admin
3 maart 2007, 16:52
Wilders heeft recht op een goede pers (http://nl.novopress.info/?p=900)
http://img220.imageshack.us/img220/938/geertwildersdo5.jpg(Trouw.nl) Frits van Exter - ’In plaats van inhoudelijk op zijn bezwaren te reageren’, schreef politiek redacteur Esther Lammers maandag, ’zijn de andere partijen vooral in een kramp geschoten’.
Het is de vraag of de journalistiek dezelfde reflex tegenover de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders weet te vermijden. Een bekende valkuil doemt op.
’Onkies’ en ’schandalig’ noemden Kamerleden de motie van de PVV tegen het toetreden van mensen met een dubbele nationaliteit tot het kabinet. Het was koren op de molen van degenen die menen dat volksvertegenwoordigers meer belang stellen in goede omgangsvormen dan in wat er echt leeft onder het volk. Wilders verstoorde het ritueel van het debat over de regeringsverklaring, waarin de Kamer het nieuwe kabinet nog hoffelijk tegemoet wil treden. Dat Wilders met zijn harde anti-islamprogramma weerklank vindt bij een deel van de bevolking ’is iets wat fracties, van links tot rechts, maar langzaam tot zich door laten dringen’, schreef gisteren een tweede Haagse collega, Cees van der Laan, in deze krant.
Het is uiteraard aan politici om te beslissen hoe zij omgaan met de wetenschap dat er negen PVV’ers in hun midden zijn. Wat de krant betreft, hoop ik dat het verleden ons iets leert. In de tweede helft van de jaren tachtig legden politici eendrachtig een cordon sanitaire rondom Janmaat, de eenzame volksvertegenwoordiger van de Centrum-Democraten. De meeste media sloten zich daarbij aan: zo min mogelijk aandacht, luidde het parool. Achteraf betreurden velen het dat een debat zo taboe werd verklaard.
Pim Fortuyn was van een heel ander kaliber. Veel media kregen niet echt greep op het fenomeen. Zijn moord en de daarop volgende monsterzege van zijn erfgenamen bij de verkiezingen van 2002, veroorzaakte een crisis in de journalistiek. Had zij Fortuyn gedemoniseerd? Was zij daarmee impliciet mede verantwoordelijk voor zijn dood? Was zij te zeer verweven met het establishment om de voortekenen van een opstand der burgers te kunnen herkennen? Ging zij gebukt onder linkse politieke correctheid?
Het waren pijnlijke vragen, maar de pijnlijkste werd nauwelijks gesteld. Hoeveel verwijten de journalistiek zich ook kan maken, zij berusten gedeeltelijk op een grenzeloze zelfoverschatting. Een onderzoek naar de politieke berichtgeving in 2002 onder leiding van Jan Kleinnijenhuis, hoogleraar communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit, bevestigde nog eens dat de onafhankelijke macht van de media amper bestaat. Als iemand reden had te klagen over demonisering was dat Ad Melkert van de PvdA of Hans Dijkstal van de VVD. Paars was weggeschreven en Fortuyn trok de meeste publiciteit. Maar veel belangrijker was dat zijn boodschap gretig werd afgenomen door de kiezers. Hij ging als een komeet in de peilingen.
Media, de televisie voorop, kunnen het beeld van de werkelijkheid beïnvloeden, vooral door hun neiging tot kuddegedrag, uitvergroten en eindeloos herhalen. Maar zij zijn niet in staat de politieke agenda te bepalen. Wilders bleek dat deze week wel te kunnen. Alleen hij maakte een punt van de dubbele nationaliteit van de beoogde staatssecretarissen en raakte een snaar. Het gesprek van de week ging niet over ’samen’ maar over paspoorten.
Ik vind die machteloosheid geruststellend. Als de journalistiek zich voortdurend bewust zou moeten zijn van haar grote invloed, zal zij geneigd zijn zelf politiek te bedrijven in plaats van journalistiek. Iemand als Wilders vraagt om goede journalistiek: onbevangen, nieuwsgierig, kritisch, feitelijk, oorspronkelijk. Commentatoren en columnisten mogen hem te vuur en te zwaard bestrijden, maar dan bij voorkeur op basis van wat zij kunnen ontlenen aan onverkrampte berichtgeving.
Met dank aan Novopress
http://img220.imageshack.us/img220/938/geertwildersdo5.jpg(Trouw.nl) Frits van Exter - ’In plaats van inhoudelijk op zijn bezwaren te reageren’, schreef politiek redacteur Esther Lammers maandag, ’zijn de andere partijen vooral in een kramp geschoten’.
Het is de vraag of de journalistiek dezelfde reflex tegenover de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders weet te vermijden. Een bekende valkuil doemt op.
’Onkies’ en ’schandalig’ noemden Kamerleden de motie van de PVV tegen het toetreden van mensen met een dubbele nationaliteit tot het kabinet. Het was koren op de molen van degenen die menen dat volksvertegenwoordigers meer belang stellen in goede omgangsvormen dan in wat er echt leeft onder het volk. Wilders verstoorde het ritueel van het debat over de regeringsverklaring, waarin de Kamer het nieuwe kabinet nog hoffelijk tegemoet wil treden. Dat Wilders met zijn harde anti-islamprogramma weerklank vindt bij een deel van de bevolking ’is iets wat fracties, van links tot rechts, maar langzaam tot zich door laten dringen’, schreef gisteren een tweede Haagse collega, Cees van der Laan, in deze krant.
Het is uiteraard aan politici om te beslissen hoe zij omgaan met de wetenschap dat er negen PVV’ers in hun midden zijn. Wat de krant betreft, hoop ik dat het verleden ons iets leert. In de tweede helft van de jaren tachtig legden politici eendrachtig een cordon sanitaire rondom Janmaat, de eenzame volksvertegenwoordiger van de Centrum-Democraten. De meeste media sloten zich daarbij aan: zo min mogelijk aandacht, luidde het parool. Achteraf betreurden velen het dat een debat zo taboe werd verklaard.
Pim Fortuyn was van een heel ander kaliber. Veel media kregen niet echt greep op het fenomeen. Zijn moord en de daarop volgende monsterzege van zijn erfgenamen bij de verkiezingen van 2002, veroorzaakte een crisis in de journalistiek. Had zij Fortuyn gedemoniseerd? Was zij daarmee impliciet mede verantwoordelijk voor zijn dood? Was zij te zeer verweven met het establishment om de voortekenen van een opstand der burgers te kunnen herkennen? Ging zij gebukt onder linkse politieke correctheid?
Het waren pijnlijke vragen, maar de pijnlijkste werd nauwelijks gesteld. Hoeveel verwijten de journalistiek zich ook kan maken, zij berusten gedeeltelijk op een grenzeloze zelfoverschatting. Een onderzoek naar de politieke berichtgeving in 2002 onder leiding van Jan Kleinnijenhuis, hoogleraar communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit, bevestigde nog eens dat de onafhankelijke macht van de media amper bestaat. Als iemand reden had te klagen over demonisering was dat Ad Melkert van de PvdA of Hans Dijkstal van de VVD. Paars was weggeschreven en Fortuyn trok de meeste publiciteit. Maar veel belangrijker was dat zijn boodschap gretig werd afgenomen door de kiezers. Hij ging als een komeet in de peilingen.
Media, de televisie voorop, kunnen het beeld van de werkelijkheid beïnvloeden, vooral door hun neiging tot kuddegedrag, uitvergroten en eindeloos herhalen. Maar zij zijn niet in staat de politieke agenda te bepalen. Wilders bleek dat deze week wel te kunnen. Alleen hij maakte een punt van de dubbele nationaliteit van de beoogde staatssecretarissen en raakte een snaar. Het gesprek van de week ging niet over ’samen’ maar over paspoorten.
Ik vind die machteloosheid geruststellend. Als de journalistiek zich voortdurend bewust zou moeten zijn van haar grote invloed, zal zij geneigd zijn zelf politiek te bedrijven in plaats van journalistiek. Iemand als Wilders vraagt om goede journalistiek: onbevangen, nieuwsgierig, kritisch, feitelijk, oorspronkelijk. Commentatoren en columnisten mogen hem te vuur en te zwaard bestrijden, maar dan bij voorkeur op basis van wat zij kunnen ontlenen aan onverkrampte berichtgeving.
Met dank aan Novopress