Vollständige Version anzeigen : Man ramt houten staak in graf Milosevic
admin
5 maart 2007, 21:23
5 maart 2007
BELGRADO - Het graf van de voormalige Servische president Slobodan Milosevic is geschonden. Een man stootte een meter lange houten staak de grond in op de plaats waar zich volgens hem het hart van de oud-president moest bevinden, zo heeft de Socialistische partij, de vroegere partij van Milosevic, maandag bekendgemaakt.
De dader, die Miroslav Milosevic heet maar geen familie is, zei dat hij met zijn daad bewonderaars van de oud-president wil provoceren, die zich opmaken voor de herdenking van diens eerste sterfdag. Hij zei ook van te voren de politie van zijn plan op de hoogte te hebben gebracht.
Dracula
Het eeuwenoude ritueel dat de man uitvoerde, bekend van talloze Draculafilms, is bedoeld om te zorgen dat een boze geest niet meer terugkeert. De socialistische partij eist dat de dader wordt gestraft voor het schenden van het graf van "een groot president en staatsman" en verwijt de politie dat zij niets doet om de schuldige aan te pakken. De politie wilde geen commentaar geven.
De wegens oorlogsmisdaden aangeklaagde Milosevic overleed vorig jaar op 11 maart in de gevangenis in Scheveningen voordat het Joegoslaviëtribunaal een oordeel kon vellen over zijn rol bij het uiteenvallen van Joegoslavië.
von slarotimov
6 maart 2007, 10:20
Hij zal het niet meer voelen en zo'n beste man was het niet.
First Knight!
6 maart 2007, 11:44
Hij zal de schoonheidsprijs misschien niet winnen. Maar er mag wel gezegt worden dat niet alles goud is wat er blinkt. Met andere woorden. De media en internationale politiek zochten wel een zondebok om de schuld van de bosnische moslims te verdoezelen. De werkelijke instigator van de hele balkanproblematiek is wel Ilja Izetbegovitz geweest. Google er maar eens op.
Resident
6 maart 2007, 12:24
Er moet natuurlijk wel eerst een hart zijn, wil je er een staak doorheen jassen.
admin
8 maart 2007, 23:37
Hij zal het niet meer voelen en zo'n beste man was het niet.
Lees dit maar eens:
De Niewe Kleren Van de Keizer
http://emperors-clothes.com/dutch/indexd.htm (http://emperors-clothes.com/dutch/indexd.htm)
Ontmoeting met Milosevic
Wat is mijn misdaad?
Door Nico Varkevisser en Jared Israel
Translated by Targets at http://www.targets.org/ (http://www.targets.org/)
Een week voor zijn arrestatie hadden de internationale deelnemers aan het 'