PDA

Vollständige Version anzeigen : AO IGZ en Toezicht - Inbreng


FvdV
8 oktober 2009, 17:23
donderdag 08 oktober 2009

Hieronder de inbreng van Fleur Agema tijdens het algemeen overleg d.d. 24 september 2009 van de vaste commissie VWS over IGZ en Toezicht.

Voorzitter.

Twee weken voor het meireces vroeg de heer Van Gerven bij de regeling van werkzaamheden een debat aan over het functioneren van de inspectie. Wij hebben de regering toen verzocht om een brede opvatting te geven over het functioneren van de inspectie. Ondanks rappel en ondanks Kamervragen is die brede opvatting niet gegeven. Ik vind dat een gemis. Steeds als mijn fractie in Kamervragen begint over het functioneren van de inspectie reageert het kabinet alsof het door een wesp wordt gestoken. Ik geef een voorbeeld en citeer daarvoor uit een antwoord van de staatssecretaris. Het gaat om de vraag wanneer het kabinet zijn brede visie op het functioneren van de inspectie zal geven. De staatssecretaris zegt dan: de IGZ werkt hard aan het vergroten van de effectiviteit van haar toezicht. Vervolgens wordt een aantal voorstellen ter verbetering gedaan. De staatssecretaris eindigt met: mede door deze activiteiten van de IGZ worden de gebreken in de kwaliteit van zorg in toenemende mate duidelijk en hierdoor kan het beeld ontstaan dat de kwaliteit van zorg in Nederland verslechtert. Dat is echter geen antwoord op de vraag. De vraag was namelijk wat de regering nou vindt van het functioneren van de inspectie. Ik denk dat dit een legitieme vraag is. Hoe werkt het instrument dat wij in Nederland hebben? Werkt dat instrument wel naar behoren?
Het afgelopen jaar is de inspectie wat actiever geweest. Een aantal sluitingen heeft plaatsgevonden: de intensive care unit van vier ziekenhuizen, de CityKliniek in Den Haag, de Maximaklinieken in Bloemendaal, Barendrecht en Zandvoort, de tandartspraktijk Wezel te Heemstede. Dit doorpakken van de inspectie leidt echter toch tot vragen. De tandartsenpraktijk voldeed niet aan de voorwaarden voor verantwoorde zorg. Daarbij is een bevel uitgevaardigd dat geldig blijft tot de tandarts aan de inspectie kan aantonen dat hij voldoet aan de eis om verantwoorde zorg te leveren. Maar wat gebeurt er met alle fouten die tot dan toe zijn gemaakt? Gaat het OM onderzoek doen?
Een aantal instellingen komt onder verscherpt toezicht te staan. Wat als de inspectie geen actie onderneemt of te laat actie onderneemt? Kan de minister daar een reactie op geven? Twee keer is gebleken dat de inspectie weinig werk maakt van het toezicht op separatie. In september 2008 is naar buiten gekomen dat veel langdurig opgesloten psychiatrische patiënten onder erbarmelijke omstandigheden leefden. Dat had de inspectie tot dan toe nooit opgemerkt. Ik noem ook de mate en de duur van het disfunctioneren. Ik verwijs naar de rapporten van de commissie-Lemstra. De afdeling hartchirurgie van het St Radboud ziekenhuis in Nijmegen, 22 september: de conclusie van de onderzoeksraad is dat het huidige toezicht van de IGZ ondermaats was. De brand in een operatiekamer in het Twenteborg ziekenhuis: de conclusie van de onderzoeksraad is dat het huidige toezicht van de IGZ ondermaats is. Wat is de verklaring hiervoor? Ik vind dat deze vragen beantwoord moeten worden in plaats van daarop te reageren alsof men door een wesp is gestoken. Heeft de IGZ te weinig capaciteit? Is dat misschien een antwoord op de vraag? Heeft de IGZ een te lakse houding? Is dat wellicht een antwoord? Naar de mening van mijn fractie moeten die antwoorden er wel komen.

