PDA

Vollständige Version anzeigen : Dar-al-islaam


doktermolotov
4 februari 2007, 09:14
De verdeling daar al-islaam versus daar al-harb is afkomstig van de hanafitische rechtschool en wordt beschouwd als een vitrueel dualisme waarbij daar al-harbde tegenstelling alleen met politieke en economische middelen bestreden wordt. Dus geen ecomomische globalisering maar ethische globalisering.
De dagelijkse werkelijkheid van de moslims wordt beschreven als daar al-da'wa (Huis van het beroep van God). Dit concept van Fasjal al-Mawlawi stelt dat het Westers universum deel is van het islamitisch universum, net zoals het Oosters universum dat is.
De moslims dienen dus in te zien dat het Westen hun huis is en dat ze hun best doen om er iets van te maken en dat ze alles benaderen vanuit het islamitisch integratieprincipe dat er op neer komt dat alles wat niet tegen de islam is, als islamitisch beschouwd moet worden.
Het grootste gedeelt van de Nederlandse moslims houdt zich aan deze fatwa waarover in 1987 al concensus (idjma) was.
Probleem is echter wel dat de voortrekkers van deze stroming 'salafistische reformisten' zijn die onder de verzamelenaam salafieten over één kam geschoren wordt, dit dankzij de absolute ondeskundigheid van het overbetaalde tuig dat zich in Nederland ''islamoloog' noemt.
Hoe de verdeling van de denkstromingen in de islam zich daadwerkelijk (onderling) verhouden:

BEGINSELEN VAN CLASSIFICATIE

Het is belangrijk voor ogen te houden dat bij alle denkrichtingen de verwijzingen dezelfde zijn, en dat de essentiële beginselen die ten grondslag liggen aan de islam, op enkele bijzondere uitzonderingen na, algemeen erkend worden. In die zin, is de islam dus één.
De islam beschikt over een kader waarvan de essentiële hoofdstromingen aan te wijzen zijn en geacepteerd worden door de diverse stromingen en denkscholen, ondanks hun diversiteit. Dit laatste kan niet eenvoudig vertaald worden door het gebruik van het meervoud, zoals we in bepaalde recente studies hebben kunnen zien: gesteld tegenover de schijnbare onmogelijkheid een juridische, politieke of ideologische classificatie voor te stellen, worden uiteindelijk de zaken versimpeld door de formulering 'islams' te gebruiken. Het gebruik van dit meervoud, dat verhelderend bedoeld was, is eerder problematisch dan werkelijk bruikbaar: door de diversiteit te benadrukken maakt het lezen van de expliciete overeenkomsten moeilijker en, belangrijker, het zegt niets over de precieze terreinen waar de meningsverschillen over gaan.
Een formulering die alleen maar gebaseerd is op de constatering van diversiteit en verschillen kan de oorzaken van die verschillen, niet rechtvaardigen of verklaren, en kan zelfs de waarnemer misleiden over het karakter van de wederzijdse stellingname. De methode is dan alles behalve wetenschappelijk.
Het is deswege ook noodzakelijk hier een duidelijke beginselverklaring af te leggen over de grondslag waarop een studie van diverse tendensen werkelijk zin heeft. Algemeen wordt aanvaard dat het schriftuurlijk referentiekader van de islam de koran en de soenna zijn (die twee fundamentele bronnen worden door alle denkscholen zonder meer aanvaard), dus lijkt het legitiem de verschillende stromingen eens aan de tand te voelen over de wijze waarop zij nu daad werkelijk naar de tekst verwijzen. Wij zullen zien dat deze benadering des te verhelderender is waar zij vraagtekens zet bij de stellingname die voorafgaat aan de religieuze, sociale of politieke uitdrukking en actie. Deze benadering trekt nimmer in twijfel dat al deze stromingen tot de islam behoren, maar tracht de respectieve stellingname te onderscheiden door de wijze waarop zij naar de Schrift verwijzen: de status van de tekst, de marge van interpretatie, het al dan niet rekening houden met de context bij het lezen, de rol van het verstand, de dwang van de letter, enzovoort, het zijn allemaal factoren die de uiteenlopende en verschillende mate van betrokkenheid weergeven. Het is duidelijk dat de islam één is, maar de referentiële teksten laten veelvoudige lezing toe.
Het is niet mogelijk hier één voor één alle stromingen te bestuderen. Het zijn er veel en hun namen verschillen per land, hetzelfde etiket kan diametraal tegenovergestelde richtingen vertegenwoordigen, al naar gelang het werelddeel waarover we het hebben. Elk land zou dus een aparte behandeling moeten krijgen, waardoor het relaas bijzonder verwarrend en vervelend zou worden. Zodoende beperkt de uiteenzetting zich hier dan ook toe de verschillende trekken van bepaalde brede stromingen te schetsen die in de hele wereld vertegenwoordig worden door groepen die zich anders noemen, maar die de teksten in hoge mate op dezelfde wijze lezen, met daaruit voortvloeiend een leerstellige en vaak sociale houding.

