschap, de oudste en invloedrijkste van alle militante islamistische groeperingen in de wereld, ook in Nederland voet aan de grond heeft gekregen en zichzelf onopvallend een belangrijke rol heeft toebedeeld in twee van de grootste moskeeën van het land: de Rotterdamse Essalam-moskee en de Westermoskee in Amsterdam-West.
Het debat in de Tweede Kamer dat meteen op de onthullingen volgde, is een afspiegeling van de discussie die onder academici en beleidsmakers in heel Europa en Amerika wordt gevoerd over het karakter van de Moslimbroederschap en over de vraag of zij een gevaar vormt voor het Westen. Sommigen – en ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) – menen dat de Broederschap het geweld heeft afgezworen – een geweld dat de activiteiten van deze organisatie sinds haar oprichting in de jaren twintig heeft gekenmerkt – en dat ze de democratie heeft omhelsd en nu zelfs beschouwd kan worden als een legitieme bondgenoot in het streven om tegenwicht te bieden aan jihadistische groeperingen.
Anderen, zowel in het Westen als in de moslimwereld, menen dat deze houding naïef is en gebaseerd op uitlatingen van Broederschap-leiders die specifiek gericht zijn op een gehoor van goedgelovige westerlingen, waarbij niet wordt gelet op de uitlatingen van de groepering in het Arabisch en, belangrijker nog, op de feitelijke activiteiten die ze tentoonspreidt.
De waarheid is dat de Broederschap er ondanks haar recente claims op matiging nog altijd dezelfde radicale agenda op na houdt die haar de afgelopen tachtig jaar heeft gekenschetst. In een interview met de in Londen gevestigde Arabische krant Asharq al-Awsat was de officieel hoogste leider van de beweging, Mohammed Akef, heel duidelijk: hij stelde dat ‘de Moslimbroederschap een globale beweging is waarvan de leden over de hele wereld met elkaar samenwerken, gebaseerd op een eensluidend religieus wereldbeeld: namelijk de islam verspreiden totdat zij over de hele wereld heerst’. Op de website van de Broederschap was Akef niet minder duidelijk: “Ik ben er heilig van overtuigd dat de islam Europa en Amerika zal binnendringen, omdat de islam een logica en een missie heeft.”
Terwijl de uiteindelijke doelstelling van de Broederschap de overheersing van de wereld is, zoals haar publicaties en leiders openlijk aangeven, hanteert de beweging verschillende tactieken om die overheersing te bereiken. Flexibiliteit en bedrog zijn de twee eigenschappen die de Broederschap onderscheiden van groepen als Al Qaida, en die de beweging in staat hebben gesteld gedurende haar hele geschiedenis te gedijen. De Broederschap opereert namelijk op verschillende wijzen al naargelang de lokale omstandigheden. Daar waar ze meent dat een gewapend conflict de beste manier is om haar doel te bereiken, zal de Broederschap de wapens opnemen; zo opereert ze in Palestina via de Hamas-beweging – artikel 2 van het officiële handvest van Hamas luidt: “Hamas is een van de takken van de Moslimbroederschap in Palestina.” In het Westen daarentegen heeft de Broederschap een volstrekt andere tactiek gekozen. Omdat ze besefte dat een keiharde confrontatie met het Westen, zoals de strijd die Al Qaida tracht te voeren, een voorbarige strategie zou zijn in het licht van de betrekkelijk zwakke positie van de radicale islam aldaar, heeft de Broederschap besloten tot een genuanceerder aanpak.
