admin
19 januari 2007, 16:47
(Interview in het zakenblad Zoete) De met de dood bedreigde lijsttrekker van de partij voor de vrijheid heeft een broertje dood aan de ‘lafheid’ van de zittende politieke elite. Met een bewonderenswaardige voortvarendheid wil Geert Wilders de ondernemersgeest van onze Gouden Eeuw herinvoeren.
Om dat doel te bereiken moet er eerst een kaalslag plaatsvinden in de bureaucratische jungle. “En we moeten uit de Europese Unie treden, als Turkije zou worden toegelaten.” Aan het woord is Geert Wilders, terwijl een aantal bewakers voor de deur van zijn zolderkamertje in het Tweede-Kamergebouw de wacht houdt.
De 42-jarige volksvertegenwoordiger - “Nee, ik ben geen politicus” - weet ons, tot onze verbazing, meer te raken dan menig ander die strijdt om de fakkel van ‘Pim’ over te nemen. Zo weet Wilders onder meer tijdens zijn lezing bij de Suitclub in Den Bosch met gemak de aandacht van een zaal met honderden aanwezigen vast te houden. Een staaltje van retorisch vakmanschap waaraan bijvoorbeeld de voormalige politicus in spe Peter. R. de Vries nog een puntje zuigen kan. Wilders’ charisma is ronduit waarachtig en niet het resultaat van uitgekookte spindoctorij. Zijn optreden doet denken aan de voormalige Rotterdamse wethouder Marco Pastors. Maar waar de fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam, in de omgang tijdens een vorig Zoete-interview soms ronduit stekelig was, blijft Wilders, ondanks zijn permanente bewaking bewonderenswaardig ontspannen. De drang naar vrijheid wordt door zijn Kafkaiaanse leefsituatie dagelijks gevoed. Want Wilders wil de vrijheid terug, niet alleen voor hemzelf, maar vooral ook voor de Nederlanders die willen ondernemen, die hun leven op hun eigen authentieke wijze willen leven, zonder de bemoeienissen van de overheid. Want daarvan krijgt hij kippenvel.
Zelfs de VVD, traditiegetrouw toch de partij voor ondernemend Nederland, lukte en lukt het tot op de dag van vandaag niet echt om de regelgeving voor het bedrijfsleven te vereenvoudigen. Hoe komt dat?
“Het lukt de VVD niet, en het lukt ook de andere partijen niet. Dat komt doordat Haagse politici de kaasschaaf hanteren. Dus: terwijl je hier en daar een regeltje schrapt, worden er tegelijkertijd weer massa’s regels bedacht en ingevoerd. Zo blijf je in een soort processie van Echternach lopen, twee stappen vooruit en één of zelfs twee achteruit. Veranderingen gaan dan zo langzaam, dat je ze uiteindelijk niet eens opmerkt. De politiek is niet effectief. Dat komt doordat nu de lef ontbreekt. Het gros van de honderdvijftig kamerleden durft geen risico’s te nemen, is bang voor zijn eigen positie, bang voor de publieke opinie, bang of ze bij de volgende verkiezingen nog wel op de lijst komen. Ondernemers durven risico’s te nemen.”
Wat is uw oplossing?
“Ik wil voor 16 miljard aan overheidstaken afschaffen. Bepaalde taken moet de overheid niet meer uitvoeren en dan zijn voor die taken ook geen ambtenaren meer nodig. Wat mij betreft schaffen we de hele EU als politiek instituut af en beperken we de EU tot datgene waartoe het ooit is opgericht toen het nog Europese Economische Gemeenschap heette: economische samenwerking. We hebben geen Europese Commissie nodig, geen Europees Parlement. Die instanties produceren alleen nog meer regels en werken daardoor zelfs corruptie in de hand.”
Overdrijft u niet een beetje?
