admin
30 januari 2007, 21:31
dinsdag 23 januari 2007 Hero Brinkman is van mening dat het drinken van thee met criminelen geen zin heeft en dat bonnenschrijven bij de politie geen doel op zich mag zijn. Theedrinkende burgemeesters mogen wat hem betreft afgeschaft worden en agenten moeten niet meer in eerste instantie in burger de straat op om winkeldieven te vangen, maar in het blauw om echte criminelen in hun kraag te vatten.
Voorzitter,
Alles lijkt prima te gaan met politie Nederland, echter niets is minder waar. De overheid heeft de slag om het vertrouwen van de burger verloren. De burger heeft van de politie een beeld van een fanatieke bonnenschrijver, maar op het moment dat er een boef gepakt kan worden met 75 kilo cocaïne heeft de politie geen tijd. De burger heeft geen respect meer voor de politie. In Lelystad mag je zelfs “fuck you” naar de politie roepen.
Boeven worden opgepakt, maar staan voordat hun proces-verbaal uit de printer is gerold, al weer op straat.
Voorzitter
Ik ben van mening dat de politie datgene moet doen waar de burger om vraagt. In de periode van deze minister is de politie een soort politiek instrument geworden
De politieman wordt de straat opgestuurd met de opdracht 350 bonnen per jaar uit te schrijven. Het gaat helemaal niet om het soort overtredingen, maar over de aantallen. Kwantiteit is belangrijker dan kwaliteit. Ik kan me herinneren dat een politieman 2 weken voor het einde van het jaar met een radar op straat werd gestuurd, omdat het quotum van het hele wijkteam niet gehaald zou worden. Door het fanatieke schrijven van deze politieman werd dit aantal wel gehaald en hij werd vervolgens ook nog beloond met een extra bonus.
Begin vorig jaar bleek ineens dat het bonnenquotum niet meer zo belangrijk was. Er moest nu gewerkt worden voor opgeloste misdrijven met een dader. Ook nu weer hetzelfde principe, met nog verdergaande gevolgen. Opeens gaat de politie zich namelijk richten op zaken die gemakkelijk op te lossen zijn. De politie gaat opnieuw voor de aantallen en niet voor waar de burger behoefte aan heeft. De politie gaat zich bijvoorbeeld richten op winkeldiefstal. Niet omdat dit een prioriteit zou zijn, maar omdat deze zaken eenvoudig en snel afgehandeld kunnen worden en wel voor 1 misdrijfzaak tellen. Dit werkt preventie richting de detailhandel niet in de hand. Reeds ingezette preventieprojecten, kregen ineens te horen dat men graag een andere koers wilde, namelijk de winkeldief gewoon zijn gang laten gaan en daarna aanhouden.
Een ander nadeel is het volgende. Bij afhandeling van misdrijven heb je politiemensen in bureaus nodig en dus geen politiemensen in uniform op straat. In bijvoorbeeld de Regio Amsterdam is er een trek gaande van politiemensen in uniform op de wijkteams naar rechercheurs in burger. Deze rechercheurs moeten die misdrijfzaken afhandelen. Dit betekent feitelijk dat er in Amsterdam in de komende jaren minder politie in blauw op straat loopt, daar waar juist de politiek sinds jaren de burger heeft beloofd meer blauw op straat te sturen. Is de minister bereid dit beleid en deze uitwerking een halt toe te roepen?
Voorzitter
Deze misstanden hebben een organisatorische oorzaak. Binnen de politie hebben we namelijk 2 kapiteins op 1 schip. Openbare Orde en de opsporing van strafbare feiten is gedecentraliseerd naar de driehoek van de Korpsbeheerders, Hoofdofficieren van Justitie en de Korpschefs.
De PVV is ervan overtuigd dat de macht van de driehoek moet worden doorbroken. Openbare orde en de justitietaak moet daar gelegd worden, waar zij democratisch hoort te liggen, namelijk bij de minister, gecontroleerd door de 2e kamer en niet bij een ondemocratisch gekozen driehoek, die ook voor allerlei besluiten moeilijk democratisch gecontroleerd kan worden.