De staatssecretaris heeft een aantal toezeggingen gedaan. Hoe staat het met de mystery guest? Hoe gaat het met de onaangekondigde bezoeken of met Winnersway, waar het gigantisch misging? In de brief van de staatssecretaris lezen wij dat in september twee bezoeken aan Winnersway zullen worden gepleegd, waarvan er een onaangekondigd zal plaatsvinden. Maar als je nu al zegt dat je in september twee keer komt, dan kom je toch niet onaangekondigd? Dan kondig je al aan dat je in september twee keer komt. Kan dat soort dingen niet wat scherper? Kan dit niet wat sterker aangezet worden?

Hoe staat het met de toezegging omtrent een VOG voor alle medewerkers in de zorg? Op welke wijze wordt daarop nou eens actie ondernomen?

Een aantal dingen in de brief heeft mijn gedachten geprikkeld. Ik lees voor: IGZ erkent dat zij niet adequaat heeft gereageerd inzake het disfunctioneren van bepaalde professionals omdat te veel werd vertrouwd op informatie die vanuit de zorginstelling zelf naar buiten kwam. Ik vind dit een belangrijk punt om te monitoren. Ik heb namens mijn fractie vijf of zes Kamervragen gesteld naar aanleiding van de situatie in Huis in de Duinen. Bij 26 van de 30 sterfgevallen in 18 maanden tijd lijkt het erop dat de staatssecretaris haar oren te veel heeft laten hangen naar de bestuurders. Dan de hospital standardized mortality rate. De werkelijke sterfte in een ziekenhuis wordt daarbij afgezet tegen de sterfte die op basis van de kenmerken van de patiënt werd verwacht. Dat is precies wat mijn fractie met Huis in de Duinen naar voren heeft willen brengen. Daar was het gemiddelde sterftecijfer 2,5 keer hoger dan gewoon is in zorginstellingen. Noch door de inspectie noch door de staatssecretaris is iets gedaan om daarover opheldering te krijgen. Het afgelopen jaar was de sterfte ineens 7 op 30. Dan moeten wij het doen met verbeterplannen. Waarom wordt dit niet opgehelderd? Waarom gebeurt er niks? Vijf medewerkers hebben een verklaring afgelegd waaruit gebrekkige zorg, mishandeling en nalatigheid blijkt. Waarom worden die mensen noch door de inspectie noch door de staatssecretaris serieus genomen?

Tweede Termijn

Voorzitter,

Ik vind de loop van het debat behoorlijk teleurstellend. Als de conclusie van de onderzoeksraad is dat het huidige toezicht van de IGZ ondermaats was als het gaat om de afdeling hartchirurgie van het St. Radboud ziekenhuis, de brand in de operatiekamers van het Twenteborg ziekenhuis of de psychiatrische patiënten van wie niet werd opgemerkt dat ze onder erbarmelijke omstandigheden leven, vind ik dat we daar als landsbestuur een verklaring voor moeten vinden en dat het functioneren van de IGZ in bredere context beoordeeld moet worden. De minister stelt dat de capaciteit in orde is, maar wat is dan de reden? Ik vind het niet terecht dat de minister dan stelt dat Nederland het goed doet op internationale lijstjes. Dat is niet wat de betrokkenen, de patiënten, de mensen die hartpatiënt waren op die afdeling, willen weten of horen. Die willen weten dat gezocht wordt naar het waarom. Was de inspectie te laks? Schiet het instrumentarium van de inspectie wellicht tekort? Dat zijn fundamentele vragen die beantwoord zouden moeten worden.

De gevolgen van het terugverwijzen van anonieme klachten van de IGZ naar de instellingen zijn echt verschrikkelijk. Dat was ook het geval in de casus van Huis in de Duinen, dus niet "Huis ter Duin". Ik heb het niet over een luxe A-locatie aan zee, maar over een zorginstelling in Zandvoort. Het terugleggen van die klacht bij de instelling leidde tot een heksenjacht op degene die de melding had gedaan. De problemen die zijn ontstaan door het intern onder de pet willen houden van wat er gebeurde -- dat was het belang van de instelling zelf -- het doen van onderzoek naar de onderlinge communicatie in plaats naar wat er is gebeurd en het daadwerkelijk boven water komen dat in ieder geval minimaal een van de medewerkers te veel handelde vanuit zijn mannelijke kracht ... Daar kan wel gniffelend over gedaan worden, maar het persoonlijk drama dat daar is ontstaan ...