“Juist niet, het is waarschijnlijk nog veel erger dan u vreest. Europa fabriceerde regels voor de hoogte van de ladder van de glazenwasser en het aantal gram cacao dat in een reep chocolade moet zitten. Ik sprak pas nog met een Amsterdamse visboer. Hij had een voorschrift gekregen waarin stond dat hij met scherpe messen moest werken. Hij zegt tegen mij: ‘denken ze nou echt dat ik met botte messen werk?’ Mensen worden gek van al die regels. Van de ene overheidsdienst moet de vloer glad zijn vanwege de hygiëne, van de andere mag dat weer niet vanwege de veiligheid. We moeten de zaken echt anders aanpakken. Maar politici zijn bang mensen tegen zich in het harnas te jagen. Dankzij deze lafaards leven we in een consensusland. Om elkaar maar te vriend te houden, zitten ze het hele jaar met zijn allen onder de kerstboom gezellig kerstmis te vieren.
Dit jaar nog verscheen SP-er Jan Marijnissen in het praatprogramma van Harry Mens waarin hij pleitte voor de ondernemer, voor de persoon die uit het niets een bedrijf uit de grond stampte en daarmee veel geld mag verdienen.
“Dat klopt! Maar als de ladder van de glazenwasser volgens de Europese richtlijnen tien centimeter te kort is, steekt zijn partijgenoot Jan de Wit als eerste zijn vinger op. Laat u niets wijs maken. Mede dankzij het socialisme hebben we die gruwelijke vakbewegingen. Zij houden hervorming tegen. Kijk naar ondernemingsraden. Moet zo’n directeur weer een avond opofferen aan een hoop gepraat. Ik ben overigens niet tegen ondernemingsraden, maar wel als het op die bevoogdende manier van bovenaf wordt opgelegd. Ondernemingsraden zouden een vrijwillige keuze binnen het bedrijf moeten worden in plaats van een door de overheid opgelegd gremium.”
U pleit voor een nieuwe Gouden Eeuw. Wij weten niet wie op uw mavo en havo uw geschiedenisleraar was, maar om uw geheugen wat op te frissen: in de Gouden Eeuw profiteerde slechts een kleine elite van de economische voorspoed, niet het MKB.
“Met een terugkeer naar de Gouden Eeuw bedoel ik vooral dat er weer ruimte komt om te ondernemen om economische groei te bewerkstelligen. Niet dat ik de slavernij terug wil brengen of de mentaliteit van het VOC wil herstellen, waarvan nota bene onze minister-president een voorstander zegt te zijn. Natuurlijk wil ik ook niet het vrouwenkiesrecht afschaffen, of unfaire of onnodige inkomensverschillen tot stand brengen. Ik creëer meer economische groei, meer banen. Daarom pleit ik voor lagere belastingen voor iedereen. In mijn plannen gaan de modale inkomens er zeven procent op vooruit. Hogere inkomens profiteren wat meer, lagere inkomens wat minder, maar iedereen heeft netto inkomenswinst.”
Uw plannen zijn doorberekend door een econometrist van de Universiteit van Amsterdam. Maar heeft u daarbij het verzet ingecalculeerd dat met name bij de overheid zal ontstaan als uw plannen worden doorgezet?
“Het zal alleen verzet oproepen bij de gevestigde orde. Die is niet gebaat bij veranderingen, want die brengen hun positie in gevaar. Maar ik denk dat heel veel Nederlanders het met mij eens zijn.”
Zoiets kan alleen als er een tijdelijke dictatuur zou worden afgekondigd, denken wij nu hardop. Zou u daar voorstander van zijn?
“Aan een dictatuur van het volk lijkt mij niets mis. Wat is het alternatief? Blijven meehuilen met de wolven in het bos met het gevolg dat we economisch en ook moreel steeds meer aftakelen? We moeten in de voetsporen treden van Nieuw-Zeeland, Ierland en Estland en Letland. Daar leidde het schrappen van onnodige regels tot grote positieve economische effecten.”
Politiek wordt meer en meer een theater. Met spin-doctors als regisseurs.
“Ik ben mijn eigen spin-doctor. Wel spar ik graag met mensen die je keihard tegen je schenen durven te schoppen en zeggen dat je het helemaal verkeerd doet. Ik vind een goede presentatie heel belangrijk. Daarom is niks mis met een goede one-liner. Maar er moet natuurlijk ook inhoud zijn. Iemand met alleen one-liners moet bij Talpa gaan solliciteren.”