In het Westen zijn geweld en confrontatie vervangen door een slim uitgewogen mix: doordringing van het systeem via een geruststellende presentatie aan de moslimbevolking en tegelijkertijd het streven naar radicalisering van diezelfde bevolkingsgroep. De leiders van de beweging getuigen openlijk van hun toewijding aan integratie en democratie, waarbij ze zich presenteren als gematigd en zich in de media proberen voor te doen als de vertegenwoordigers van de verschillende westerse moslimgemeenschappen die in dialoog zijn met westerse overheden. Maar zodra ze hun medemoslims in het Arabisch of Turks toespreken, laten ze hun masker vallen en omhelzen ze de radicale islam. Terwijl voormannen van de Broederschap op de televisie spreken over de dialoog tussen de religies en de integratie, wordt in de moskeeën van de beweging haat gepredikt en worden gelovigen gewaarschuwd voor de verdorvenheden van de westerse samenleving. Terwijl ze de moorden op treinreizigers in Madrid en schoolkinderen in Rusland publiekelijk veroordelen, blijven ze geld inzamelen voor Hamas en andere terroristische organisaties.
Sommigen in het Westen willen zó graag in gesprek komen met hun steeds verder vervreemdende moslimminderheden dat ze dit dubbele gezicht van de Broederschap liever negeren. In 1990 publiceerde Yusuf al-Qaradawi, waarschijnlijk de invloedrijkste geleerde van de soennitische islam van tegenwoordig en de officieuze theologische leidsman van de internationale Moslimbroederschap, een boek met de titel Prioriteiten van de Islamitische Beweging in de komende fase. Deze 186 pagina’s tellende verhandeling kan beschouwd worden als het meest recente manifest van de organisatie. Zoals al-Qaradawi in de inleiding van zijn boek uitlegt, is de ‘Islamitische Beweging’ bedoeld om ‘het georganiseerde, collectieve werk van de mensen om het leiderschap van de islam in de samenleving te herstellen’ en om ‘het islamitische systeem van het kalifaat opnieuw in te voeren, zoals voorgeschreven door de sharia’.
Nadat hij in zijn traktaat de situatie van de ‘Islamitische Beweging’ in de moslimwereld heeft geanalyseerd, wijdt al-Qaradawi een aanzienlijk deel van zijn boek aan de situatie van de moslims die in het Westen leven. Hij legt uit hoe moslimemigranten in Europa, Australië en Noord-Amerika ‘niet langer weinig in getal zijn’ en dat hun aanwezigheid niet alleen permanent is, maar ook onvermijdelijk zal toenemen door steeds nieuwe emigratiegolven. Terwijl al-Qaradawi zegt dat die aanwezigheid om diverse redenen ‘noodzakelijk’ is – zoals voor de globale verspreiding van het woord van Allah en voor de verdediging van de moslimnatie ‘tegen het antagonisme en de misleidende informatie van de kant van anti-islamitische krachten en trends’ – zegt hij ook dat ze problematisch is. Omdat de moslimnatie en dus ook de islamitische minderheden die ‘over de hele wereld zijn verstrooid’ geen centraal leiderschap kennen, vormt een proces van ‘versmelting’ een ernstig risico. Al-Qaradawi waarschuwt er kortom voor dat een moslimminderheid haar islamitische identiteit zou kunnen kwijtraken en door een niet-islamitische meerderheid verzwolgen zou kunnen worden. Hij ziet het gebrek aan leiderschap onder de moslims evenwel niet alleen als een probleem: hij ziet het ook als een ongekende kans voor de Islamitische Beweging om ‘de rol van het ontbrekende leiderschap van de moslimnatie met al haar stromingen en groeperingen’ op zich te nemen. Terwijl deze naar een reveil van de islam strevende organisatie slechts een beperkte invloed in de islamitische landen zelf kan uitoefenen, omdat ze daar door vijandige regimes in toom wordt gehouden – de Broederschap is in verschillende islamitische landen verboden – beseft al-Qaradawi dat zijn Broederschap in het democratische Westen vrijelijk kan opereren. Bovendien vormen islamitische emigranten die door hun bestaan in niet-islamitische samenlevingen het spoor bijster zijn geraakt en vaak niet de geringste kennis van de islam hebben, een ideaal gehoor voor de propaganda van de beweging. Al-Qaradawi stelt dat de voorstanders van een islamitisch reveil een activistische rol in het Westen moeten aannemen, waarbij hij beweert dat ‘het de plicht is van de Islamitische Beweging om te voorkomen dat deze emigranten door de in het Westen heersende wervelwind van materialisme worden weggevaagd’.