Er is veel persoonlijke leed ontstaan doordat de anonieme klacht die een medewerker aan de inspectie heeft gemeld, vervolgens is neergelegd bij de instelling. Dat kan echt niet. De inspectie moet dat niet doen! Die moet zo'n klacht oppakken en met een mystery guest naar de instelling toe gaan. Als de inspectie erkent te veel vertrouwen te hebben in de informatie die vanuit de zorginstellingen zelf van buiten kwam, dan moet dat serieus genomen worden. Als de inspectie dat niet oppakt en niet in rapporten zet, en de staatssecretaris zegt dat na, dan worden problemen niet opgehelderd. Ik vind dat twee ernstige tekortkomingen, waaraan wat moet gebeuren.

FvdV
5 november 2009, 18:58
AO Goed Bestuur - Inbreng

donderdag 05 november 2009

Om te beginnen wil ik in deze tweede termijn over ‘governance’ voorstellen vaker over dit onderwerp te spreken, maar in het vervolg de rare Engelse term ‘governance’ te vervangen door het Nederlandse ‘bestuur’. Professor Smalhout had gelijk. Dit soort interessanterige nieuwe termen is voor de duidelijkheid niet nodig, en kan slechts dienen de valse indruk te wekken dat gesproken wordt over iets heel ingewikkelds en specifieks, terwijl we het gewoon hebben over het bestuur in de zorgsector. Dit onderwerp is zo op de agenda gekomen omdat we met zijn allen moesten constateren dat een reeks van incidenten bij zorginstellingen toch niet zo incidenteel waren als de bewindvoerders ons telkens voorhielden.

Wij hebben zelf telkenmale gewezen op wat volgens ons ten grondslag ligt aan de ontsporingen die in onze agenda bleven opduiken: de in ernstig verval zijnde bestuurderscultuur in ons land. Dus niet alleen in onze gezondheidssector, maar nadrukkelijk ook hier.
Een van de tragische historische ontwikkelingen van de laatste decennia is geweest dat besturen, oftewel ‘managen’ zoals het in diezelfde periode steeds vaker ging heten, steeds meer als een vak apart gezien werd, waarbij een grondige kennis van en inzicht in het bestuurde van minder belang werd geacht dan financieel-juridische handigheid en de zogenaamde communicatieve vaardigheden: het vermogen om recht te praten wat krom is dat ex-politici zo gewild maakt voor bestuurlijke topfuncties.

Zoals ook in andere sectoren heeft deze trend er in de gezondheidszorg voor gezorgd dat zich een steeds diepere kloof aftekende tussen de zorgprofessionals - artsen en verpleegkundigen - en de bestuurders - het ‘management’. Het lijkt er soms op dat ze niet eens meer dezelfde taal spreken, zelfs bij de beste bedoelingen.

Dit is op zichzelf al problematisch, maar nog zorgwekkender is dat de bestuurderskaste voor de buitenstaander tekenen van eenkennigheid en soms zelfs vergevorderd autisme begon te vertonen. Men verwarde soms de eigen positie aan de formele top van hun organisatie met persoonlijke onfeilbaarheid, een voortreffelijkheid die natuurlijk beloond moest worden door enorme salarissen en andere vergoedingen, en die tegelijk een enorme persoonlijke ruimte toeliet om naast de verantwoordelijke hoofdbaan vele andere lucratieve of eervolle maatschappelijke functies uit te oefenen. Het beeld van een directeur die er bijna nooit is en af en toe binnenwandelt om een paar even ondoordachte als verstrekkende beslissingen te nemen is voor veel organisaties een realiteit geweest en is dat nog steeds.

Mijn collega’s hier aanwezig die een dergelijke klaagzang van mij zijn komen te verwachten kunnen zich voorstellen dat ik deze week aangenaam verrast was door de kritische uitspraken van minister van der Hoeven over onze bestuurders en managers. Ze ontving overigens de voorspelbare kritiek terug dat ze te generaliserend was. Ik raad haar aan in het vervolg net als ons te spreken over de bestuurderscultuur, wat duidelijker de mogelijkheid van individuele uitzonderingen op de trend aangeeft. Al doende leert men, en wij willen de minister kort aanmoedigen vooral door te gaan.