Beeldvorming speelt in deze mediacratie een grote rol. Vanwege uw blonde haardos heeft u, volgens velen, een Arisch voorkomen. Bent u zich daarvan bewust?
“Ik heb geen Duits-Arisch voorkomen, kom nou zeg! Dat mensen mij zo neerzetten heeft meer te maken met het thema islam.”
Het eerste wat mensen over u te binnen schiet, is uw haarcoupe.
“Ik beloof je zodra mensen ophouden te speculeren over mijn politieke standpunten in combinatie met mijn haar, gaan we samen naar de kapper. Maar ik verander mijn haar niet, omdat mensen denken dat mijn kapsel iets met mijn denkbeelden heeft te maken. Ik heb mijn kapsel al meer dan twintig jaar zo. Ik draag het zo omdat ik het leuk vind, niet om op te vallen of zo. Als dat nou zo was, dan had je een punt.”
Maar u moet toch toegeven dat u uw uiterlijk belangrijk vindt.
“Natuurlijk. Maar ik ga niet mijn kapsel veranderen omdat mensen het daar steeds over hebben. (Zuchtend) In de politiek is niets zo moeilijk als vechten tegen beelden. Dat kan in je voordeel zijn, maar ook in je nadeel. In je quotes moet je niet genuanceerd zijn, vind ik, wel als je je verhaal doet. Ik begin in de kamer of waar dan ook altijd met te zeggen dat ik strijd tegen de radicale islam, weliswaar een minderheid, maar een groep die groeit en steeds gevaarlijker wordt. Maar ik ben er niet voor om mensen, behalve als ze crimineel of terrorist zijn, het land uit te donderen. We moeten het wel doen met de mensen die we hier hebben. We moeten wel minder mensen erbij hebben, middels een immigratiestop, die niets toevoegen aan onze economie.”
Maar het is een demografisch gegeven dat wij mensen uit het buitenland nodig hebben om het werk hier gedaan te krijgen. Zie recent de komst van Poolse accountants.
“Ik ben voor sluiting van de grenzen voor gezinshereniging en familiehereniging van niet-westerse, islamitische allochtonen. Negenennegentig procent van die mensen voegt niets toe. Daar hebben we alleen maar ellende van. Maar als wij een goed, hooggeschoold iemand uit India kunnen krijgen, die we nodig hebben, laat hem vooral komen. Ik krijg het verwijt: geen Turken en Marokkanen, wel andere mensen? Ja, gewoon omdat we met de één een probleem hebben en met de ander niet. We leiden in Nederland aan een gelijkheidssyndroom. Daar moeten we vanaf. Daarom zeg ik: schrap artikel 1 uit de Grondwet. Je moet dat artikel niet afschaffen om mensen te discrimineren, maar om problemen op te kunnen lossen. Als een islamitische gemeenschap al een achterstandsprobleem heeft, dan stuur je toch geen jongetjes en meisjes op vier- of vijfjarige leeftijd naar een islamitische school waar de ramen en deuren dichtgaan en waar je het woord sinterklaas niet meer hoort vallen? Dan zeg je toch: dat verbieden we. Als een imam in een Amsterdamse moskee roept dat je homoseksuelen van het dak moet gooien, dan moet die moskee dicht.”
Waarom is er nog altijd geen grote rechtse partij naast de VVD? Met Marco Pastors, Rita Verdonk, Geert Wilders, Joost Eerdmans, Hilbrand Nawijn.
