PDA

Vollständige Version anzeigen : de ironie van ‘hope and change’


Johnnie
15 maart 2009, 16:22
http://www.hetvrijevolk.com/files/diversen5/obama.jpg

Victor Davis Hanson 15 maart 2009



Met gepaste trots verwelkomen we Victor Davis Hanson bij Het Vrije Volk. Hieronder zijn column 'the audacity of irony'.


Ironie. Het is een oude bekende; uit de tijd van Jimmy Carter. De moralist Carter preekte over onze disproportionele, paranoïde angst voor het communisme. Over het negeren van mensenrechten. Zijn verwijten waren altijd aan het adres van de burgers van het westen.

Maar onder president Carter vielen de Sovjets Afghanistan binnen en kwam Ayatollah Khomeini in Iran aan de macht. Over het negeren van mensenrechten gesproken! Het netto resultaat van Carter’s politiek was globale ellende.

De afgelopen twee jaar heeft een jonge Barack Obama ons een dagelijkse portie ‘hope and change’ bezorgd. Wat dat precies moest voorstellen bleef onduidelijk. Maar het zou allemaal veel beter worden dan onder het cynische beleid van Bush.

Obama’s aanhangers zagen in de centrum-rechtse Bush een sinistere reactionair. En in de jonge senator zag men de lang verwachte linkse messias.

Dat is vragen om ironie!

De afgelopen zeven jaar heeft de USA geen herhaling gezien van 9/11. Dat was geen questie van dom toeval. Radicale moslims stonden te trappelen om opnieuw toe te slaan. Maar alle pogingen zijn opgespoord en geneutraliseerd.

Dat was niet gelukt zonder het oppakken en vasthouden van terroristen buiten de landsgrenzen van de VS, niet zonder het afluisteren van telefoongesprekken met het buitenland, niet zonder de vrije uitwisseling van informatie tussen de verschillende veiligheidsdiensten.

Net als Lincoln, Wilson, Roosevelt, Truman en andere presidenten in oorlogstijd, heeft George Bush maatregelen moeten nemen voor de Amerikaanse veiligheid. Hij deed dat met sterke steun van beide partijen. Alleen een gek kan suggereren dat deze maatregelen niet nodig waren, of dat ze ten koste van de grondwet gingen.

Toch was juist dát de kritiek van presidentscandidaat Obama op Bush. Maar toen hij eenmaal president was, kwam Obama tot de ontdekking dat hij van Bush een karikatuur had gemaakt. Toen Obama nog campagne voerde, kon hij zich alles permitteren. Als president moet hij plotseling tussen twee kwaden kiezen. En dus ziet Obama zich gedwongen om FISA en de Patriot Act gewoon te handhaven. Obama gaat gewoon door met het “uitbesteden van martelen” aan andere landen. En ook de Gulag in Guantanamo draait gewoon door.

Er was veel legitieme kritiek op de Irak-oorlog. Maar Obama’s verwijt dat we roekeloos en overhaast Irak binnenvielen, valt niet in die categorie. Vanaf de val van de Taliban in December 2001 tot de Irak-invasie in 2003 heeft Bush bewust en openlijk het debat gezocht in Het Congres. Bush kreeg steun van beide partijen, en heeft maanden lang geprobeerd om VN-sancties tegen Irak te bewerkstelligen.

Hoe anders gaat dat bij Obama. Zodra hij in het Witte Huis zat, heeft hij gezorgd voor de grootste expansie van de overheid in de Amerikaanse geschiedenis. De kosten van zijn socialistische maatregelen zullen bijna een triljoen dollar zijn. De rol van de overheid zal nooit meer dezelfde zijn. Volgens Obama is de huidige economische crisis vergelijkbaar met een oorlogssituatie, en dus eiste hij een soort nationale mobilisatie.

Maar terwijl Bush gedurende 15 maanden het land voorbereidde op de Irak-oorlog, heeft Obama het volk maar enkele uren gegund om de nieuwe wetgeving te lezen. Bush kreeg de meerderheid van beide partijen achter zich kreeg, maar wordt verweten te polariseren. Obama heeft niet één enkele Republikeinse stem kunnen krijgen. Maar Obama zou ‘boven de partijen staan’.

