admin
28 april 2007, 01:58
Zijn wij vrij?
Nederland wordt niet overheerst door de overheid van een ander land, zoals tijdens de tweede wereldoorlog. Bovendien garandeert onze grondwet ons bepaalde rechten. De meeste mensen in Nederland voelen zich vrij. Toch is in Nederland veel verboden of verplicht, en hebben wij weinig privacy.
Wij Nederlanders worden overheerst door onze eigen, zelf-gekozen overheid, die de vrijheid van haar burgers beperkt. In vergelijking met sommige landen zijn wij vrij, maar er is ruimte voor veel meer vrijheid.
Wat betekent vrijheid?
Vrijheid betekent dat iedereen mag doen en laten wat hij wil, gaan en staan waar hij wil en leven zoals hij zelf kiest, zolang hij daarmee niet de vrijheid van een ander schendt.
"Vrijheid blijheid," luidt de uitdrukking, waarmee meestal bedoeld wordt dat er met vrijheid iets mis zou zijn. Wij zien juist in vrijheid de hoogste menselijke waarde. Mensen die vrij zijn, zijn doorgaans gelukkiger dan mensen die niet vrij zijn. Daarom zal in een vrijere maatschappij minder misdaad en andere vormen van maatschappelijke onrust voorkomen.
Dat wil niet zeggen dat vrijheid leidt tot een utopie. Utopieën bestaan niet. De belofte van en geloof in een utopie heeft geleid tot veel ellende en verlies van vrijheid. Een ideale wereld waarin iedereen rijk en gelukkig is, is niet menselijkerwijs bereikbaar.
Wat is recht?
Het vrijheidsprincipe houdt in dat ieder mens recht heeft op (de beschikking over zijn eigen) leven, lijf, vrijheid en eigendom. Maar wat wordt bedoeld met "recht"?
Vaak wordt bij het woord "recht" gedacht aan iets wat je krijgt van de overheid. Dat is niet zo. De overheid kan geen leven geven. Met "recht" wordt bedoeld dat een ander, inclusief de overheid, het niet mag afpakken, schenden, verbieden, of zich op andere wijze ermee bemoeien.
Een recht krijg je niet via wetgeving. Met wetgeving worden rechten juist ingeperkt. Bijvoorbeeld: heeft men in Nederland het recht een blauw overhemd te dragen? Ja. Waar staat dat? Nergens, niet in de grondwet, niet in het bestuursrecht, niet in het strafrecht, niet in het burgerlijk wetboek, niet in stadsverordeningen of richtlijnen, nergens. Juist daarom is het dragen van een blauw overhemd een recht! Als er ergens zou staan dat je het recht hebt een blauw overhemd te dragen, zou dat erop duiden dat je recht je te kleden naar eigen visie eerst is ingeperkt, en vervolgens ten aanzien van het dragen van een blauw overhemd je is terug gegeven.
Echte rechten worden dus verkregen niet door wetgeving, maar door het schrappen van wetten. "Recht op leven, lijf, vrijheid en eigendom" betekent dat de overheid geen wetten mag maken die deze rechten inperken.
Ook individuen mogen niet moorden, mishandelen, gijzelen, of stelen. Iemand die het recht van een ander op leven, lijf, vrijheid of eigendom heeft geschonden, heeft zijn eigen recht tot op vergelijkbare mate verspeeld.
Wat is de rol van de overheid in een vrije maatschappij?
Er bestaan twee modellen voor een vrije maatschappij: minarchisme en anarchisme.
Bij anarchisme is er geen overheid. Dit standpunt laat niet aan duidelijkheid te wensen over, al hebben de meeste mensen moeite zich een voorstelling ervan te maken. In onze maatschappij is het woord een negatieve connotatie opgedrukt. "Anarchie" en "anarchist" worden beleefd als scheldwoorden. Het streven naar vrijheid wordt gezien als verdorvenheid; het onderwerpen aan onvrijheid als deugd. Dergelijke waardebegrippen dienen de doelen en belangen van degene die ambieert macht over anderen uit te oefenen.
Bij minarchisme is er een kleine overheid, ook wel "de nachtwakersstaat" genoemd. Zodra we spreken over een kleine overheid, in tegenstelling tot géén overheid, worden we geconfronteerd met het volgende vraagstuk: wat valt wel en niet binnen de taken van die overheid? Kort gezegd vallen alle taken die behoren tot de privé-sfeer en/of tot zaken die de burger voor zichzelf kan regelen buiten de minarchie. Welke dat precies zijn? Daar zullen filosofen lang over discussiëren. In het algemeen worden in een minarchie defensie en/of justitie tot de taken van de overheid gerekend. Zij hebben de taak de vrijheid van de burger te beschermen.
Sommige minarchisten zien ook een rol voor de overheid weggelegd bij het opbouwen en onderhouden van infrastructuur. In ieder geval horen zaken die te maken hebben met het beschermen van het individu tegen zichzelf of tegen het maken van verkeerde persoonlijke keuzen beslist nooit thuis in de minarchie.
Onze uit de voegen gegroeide maxistaat is niet tijdens de laatste kabinetsperiode gevormd. Het is al minstens anderhalve eeuw in de maak, en is verrezen uit andere regeringsvormen die vrijheid niet als hoogste doel beschouwden. De maxistaat zal praktisch gezien niet in één kabinetsperiode afgeschaft kunnen worden. Zelfs wanneer er een breed draagvlak onder het volk is voor vrijheid, zal de bemoeienisstaat geleidelijk teruggedrongen moeten worden om maatschappelijke ontwrichting en chaos te voorkomen. Alternatieve omgangsvormen, zoals particuliere liefdadigheid, bestaan immers (nog) niet in voldoende mate en moeten de kans krijgen zich te vormen.
De keuze tussen minarchie en anarchie is dus op dit tijdstip niet relevant. Pas over enkele generaties wanneer de minarchie hopelijk bereikt is, wordt de tijd rijp om te kiezen voor het verder terugdringen van de nachtwakersstaat, of niet, op grond van de dan heersende omstandigheden.
Verantwoordelijkheid - de keerzijde van vrijheid
Het begrip vrijheid is niet los te koppelen van het begrip verantwoordelijkheid. Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn niet twee tegengestelde polen, maar twee kanten van dezelfde munt. Wie vrij is, is ook verantwoordelijk. Wie verantwoordelijk is, is ook vrij.
Iemand die niet vrij is, kan geen verantwoordelijkheid op zich nemen. Een extreem voorbeeld is de slaaf. De slaaf moet door zijn eigenaar worden onderhouden, want hij is niet vrij om zelf in zijn onderhoud te voorzien. Hij kan dus niet de verantwoordelijkheid van zijn eigen onderhoud op zich nemen.
Anderzijds, iemand die niet verantwoordelijk is, kan niet vrij zijn. Een kind bijvoorbeeld wordt niet verantwoordelijk geacht voor zijn opvoeding, en is tegelijkertijd niet vrij zelf zijn opvoeding te kiezen.
In de praktijk zijn we in Nederland vrij en verantwoordelijk voor sommige aspecten van ons leven en niet vrij en verantwoordelijk voor anderen. In politieke zin wordt de vrijheid van volwassenen beperkt door de overheid. De overheid maakt regels waar mensen zich aan hebben te houden. Dit zijn beperkingen op hun vrijheid. De overheid doet dit omdat zij de verantwoordelijkheid voor allerlei zaken op zich neemt. De overheid stelt zich bijvoorbeeld garant dat iedere burger naar de dokter kan en ieder kind onderwijs krijgt. Zij doet dit door regels te maken voor gezondheidszorg en onderwijs. Diezelfde regels beperken zeer sterk de vrijheid van mensen om zelf te kiezen hoe zij hun gezondheidszorg en het onderwijs van hun kinderen inrichten.
Hoe meer regels er komen om zaken zoals gezondheidszorg en onderwijs te regelen, hoe meer klachten er komen over deze diensten. De overheid bereikt nooit helemáál haar verklaarde doelen. Zij heeft dan wel de vrijheid ingeperkt, maar niet geheel voldaan aan de verantwoordelijkheid die zij op zich heeft genomen. Dat kan zij niet, omdat zij zich richt op groepen, terwijl mensen individuen zijn met individuele behoeften en wensen.
Vrijheid betekent dat mensen verantwoordelijk voor zichzelf zijn, en dat de overheid niet verantwoordelijk voor hen is. De overheid heeft hoogstens de plicht hun vrijheid te beschermen, zodat zij hun verantwoordelijkheid kunnen uitdragen. Om dat te bereiken, dient de overheid zelf niet de vrijheid van mensen te schenden. Zij schendt hun vrijheid met onnodige regels en wetten. Die dienen afgeschaft te worden. Een groot apparaat van politici en ambtenaren is dan niet nodig, evenmin als de gigantische bedragen waarmee dat apparaat wordt gefinancierd.
Vrij en verantwoordelijk zijn, kan iedereen dat wel?
Het meest frequent aangedragen argument om vrijheid af te wijzen, is dat niet iedereen verantwoordelijkheid voor zichzelf kan dragen. De meeste mensen vinden dat ze dat zelf wel kunnen, maar dat anderen het niet kunnen. Zij willen zelf vrij zijn, maar de vrijheid van hun medemensen inperken.
Zij staan er niet bij stil dat als mensen geen verantwoordelijkheid voor zichzélf kunnen dragen, zij dat ook niet kunnen voor anderen. Politici en ambtenaren die deel uitmaken van de overheid zijn immers ook mensen. Zij beschikken niet over bijzondere wijsheid, maar hebben een maatschappelijk positie zien te bemachtigen waarin zij hun meningen en macht kunnen laten gelden. Wie tracht door middel van de overheid de vrijheid van anderen in te perken, lokt vrijheidsbeperkingen over zichzelf uit. Het is niet mogelijk vrijheid te reserveren voor een bepaalde sector van de bevolking.
Natuurlijk is er een kleine minderheid van volwassenen die vanwege een variëteit aan redenen niet in staat is (geheel) verantwoordelijk voor zichzelf te zijn, en dus niet (geheel) vrij kan zijn. Het inperken van de vrijheid van alle mensen omdat een kleine minderheid bescherming behoeft, is niet logisch. Het gaat dan om een misplaatste bezorgdheid of smoes om de vrijheid van ons allemaal in te perken.
Is vrijheid democratisch?
Een van de moeilijkheden bij het beantwoorden van deze vraag, is het beeld dat de meeste mensen hebben van democratie. Ons wordt voorgespiegeld dat Democratie een Groot Goed is. Tegenover democratie staan vreselijke regeringsvormen zoals fascisme en tirannie.
Het woord "democratie" betekent in de praktijk regering door de meerderheid. We horen wel zeggen dat in een democratie rekening wordt gehouden met minderheden, maar rekening houden met minderheden is niet een vereiste of garantie binnen een democratie. "Rekening houden met" is een gunst. Het wijst op onvrijheid. Waar vrijheid is, wordt vanzelf rekening gehouden met elke minderheid. Immers, de kleinste minderheid is het individu, en in een vrije samenleving beschikt een ieder over zichzelf. Democratie is bovendien geen waarborg voor vrijheid. Hitler was democratisch gekozen.
Vrijheid is prima te verenigen met democratie in zoverre er een regering is. Maar het doel van vrijheid is dat ieder zichzelf regeert. We kunnen het geen "autocratie" noemen, omdat dit woord associaties van dictatuur of despotisme oproept. Laten we het daarom gewoon op z'n Nederlands "zelf-regering" noemen. Liefhebbers van vrijheid streven ernaar een regering door de meerderheid te vervangen door zelf-regering. Dit betekent onder andere dat volksvertegenwoordigers minder of helemaal niet nodig zijn. Toch is er betreffende die regenten die er nog zullen zijn geen betere manier van kiezen dan democratisch.
Wij staan dus voor meer vrijheid door minder overheid, maar in zoverre die overheid er is, dient zij in onze visie democratisch gekozen te worden.
vrijheidslijst.nl
Nederland wordt niet overheerst door de overheid van een ander land, zoals tijdens de tweede wereldoorlog. Bovendien garandeert onze grondwet ons bepaalde rechten. De meeste mensen in Nederland voelen zich vrij. Toch is in Nederland veel verboden of verplicht, en hebben wij weinig privacy.
Wij Nederlanders worden overheerst door onze eigen, zelf-gekozen overheid, die de vrijheid van haar burgers beperkt. In vergelijking met sommige landen zijn wij vrij, maar er is ruimte voor veel meer vrijheid.
Wat betekent vrijheid?
Vrijheid betekent dat iedereen mag doen en laten wat hij wil, gaan en staan waar hij wil en leven zoals hij zelf kiest, zolang hij daarmee niet de vrijheid van een ander schendt.
"Vrijheid blijheid," luidt de uitdrukking, waarmee meestal bedoeld wordt dat er met vrijheid iets mis zou zijn. Wij zien juist in vrijheid de hoogste menselijke waarde. Mensen die vrij zijn, zijn doorgaans gelukkiger dan mensen die niet vrij zijn. Daarom zal in een vrijere maatschappij minder misdaad en andere vormen van maatschappelijke onrust voorkomen.
Dat wil niet zeggen dat vrijheid leidt tot een utopie. Utopieën bestaan niet. De belofte van en geloof in een utopie heeft geleid tot veel ellende en verlies van vrijheid. Een ideale wereld waarin iedereen rijk en gelukkig is, is niet menselijkerwijs bereikbaar.
Wat is recht?
Het vrijheidsprincipe houdt in dat ieder mens recht heeft op (de beschikking over zijn eigen) leven, lijf, vrijheid en eigendom. Maar wat wordt bedoeld met "recht"?
Vaak wordt bij het woord "recht" gedacht aan iets wat je krijgt van de overheid. Dat is niet zo. De overheid kan geen leven geven. Met "recht" wordt bedoeld dat een ander, inclusief de overheid, het niet mag afpakken, schenden, verbieden, of zich op andere wijze ermee bemoeien.
Een recht krijg je niet via wetgeving. Met wetgeving worden rechten juist ingeperkt. Bijvoorbeeld: heeft men in Nederland het recht een blauw overhemd te dragen? Ja. Waar staat dat? Nergens, niet in de grondwet, niet in het bestuursrecht, niet in het strafrecht, niet in het burgerlijk wetboek, niet in stadsverordeningen of richtlijnen, nergens. Juist daarom is het dragen van een blauw overhemd een recht! Als er ergens zou staan dat je het recht hebt een blauw overhemd te dragen, zou dat erop duiden dat je recht je te kleden naar eigen visie eerst is ingeperkt, en vervolgens ten aanzien van het dragen van een blauw overhemd je is terug gegeven.
Echte rechten worden dus verkregen niet door wetgeving, maar door het schrappen van wetten. "Recht op leven, lijf, vrijheid en eigendom" betekent dat de overheid geen wetten mag maken die deze rechten inperken.
Ook individuen mogen niet moorden, mishandelen, gijzelen, of stelen. Iemand die het recht van een ander op leven, lijf, vrijheid of eigendom heeft geschonden, heeft zijn eigen recht tot op vergelijkbare mate verspeeld.
Wat is de rol van de overheid in een vrije maatschappij?
Er bestaan twee modellen voor een vrije maatschappij: minarchisme en anarchisme.
Bij anarchisme is er geen overheid. Dit standpunt laat niet aan duidelijkheid te wensen over, al hebben de meeste mensen moeite zich een voorstelling ervan te maken. In onze maatschappij is het woord een negatieve connotatie opgedrukt. "Anarchie" en "anarchist" worden beleefd als scheldwoorden. Het streven naar vrijheid wordt gezien als verdorvenheid; het onderwerpen aan onvrijheid als deugd. Dergelijke waardebegrippen dienen de doelen en belangen van degene die ambieert macht over anderen uit te oefenen.