Met een wegwerpgebaar: “Pfffff, Hilbrand Nawijn. Ik heb niks met Nawijn, de man is veel te opportunistisch, te veel gericht op de korte termijn. Wel zou ik op Rita Verdonk hebben gestemd, vooral omdat ze met haar beleid en gedrag knaagt aan de macht van de VVD-elite. Mark Rutte is hun lakei, hij is door die elite gekneed. Toen hij in de kamer kwam was ik zijn mentor. Ik ken hem en vind hem voor een VVD’er te links. Dat rechts blok komt er niet, omdat al die ego’s met zichzelf bezig zijn of bang zijn om met Geert Wilders samen te werken. Ik voerde wel gesprekken, en één persoon, ik noem geen naam, is bang om in eenzelfde situatie te belanden als ik. Om veiligheidsredenen durft die de stap niet aan. Natuurlijk zou een rechts blok mooi zijn. Maar mensen zeggen: ‘als ik kom, moet Pietje mee, en Jantje niet.’ Ik ben bang dat de meerwaarde van één club teniet wordt gedaan als die club vervolgens ruziënd à la LPF uit elkaar valt. Daarom besloot ik om op eigen kracht verder te gaan.”
Ondanks die permanente bewaking oog je relaxed.
“Maar het vreet aan me. Ik zit nu al anderhalf jaar in deze situatie. Die druk, het went nooit, maar dankzij mijn ambities hou ik het vol. Maar het was wel duizend keer beter geweest als ik die ellende niet had gehad.”
Is die zorg om uw veiligheid geen belemmering om straks vol gas campagne te voeren?
“Ik zou natuurlijk het liefst zoveel mogelijk mensen opzoeken in het land, ook voor de vuist weg. Maar dat kan niet, alles moet weken van tevoren worden gepland. Met politie, de AIVD, met weet ik wie allemaal. Laatst zat ik bij Andries Knevel, dan moet iedereen vooraf worden gecontroleerd. Ik voel me dan zo opgelaten. Ik vroeg er allemaal niet om.”
Is dat nou niet pijnlijk, dat uitgerekend een tegenstander van overheidsbemoeienis zich door de overheid moet laten beschermen?
“Nee, dat is zeker niet pijnlijk. Veiligheid is juist één van de kerntaken van de overheid. Het gevangen zetten van boeven, het beschermen van mensen, het beschermen van je land. Veiligheid, politie en justitie zijn juist de taken die de overheid wel moet blijven doen.”
Hoe zit het met uw respect voor ondernemers?
“Ik had al respect voor ondernemers, maar nu ik een politieke partij leidt is dat respect alleen maar toegenomen. Ik voel me als leider van een politieke partij in wording als een startende ondernemer. Al die regels waaraan je moet voldoen, om krankjorum van te worden. Ik heb geen bedrijf in de letterlijke zin van het woord, maar ik heb wel de verantwoordelijkheid over de stichting Groep Wilders. Ik moet me voor het eerst met organisatie, administratie en financiën bezig houden. Allemaal zaken waarmee ik me voor ik de politiek in ging en voor de VVD in de kamer zat, totaal geen zorgen hoefde te maken. Zeker niet met financiën. Maar de zittende partijen, die in de kamer zijn gekozen, krijgen subsidie ter ondersteuning van hun campagne. Dat krijg ik niet, omdat de Groep Wilders niet is gekozen. Ik moet als dissident zelf mijn campagne bekostigen, zelf een bus betalen als ik het land in wil, zelf mijn folders en affiches betalen. Daarom ben ik heel erg afhankelijk van donateurs. Daarom zeg ik: stem en stort. Alleen zo kan ik een partij opbouwen.”
“Ik heb vooral moeite met delegeren, ik kan heel moeilijk de directe verantwoordelijkheid uit handen geven. Dat moet ik echt nog leren, maar het gaat al beter dan in het begin. Ook organiseren behoort niet tot mijn sterke kanten, maar stukje bij beetje begin ik het onder de knie te krijgen. Ik heb, net als een ondernemer, risico genomen door uit de VVD te stappen. En ik geef nooit op. De kans was groter dat ik in het niets zou verdwijnen dan dat ik een rol van betekenis zou kunnen spelen. Ik had bij de VVD nu in het kabinet kunnen zitten, als ik me had gedragen. Dat is me vaak voor gehouden. Maar ik vond dat ik ’s avonds wel in de spiegel moest kunnen kijken. Ik kijk ook niet naar peilingen, of mijn zetelaantal omhoog of omlaag gaat. Ik ga, ondanks bedreigingen, gewoon door. Ik blijf het gewoon doen en het gaat me nog lukken ook. Het is net als ondernemen, risico nemen en doorgaan. Dat is wat politici te weinig doen. Ze worden wel graag lief gevonden, maar niet graag gehaat. Maar politici moeten gehaat durven worden.”