Linksmensen hebben altijd geroepen dat Bush zijn tegenstanders buiten spel zette met het verwijt dat ze niet vaderlandslievend waren. En nu verwijten diezelfde linksmensen de tegenstanders van Obama’s schulden-programma dat ze ... niet vaderlandslievend zouden zijn!

Bush werd verweten dat hij de dreiging van Al-Qaeda zou hebben aangedikt om een politiestaat te vestigen. Maar Obama ging verder. Hij verklaarde dat de huidige crisis een catastrophe, een ramp, ja zelfs een Great Depression zou zijn. “Je moet altijd gebruik maken van een ernstige crisis,” zo schepte Rahm Emanuel op. En hij heeft gelijk: het socialisme van Obama kan alleen ingevoerd worden in een klimaat van angst.

In de buitenlandpolitiek is de ironie nog sterker.

De candidaat Obama heeft ofwel niet begrepen dat de buitenlandpolitiek van Bush’ tweede termijn noch links, noch rechts was. Ofwel hij heeft dat om politieke redenen genegeerd. Hoe dan ook, nu bijt Ironie in Obama’s staart. Europa bakt zoete broodjes met Iran, wil niet vechten in Afghanistan, en buigt laf mee met Rusland,. De oorzaak van dat probleem was niet George Bush, maar is Europa zélf.

Osama Bin Laden, het authoritaire Rusland, de theocratie in Iran, Chávez’ Venezuela, het Noord-Korea van Kim Jung Il, Qaddafi in Libië en het nucleaire laboratorium van Dr. Khan dateren allemaal van vóór Bush. Het beleid van Bush heeft deze probleem gereduceerd, en zeker niet verergerd. Bush trad hard op tegen dictaturen, maar werkte samen met democratieën als Engeland, Frankrijk, Duitsland, Italië en India.

Obama kiest er steeds om zijn buitenland-initiatieven aan te kondigen met expliciete kritiek op Bush. Maar daarmee graaft hij zijn eigen graf. Als Obama Jimmy Carter blijft imiteren, zal hij een nieuwe terreuraanslagen oogsten, meer druk van Rusland op Europa, meer raketten van Noord-Korea, een kernbom in Iran, een herstart van het nucleaire lab van Dr. Khan, en een moslim-fundamentalistische machtsgreep in Pakistan dat al over kernwapens beschikt.

Je kunt Bush veel verwijten: hubris, zwakke communicatie van haar gedachtegoed, het oplopen van het begrotingstekort, en onvoorzichtige oorlogstaal. Maar corruptie kan je Bush niet verwijten. De regering van Bush kende nauwelijks schandalen, veel minder dan bijvoorbeeld Clinton. Er was géén Monica Lewinsky, géén serie schandalen waar Clinton in verwikkeld was, géén ‘presidential pardons’ voor geld (o.a. Marc Rich), geen donoren die gechanteerd werden voor een presidentiële bibliotheek of voor de senaatscampagne van een echtgenote.

Daarentegen begon Obama op te scheppen over zijn revolutionaire ethiek. Ironisch, gezien zijn associaties met Tony Rezko, Rod Blagojevich, burgemeester Richard Daley en zijn pastoor Jeremiah Wright.

Het mag dan ook niemand verbazen dat de jonge Obama-regering nu al meer schandalen kent dan we de laatste halve eeuw gezien hebben. De nieuwe minister van financiën (Geithner) heeft zelf belasting ontdoken; als dat geen ironie is! De verdediger van de gewone man, Tom Daschle, heeft tienduizenden dollars in limousine-diensten voor de belastingdienst verborgen gehouden. Hervormers als Bill Richardson en Hilda Solis houden zich niet aan de wetten die ze zelf zouden moeten handhaven. Nancy Killefer heeft belastingen ontdoken. Hoe meer Obama ageert tegen de invloed van lobbyisten op de politiek, hoe meer uitzonderingen hoe maakt voor lobbyisten in zijn eigen regering.

Ziehier, ‘the audacity of irony’.

http://www.hetvrijevolk.com/?pagina=8117