De PVV wil 1 minister van Veiligheid, verantwoordelijk voor beheer en beleid op zowel de openbare orde zijde als de justitie zijde, waarin dus justitie en politie zijn samengevoegd. De PVV wil de macht van de theedrinkende burgemeesters breken. Hoe staat de minister tegenover deze zienswijze? Is hij bereid naar de haalbaarheid en wenselijkheid van een dergelijke reorganisatie onderzoek te doen? Indien de minister hiertoe bereid is stel ik ook voor eens te kijken naar het aantal regio’s. Een verdergaande centralisatie naar 4 regio’s en de KLPD zou veel effectiever werken. Graag de mening van de Minister hierover.
Voorzitter.
Twee voorbeelden waarin deze problematiek speelt.
Het eerste voorbeeld is het voorbeeld van de kraak van het Fort Pannerden Ik wil het natuurlijk hebben over die belachelijke deal, die de burgemeester van deze gemeente met de krakers heeft afgesproken. Na eerst honderdduizenden euro’s te hebben verknald aan het ontruimen van dit fort, werd dit fort na een paar dagen weer herkraakt. Wat doet de overheid vervolgens? Ze gaan met die krakers om de tafel zitten en als beloning krijgen de krakers een beheerderfunctie voor het fort.
Dus i.p.v. dat deze lieden worden aangehouden en leeg worden geplukt voor de schade die ze hebben aangericht, worden ze beloond en krijgen geen straf.
Ik kan u vertellen dat bijna alle, burgemeester zo werken. Als de krakers sympathie krijgen en er geweld gebruikt zou moeten worden, krijgt men slappe knieën en gaat men over tot sluiten van deals.
Is de minister eindelijk bereid zijn verantwoordelijkheid hierin te nemen door centrale regels op te stellen met betrekking tot de aanpak van kraakpanden?
Het volgende voorbeeld hoort thuis in de categorie bestrijden islamitisch terrorisme. Er zijn burgemeesters die van “het bij elkaar houden” hun levenswerk hebben gemaakt. In mijn beleving echter totaal op de verkeerde manier, namelijk door het bekende kopje thee drinken in de moskee en o.a. ook door bijeenkomsten van moskeeën, waarbij B&W van de stad Amsterdam het bestuur van de El Tawheed moskee bijna moeten smeken, anti-Israël opmerkingen, van de moskeesite af te halen. Een ander voorbeeld is de invoering in Amsterdam van een zogenaamde radicaliseringexpert. Deze man gaat de wijk in en zou dan jongeren moeten herkennen die aan het radicaliseren zijn, terwijl dit ook door buurtregisseurs binnen de politie wordt gedaan. Het was een buurtregisseur die een rapport heeft opgemaakt over Mohammed Bouyeri, waarin hij melding maakte van het radicaliseringproces van Mohammed Bouryeri, maanden voordat hij Theo van Gogh heeft vermoord. Is er iets gedaan met dit rapport? Zijn andere instanties aangestuurd? De minister en ik weten het antwoord. Is de minister ook hierin bereid eindelijk zijn verantwoordelijkheid te nemen en een meer centrale aanpak op te leggen, zodat we niet allerlei zaken dubbel gaan doen en geld weggooien?
Deze voorbeelden zijn van belang om aan te geven dat het beleid bij die burgemeester te dicht bij het volk staat, waardoor burgemeesters, als het even moeilijk wordt, bakzeil gaan halen. Deze mentaliteit is overal aanwezig in onze maatschappij en dat ziet de burger. Degene die het hardste schreeuwt krijgt het meest gedaan. En die politieman op straat heeft daar last van. Als hij moet optreden kan hij 2 dingen doen, doorlopen of de confrontatie aangaan. Wetende dat op het moment dat hij de confrontatie aangaat hij de kans loopt een klacht te krijgen. Deze klacht wordt binnen onze maatschappij met alle egards behandeld en zijn baas vind dit niet leuk. Of die klacht nu terecht is of niet.
Voorzitter
Het zou mooi zijn indien deze minister, na ruim vier en half jaar op het departement te hebben gewerkt, aan het einde van zijn periode mijn suggesties van een man uit de praktijk, durft over te nemen. Dit is goed voor de politie en nog beter voor de burger in dit land.
Voorzitter,
Alles lijkt prima te gaan met politie Nederland, echter niets is minder waar. De overheid heeft de slag om het vertrouwen van de burger verloren. De burger heeft van de politie een beeld van een fanatieke bonnenschrijver, maar op het moment dat er een boef gepakt kan worden met 75 kilo cocaïne heeft de politie geen tijd. De burger heeft geen respect meer voor de politie. In Lelystad mag je zelfs “fuck you” naar de politie roepen.
Boeven worden opgepakt, maar staan voordat hun proces-verbaal uit de printer is gerold, al weer op straat.
Voorzitter
Ik ben van mening dat de politie datgene moet doen waar de burger om vraagt. In de periode van deze minister is de politie een soort politiek instrument geworden
De politieman wordt de straat opgestuurd met de opdracht 350 bonnen per jaar uit te schrijven. Het gaat helemaal niet om het soort overtredingen, maar over de aantallen. Kwantiteit is belangrijker dan kwaliteit. Ik kan me herinneren dat een politieman 2 weken voor het einde van het jaar met een radar op straat werd gestuurd, omdat het quotum van het hele wijkteam niet gehaald zou worden. Door het fanatieke schrijven van deze politieman werd dit aantal wel gehaald en hij werd vervolgens ook nog beloond met een extra bonus.
Begin vorig jaar bleek ineens dat het bonnenquotum niet meer zo belangrijk was. Er moest nu gewerkt worden voor opgeloste misdrijven met een dader. Ook nu weer hetzelfde principe, met nog verdergaande gevolgen. Opeens gaat de politie zich namelijk richten op zaken die gemakkelijk op te lossen zijn. De politie gaat opnieuw voor de aantallen en niet voor waar de burger behoefte aan heeft. De politie gaat zich bijvoorbeeld richten op winkeldiefstal. Niet omdat dit een prioriteit zou zijn, maar omdat deze zaken eenvoudig en snel afgehandeld kunnen worden en wel voor 1 misdrijfzaak tellen. Dit werkt preventie richting de detailhandel niet in de hand. Reeds ingezette preventieprojecten, kregen ineens te horen dat men graag een andere koers wilde, namelijk de winkeldief gewoon zijn gang laten gaan en daarna aanhouden.
Een ander nadeel is het volgende. Bij afhandeling van misdrijven heb je politiemensen in bureaus nodig en dus geen politiemensen in uniform op straat. In bijvoorbeeld de Regio Amsterdam is er een trek gaande van politiemensen in uniform op de wijkteams naar rechercheurs in burger. Deze rechercheurs moeten die misdrijfzaken afhandelen. Dit betekent feitelijk dat er in Amsterdam in de komende jaren minder politie in blauw op straat loopt, daar waar juist de politiek sinds jaren de burger heeft beloofd meer blauw op straat te sturen. Is de minister bereid dit beleid en deze uitwerking een halt toe te roepen?
Voorzitter
Deze misstanden hebben een organisatorische oorzaak. Binnen de politie hebben we namelijk 2 kapiteins op 1 schip. Openbare Orde en de opsporing van strafbare feiten is gedecentraliseerd naar de driehoek van de Korpsbeheerders, Hoofdofficieren van Justitie en de Korpschefs.
De PVV is ervan overtuigd dat de macht van de driehoek moet worden doorbroken. Openbare orde en de justitietaak moet daar gelegd worden, waar zij democratisch hoort te liggen, namelijk bij de minister, gecontroleerd door de 2e kamer en niet bij een ondemocratisch gekozen driehoek, die ook voor allerlei besluiten moeilijk democratisch gecontroleerd kan worden.
