admin
20 februari 2007, 11:47
Bernadette de Wit
http://www.peterbreedveld.com/archives/Riebi14.jpg
Tariq Ramadan wordt gasthoogleraar in Rotterdam. De lieveling van weldenkend Nederland gaat meewerken aan een studieprogramma over ‘burgerschap en identiteit’ en onderzoek doen naar ‘integratie en multiculturaliteit’. Wie is deze knappe mohammedaanse multimiljonair?
Nou goed. Omdat er zo veel vragen zijn over die Tariq Ramadan en omdat de gemeente Rotterdam 2 ton uittrekt van het belastinggeld van zijn burgers om de ‘meester van de doublespeak’ een jaar lang de dawa (http://www.erasmusmagazine.nl/?artID=3791) te laten beoefenen aan, godbetere ‘t, de Erasmusuniversiteit, zal ik hieronder iets vertellen over ’s mans connecties met terroristen.
Tariq Ramadan (1962) werd geboren in Zwitserland uit een vooraanstaand fundamentalistisch moslimgeslacht. Hij studeerde Franse literatuur, filosofie, Arabisch en islamstudies in Genève, geeft les op een Zwitserse universiteit en is als veelgevraagd spreker en adviseur voortdurend op reis.
Samen met zijn broer Hani, die er anders dan zijn fotomodelachtige broer uitziet als een bebaarde hakbar, zit hij in de directie van het in 1961 door hun vader Saïd opgerichte Centre Islamique de Genève (http://www.cige.org/). Ramadan senior wilde daarmee ‘de strijd tegen het atheïstisch materialisme’ aangaan. Het centrum ontving een ruime startsubsidie van het Saoedische koningshuis en nog steeds jaarlijks 19 miljoen Saoedische riyal (http://www.kingfahdbinabdulaziz.com/main/m4502.htm) (bijna 39.000 euro).
Tariq Ramadan is een pragmaticus. Zodra hij beseft dat hij in Zwitserland niet zo heel ver zou komen met zijn boodschap dat de islam dé oplossing is voor het probleem van de westerse decadentie, besluit hij zijn geluk in Frankrijk te beproeven. Hij krijgt de steun van de grootste Franse moslimorganisatie UOIF (http://fr.wikipedia.org/wiki/Union_des_organisations_islamiques_de_France) (union des organisations islamiques de France), gelieerd aan de Moslim Broederschap, en de moslimjongerenorganisatie UJM (union des jeunes musulmans).
In 1993 geeft Ramadan voor het eerst publiekelijk blijk van zijn verwantschap met de Broederschap. Hij lobbyt actief om het Franse toneelstuk Mahomet verboden te krijgen omdat dat niet strookt met de islamistische opvattingen over de profeet. Een jaar later wordt in Genève, heel toevallig, een Egyptische geheim agent vermoord die was belast met het volgen van de familie Ramadan. De dader is nooit gevonden.
In 1995 mag Ramadan Frankrijk niet meer in vanwege zijn banden met de Algerijnse terreurbeweging, die op dat moment net een serie aanslagen pleegt in Parijs. Maar zijn warme verhouding met de Franse beweging SOS Racisme blijkt een slimme tactiek en bezorgt hem een martelarenstatus in moslimse en politiekcorrecte kringen. De verkoop van cassettebandjes met preken, onder meer aan de 6 tot 8 miljoen Franse moslims, heeft hem multimiljonair gemaakt. Allah sells in Eurabia.
Samen met de UOIF verzet Ramadan zich tegen het verbod op het dragen van de hijaab en de niqaab op Franse scholen en in openbare functies. Ramadan heeft een enorm netwerk, dat hij gebruikt voor een mondiaal geregisseerde campagne tegen het ‘islamofobe’ Frankrijk. Sjeik al-Qaradawi, Hizballah en Hamas kapittelen het land om zijn ‘anti-moslimbeleid’.
Maar als in 2004 enkele Franse journalisten in Irak worden gegijzeld, is het tijd voor een charmeoffensief. Het UOIF-standpunt dat ‘de koran onze Grondwet’ is, wordt tijdelijk verruild voor een lofzang op de vrijheid van godsdienst.