Nadat hij de noodzaak van de Islamitische Beweging in het Westen nog eens heeft onderstreept, behandelt al-Qaradawi zijn plan van aanpak. De in Egypte geboren geleerde roept openlijk op tot de vorming van een aparte moslimsamenleving binnen de westerse wereld. Hoewel hij het belang van een blijvende maar oppervlakkige dialoog met niet-moslims benadrukt, pleit hij voor de vestiging van moslimgemeenschappen met hun ‘eigen religieuze, opvoedkundige en recreatieve voorzieningen’. Hij spoort zijn medebroeders ertoe aan om te proberen ‘een eigen, kleine samenleving in de grotere samenleving te hebben’, en ‘je eigen moslim-getto’. Al-Qaradawi ziet in het scheppen van deze gesegregeerde moslimgemeenschappen duidelijk een cruciale rol weggelegd voor zijn beweging, en daarmee tevens een kans om zijn visie in praktijk te brengen, al was het maar ten dele. De lokale aanhangers van de beweging zullen de moskeeën, scholen en maatschappelijke organisaties leiden die het dagelijks leven in de beoogde ‘moslim-getto’s’ zullen bepalen.
Wat al-Qarawadi in zijn verhandeling uiteenzet, lijkt op het eerste gezicht misschien niet meer dan een fantasie. Maar in werkelijkheid komt het overeen met hetgeen het internationale netwerk van de Moslimbroederschap de afgelopen vijftig jaar in het Westen feitelijk heeft gedaan. Leden van de Moslimbroederschap hebben zich al sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa gevestigd en ze hebben sindsdien onvermoeibaar gestreefd naar het in praktijk brengen van de door al-Qaradawi omschreven doelstellingen. In vrijwel alle Europese landen hebben ze studentenorganisaties opgericht die zich hebben ontwikkeld tot landelijke koepelorganisaties en daarmee – met dank aan hun activisme en de financiële steun uit de Arabische Golfstaten – tot de voornaamste vertegenwoordigers van de plaatselijke moslimgemeenschap. Ze hebben een netwerk van moskeeën, onderzoekscentra, denktanks, liefdadigheidsinstellingen en scholen opgezet dat erg succesvol is gebleken in de verspreiding van hun uiterst gepolitiseerde interpretatie van de islam.
Het effect van hun radicaliserende zendingswerk onder de moslimbevolking is des te gevaarlijker nu in Nederland en in vrijwel alle andere Europese landen sterke spanningen tussen moslimminderheden en de rest van de bevolking optreden. De ‘moslim-getto’s’ waarover al-Qaradawi theoretiseert en die de Moslimbroederschap in heel Europa probeert te creëren, zijn precies waarvoor de AIVD herhaaldelijk heeft gewaarschuwd. In het rapport Van dawa tot jihad uit 2004 heeft de AIVD het specifiek over het ondermijnende effect dat de activiteiten van de Moslimbroederschap op de Nederlandse samenleving kunnen hebben. De dienst stelt openlijk dat de Broederschap een groep is die uitgaat ‘van vormen van radicale islam die een totaal andere staatsinrichting nastreven dan die van de democratische rechtsstaat, daarbij gebruikmakend van heimelijke en geweldloze middelen’. De AIVD waarschuwt verder: “Bij deze strategieën wordt gekozen om niet tot een direct gewelddadige confrontatie met de staatsmacht te komen, maar deze stilaan te ondermijnen door een intrede in en uiteindelijke overname van het ambtenarenapparaat, de rechterlijke macht, de onderwijsinstellingen, de lokale overheden enzovoort. Behalve op heimelijke intredepolitiek kan heimelijke dawa ook gericht zijn op het brengen van moslimminderheden tot burgerlijke ongehoorzaamheid, het bevorderen van parallelle machtsstructuren of zelfs het aanzetten van moslimmassa’s tot revolte.”
Door de activiteiten van de Moslimbroederschap, zoals beschreven door de AIVD, kunnen de al genoegzaam bekende problemen van radicalisering onder groepen van Nederlandse moslimjongeren alleen maar verergeren. In het huidige klimaat zal de voortdurende nadruk die de Moslimbroederschap legt op de superioriteit van de islam over alle andere religies en regeringsvormen, de bestaande sociale spanningen alleen maar versterken. Hoewel alom bekend is dat de beweging terroristische groepen als Hamas financieel ondersteunt, zijn de westerse afdelingen van de Moslimbroederschap zelden direct betrokken bij gewelddadige activiteiten. Maar hun bijdrage aan het creëren van een ‘wij-tegen-hen’-mentaliteit onder moslims is een eerste stap op weg naar geweld. En hoewel de Broederschap in het Westen niet openlijk oproept tot geweld, kan haar voortdurende gepreek over de verdorvenheden van de democratie en over vermeende samenzweringen van ‘ongelovigen’ tegen de islam niet anders dan leiden tot het ontstaan van een vruchtbare voedingsbodem voor hen die een stap verder willen gaan en geweld willen gebruiken.
Daarnaast lijkt de afwijzing van geweld door de Broederschap veeleer uit opportunistische dan uit oprechte overwegingen voort te komen, gezien het feit dat haar Europese leden in opzwepende taal steun betuigen aan terroristische organisaties in het Midden-Oosten. Hoewel ze gewelddaden in het Westen onmiddellijk veroordelen om zichzelf in politiek opzicht niet geheel buitenspel te zetten, schrikken ze er niet voor terug gewelddaden elders goed te keuren, met name in Palestina en Irak; omdat ze ervan overtuigd zijn dat ze er toch niet voor worden veroordeeld. Het is allerminst onredelijk om aan te nemen dat de immer flexibele Broederschap ook in het Westen uiteindelijk tot gewelddadige tactieken zou overgaan als de beweging dat opportuun zou vinden.
Het wordt dus hoog tijd voor een stevig debat over de activiteiten van de Broederschap in Nederland. En zo’n debat zou gevoerd moeten worden vanuit een grondige kennis van de werkelijke agenda van deze beweging en een goed inzicht in de ervaringen die sommige landen in het Midden-Oosten met de Broederschap hebben. Gematigde moslims in de hele wereld hebben herhaaldelijk gewaarschuwd voor het gevaar dat de Moslimbroederschap vertegenwoordigt. De voormalige Koeweitse minister van Onderwijs, dr. Ahmad Al-Rab’I, heeft zonder omwegen verklaard: “De oorsprong van alle vormen van religieus terrorisme waarvan we vandaag de dag getuige zijn, is gelegen in de ideologie van de Moslimbroederschap.” Al-Rab’I heeft gelijk als hij benadrukt dat de wortels van alle moderne islamistische terreurgroepen – van Al Qaida tot losvaste bendes als de Hofstadgroep – gelegen zijn in de ideeën van Hassan al Banna en Sayid Qutb, de leidende ideologen van de Moslimbroederschap. Jihadistische groeperingen kiezen tegenwoordig voor de weg van het geweld om hun doelen te bereiken, waarbij ze bij voorkeur hun toevlucht nemen tot terrorisme. De Moslimbroederschap heeft gekozen voor een genuanceerder aanpak en ze heeft haar werkwijze afgestemd op tijdgebonden en plaatselijke omstandigheden. Maar hoewel de tactieken van beide stromingen verschillen, vertegenwoordigen ze in feite de twee kanten van één en dezelfde medaille.
De Broederschap is vooral zo gevaarlijk omdat ze het vermogen heeft gematigdheid te veinzen wanneer ze maar wil, en intussen onder onze neus haar verdeel-en-heers-ideologie ongestoord te verspreiden.

Bron: Opinio (http://www.opinio.nu/) met dank aan Novopress