Bij minarchisme is er een kleine overheid, ook wel "de nachtwakersstaat" genoemd. Zodra we spreken over een kleine overheid, in tegenstelling tot géén overheid, worden we geconfronteerd met het volgende vraagstuk: wat valt wel en niet binnen de taken van die overheid? Kort gezegd vallen alle taken die behoren tot de privé-sfeer en/of tot zaken die de burger voor zichzelf kan regelen buiten de minarchie. Welke dat precies zijn? Daar zullen filosofen lang over discussiëren. In het algemeen worden in een minarchie defensie en/of justitie tot de taken van de overheid gerekend. Zij hebben de taak de vrijheid van de burger te beschermen.
Sommige minarchisten zien ook een rol voor de overheid weggelegd bij het opbouwen en onderhouden van infrastructuur. In ieder geval horen zaken die te maken hebben met het beschermen van het individu tegen zichzelf of tegen het maken van verkeerde persoonlijke keuzen beslist nooit thuis in de minarchie.
Onze uit de voegen gegroeide maxistaat is niet tijdens de laatste kabinetsperiode gevormd. Het is al minstens anderhalve eeuw in de maak, en is verrezen uit andere regeringsvormen die vrijheid niet als hoogste doel beschouwden. De maxistaat zal praktisch gezien niet in één kabinetsperiode afgeschaft kunnen worden. Zelfs wanneer er een breed draagvlak onder het volk is voor vrijheid, zal de bemoeienisstaat geleidelijk teruggedrongen moeten worden om maatschappelijke ontwrichting en chaos te voorkomen. Alternatieve omgangsvormen, zoals particuliere liefdadigheid, bestaan immers (nog) niet in voldoende mate en moeten de kans krijgen zich te vormen.
De keuze tussen minarchie en anarchie is dus op dit tijdstip niet relevant. Pas over enkele generaties wanneer de minarchie hopelijk bereikt is, wordt de tijd rijp om te kiezen voor het verder terugdringen van de nachtwakersstaat, of niet, op grond van de dan heersende omstandigheden.
Verantwoordelijkheid - de keerzijde van vrijheid
Het begrip vrijheid is niet los te koppelen van het begrip verantwoordelijkheid. Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn niet twee tegengestelde polen, maar twee kanten van dezelfde munt. Wie vrij is, is ook verantwoordelijk. Wie verantwoordelijk is, is ook vrij.
Iemand die niet vrij is, kan geen verantwoordelijkheid op zich nemen. Een extreem voorbeeld is de slaaf. De slaaf moet door zijn eigenaar worden onderhouden, want hij is niet vrij om zelf in zijn onderhoud te voorzien. Hij kan dus niet de verantwoordelijkheid van zijn eigen onderhoud op zich nemen.
Anderzijds, iemand die niet verantwoordelijk is, kan niet vrij zijn. Een kind bijvoorbeeld wordt niet verantwoordelijk geacht voor zijn opvoeding, en is tegelijkertijd niet vrij zelf zijn opvoeding te kiezen.
In de praktijk zijn we in Nederland vrij en verantwoordelijk voor sommige aspecten van ons leven en niet vrij en verantwoordelijk voor anderen. In politieke zin wordt de vrijheid van volwassenen beperkt door de overheid. De overheid maakt regels waar mensen zich aan hebben te houden. Dit zijn beperkingen op hun vrijheid. De overheid doet dit omdat zij de verantwoordelijkheid voor allerlei zaken op zich neemt. De overheid stelt zich bijvoorbeeld garant dat iedere burger naar de dokter kan en ieder kind onderwijs krijgt. Zij doet dit door regels te maken voor gezondheidszorg en onderwijs. Diezelfde regels beperken zeer sterk de vrijheid van mensen om zelf te kiezen hoe zij hun gezondheidszorg en het onderwijs van hun kinderen inrichten.
Hoe meer regels er komen om zaken zoals gezondheidszorg en onderwijs te regelen, hoe meer klachten er komen over deze diensten. De overheid bereikt nooit helemáál haar verklaarde doelen. Zij heeft dan wel de vrijheid ingeperkt, maar niet geheel voldaan aan de verantwoordelijkheid die zij op zich heeft genomen. Dat kan zij niet, omdat zij zich richt op groepen, terwijl mensen individuen zijn met individuele behoeften en wensen.