De PVV wil 1 minister van Veiligheid, verantwoordelijk voor beheer en beleid op zowel de openbare orde zijde als de justitie zijde, waarin dus justitie en politie zijn samengevoegd. De PVV wil de macht van de theedrinkende burgemeesters breken. Hoe staat de minister tegenover deze zienswijze? Is hij bereid naar de haalbaarheid en wenselijkheid van een dergelijke reorganisatie onderzoek te doen? Indien de minister hiertoe bereid is stel ik ook voor eens te kijken naar het aantal regio’s. Een verdergaande centralisatie naar 4 regio’s en de KLPD zou veel effectiever werken. Graag de mening van de Minister hierover.
Voorzitter.
Twee voorbeelden waarin deze problematiek speelt.
Het eerste voorbeeld is het voorbeeld van de kraak van het Fort Pannerden Ik wil het natuurlijk hebben over die belachelijke deal, die de burgemeester van deze gemeente met de krakers heeft afgesproken. Na eerst honderdduizenden euro’s te hebben verknald aan het ontruimen van dit fort, werd dit fort na een paar dagen weer herkraakt. Wat doet de overheid vervolgens? Ze gaan met die krakers om de tafel zitten en als beloning krijgen de krakers een beheerderfunctie voor het fort.
Dus i.p.v. dat deze lieden worden aangehouden en leeg worden geplukt voor de schade die ze hebben aangericht, worden ze beloond en krijgen geen straf.
Ik kan u vertellen dat bijna alle, burgemeester zo werken. Als de krakers sympathie krijgen en er geweld gebruikt zou moeten worden, krijgt men slappe knieën en gaat men over tot sluiten van deals.
Is de minister eindelijk bereid zijn verantwoordelijkheid hierin te nemen door centrale regels op te stellen met betrekking tot de aanpak van kraakpanden?
Het volgende voorbeeld hoort thuis in de categorie bestrijden islamitisch terrorisme. Er zijn burgemeesters die van “het bij elkaar houden” hun levenswerk hebben gemaakt. In mijn beleving echter totaal op de verkeerde manier, namelijk door het bekende kopje thee drinken in de moskee en o.a. ook door bijeenkomsten van moskeeën, waarbij B&W van de stad Amsterdam het bestuur van de El Tawheed moskee bijna moeten smeken, anti-Israël opmerkingen, van de moskeesite af te halen. Een ander voorbeeld is de invoering in Amsterdam van een zogenaamde radicaliseringexpert. Deze man gaat de wijk in en zou dan jongeren moeten herkennen die aan het radicaliseren zijn, terwijl dit ook door buurtregisseurs binnen de politie wordt gedaan. Het was een buurtregisseur die een rapport heeft opgemaakt over Mohammed Bouyeri, waarin hij melding maakte van het radicaliseringproces van Mohammed Bouryeri, maanden voordat hij Theo van Gogh heeft vermoord. Is er iets gedaan met dit rapport? Zijn andere instanties aangestuurd? De minister en ik weten het antwoord. Is de minister ook hierin bereid eindelijk zijn verantwoordelijkheid te nemen en een meer centrale aanpak op te leggen, zodat we niet allerlei zaken dubbel gaan doen en geld weggooien?
Deze voorbeelden zijn van belang om aan te geven dat het beleid bij die burgemeester te dicht bij het volk staat, waardoor burgemeesters, als het even moeilijk wordt, bakzeil gaan halen. Deze mentaliteit is overal aanwezig in onze maatschappij en dat ziet de burger. Degene die het hardste schreeuwt krijgt het meest gedaan. En die politieman op straat heeft daar last van. Als hij moet optreden kan hij 2 dingen doen, doorlopen of de confrontatie aangaan. Wetende dat op het moment dat hij de confrontatie aangaat hij de kans loopt een klacht te krijgen. Deze klacht wordt binnen onze maatschappij met alle egards behandeld en zijn baas vind dit niet leuk. Of die klacht nu terecht is of niet.
Voorzitter
Het zou mooi zijn indien deze minister, na ruim vier en half jaar op het departement te hebben gewerkt, aan het einde van zijn periode mijn suggesties van een man uit de praktijk, durft over te nemen. Dit is goed voor de politie en nog beter voor de burger in dit land.