admin
14 februari 2007, 16:40
http://www.liberales.be/pics/column/debackervrijheid.jpg
Het liberalisme in Vlaanderen krijgt een nieuw elan door de aanscherping van het ideologische profiel van de liberale partij. Maar nog steeds wordt het liberalisme in een slecht daglicht gesteld door haar tegenstanders, en soms ook medestanders. De huidige maatschappelijke realiteit wordt dikwijls bedacht met nieuwe termen zoals ‘neoliberalisme’, ‘hyperkapitalisme’ of ‘roofdierkapitalisme’. Deze termen worden meestal gebruikt om het vrije-markt denken of de huidige globalisering zwart te maken. Maar deze tegenstanders vergissen zich en maken met het gebruik van deze terminologie duidelijk dat zij niet weten wat het liberalisme echt inhoudt en wat haar kracht is.
Het liberalisme is immers zoveel meer dan een economische visie. Meer nog, de economische realiteit komt voor liberalen slechts op de tweede plaats en is een gevolg van haar mens- en maatschappijvisie. Het liberalisme staat in de eerste plaats voor het vrijwaren van individuele rechten en vrijheden, die inherent zijn aan het mens-zijn en dus ook elk individu toekomen. Het is slechts met en in deze vrijheid dat elk individu zich ten volle kan ontplooien op weg naar een eigen autonomie. Het liberalisme heeft dus een diepgeworteld vertrouwen in de mens en zijn of haar capaciteiten om naar eigen inzicht vorm te geven aan zijn of haar leven en doet dit wars van elk paternalisme. Hiermee onderscheidt het liberalisme zich van alle andere grote denkstromen in de 20ste en 21ste eeuw. Het socialisme (in welke vorm ook), het nationalisme (in welke vorm ook), de ecologisten (in welke vorm ook) en religies (in welke vorm ook) hebben allen een fundamenteel wantrouwen in de mens en trachten haar dus via een overkoepelende structuur te leiden naar de desbetreffende ‘hogere waarden’.
Het liberalisme laat ruimte voor twijfel en klampt zich niet vast aan vastgeroeste of voorbepaalde gedachten. Het is juist door constant te twijfelen, ook aan het eigen grote verhaal, dat vooruitgang mogelijk is en dat een vernederend paternalisme wordt vermeden. Daarvoor is er nood aan een open samenleving waar ideeën en voorstellen vrij van elk taboe kunnen worden uitgewisseld en waar ruimte wordt gelaten voor experimenten qua levensinvulling. Deze twee voorwaarden zijn essentieel voor liberalen. Een logisch gevolg echter van deze twee voorwaarden is ook de spontane emergentie van een vrije markt. En deze vrijheid op economisch vlak heeft doorheen de geschiedenis steeds gezorgd voor fundamentele vooruitgang op materieel, intellectueel en maatschappelijk vlak. Het heeft dan ook geen zin zich tegen deze marktwerking te verzetten want ze is het logische gevolg, in tweede orde, van een open en vrije samenleving.
We mogen niet vergeten dat de vrije markt de meest progressieve kracht is in onze samenleving omdat het niet alleen een materiële uitwisseling mogelijk maakt, maar ook de confrontatie van ideeën organiseert. De mechanisatie van landbouw en het ontstaan van de eerste grote industrieën in ons land waren het gevolg van bewegingen van de vrije markt en heeft miljoenen uit de armoede gered. De ganse feministische beweging is geïnspireerd door liberale, vrouwelijke denkers in de negentiende eeuw, die niet alleen pleitbezorger waren voor gelijke rechten voor vrouwen, maar ook voor economische vrijheid stonden (1). Inzichten in de problemen van ons leefmilieu kwamen er pas nadat een voldoende grote materiele zekerheid was geboden door de krachten van de vrije markt (het was trouwens de liberale partij die dit als één van de eersten in zijn congres behandelde (2)). Het zou dus verkeerd zijn om het geloof in de vrije markt, die ons uit de modder van de stagflatie van de jaren ’70 heeft gehaald, af te zweren. We zouden de krachten van het kapitalisme moeten omarmen in onze zoektocht naar een liberalisme van de 21ste eeuw.
Het is immers niet de staat, de natie of grenzen die onze toekomst bepaald, maar de globale vrije economie op basis van vrije, autonome en creatieve individuen. De strijd in de 19de en 20ste eeuw ging grotendeels om land. Landbouw en industrie waren immers de basis van de economie. Dit vereiste een afbakening van territorium, met begeleidende politieke structuren, het idee van soevereiniteit en strijd om territorium. De economie van de 21ste eeuw zal echter gebaseerd zijn op wetenschap, techniek en kennis. Zij vormen nu de basis van onze welvaart. Dit maakt de opdeling in landen en de verdeling van territorium ouderwets. Kennis, technologie en wetenschap kennen geen grenzen. En ook de controle van de overheid wordt overbodig en onmogelijk, wanneer een economie zonder grenzen ontstaat. Het is dus de staat in zichzelf die conservatief wordt en de noodzakelijke veranderingen tegengaat, enkel om zichzelf te kunnen bestendigen. Dit in tegenstelling tot bedrijven die de risico’s nemen en de richting van kapitaal bepalen.
Deze globalisering geeft echter niet alleen macht aan grote bedrijven. Het geeft ook meer macht aan het individu om met een goed idee een economische macht op zichzelf te worden. Maar op het moment dat een globaal bedrijf in een globale economie begint te functioneren is ze niet langer privé, maar wordt ze eigenlijk publiek. Ze krijgt interesse in lokale situaties en tracht deze te beïnvloeden richting stabiliteit. Zij zorgt er ook voor dat natiestaten niet langer homogeen zijn, maar de facto multicultureel en pluralistisch door het aantrekken van nieuwe werkkrachten. En zij zorgt voor transparantie en fatsoen, noodzakelijk om zaken te doen in een geglobaliseerde wereld waar de potentie van de ideeën binnen het bedrijf belangrijker zijn dan de ‘hard assets’ van een bedrijf.
Het is hier dat het liberalisme de angst voor de toekomst en vernieuwing, die andere ideologieën naar voor schuiven, overwint. In de ideeënstrijd voor de oplossingen van de 21ste eeuw staat het liberalisme in poleposition en wordt ze verdedigd door talloze nieuwe vrijheidsstrijders.
Philippe De Backer
Liberales.be
Het liberalisme in Vlaanderen krijgt een nieuw elan door de aanscherping van het ideologische profiel van de liberale partij. Maar nog steeds wordt het liberalisme in een slecht daglicht gesteld door haar tegenstanders, en soms ook medestanders. De huidige maatschappelijke realiteit wordt dikwijls bedacht met nieuwe termen zoals ‘neoliberalisme’, ‘hyperkapitalisme’ of ‘roofdierkapitalisme’. Deze termen worden meestal gebruikt om het vrije-markt denken of de huidige globalisering zwart te maken. Maar deze tegenstanders vergissen zich en maken met het gebruik van deze terminologie duidelijk dat zij niet weten wat het liberalisme echt inhoudt en wat haar kracht is.
Het liberalisme is immers zoveel meer dan een economische visie. Meer nog, de economische realiteit komt voor liberalen slechts op de tweede plaats en is een gevolg van haar mens- en maatschappijvisie. Het liberalisme staat in de eerste plaats voor het vrijwaren van individuele rechten en vrijheden, die inherent zijn aan het mens-zijn en dus ook elk individu toekomen. Het is slechts met en in deze vrijheid dat elk individu zich ten volle kan ontplooien op weg naar een eigen autonomie. Het liberalisme heeft dus een diepgeworteld vertrouwen in de mens en zijn of haar capaciteiten om naar eigen inzicht vorm te geven aan zijn of haar leven en doet dit wars van elk paternalisme. Hiermee onderscheidt het liberalisme zich van alle andere grote denkstromen in de 20ste en 21ste eeuw. Het socialisme (in welke vorm ook), het nationalisme (in welke vorm ook), de ecologisten (in welke vorm ook) en religies (in welke vorm ook) hebben allen een fundamenteel wantrouwen in de mens en trachten haar dus via een overkoepelende structuur te leiden naar de desbetreffende ‘hogere waarden’.