ZES GROTE STROMINGEN

Scholastieke traditionalisten Het gaat hier om een stroming die in het Westen aanhangers heeft en vertegenwoordigd is inv erscheidene delen van de islamitische wereld.De verwijzing naar het Schrift,de koran en de soenna, is van fundamenteel belang voor de aanhangers van deze gedachtestroming ,met de bijzonderheid dat zij op strikte,soms zelfs uitgesproken manier verwijzen naar deze of ene rechtschool (onder andere de hanfitische, malikitische, sjafa'itische, hanbalistische, zaïditische, dja'afaritische) en dat zij zich het recht ontzeggen af te wijken van de juridische oordelen binnen de betreffende school opgesteld zijn. De koran en de soenna vormen het referentiekader, waarvan de betekenis en de toepassing worden bepaald door de geleerden die door een bepaalde school erkend zijn. De marge voor tekstinterpretatie is uitermate beperkt en laat feitelijk geen evolutie toe. Talrijke stromingen hanteren op een of andere manier zo'n soort indirecte en scholastieke lezing van de bronnen: of dat nu gebeurt bij de deobandi, de barelwi, de ahl as-Soenna, de Afghaanse taliban of de tabliegh djama'a. We vinden steeds weer dit traditionalisme terug dat de nadruk legt op wezenlijke aspecten van de eredienst, op de kleding en toepassing van islamitisch recht. Men baseert zich daarbij op de mening van de geleerden zoals veelal vastgelegd is tussen de achtste en twaalfde eeuw. Er is hier geen sprake van idjitihaad (intellectuele kritische, juridische verdieping) of van vernieuwing van de lezing, die men beschouwt als ongefundeerde, en dus onaanvaardbare vrijheden en moderniseringen.
In het Westen bestaan scholastiek-traditionalistische bewegingen, met name in de Verenigde Staten, in Engeland onder de Indo-Pakistanen en in Duitsland onder de Turken. Wij vinden kleine gemeenschappen van dit slag verspreid over andere landen. Zij houden zich vooral bezig met de eredienst. In het Westen streven zij geen maatschappelijk, burgerlijk of politiek engegement na. Hun lezing van de teksten en de prioriteit die gegeven wordt aan de strikt traditionalistische praktijk zorgt ervoor dat ze de betrokkenheid op sociaal gebied, in het Westen, niet overwegen, of zelfs afwijzen, omdat zij zich simpel niet voor kunnen stellen daaraan deel te nemen. De redeneringen die zij voeren en de opleiding die zij geven zijn gebaseerd op de godsdienst, de traditionalistische lezing van de juridische beginselen van één bepaalde school.

De orthodoxe salafieten Deze stroming wordt vaak met de voorgaande verward. In tegenstelling tot de traditionalisten weigeren salfistisch orthodoxen de hulp van gezaghebbende geleerden bij de benadering en lezing van de teksten. Zij noemen zich de salafieten omdat zij proberen de salaaf te volgen, de titel die gegeven werd aan de metgezellen van de profeet en de vrome moslims van de eerste drie generaties van de islam. De interpretatie van de koran en soenna is dus rechtstreeks en negeert scholastieke scheidsmuren. Deze orthodoxe benadering verleent ook deze stroming een traditionalistisch stempel. Verwijzing naar de tekst is onontkoombaar, maar een interpreterende lezing is niet toegestaan. Deze denkwijze gaat in een rechte lijn terug tot degenen die heel vroeger ahl al-hadieth werden genoemd en die zich verzetten tegen interpretaties gebaseerd op het zoeken naar het doel (kasd), naar het gebod of het voorschrift, een houding die eigen was aan de ahl ar-ra'j.
Salafieten staan onder alle omstandigheden op de noodzakelijke verwijzing naar en de noodzakelijke echtheid van de teksten, om deze of gene houding of actie te rechtvaardigen, zowel op het vlak van de eredienst als dat op dat van het maatschappelijke leven of de kleding. Alleen de letterlijke tekst heeft bepalende waarde en mag niet worden bezoedeld door interpretaties, die per definitie vergissingen of vernieuwing (bid'a) bevatten. De leerstellige houding van orthodoxe en hun volgelingen in het Westen, die voortdurend in contact staan met Arabische geleerden, die voor het merendeel in Saoedi-Arabië, Jordanië, Egypte en Syrië gevestigd zijn (meestal door tussenkomst van vroegere studenten aan de respectievelijke opleidingsinstituten), is de weigering op elke soort betrokkenheid op een plek die beschouwd wordt als onislamitisch. Begrippen als daar al-koefr of daar al-harb blijven van kracht en blijven ook de verhouding bepalen van de salafieten tot hun omgeving, die vooral gekenmerkt wordt door isolement en door een orthodoxe praktijk, afgeschermd van westerse invloeden.