Le Monde bericht op 10 en 14 oktober 2003 (http://watch.windsofchange.net/themes_71.htm) over de connecties van Tariq en imam Hani Ramadan met Al Qaida. Ze zouden in 1991 een vergadering bijeen hebben geroepen tussen Ayman Al-Zawahiri, de rechterhand van Osama Bin Laden, en Omar Abdel Rahman, veroordeeld voor de eerste bomaanslag op het World Trade Center in 1993. Naar verluidt is Rahman een neef, maar dat ontkent Ramadan.
Op 30 mei 2006 publiceert de Duitstalige Zwitserse krant Blick (http://www.blick.ch/news/moschee-spion/artikel47008) een dossier over de bevindingen van een ‘moskeespion’ van de Zwitserse geheime dienst. De geheim agent deed onderzoek in Egypte en Zwitserland en heeft bewijzen dat Hani en Tariq Ramadan vanaf maart 1991 tenminste drie ontmoetingen hadden met Al-Zawahiri. Aldus wordt afgelopen september bevestigd door Jean-Charles Brisard van Terror Finance Blog (http://terrorfinance.org/). Dit weblog over de financiering van terrorisme is een belangrijke bron van informatie voor het Europese parlement, de Amerikaanse Senaat en het Huis van Afgevaardigden.
Op dezelfde dag bericht ook Le Figaro (http://www.lefigaro.fr/international/20060530.FIG000000120_hani_ramadan_dans_le_collima teur_des_services_suisses.html) hierover en een maand later volgt France Echos (http://www.france-echos.com/actualite.php?cle=10506) (‘Ideologen van de haat’).
Tariq Ramadan onderhoudt volgens Brisard contacten met ten minste zes veroordeelde terroristen, onder wie Ahmed Brahim (in 2006 in Spanje tot tien jaar cel veroordeeld wegens het aanzetten tot terreurdaden), Djamel Behgal (in 2005 in Frankrijk tot tien jaar veroordeeld voor zijn deelname aan een verijdelde terreuraanslag tegen de Amerikaanse ambassade in Parijs) en Menad Bensjelalli (kreeg in 2006 in Frankrijk tien jaar cel wegens zijn bemoeienissen met een verijdelde chemische terreuraanslag in Parijs).
Volgens de Spaanse onderzoeksrechter is de Algerijn Brahim financieel leider van Al Qaida in dat land en zou hij de bomaanslagen op de Amerikaanse ambassade in Tanzania en Kenia van 1998 hebben gefinancierd. Behgal recruteerde jihadstrijders voor Al Qaida en bekende in 2001 tijdens zijn strafproces dat hij bij Tariq Ramadan had gestudeerd.
Daarnaast komen de gebroeders Ramadan voor in het in 1997 ontdekte, door terroristen gebruikte adressenboek van de Al Taqwa Bank (http://www.cooperativeresearch.org/context.jsp?item=a082197addressbook). De tegoeden van deze in Zwitserland gevestigde bank, opgericht door vader Saïd Ramadan, zijn op last van de VS en de VN bevroren omdat de bank behoort tot een netwerk van financiële instellingen die terreuraanslagen van Al Qaida en Hamas financieren. De bankdirecteuren zijn prominente leden van de Moslimbroederschap, in 1928 opgericht door Hassan al-Banna, de grootvader (van moederskant) van Tariq en Hani. Zoals bekend zijn Al Qaida en Hamas afsplitsingen van dit geheime genootschap. De huidige algemeen directeur is niemand minder dan Joessef Nada, thesauriër van de Moslimbroederschap.
Tot zover de vriendenkring van de nieuwe gasthoogleraar.
In mei 2006 rolt de Zwitserse geheime dienst een terreurbende op die van plan is een El Al-vliegtuig op te blazen. Een undercoveragent infiltreerde in het Geneefse islamcentrum van de familie Ramadan en raakte aldaar bevriend met enkele immigranten uit Arabische landen, die hem deelgenoot maakten van hun bedoelingen. Na de aanslag zouden ze naar Irak vluchten.