Het is plezierig om af en toe dingen die je eerst als onbegrepen eenling roept steeds nadrukkelijker op de politieke agenda te zien terugkeren. Het afschaffen van de numerus fixus wordt weer bestudeerd, er is naar onze inschatting inmiddels onweerstaanbare politieke druk op de gezondheidsector gezet om via een eigen bindende code het aantal bijbanen te limiteren, en ook de door ons zeer gewenste persoonlijke aansprakelijkheid voor wanbestuur staat nadrukkelijk weer in de steigers.

Maar ik kan toch niet zeggen dat een van deze ontwikkelingen mij al een voldaan gevoel bezorgt.

Zelfs de bijbanenkwestie niet. Er heeft zich in dit politieke gezelschap weliswaar een consensus gevormd over de wenselijkheid tot een limiet aan het aantal bijbanen, maar de keuze van de regeringsmeerderheid om de uitvoering aan de sector over te laten - weliswaar onder grote politieke druk - begrijp ik eigenlijk niet. Is het nodig de tere zieltjes van de bestuurderskaste te ontzien? Of is het nodig om hen de gelegenheid te geven de uitvoering naar eigen wens te regelen, bijvoorbeeld door het aantal toezichtfuncties niet alleen per persoon maar ook per instelling te beperken, zodat dezelfde populatie bestuurders minder, maar beter gehonoreerde functies kan gaan innemen. Zo’n ontwikkeling zou niet het door ons gewenste effecten van de limitering bevorderen. Wij willen namelijk niet alleen dat de huidige zorgbobo’s minder functies krijgen, maar vooral ook dat er een instroom van professionals zelf uit de sector op gang komt richting raden van bestuur en toezicht. Wij achten zo’n infuus noodzakelijk om de gezondheidszorg weer gezond te maken. Wij delen niet de in de eerste termijn uitgesproken zorg van de staatssecretaris dat hierdoor een gebrek aan financieel-juridische kennis zal ontstaan, en ook niet de zorg van de minister dat er te weinig geschikte mensen zullen zijn voor deze verantwoordelijke functies.

Wel zijn wij zeer bezorgd over de manier waarop de zittende bestuurlijke machthebbenden met de door ons op gang gebrachte ontwikkeling zullen omgaan. Zoals gezegd is gezonde zelfkritiek niet een kenmerkende eigenschap van onze zorgbobo’s. Eerder is het gebrek daaraan symptomatisch en oorzakelijk geleken bij de ergste bestuurlijke misstanden waarmee we te maken kregen.

Precies een maand geleden, op 28 september, schoof bij Pauw & Witteman een belangrijke bobo - ex-minister en ex- commissaris van de koningin – aan om daar te vertellen dat zijn vele bijbanen elkaar nooit in de weg zaten en dat hem uit zijn omgeving nooit signalen bereikten van mensen die daar anders over dachten. Die meneer was op dat moment vijf jaar commissaris bij de DSB geweest, en zojuist benoemd tot topman van het ABP. Vijf jaar lang een beerput onder je ogen zien instorten is in bestuurlijke kringen blijkbaar geen diskwalificatie voor de hoogste verantwoordelijkheid voor de in deze tijd van financiële crisis onder grote druk staande oudedagsvoorzieningen.

Ik doel natuurlijk op de heer Elco Brinkman (CDA). De man die minister Klink (CDA) niet persoonlijk aansprakelijk wil stellen voor zijn falen als voorzitter voor de malaise bij gehandicapteninstelling Philadelphia en waarbij minister Klink voor een wetswijziging verwees naar zijn collega Hirsch Ballin (CDA) die op zijn beurt als commissaris ook betrokken was bij Philadelphia.

Wij zijn buitengewoon teleurgesteld in de inspanningen van de regering om te komen tot een passende aanpak van wanbestuur en zelfverrijking. Alle aandacht gaat uit naar aanpassingen en verfijningen van de bestaande regelgeving, het vervolmaken van protocollen, het opstellen, of aanmoedigen tot opstellen van normen. Onze minister-president begon ooit als de man van normen en waarden. Inmiddels is duidelijk dat hij met één norm de geschiedenis zal ingaan: de Balkenendenorm. Op zijn standbeeld komt te staan: “Balkenende, de man die precies genoeg verdiende.”