hirihiri123
3 oktober 2007, 14:50
Nieuw verdrag lijkt op gestrande Grondwet
Grondslagen voor sterkere samenwerking in de Europese Unie
De regeringsleiders van de Europese Unie zijn het opnieuw eens geworden over een nieuw verdrag voor de Europese Unie. De vorige keer – oktober 2004 – sneuvelde hun akkoord op een ‘nee’ in Frankrijk en Nederland.
Door onze correspondent Mark Kranenburg
Met het akkoord dat de regeringsleiders zaterdagmorgen in alle vroegte sloten proberen zij opnieuw de basis voor de samenwerking in de Europese Unie vernieuwen. Hieronder de voornaamste elementen.
Vorm
De in Frankrijk en Nederland gestrande Europese Grondwet, die in achttien landen was goedgekeurd, is ingetrokken. De twee bestaande EU-verdragen worden vernieuwd. Bij deze aanpak worden alleen de wijzigingen ter goedkeuring voorgelegd. Doel is zo weinig mogelijk referenda te houden, omdat het ‘slechts’ gaat om aanpassingen.
Symbolen
Alle terminologieën die in de Grondwet maar enigszins deden denken aan Europese staatsvorming zijn geschrapt. Geen vlag, geen volkslied. De EU zal bovendien blijven spreken over verordeningen en richtlijnen in plaats van wetten. De naam minister van Buitenlandse Zaken wordt vervangen door ‘Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidspolitiek’. De bevoegdheden van deze functionaris, die tevens vicevoorzitter van de Europese Commissie wordt, blijven dezelfde als in de Grondwet.
Instellingen
De Europese Unie wordt een rechtspersoon. De Europese Raad van regeringsleiders krijgt een vaste voorzitter (voor 2,5 jaar) in plaats van een elk half jaar roulerende preses. De Europese Commissie wordt vanaf november 2014 verkleind tot 18 leden, bij toerbeurt en per zittingsperiode voor te dragen door de 27 lidstaten. Het Europees Parlement krijgt meer zeggenschap, onder andere over landbouw en justitie.
Grondrechten
Het sinds 2000 bestaande Handvest van de Grondrechten wordt niet in de Verdragstekst opgenomen, maar er wordt wel naar verwezen en het blijft „juridisch bindend”. In voetnoten wordt geregeld dat het Handvest niet tot nieuwe bevoegdheden van de Unie zal leiden en dat de werkingssfeer beperkt blijft. Het gaat daarbij om openbare zeden, familierecht en bescherming van menselijke waardigheid. De Britten bedongen dat het Handvest niet voor het Verenigd Koninkrijk geldt.
Werkterreinen
In de Grondwet was één van de doelstellingen van de EU opgenomen dat op de interne markt „de mededinging vrij en onvervalst is”. Deze bijzin is onder druk van Frankrijk geschrapt. Maar ook hier zorgt een voetnoot, die kan beschouwd worden als handreiking aan de Britten, voor de nuancering. Daarin wordt uitgesproken dat de mededinging op de interne markt niet mag worden verstoord.
Stemverdeling
Voor Europese regelgeving zal met het vernieuwde verdrag minder vaak unanimiteit nodig zijn. Vaker zal een (gekwalificeerde) meerderheid van stemmen (in de Raad van Ministers) voldoende zijn. De stemregeling die hiervoor in de Grondwet was getroffen wordt niet in 2009 ingevoerd, maar uitgesteld tot november 2014. Ook is afgesproken dat tot maart 2017 een overgangstermijn geldt, waarin in zwaarwegende gevallen op de huidige stemverdeling wordt teruggevallen.
Tot november 2014 blijft dus de huidige stemverdeling intact. Voor een (gekwalificeerd) meerderheidsbesluit zijn ten minste 255 van de in totaal 345 stemmen nodig (73,9 procent), voor een blokkerende minderheid ten minste 90 stemmen. Vanaf november 2014 geldt de regel van de ‘dubbele meerderheid’: ten minste 55 procent van de lidstaten die ten minste 65 procent van de totale EU-bevolking hebben. Dit nieuwe systeem stuitte op bezwaren van Polen dat nu, ondanks half zoveel inwoners als Duitsland bijna net zoveel stemgewicht heeft.
Nationale parlementen
In de Grondwet kende de clausule dat één derde van de nationale parlementen binnen zes weken bezwaar kan aantekenen tegen voorgestelde Europese regelgeving. Dan zou de Europese Commissie de zaak moeten heroverwegen. In het vernieuwde verdrag wordt deze zogeheten ‘gele kaart procedure’ iets aangescherpt. De beroepstermijn wordt opgerekt tot acht weken. Daarnaast wordt in het vernieuwde verdrag een „versterkt controlemechanisme” ingevoerd. Dit houdt in dat de Europese Commissie een wetsvoorstel ter tussentijdse beoordeling moet voorleggen aan de Raad van Ministers en het Europees Parlement, indien een meerderheid van de nationale parlementen dit wetsvoorstel niet ziet zitten. Als de Raad of het Parlement eveneens van oordeel zijn dat het voorstel niet strookt met de taken van de EU, dan moet de Commissie het intrekken. Nederland wilde nationale parlementen de bevoegdheid geven een ‘rode kaart’ te trekken tegen ongewenste Europese regelgeving, maar daarvan is geen sprake.
www.nrc.nl
Zeg maar gewoon: "Er is niks veranderd "..................d"b d"b d"b
Grondslagen voor sterkere samenwerking in de Europese Unie
De regeringsleiders van de Europese Unie zijn het opnieuw eens geworden over een nieuw verdrag voor de Europese Unie. De vorige keer – oktober 2004 – sneuvelde hun akkoord op een ‘nee’ in Frankrijk en Nederland.