Het kost je een uurtje googelen om erachter te komen waarom Tariq Ramadan in 2004 op grond van de Patriot Act geen visum kreeg voor de Verenigde Staten (al zal niet één Nederlandse krant bovenstaande redenen en détail melden, uit angst voor is-la-mo-fo-bie). Maar er is meer. Tariq Ramadan heeft meermalen terrorisme verdedigd in uitspraken of publicaties, of dit gebeurde onder zijn verantwoordelijkheid.
Zo staat in augustus 2005 op de website van het Centre Islamique de Genève (http://www.cige.org/Sermons/Sermons.htm) een vrijdagpreek die oproept tot ‘steun aan onze broeders in Falluja en Zuid-Irak tegen deze onrechtvaardige bezetting; de werkelijke terroristen zijn de Amerikaanse regering, de regering-Sjaron en de regering-Poetin.’
In deze preek wordt duidelijk verwezen naar de enige oproerkraaiers van dat moment in Falluja, Tanzim Qa’idat al-Jihad fi Bilad al-Rafidayn, ofwel het filiaal van Al Qaida in Irak volgens het Amerikaanse jaarverslag 2006 (http://www.infomideast.com/news/archieves/terrorism2006.pdf) over terroristische landen. Het Geneefse islamcentrum van de familie Ramadan is van mening dat de ‘broeders’ in Irak gerechtvaardigd verzet plegen tegen de ‘echte’ terroristen.
Na 9/11 beweert Ramadan dat Bin Laden niets met de aanslagen te maken had. Hij kenschetst 9/11, de bomaanslag op station Atocha uit 2004 en die op een discotheek op Bali (2002) als alleen maar ‘interventies’, het waren géén terreurdaden.
We maken een uitstapje naar vader Saïd Ramadan (http://www.cige.org/historique.htm) om zijn zoons opmerkelijke politieke gedraai beter te kunnen begrijpen. In 1940 (hij was toen 14 jaar) hoorde Saïd de grote Hassan al-Banna spreken en hij sloot zich meteen aan bij de Moslimbroederschap (http://en.wikipedia.org/wiki/Muslim_Brotherhood). Later werd hij de persoonlijk secretaris van Al-Banna en trouwde hij diens dochter. Volgens terrorisme-experts was Ramadan senior in 1945 betrokken bij het stenigen van Koptische en joodse winkels in Caïro.
In 1948 ging de islamitisch jurist Saïd Ramadan op pad om ‘Palestina’ te verdedigen tegen de zionisten. Koning Abdoellah vroeg hem hoofd van het militaire gerechtshof te worden, maar daar voelde hij niets voor. Hij vertrok naar het nieuwe moslimland Pakistan (‘het land der reinen’, de van India afgescheiden moslims) en hield op uitnodiging van de regering stichtelijke radiopraatjes voor de jeugd. Terug in Egypte werd hij kort gevangen gezet, waarna hij samen met het prominente lid van de Moslimbroederschap Sayed Qoetb (http://news.bbc.co.uk/2/hi/middle_east/1603178.stm) afreisde naar Jeruzalem om de Broederschap te vertegenwoordigen op een mondiaal islamcongres. Daarna volgde een periode van heen en weer reizen tussen Syrië, Jordanië, Libanon, Saoedi-Arabië en Egypte. In 1958 vestigden hij en zijn vrouw Wafa al-Banna zich in Genève. Een jaar later behaalde hij zijn doctoraal rechten aan de universiteit van Keulen.
De Moslimbroederschap (motto: ‘Allah is ons doel, de koran onze grondwet, de profeet is onze leider, jihaad is onze manier en sterven omwille van Allah onze hoogste ambitie’) werd in 1946 verboden door de Egyptische regering, al liet deze het genootschap tot 1954, toen het werd verdacht van een (mislukte) moordaanslag op president Nasser, oogluikend toe. Aanleiding voor het verbod was de moord op de premier in datzelfde jaar, door een lid van de Moslimbroederschap. In 1949 werd Al-Banna vermoord door de Egyptische regering. Sindsdien is vooral de dawa – islamisering via prediking en propaganda – de tactiek in alle westerse landen waar de Broeders actief zijn.