Het liberalisme laat ruimte voor twijfel en klampt zich niet vast aan vastgeroeste of voorbepaalde gedachten. Het is juist door constant te twijfelen, ook aan het eigen grote verhaal, dat vooruitgang mogelijk is en dat een vernederend paternalisme wordt vermeden. Daarvoor is er nood aan een open samenleving waar ideeën en voorstellen vrij van elk taboe kunnen worden uitgewisseld en waar ruimte wordt gelaten voor experimenten qua levensinvulling. Deze twee voorwaarden zijn essentieel voor liberalen. Een logisch gevolg echter van deze twee voorwaarden is ook de spontane emergentie van een vrije markt. En deze vrijheid op economisch vlak heeft doorheen de geschiedenis steeds gezorgd voor fundamentele vooruitgang op materieel, intellectueel en maatschappelijk vlak. Het heeft dan ook geen zin zich tegen deze marktwerking te verzetten want ze is het logische gevolg, in tweede orde, van een open en vrije samenleving.
We mogen niet vergeten dat de vrije markt de meest progressieve kracht is in onze samenleving omdat het niet alleen een materiële uitwisseling mogelijk maakt, maar ook de confrontatie van ideeën organiseert. De mechanisatie van landbouw en het ontstaan van de eerste grote industrieën in ons land waren het gevolg van bewegingen van de vrije markt en heeft miljoenen uit de armoede gered. De ganse feministische beweging is geïnspireerd door liberale, vrouwelijke denkers in de negentiende eeuw, die niet alleen pleitbezorger waren voor gelijke rechten voor vrouwen, maar ook voor economische vrijheid stonden (1). Inzichten in de problemen van ons leefmilieu kwamen er pas nadat een voldoende grote materiele zekerheid was geboden door de krachten van de vrije markt (het was trouwens de liberale partij die dit als één van de eersten in zijn congres behandelde (2)). Het zou dus verkeerd zijn om het geloof in de vrije markt, die ons uit de modder van de stagflatie van de jaren ’70 heeft gehaald, af te zweren. We zouden de krachten van het kapitalisme moeten omarmen in onze zoektocht naar een liberalisme van de 21ste eeuw.
Het is immers niet de staat, de natie of grenzen die onze toekomst bepaald, maar de globale vrije economie op basis van vrije, autonome en creatieve individuen. De strijd in de 19de en 20ste eeuw ging grotendeels om land. Landbouw en industrie waren immers de basis van de economie. Dit vereiste een afbakening van territorium, met begeleidende politieke structuren, het idee van soevereiniteit en strijd om territorium. De economie van de 21ste eeuw zal echter gebaseerd zijn op wetenschap, techniek en kennis. Zij vormen nu de basis van onze welvaart. Dit maakt de opdeling in landen en de verdeling van territorium ouderwets. Kennis, technologie en wetenschap kennen geen grenzen. En ook de controle van de overheid wordt overbodig en onmogelijk, wanneer een economie zonder grenzen ontstaat. Het is dus de staat in zichzelf die conservatief wordt en de noodzakelijke veranderingen tegengaat, enkel om zichzelf te kunnen bestendigen. Dit in tegenstelling tot bedrijven die de risico’s nemen en de richting van kapitaal bepalen.
Deze globalisering geeft echter niet alleen macht aan grote bedrijven. Het geeft ook meer macht aan het individu om met een goed idee een economische macht op zichzelf te worden. Maar op het moment dat een globaal bedrijf in een globale economie begint te functioneren is ze niet langer privé, maar wordt ze eigenlijk publiek. Ze krijgt interesse in lokale situaties en tracht deze te beïnvloeden richting stabiliteit. Zij zorgt er ook voor dat natiestaten niet langer homogeen zijn, maar de facto multicultureel en pluralistisch door het aantrekken van nieuwe werkkrachten. En zij zorgt voor transparantie en fatsoen, noodzakelijk om zaken te doen in een geglobaliseerde wereld waar de potentie van de ideeën binnen het bedrijf belangrijker zijn dan de ‘hard assets’ van een bedrijf.
Het is hier dat het liberalisme de angst voor de toekomst en vernieuwing, die andere ideologieën naar voor schuiven, overwint. In de ideeënstrijd voor de oplossingen van de 21ste eeuw staat het liberalisme in poleposition en wordt ze verdedigd door talloze nieuwe vrijheidsstrijders.
Philippe De Backer
Liberales.be