Om dat doel te bereiken moet er eerst een kaalslag plaatsvinden in de bureaucratische jungle. “En we moeten uit de Europese Unie treden, als Turkije zou worden toegelaten.” Aan het woord is Geert Wilders, terwijl een aantal bewakers voor de deur van zijn zolderkamertje in het Tweede-Kamergebouw de wacht houdt.
De 42-jarige volksvertegenwoordiger - “Nee, ik ben geen politicus” - weet ons, tot onze verbazing, meer te raken dan menig ander die strijdt om de fakkel van ‘Pim’ over te nemen. Zo weet Wilders onder meer tijdens zijn lezing bij de Suitclub in Den Bosch met gemak de aandacht van een zaal met honderden aanwezigen vast te houden. Een staaltje van retorisch vakmanschap waaraan bijvoorbeeld de voormalige politicus in spe Peter. R. de Vries nog een puntje zuigen kan. Wilders’ charisma is ronduit waarachtig en niet het resultaat van uitgekookte spindoctorij. Zijn optreden doet denken aan de voormalige Rotterdamse wethouder Marco Pastors. Maar waar de fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam, in de omgang tijdens een vorig Zoete-interview soms ronduit stekelig was, blijft Wilders, ondanks zijn permanente bewaking bewonderenswaardig ontspannen. De drang naar vrijheid wordt door zijn Kafkaiaanse leefsituatie dagelijks gevoed. Want Wilders wil de vrijheid terug, niet alleen voor hemzelf, maar vooral ook voor de Nederlanders die willen ondernemen, die hun leven op hun eigen authentieke wijze willen leven, zonder de bemoeienissen van de overheid. Want daarvan krijgt hij kippenvel.
Zelfs de VVD, traditiegetrouw toch de partij voor ondernemend Nederland, lukte en lukt het tot op de dag van vandaag niet echt om de regelgeving voor het bedrijfsleven te vereenvoudigen. Hoe komt dat?
“Het lukt de VVD niet, en het lukt ook de andere partijen niet. Dat komt doordat Haagse politici de kaasschaaf hanteren. Dus: terwijl je hier en daar een regeltje schrapt, worden er tegelijkertijd weer massa’s regels bedacht en ingevoerd. Zo blijf je in een soort processie van Echternach lopen, twee stappen vooruit en één of zelfs twee achteruit. Veranderingen gaan dan zo langzaam, dat je ze uiteindelijk niet eens opmerkt. De politiek is niet effectief. Dat komt doordat nu de lef ontbreekt. Het gros van de honderdvijftig kamerleden durft geen risico’s te nemen, is bang voor zijn eigen positie, bang voor de publieke opinie, bang of ze bij de volgende verkiezingen nog wel op de lijst komen. Ondernemers durven risico’s te nemen.”
Wat is uw oplossing?
“Ik wil voor 16 miljard aan overheidstaken afschaffen. Bepaalde taken moet de overheid niet meer uitvoeren en dan zijn voor die taken ook geen ambtenaren meer nodig. Wat mij betreft schaffen we de hele EU als politiek instituut af en beperken we de EU tot datgene waartoe het ooit is opgericht toen het nog Europese Economische Gemeenschap heette: economische samenwerking. We hebben geen Europese Commissie nodig, geen Europees Parlement. Die instanties produceren alleen nog meer regels en werken daardoor zelfs corruptie in de hand.”
Overdrijft u niet een beetje?
“Juist niet, het is waarschijnlijk nog veel erger dan u vreest. Europa fabriceerde regels voor de hoogte van de ladder van de glazenwasser en het aantal gram cacao dat in een reep chocolade moet zitten. Ik sprak pas nog met een Amsterdamse visboer. Hij had een voorschrift gekregen waarin stond dat hij met scherpe messen moest werken. Hij zegt tegen mij: ‘denken ze nou echt dat ik met botte messen werk?’ Mensen worden gek van al die regels. Van de ene overheidsdienst moet de vloer glad zijn vanwege de hygiëne, van de andere mag dat weer niet vanwege de veiligheid. We moeten de zaken echt anders aanpakken. Maar politici zijn bang mensen tegen zich in het harnas te jagen. Dankzij deze lafaards leven we in een consensusland. Om elkaar maar te vriend te houden, zitten ze het hele jaar met zijn allen onder de kerstboom gezellig kerstmis te vieren.