Volgens de Franse journalist Richard Labevière, die onderzoek deed naar de terroristische connecties van de Broederschap, koos Saïd Ramadan Genève uit als lanceerinstallatie voor de internationale expansie van de organisatie. Behalve de genoemde Al Taqwa-bank, met kantoren in Zwitserland en op de Bahama’s, tilde hij met geld van het Saoedische koningshuis een aantal filialen van het Centre Islamique van de grond in steden als München en Londen. Doordat de Saoedi’s teveel invloed eisten, kwam het tot een breuk. Ramadan senior leefde van de royalty’s van zijn in 1961 verschenen standaardwerk over de sharia.
Twee oprichters van het Centre Islamique de Genève, Saïd Ramadan en Aboe al-Hassan al-Nadawi, stichtten in 1962 ook de Muslim World Liga, een Saoedische NGO die sinds 1988 in verband wordt gebracht met acties van Al Qaida en wordt gezien als ondersteunende kracht achter het terrorisme. De Amerikaanse regering heeft, aldus het Terror Finance Blog (http://www.terrorfinance.org/the_terror_finance_blog/2006/10/a_swiss_intelli.html), vorig jaar besloten actie te ondernemen tegen de International Islamic Relief Organization (IIRO), een dochteronderneming van de Muslim World Liga, die onder liefdadigheid het financieren van terreur verstaat.
Saïd Ramadan overleed (http://www.cige.org/historique.htm) in 1995.
Ook al weet Tariq Ramadan zijn groupies er telkenmale van te overtuigen dat hij niets te maken heeft met de Moslimbroederschap of terrorisme, er zijn meer dan genoeg serieuze bedenkingen tegen hem. De meeste geheime diensten en ook Antoine Sfeir, hoofdredacteur van het Franse tijdschrift Les Cahiers de L’Orient zijn ervan overtuigd dat Ramadan eind jaren ’80 is benoemd tot Europees vertegenwoordiger van de Broederschap. Weliswaar is hij volgens de Franse expert Roland Jaquart niet direct betrokken bij terroristische acties, maar zijn volgelingen zijn dat vaak wel. Tel daarbij zijn uitgebreide contacten met dubieuze figuren en dito netwerken op en je vraagt je af hoe lang de Erasmusuniversiteit en de gemeente Rotterdam hun afzijdigheid kunnen blijven cultiveren.
Journalist Olivier Guitta (http://www.discoverthenetworks.org/individualProfile.asp?indid=1884) schreef niet voor niets ten tijde van Ramadans vergeefse pogingen een visum voor de VS te krijgen: ‘Het is gevaarlijk Ramadan toe te laten tot onze moslimgemeenschappen, omdat hij die met zijn gladde dubbele taal en via een charmeoffensief gericht op onze naïeve linksen zou kunnen radicaliseren, zoals hij met succes deed in Frankrijk.’
Je houdt je hart vast voor de Rotterdamse studenten.
Mede-oprichter van het Geneefse islamcentrum Moehammad Hamidoellah stelt op de website dat de jihaad, of die nu defensief is, bestraffend of preventief, is toegestaan in de islam. De moslimse jihaad wordt toegepast ‘in de geest van opoffering, teneinde de stem van Allah op te leggen’.
Ramadan zelf schrijft in zijn in 2002 verschenen boek L’islam en questions (http://www.amazon.fr/Lislam-en-questions-Alain-Gresh/dp/2742737626) (vertaald als The Islam in questions) over zelfmoordaanslagen dat ze een ‘offer’ zijn die ‘hun rechtvaardiging vinden in decennia van opeengestapeld lijden en westerse passieve verantwoordelijkheid’.
In hetzelfde boek verwijst hij naar de Palestijnse strijders als mensen die ‘militaire doelen’ aanvallen, ‘met inbegrip van burgers’. Met dat laatste praat hij terrorisme tegen Israëli’s goed. In een artikel dat in 1996 verschijnt in El País keurt Ramadan de daden van de Taliban af. Niettemin noemt hij dit regiem ‘voorbeeldig’.
In het tweede deel (slot): wat verklaart de aantrekkingskracht van Tariq Ramadan?
Bernadette de Wit is journalist te Amsterdam.