De hervormingsgezinde salafieten De hervormingsgezinde salafieten hebben met de orthodoxe salafieten de afwijzing van verzuiling door juridische scholen gemeen, om inspiatie van rechtstreekse lezing van de koran en de soenna terug te vinden. Zij verwijzen dus ook naar de salaaf, de moslims van de eerste generaties, om commentaren te vermijden uit de achtste, negende of tiende eeuw, die het uniek gezag van interpretatie. Al zijn de teksten ook voor hen onontkoombaar, zij richten zich, in tegenstelling tot de orthodoxen toch meer op een lezing die gebaseerd is op de doelstelling, strekking van het recht en jurisprudentie (fikh). Zij staan dus dichter bij de school van ahl ar-ra'j en beschouwen de praktijk van de idjitihaad (intellectuele en kritische, juridische verdieping) als een objectief, noodzakelijk en constant gegeven ten einde de fikh overal en altijd te kunnen toepassen.
De meeste salafistische-hervormingsgezinde stromingen in het westen zijn ontstaan onder de invloed van hervormingsgezinde denkers van het eind van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw, die een breed gehoor hebben gevonden in de islamitische wereld. Ik noem hier Afghani, Abdoeh, Rida, Noersi, Ikbsl, Ibn Badis, Banna, Fasi, Benabi, Mawdoedi, Koetb of Sjari'ati, en lijst waaraan ik nog vele andere zou moeten toevoegen, wier invloed op een nationaal plan beperkter was of is.
Deze hervormingsgezinden delen geenszins dezelfde denkbeelden, en hun hervormingsdrang is min of meer uitgesproken. Het is onmogelijk hier op hun verschillen in te gaan maar wat ze vereent, is een uitgesproken dynamische verhouding tot de schriftuurlijke bronnen, met de voortdurende wil het verstand in te zetten bij de behandeling van teksten, om de nieuwe uitdagingen van hun tijd en de evolutie op sociaal, economisch en politiek plan te kunnen bijhouden.
De komst van salafistisch-hervormingsgezinde intellectuelen naar het Westen is vaak het gevolg van onderdrukking van vlak na de onafhankelijkheid, zoals in Egypte en Syrië het gevolg was met de moslimbroeders (in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw) of later zoals in Tunesië met de an-Nahda-beweging, in Marokko met de Adl wa-al-Ihsaan of in Algerije met de aanhangers van Ad-Djaza'ara. Deze invloed ligt zoals elders in de islamitische wereld ten grondslag aan twee verschillende stromingen. De eerste volgt de legalistische traditie van de beroemde salafistische hervormers, streeft aanpassingen en hervormingen van de westerse context na. De oorspronkelijke denkschool blijft een referentie in zoverre dat de methodologie van lezing van een tekst openstaat voor interpretatie en de toepassing van idjitihaad (intellectuele en kritische, juridische beschouwing), een noodzakelijke reactie op nieuwe leefomstandigheden. De trouw aan het reformistisch gedachtegoed en aan de methodeleer, die thans alle ruimte biedt, heeft niet noodzakelijkerwijs lidmaatschap van een organisatie tot gevolg: het denken heeft op het punt van verwijzingen het gezag van deze of gene groepering overstegen. De beschouwing is in het Westen ver geëvolueerd en juist in dat opzicht blijft zij trouw aan het oorspronkelijk reformisme. Het gaat erom zijn eigen islamitische identiteit en de praktijk van de eredienst te beschermen, het westers constitutionele kader te erkennen, zich als burger in te zetten op maatschappelijk niveau en te leven met oprechte loyaliteit aan het land waartoe men behoort. Het salafistisch-hervormingsgezinde denken is in het Westen wijd verbreid en een groot aantal verenigingen wordt beïnvloed door de tekstinterpretatie, die zij hanteren en aanpassen aan hun behoeften en iniatieven.

Politiek-orthodoxe salafieten Dit is de tweede stroming waar hiervoor op gewezen is. Zij is vooral het product van de onderdrukking in de islamitische wereld: aanvankelijk behoorden zij tot de hervormingsgezinde richting, zijn sommige geleerden en intellectuelen overgegaan tot een eenzijdig en strikt politek engagement (zolang zij nog in de islamitische landen wonen). Van het reformisme hebben zij slechts het idee van maatschappelijke en politiek actie behouden, dat zij gekoppeld hebben aan een orthodoxer interpretatie met een orthodox karakter, die gaan over machtsuitoefening, kalifaat, gezag, wet enzovoort. Het geheel levert een ingewikkeld mengsel dat tegen radicaal-revolutionaire actie aanhangt: belangrijk zijn het verzet tegen de macht, ook in het Westen, de strijd voor de instelling van de 'islamitische staat' en op termijn het kalifaat.
Hun denken is beperkt, gepolitiseerd, radicaal en verzet zich tegen elk denkbeeld van engagement of samenwerking in de westerse samenleving, wat voor hen neerkomt op regelrecht verraad. Bewegingen als Hizb-at-Tahrier of Al-Moehadjiroen zijn in Europa het bekendst. Zij roepen op tot djihaad en verzet tegen het Westen (dat consequent beschouwd wordt als daar al-harb oorlogsgebied) met alle middelen. Deze stromingen, die veel stof doen opwaaien, worden slechts vertegenwoordigd door splintergroeperingen.

De' liberale' of 'rationalistische' hervormingsgezinden De reformistische school, die vooral onstaan is onder invloed van het westers denken in de koloniale tijd en zichzelf ziet als liberaal of rationalistisch, is er voorstandster van in de islamitische wereld het sociale en politieke systeem in te voeren dat is voortgekomen uit het secularisatieproces dat zich in Europa heeft voltrokken. Zo waren de liberalen voorstanders van het project van secularisatie van Mustafa Kemal Atatürk in Turkije en de definitieve scheiding van het religieus referentiekader van het openbare en politieke leven. In het Westen staan aanhangers van het liberaal reformisme integratie dan wel assimilatie van de moslims voor, van wie zij een volledige aanpassing aan de westerse leefwijze verwachten. Zij staan niet op dagelijkse religieuze praktijk en hechten alleen aan een individueel, op eigen wijze, beleefde spiritualiteit of ook wel aan betrokkenheid bij de oorspronkelijke cultuur.
Het merendeel van hen is tegen het dragen van aparte kleding, dat gelijkstaat aan afsluiting of zelfs fundamentalisme. Zij houden rekening met de evolutie van de samenleving, vinden dat de koran en soenna niet langer de referentie kunnen vormen voor en gedragsnorm en dat het de toegepaste rede moet zijn die voortaan de criteria van het maatschappelijk gedrag bepaalt. De term liberaal verwijst hier dus naar de betekenis die het woord in het Westen heeft gekregen, waar de rede en het individu van groot belang zijn.

De soefi's Wij mogen in het westerse landschap niet de soefistische stromingen vergeten. Zij zijn zeer talrijk en zeer uiteenlopend. Of het nu gaat om Naksjbandi, Kadiri, Sjdzili of zo vele andere toeroek (meervoud van tarieka), de soefigenootschappen zijn vooral georiënteerd op het geestelijk leven en de mystieke inwijding. Dat wil niet zeggen dat de ingewijde (de moeried) geen enkel maatschappelijk engagement aangaan, want in werkelijkheid gebeurt juist het tegenovergestelde. Het gaat vooral om prioriteiten die op een andere wijze gesteld worden: de Schrift heeft een diepere betekenis die volgens de soefileer tijd volgt, tijd om te mediteren en tot actie te komen. Zij is een oproep tot innerlijk leven, ver van drukte en disharmonie. De tekst is hier de ultieme referentie omdat hij de weg is van de herinnering (dzikhr) en van de toenadering (takaroeb): hij vormt de verplichte passage voor de ervaring van Zijn nabijheid. De toeroek zijn een soort inwijdingsgenootschappen die strak georganiseerd zijn, met een specifieke hiërarchie van de ingewijden tot de gids (sjaikh). Ieder genootschap heeft zijn eigen specifieke manier van functioneren. Er bestaan in het Westen overigens uitermate gestructureerde genootschappen, die nauwe banden onderhouden met broederschappen in Azië, Noord- of West-Afrika. Zo zijn bijvoorbeeld dat de Moerieds of Tidjani'sin Senegal uitstekend georganiseerd. Zij werken meestal in een gesloten circuit maar kennen een intern netwerk van steun en solidariteit dat heel doeltreffend is, zowel in Europa als de Verenigde Staten.