Dit jaar nog verscheen SP-er Jan Marijnissen in het praatprogramma van Harry Mens waarin hij pleitte voor de ondernemer, voor de persoon die uit het niets een bedrijf uit de grond stampte en daarmee veel geld mag verdienen.
“Dat klopt! Maar als de ladder van de glazenwasser volgens de Europese richtlijnen tien centimeter te kort is, steekt zijn partijgenoot Jan de Wit als eerste zijn vinger op. Laat u niets wijs maken. Mede dankzij het socialisme hebben we die gruwelijke vakbewegingen. Zij houden hervorming tegen. Kijk naar ondernemingsraden. Moet zo’n directeur weer een avond opofferen aan een hoop gepraat. Ik ben overigens niet tegen ondernemingsraden, maar wel als het op die bevoogdende manier van bovenaf wordt opgelegd. Ondernemingsraden zouden een vrijwillige keuze binnen het bedrijf moeten worden in plaats van een door de overheid opgelegd gremium.”
U pleit voor een nieuwe Gouden Eeuw. Wij weten niet wie op uw mavo en havo uw geschiedenisleraar was, maar om uw geheugen wat op te frissen: in de Gouden Eeuw profiteerde slechts een kleine elite van de economische voorspoed, niet het MKB.
“Met een terugkeer naar de Gouden Eeuw bedoel ik vooral dat er weer ruimte komt om te ondernemen om economische groei te bewerkstelligen. Niet dat ik de slavernij terug wil brengen of de mentaliteit van het VOC wil herstellen, waarvan nota bene onze minister-president een voorstander zegt te zijn. Natuurlijk wil ik ook niet het vrouwenkiesrecht afschaffen, of unfaire of onnodige inkomensverschillen tot stand brengen. Ik creëer meer economische groei, meer banen. Daarom pleit ik voor lagere belastingen voor iedereen. In mijn plannen gaan de modale inkomens er zeven procent op vooruit. Hogere inkomens profiteren wat meer, lagere inkomens wat minder, maar iedereen heeft netto inkomenswinst.”
Uw plannen zijn doorberekend door een econometrist van de Universiteit van Amsterdam. Maar heeft u daarbij het verzet ingecalculeerd dat met name bij de overheid zal ontstaan als uw plannen worden doorgezet?
“Het zal alleen verzet oproepen bij de gevestigde orde. Die is niet gebaat bij veranderingen, want die brengen hun positie in gevaar. Maar ik denk dat heel veel Nederlanders het met mij eens zijn.”
Zoiets kan alleen als er een tijdelijke dictatuur zou worden afgekondigd, denken wij nu hardop. Zou u daar voorstander van zijn?
“Aan een dictatuur van het volk lijkt mij niets mis. Wat is het alternatief? Blijven meehuilen met de wolven in het bos met het gevolg dat we economisch en ook moreel steeds meer aftakelen? We moeten in de voetsporen treden van Nieuw-Zeeland, Ierland en Estland en Letland. Daar leidde het schrappen van onnodige regels tot grote positieve economische effecten.”
Politiek wordt meer en meer een theater. Met spin-doctors als regisseurs.
“Ik ben mijn eigen spin-doctor. Wel spar ik graag met mensen die je keihard tegen je schenen durven te schoppen en zeggen dat je het helemaal verkeerd doet. Ik vind een goede presentatie heel belangrijk. Daarom is niks mis met een goede one-liner. Maar er moet natuurlijk ook inhoud zijn. Iemand met alleen one-liners moet bij Talpa gaan solliciteren.”
Beeldvorming speelt in deze mediacratie een grote rol. Vanwege uw blonde haardos heeft u, volgens velen, een Arisch voorkomen. Bent u zich daarvan bewust?