Gepubliceerd op 04.02.07 Frontaal Naakt
http://www.peterbreedveld.com/archives/Riebi14.jpg
Tariq Ramadan wordt gasthoogleraar in Rotterdam. De lieveling van weldenkend Nederland gaat meewerken aan een studieprogramma over ‘burgerschap en identiteit’ en onderzoek doen naar ‘integratie en multiculturaliteit’. Wie is deze knappe mohammedaanse multimiljonair?
Nou goed. Omdat er zo veel vragen zijn over die Tariq Ramadan en omdat de gemeente Rotterdam 2 ton uittrekt van het belastinggeld van zijn burgers om de ‘meester van de doublespeak’ een jaar lang de dawa (http://www.erasmusmagazine.nl/?artID=3791) te laten beoefenen aan, godbetere ‘t, de Erasmusuniversiteit, zal ik hieronder iets vertellen over ’s mans connecties met terroristen.
Tariq Ramadan (1962) werd geboren in Zwitserland uit een vooraanstaand fundamentalistisch moslimgeslacht. Hij studeerde Franse literatuur, filosofie, Arabisch en islamstudies in Genève, geeft les op een Zwitserse universiteit en is als veelgevraagd spreker en adviseur voortdurend op reis.
Samen met zijn broer Hani, die er anders dan zijn fotomodelachtige broer uitziet als een bebaarde hakbar, zit hij in de directie van het in 1961 door hun vader Saïd opgerichte Centre Islamique de Genève (http://www.cige.org/). Ramadan senior wilde daarmee ‘de strijd tegen het atheïstisch materialisme’ aangaan. Het centrum ontving een ruime startsubsidie van het Saoedische koningshuis en nog steeds jaarlijks 19 miljoen Saoedische riyal (http://www.kingfahdbinabdulaziz.com/main/m4502.htm) (bijna 39.000 euro).
Tariq Ramadan is een pragmaticus. Zodra hij beseft dat hij in Zwitserland niet zo heel ver zou komen met zijn boodschap dat de islam dé oplossing is voor het probleem van de westerse decadentie, besluit hij zijn geluk in Frankrijk te beproeven. Hij krijgt de steun van de grootste Franse moslimorganisatie UOIF (http://fr.wikipedia.org/wiki/Union_des_organisations_islamiques_de_France) (union des organisations islamiques de France), gelieerd aan de Moslim Broederschap, en de moslimjongerenorganisatie UJM (union des jeunes musulmans).
In 1993 geeft Ramadan voor het eerst publiekelijk blijk van zijn verwantschap met de Broederschap. Hij lobbyt actief om het Franse toneelstuk Mahomet verboden te krijgen omdat dat niet strookt met de islamistische opvattingen over de profeet. Een jaar later wordt in Genève, heel toevallig, een Egyptische geheim agent vermoord die was belast met het volgen van de familie Ramadan. De dader is nooit gevonden.
In 1995 mag Ramadan Frankrijk niet meer in vanwege zijn banden met de Algerijnse terreurbeweging, die op dat moment net een serie aanslagen pleegt in Parijs. Maar zijn warme verhouding met de Franse beweging SOS Racisme blijkt een slimme tactiek en bezorgt hem een martelarenstatus in moslimse en politiekcorrecte kringen. De verkoop van cassettebandjes met preken, onder meer aan de 6 tot 8 miljoen Franse moslims, heeft hem multimiljonair gemaakt. Allah sells in Eurabia.
Samen met de UOIF verzet Ramadan zich tegen het verbod op het dragen van de hijaab en de niqaab op Franse scholen en in openbare functies. Ramadan heeft een enorm netwerk, dat hij gebruikt voor een mondiaal geregisseerde campagne tegen het ‘islamofobe’ Frankrijk. Sjeik al-Qaradawi, Hizballah en Hamas kapittelen het land om zijn ‘anti-moslimbeleid’.
Maar als in 2004 enkele Franse journalisten in Irak worden gegijzeld, is het tijd voor een charmeoffensief. Het UOIF-standpunt dat ‘de koran onze Grondwet’ is, wordt tijdelijk verruild voor een lofzang op de vrijheid van godsdienst.
Le Monde bericht op 10 en 14 oktober 2003 (http://watch.windsofchange.net/themes_71.htm) over de connecties van Tariq en imam Hani Ramadan met Al Qaida. Ze zouden in 1991 een vergadering bijeen hebben geroepen tussen Ayman Al-Zawahiri, de rechterhand van Osama Bin Laden, en Omar Abdel Rahman, veroordeeld voor de eerste bomaanslag op het World Trade Center in 1993. Naar verluidt is Rahman een neef, maar dat ontkent Ramadan.
Op 30 mei 2006 publiceert de Duitstalige Zwitserse krant Blick (http://www.blick.ch/news/moschee-spion/artikel47008) een dossier over de bevindingen van een ‘moskeespion’ van de Zwitserse geheime dienst. De geheim agent deed onderzoek in Egypte en Zwitserland en heeft bewijzen dat Hani en Tariq Ramadan vanaf maart 1991 tenminste drie ontmoetingen hadden met Al-Zawahiri. Aldus wordt afgelopen september bevestigd door Jean-Charles Brisard van Terror Finance Blog (http://terrorfinance.org/). Dit weblog over de financiering van terrorisme is een belangrijke bron van informatie voor het Europese parlement, de Amerikaanse Senaat en het Huis van Afgevaardigden.
Op dezelfde dag bericht ook Le Figaro (http://www.lefigaro.fr/international/20060530.FIG000000120_hani_ramadan_dans_le_collima teur_des_services_suisses.html) hierover en een maand later volgt France Echos (http://www.france-echos.com/actualite.php?cle=10506) (‘Ideologen van de haat’).
Tariq Ramadan onderhoudt volgens Brisard contacten met ten minste zes veroordeelde terroristen, onder wie Ahmed Brahim (in 2006 in Spanje tot tien jaar cel veroordeeld wegens het aanzetten tot terreurdaden), Djamel Behgal (in 2005 in Frankrijk tot tien jaar veroordeeld voor zijn deelname aan een verijdelde terreuraanslag tegen de Amerikaanse ambassade in Parijs) en Menad Bensjelalli (kreeg in 2006 in Frankrijk tien jaar cel wegens zijn bemoeienissen met een verijdelde chemische terreuraanslag in Parijs).
Volgens de Spaanse onderzoeksrechter is de Algerijn Brahim financieel leider van Al Qaida in dat land en zou hij de bomaanslagen op de Amerikaanse ambassade in Tanzania en Kenia van 1998 hebben gefinancierd. Behgal recruteerde jihadstrijders voor Al Qaida en bekende in 2001 tijdens zijn strafproces dat hij bij Tariq Ramadan had gestudeerd.
Daarnaast komen de gebroeders Ramadan voor in het in 1997 ontdekte, door terroristen gebruikte adressenboek van de Al Taqwa Bank (http://www.cooperativeresearch.org/context.jsp?item=a082197addressbook). De tegoeden van deze in Zwitserland gevestigde bank, opgericht door vader Saïd Ramadan, zijn op last van de VS en de VN bevroren omdat de bank behoort tot een netwerk van financiële instellingen die terreuraanslagen van Al Qaida en Hamas financieren. De bankdirecteuren zijn prominente leden van de Moslimbroederschap, in 1928 opgericht door Hassan al-Banna, de grootvader (van moederskant) van Tariq en Hani. Zoals bekend zijn Al Qaida en Hamas afsplitsingen van dit geheime genootschap. De huidige algemeen directeur is niemand minder dan Joessef Nada, thesauriër van de Moslimbroederschap.
Tot zover de vriendenkring van de nieuwe gasthoogleraar.
In mei 2006 rolt de Zwitserse geheime dienst een terreurbende op die van plan is een El Al-vliegtuig op te blazen. Een undercoveragent infiltreerde in het Geneefse islamcentrum van de familie Ramadan en raakte aldaar bevriend met enkele immigranten uit Arabische landen, die hem deelgenoot maakten van hun bedoelingen. Na de aanslag zouden ze naar Irak vluchten.