Vrijheid betekent dat mensen verantwoordelijk voor zichzelf zijn, en dat de overheid niet verantwoordelijk voor hen is. De overheid heeft hoogstens de plicht hun vrijheid te beschermen, zodat zij hun verantwoordelijkheid kunnen uitdragen. Om dat te bereiken, dient de overheid zelf niet de vrijheid van mensen te schenden. Zij schendt hun vrijheid met onnodige regels en wetten. Die dienen afgeschaft te worden. Een groot apparaat van politici en ambtenaren is dan niet nodig, evenmin als de gigantische bedragen waarmee dat apparaat wordt gefinancierd.
Vrij en verantwoordelijk zijn, kan iedereen dat wel?
Het meest frequent aangedragen argument om vrijheid af te wijzen, is dat niet iedereen verantwoordelijkheid voor zichzelf kan dragen. De meeste mensen vinden dat ze dat zelf wel kunnen, maar dat anderen het niet kunnen. Zij willen zelf vrij zijn, maar de vrijheid van hun medemensen inperken.
Zij staan er niet bij stil dat als mensen geen verantwoordelijkheid voor zichzélf kunnen dragen, zij dat ook niet kunnen voor anderen. Politici en ambtenaren die deel uitmaken van de overheid zijn immers ook mensen. Zij beschikken niet over bijzondere wijsheid, maar hebben een maatschappelijk positie zien te bemachtigen waarin zij hun meningen en macht kunnen laten gelden. Wie tracht door middel van de overheid de vrijheid van anderen in te perken, lokt vrijheidsbeperkingen over zichzelf uit. Het is niet mogelijk vrijheid te reserveren voor een bepaalde sector van de bevolking.
Natuurlijk is er een kleine minderheid van volwassenen die vanwege een variëteit aan redenen niet in staat is (geheel) verantwoordelijk voor zichzelf te zijn, en dus niet (geheel) vrij kan zijn. Het inperken van de vrijheid van alle mensen omdat een kleine minderheid bescherming behoeft, is niet logisch. Het gaat dan om een misplaatste bezorgdheid of smoes om de vrijheid van ons allemaal in te perken.
Is vrijheid democratisch?
Een van de moeilijkheden bij het beantwoorden van deze vraag, is het beeld dat de meeste mensen hebben van democratie. Ons wordt voorgespiegeld dat Democratie een Groot Goed is. Tegenover democratie staan vreselijke regeringsvormen zoals fascisme en tirannie.
Het woord "democratie" betekent in de praktijk regering door de meerderheid. We horen wel zeggen dat in een democratie rekening wordt gehouden met minderheden, maar rekening houden met minderheden is niet een vereiste of garantie binnen een democratie. "Rekening houden met" is een gunst. Het wijst op onvrijheid. Waar vrijheid is, wordt vanzelf rekening gehouden met elke minderheid. Immers, de kleinste minderheid is het individu, en in een vrije samenleving beschikt een ieder over zichzelf. Democratie is bovendien geen waarborg voor vrijheid. Hitler was democratisch gekozen.
Vrijheid is prima te verenigen met democratie in zoverre er een regering is. Maar het doel van vrijheid is dat ieder zichzelf regeert. We kunnen het geen "autocratie" noemen, omdat dit woord associaties van dictatuur of despotisme oproept. Laten we het daarom gewoon op z'n Nederlands "zelf-regering" noemen. Liefhebbers van vrijheid streven ernaar een regering door de meerderheid te vervangen door zelf-regering. Dit betekent onder andere dat volksvertegenwoordigers minder of helemaal niet nodig zijn. Toch is er betreffende die regenten die er nog zullen zijn geen betere manier van kiezen dan democratisch.
Wij staan dus voor meer vrijheid door minder overheid, maar in zoverre die overheid er is, dient zij in onze visie democratisch gekozen te worden.
vrijheidslijst.nl