“Ik heb geen Duits-Arisch voorkomen, kom nou zeg! Dat mensen mij zo neerzetten heeft meer te maken met het thema islam.”
Het eerste wat mensen over u te binnen schiet, is uw haarcoupe.
“Ik beloof je zodra mensen ophouden te speculeren over mijn politieke standpunten in combinatie met mijn haar, gaan we samen naar de kapper. Maar ik verander mijn haar niet, omdat mensen denken dat mijn kapsel iets met mijn denkbeelden heeft te maken. Ik heb mijn kapsel al meer dan twintig jaar zo. Ik draag het zo omdat ik het leuk vind, niet om op te vallen of zo. Als dat nou zo was, dan had je een punt.”
Maar u moet toch toegeven dat u uw uiterlijk belangrijk vindt.
“Natuurlijk. Maar ik ga niet mijn kapsel veranderen omdat mensen het daar steeds over hebben. (Zuchtend) In de politiek is niets zo moeilijk als vechten tegen beelden. Dat kan in je voordeel zijn, maar ook in je nadeel. In je quotes moet je niet genuanceerd zijn, vind ik, wel als je je verhaal doet. Ik begin in de kamer of waar dan ook altijd met te zeggen dat ik strijd tegen de radicale islam, weliswaar een minderheid, maar een groep die groeit en steeds gevaarlijker wordt. Maar ik ben er niet voor om mensen, behalve als ze crimineel of terrorist zijn, het land uit te donderen. We moeten het wel doen met de mensen die we hier hebben. We moeten wel minder mensen erbij hebben, middels een immigratiestop, die niets toevoegen aan onze economie.”
Maar het is een demografisch gegeven dat wij mensen uit het buitenland nodig hebben om het werk hier gedaan te krijgen. Zie recent de komst van Poolse accountants.
“Ik ben voor sluiting van de grenzen voor gezinshereniging en familiehereniging van niet-westerse, islamitische allochtonen. Negenennegentig procent van die mensen voegt niets toe. Daar hebben we alleen maar ellende van. Maar als wij een goed, hooggeschoold iemand uit India kunnen krijgen, die we nodig hebben, laat hem vooral komen. Ik krijg het verwijt: geen Turken en Marokkanen, wel andere mensen? Ja, gewoon omdat we met de één een probleem hebben en met de ander niet. We leiden in Nederland aan een gelijkheidssyndroom. Daar moeten we vanaf. Daarom zeg ik: schrap artikel 1 uit de Grondwet. Je moet dat artikel niet afschaffen om mensen te discrimineren, maar om problemen op te kunnen lossen. Als een islamitische gemeenschap al een achterstandsprobleem heeft, dan stuur je toch geen jongetjes en meisjes op vier- of vijfjarige leeftijd naar een islamitische school waar de ramen en deuren dichtgaan en waar je het woord sinterklaas niet meer hoort vallen? Dan zeg je toch: dat verbieden we. Als een imam in een Amsterdamse moskee roept dat je homoseksuelen van het dak moet gooien, dan moet die moskee dicht.”
Waarom is er nog altijd geen grote rechtse partij naast de VVD? Met Marco Pastors, Rita Verdonk, Geert Wilders, Joost Eerdmans, Hilbrand Nawijn.
Met een wegwerpgebaar: “Pfffff, Hilbrand Nawijn. Ik heb niks met Nawijn, de man is veel te opportunistisch, te veel gericht op de korte termijn. Wel zou ik op Rita Verdonk hebben gestemd, vooral omdat ze met haar beleid en gedrag knaagt aan de macht van de VVD-elite. Mark Rutte is hun lakei, hij is door die elite gekneed. Toen hij in de kamer kwam was ik zijn mentor. Ik ken hem en vind hem voor een VVD’er te links. Dat rechts blok komt er niet, omdat al die ego’s met zichzelf bezig zijn of bang zijn om met Geert Wilders samen te werken. Ik voerde wel gesprekken, en één persoon, ik noem geen naam, is bang om in eenzelfde situatie te belanden als ik. Om veiligheidsredenen durft die de stap niet aan. Natuurlijk zou een rechts blok mooi zijn. Maar mensen zeggen: ‘als ik kom, moet Pietje mee, en Jantje niet.’ Ik ben bang dat de meerwaarde van één club teniet wordt gedaan als die club vervolgens ruziënd à la LPF uit elkaar valt. Daarom besloot ik om op eigen kracht verder te gaan.”
Ondanks die permanente bewaking oog je relaxed.
“Maar het vreet aan me. Ik zit nu al anderhalf jaar in deze situatie. Die druk, het went nooit, maar dankzij mijn ambities hou ik het vol. Maar het was wel duizend keer beter geweest als ik die ellende niet had gehad.”
Is die zorg om uw veiligheid geen belemmering om straks vol gas campagne te voeren?
“Ik zou natuurlijk het liefst zoveel mogelijk mensen opzoeken in het land, ook voor de vuist weg. Maar dat kan niet, alles moet weken van tevoren worden gepland. Met politie, de AIVD, met weet ik wie allemaal. Laatst zat ik bij Andries Knevel, dan moet iedereen vooraf worden gecontroleerd. Ik voel me dan zo opgelaten. Ik vroeg er allemaal niet om.”
Is dat nou niet pijnlijk, dat uitgerekend een tegenstander van overheidsbemoeienis zich door de overheid moet laten beschermen?
“Nee, dat is zeker niet pijnlijk. Veiligheid is juist één van de kerntaken van de overheid. Het gevangen zetten van boeven, het beschermen van mensen, het beschermen van je land. Veiligheid, politie en justitie zijn juist de taken die de overheid wel moet blijven doen.”
Hoe zit het met uw respect voor ondernemers?
“Ik had al respect voor ondernemers, maar nu ik een politieke partij leidt is dat respect alleen maar toegenomen. Ik voel me als leider van een politieke partij in wording als een startende ondernemer. Al die regels waaraan je moet voldoen, om krankjorum van te worden. Ik heb geen bedrijf in de letterlijke zin van het woord, maar ik heb wel de verantwoordelijkheid over de stichting Groep Wilders. Ik moet me voor het eerst met organisatie, administratie en financiën bezig houden. Allemaal zaken waarmee ik me voor ik de politiek in ging en voor de VVD in de kamer zat, totaal geen zorgen hoefde te maken. Zeker niet met financiën. Maar de zittende partijen, die in de kamer zijn gekozen, krijgen subsidie ter ondersteuning van hun campagne. Dat krijg ik niet, omdat de Groep Wilders niet is gekozen. Ik moet als dissident zelf mijn campagne bekostigen, zelf een bus betalen als ik het land in wil, zelf mijn folders en affiches betalen. Daarom ben ik heel erg afhankelijk van donateurs. Daarom zeg ik: stem en stort. Alleen zo kan ik een partij opbouwen.”
“Ik heb vooral moeite met delegeren, ik kan heel moeilijk de directe verantwoordelijkheid uit handen geven. Dat moet ik echt nog leren, maar het gaat al beter dan in het begin. Ook organiseren behoort niet tot mijn sterke kanten, maar stukje bij beetje begin ik het onder de knie te krijgen. Ik heb, net als een ondernemer, risico genomen door uit de VVD te stappen. En ik geef nooit op. De kans was groter dat ik in het niets zou verdwijnen dan dat ik een rol van betekenis zou kunnen spelen. Ik had bij de VVD nu in het kabinet kunnen zitten, als ik me had gedragen. Dat is me vaak voor gehouden. Maar ik vond dat ik ’s avonds wel in de spiegel moest kunnen kijken. Ik kijk ook niet naar peilingen, of mijn zetelaantal omhoog of omlaag gaat. Ik ga, ondanks bedreigingen, gewoon door. Ik blijf het gewoon doen en het gaat me nog lukken ook. Het is net als ondernemen, risico nemen en doorgaan. Dat is wat politici te weinig doen. Ze worden wel graag lief gevonden, maar niet graag gehaat. Maar politici moeten gehaat durven worden.”