Door onze correspondent Mark Kranenburg
Met het akkoord dat de regeringsleiders zaterdagmorgen in alle vroegte sloten proberen zij opnieuw de basis voor de samenwerking in de Europese Unie vernieuwen. Hieronder de voornaamste elementen.
Vorm
De in Frankrijk en Nederland gestrande Europese Grondwet, die in achttien landen was goedgekeurd, is ingetrokken. De twee bestaande EU-verdragen worden vernieuwd. Bij deze aanpak worden alleen de wijzigingen ter goedkeuring voorgelegd. Doel is zo weinig mogelijk referenda te houden, omdat het ‘slechts’ gaat om aanpassingen.
Symbolen
Alle terminologieën die in de Grondwet maar enigszins deden denken aan Europese staatsvorming zijn geschrapt. Geen vlag, geen volkslied. De EU zal bovendien blijven spreken over verordeningen en richtlijnen in plaats van wetten. De naam minister van Buitenlandse Zaken wordt vervangen door ‘Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidspolitiek’. De bevoegdheden van deze functionaris, die tevens vicevoorzitter van de Europese Commissie wordt, blijven dezelfde als in de Grondwet.
Instellingen
De Europese Unie wordt een rechtspersoon. De Europese Raad van regeringsleiders krijgt een vaste voorzitter (voor 2,5 jaar) in plaats van een elk half jaar roulerende preses. De Europese Commissie wordt vanaf november 2014 verkleind tot 18 leden, bij toerbeurt en per zittingsperiode voor te dragen door de 27 lidstaten. Het Europees Parlement krijgt meer zeggenschap, onder andere over landbouw en justitie.
Grondrechten
Het sinds 2000 bestaande Handvest van de Grondrechten wordt niet in de Verdragstekst opgenomen, maar er wordt wel naar verwezen en het blijft „juridisch bindend”. In voetnoten wordt geregeld dat het Handvest niet tot nieuwe bevoegdheden van de Unie zal leiden en dat de werkingssfeer beperkt blijft. Het gaat daarbij om openbare zeden, familierecht en bescherming van menselijke waardigheid. De Britten bedongen dat het Handvest niet voor het Verenigd Koninkrijk geldt.
Werkterreinen
In de Grondwet was één van de doelstellingen van de EU opgenomen dat op de interne markt „de mededinging vrij en onvervalst is”. Deze bijzin is onder druk van Frankrijk geschrapt. Maar ook hier zorgt een voetnoot, die kan beschouwd worden als handreiking aan de Britten, voor de nuancering. Daarin wordt uitgesproken dat de mededinging op de interne markt niet mag worden verstoord.
Stemverdeling
Voor Europese regelgeving zal met het vernieuwde verdrag minder vaak unanimiteit nodig zijn. Vaker zal een (gekwalificeerde) meerderheid van stemmen (in de Raad van Ministers) voldoende zijn. De stemregeling die hiervoor in de Grondwet was getroffen wordt niet in 2009 ingevoerd, maar uitgesteld tot november 2014. Ook is afgesproken dat tot maart 2017 een overgangstermijn geldt, waarin in zwaarwegende gevallen op de huidige stemverdeling wordt teruggevallen.
Tot november 2014 blijft dus de huidige stemverdeling intact. Voor een (gekwalificeerd) meerderheidsbesluit zijn ten minste 255 van de in totaal 345 stemmen nodig (73,9 procent), voor een blokkerende minderheid ten minste 90 stemmen. Vanaf november 2014 geldt de regel van de ‘dubbele meerderheid’: ten minste 55 procent van de lidstaten die ten minste 65 procent van de totale EU-bevolking hebben. Dit nieuwe systeem stuitte op bezwaren van Polen dat nu, ondanks half zoveel inwoners als Duitsland bijna net zoveel stemgewicht heeft.
Nationale parlementen
In de Grondwet kende de clausule dat één derde van de nationale parlementen binnen zes weken bezwaar kan aantekenen tegen voorgestelde Europese regelgeving. Dan zou de Europese Commissie de zaak moeten heroverwegen. In het vernieuwde verdrag wordt deze zogeheten ‘gele kaart procedure’ iets aangescherpt. De beroepstermijn wordt opgerekt tot acht weken. Daarnaast wordt in het vernieuwde verdrag een „versterkt controlemechanisme” ingevoerd. Dit houdt in dat de Europese Commissie een wetsvoorstel ter tussentijdse beoordeling moet voorleggen aan de Raad van Ministers en het Europees Parlement, indien een meerderheid van de nationale parlementen dit wetsvoorstel niet ziet zitten. Als de Raad of het Parlement eveneens van oordeel zijn dat het voorstel niet strookt met de taken van de EU, dan moet de Commissie het intrekken. Nederland wilde nationale parlementen de bevoegdheid geven een ‘rode kaart’ te trekken tegen ongewenste Europese regelgeving, maar daarvan is geen sprake.
www.nrc.nl
Zeg maar gewoon: "Er is niks veranderd "..................d"b d"b d"b