Het kost je een uurtje googelen om erachter te komen waarom Tariq Ramadan in 2004 op grond van de Patriot Act geen visum kreeg voor de Verenigde Staten (al zal niet één Nederlandse krant bovenstaande redenen en détail melden, uit angst voor is-la-mo-fo-bie). Maar er is meer. Tariq Ramadan heeft meermalen terrorisme verdedigd in uitspraken of publicaties, of dit gebeurde onder zijn verantwoordelijkheid.
Zo staat in augustus 2005 op de website van het Centre Islamique de Genève (http://www.cige.org/Sermons/Sermons.htm) een vrijdagpreek die oproept tot ‘steun aan onze broeders in Falluja en Zuid-Irak tegen deze onrechtvaardige bezetting; de werkelijke terroristen zijn de Amerikaanse regering, de regering-Sjaron en de regering-Poetin.’
In deze preek wordt duidelijk verwezen naar de enige oproerkraaiers van dat moment in Falluja, Tanzim Qa’idat al-Jihad fi Bilad al-Rafidayn, ofwel het filiaal van Al Qaida in Irak volgens het Amerikaanse jaarverslag 2006 (http://www.infomideast.com/news/archieves/terrorism2006.pdf) over terroristische landen. Het Geneefse islamcentrum van de familie Ramadan is van mening dat de ‘broeders’ in Irak gerechtvaardigd verzet plegen tegen de ‘echte’ terroristen.
Na 9/11 beweert Ramadan dat Bin Laden niets met de aanslagen te maken had. Hij kenschetst 9/11, de bomaanslag op station Atocha uit 2004 en die op een discotheek op Bali (2002) als alleen maar ‘interventies’, het waren géén terreurdaden.
We maken een uitstapje naar vader Saïd Ramadan (http://www.cige.org/historique.htm) om zijn zoons opmerkelijke politieke gedraai beter te kunnen begrijpen. In 1940 (hij was toen 14 jaar) hoorde Saïd de grote Hassan al-Banna spreken en hij sloot zich meteen aan bij de Moslimbroederschap (http://en.wikipedia.org/wiki/Muslim_Brotherhood). Later werd hij de persoonlijk secretaris van Al-Banna en trouwde hij diens dochter. Volgens terrorisme-experts was Ramadan senior in 1945 betrokken bij het stenigen van Koptische en joodse winkels in Caïro.
In 1948 ging de islamitisch jurist Saïd Ramadan op pad om ‘Palestina’ te verdedigen tegen de zionisten. Koning Abdoellah vroeg hem hoofd van het militaire gerechtshof te worden, maar daar voelde hij niets voor. Hij vertrok naar het nieuwe moslimland Pakistan (‘het land der reinen’, de van India afgescheiden moslims) en hield op uitnodiging van de regering stichtelijke radiopraatjes voor de jeugd. Terug in Egypte werd hij kort gevangen gezet, waarna hij samen met het prominente lid van de Moslimbroederschap Sayed Qoetb (http://news.bbc.co.uk/2/hi/middle_east/1603178.stm) afreisde naar Jeruzalem om de Broederschap te vertegenwoordigen op een mondiaal islamcongres. Daarna volgde een periode van heen en weer reizen tussen Syrië, Jordanië, Libanon, Saoedi-Arabië en Egypte. In 1958 vestigden hij en zijn vrouw Wafa al-Banna zich in Genève. Een jaar later behaalde hij zijn doctoraal rechten aan de universiteit van Keulen.
De Moslimbroederschap (motto: ‘Allah is ons doel, de koran onze grondwet, de profeet is onze leider, jihaad is onze manier en sterven omwille van Allah onze hoogste ambitie’) werd in 1946 verboden door de Egyptische regering, al liet deze het genootschap tot 1954, toen het werd verdacht van een (mislukte) moordaanslag op president Nasser, oogluikend toe. Aanleiding voor het verbod was de moord op de premier in datzelfde jaar, door een lid van de Moslimbroederschap. In 1949 werd Al-Banna vermoord door de Egyptische regering. Sindsdien is vooral de dawa – islamisering via prediking en propaganda – de tactiek in alle westerse landen waar de Broeders actief zijn.
Volgens de Franse journalist Richard Labevière, die onderzoek deed naar de terroristische connecties van de Broederschap, koos Saïd Ramadan Genève uit als lanceerinstallatie voor de internationale expansie van de organisatie. Behalve de genoemde Al Taqwa-bank, met kantoren in Zwitserland en op de Bahama’s, tilde hij met geld van het Saoedische koningshuis een aantal filialen van het Centre Islamique van de grond in steden als München en Londen. Doordat de Saoedi’s teveel invloed eisten, kwam het tot een breuk. Ramadan senior leefde van de royalty’s van zijn in 1961 verschenen standaardwerk over de sharia.
Twee oprichters van het Centre Islamique de Genève, Saïd Ramadan en Aboe al-Hassan al-Nadawi, stichtten in 1962 ook de Muslim World Liga, een Saoedische NGO die sinds 1988 in verband wordt gebracht met acties van Al Qaida en wordt gezien als ondersteunende kracht achter het terrorisme. De Amerikaanse regering heeft, aldus het Terror Finance Blog (http://www.terrorfinance.org/the_terror_finance_blog/2006/10/a_swiss_intelli.html), vorig jaar besloten actie te ondernemen tegen de International Islamic Relief Organization (IIRO), een dochteronderneming van de Muslim World Liga, die onder liefdadigheid het financieren van terreur verstaat.
Saïd Ramadan overleed (http://www.cige.org/historique.htm) in 1995.
Ook al weet Tariq Ramadan zijn groupies er telkenmale van te overtuigen dat hij niets te maken heeft met de Moslimbroederschap of terrorisme, er zijn meer dan genoeg serieuze bedenkingen tegen hem. De meeste geheime diensten en ook Antoine Sfeir, hoofdredacteur van het Franse tijdschrift Les Cahiers de L’Orient zijn ervan overtuigd dat Ramadan eind jaren ’80 is benoemd tot Europees vertegenwoordiger van de Broederschap. Weliswaar is hij volgens de Franse expert Roland Jaquart niet direct betrokken bij terroristische acties, maar zijn volgelingen zijn dat vaak wel. Tel daarbij zijn uitgebreide contacten met dubieuze figuren en dito netwerken op en je vraagt je af hoe lang de Erasmusuniversiteit en de gemeente Rotterdam hun afzijdigheid kunnen blijven cultiveren.
Journalist Olivier Guitta (http://www.discoverthenetworks.org/individualProfile.asp?indid=1884) schreef niet voor niets ten tijde van Ramadans vergeefse pogingen een visum voor de VS te krijgen: ‘Het is gevaarlijk Ramadan toe te laten tot onze moslimgemeenschappen, omdat hij die met zijn gladde dubbele taal en via een charmeoffensief gericht op onze naïeve linksen zou kunnen radicaliseren, zoals hij met succes deed in Frankrijk.’
Je houdt je hart vast voor de Rotterdamse studenten.
Mede-oprichter van het Geneefse islamcentrum Moehammad Hamidoellah stelt op de website dat de jihaad, of die nu defensief is, bestraffend of preventief, is toegestaan in de islam. De moslimse jihaad wordt toegepast ‘in de geest van opoffering, teneinde de stem van Allah op te leggen’.
Ramadan zelf schrijft in zijn in 2002 verschenen boek L’islam en questions (http://www.amazon.fr/Lislam-en-questions-Alain-Gresh/dp/2742737626) (vertaald als The Islam in questions) over zelfmoordaanslagen dat ze een ‘offer’ zijn die ‘hun rechtvaardiging vinden in decennia van opeengestapeld lijden en westerse passieve verantwoordelijkheid’.
In hetzelfde boek verwijst hij naar de Palestijnse strijders als mensen die ‘militaire doelen’ aanvallen, ‘met inbegrip van burgers’. Met dat laatste praat hij terrorisme tegen Israëli’s goed. In een artikel dat in 1996 verschijnt in El País keurt Ramadan de daden van de Taliban af. Niettemin noemt hij dit regiem ‘voorbeeldig’.
In het tweede deel (slot): wat verklaart de aantrekkingskracht van Tariq Ramadan?
Bernadette de Wit is journalist te Amsterdam.
Gepubliceerd op 04.02.07 Frontaal Naakt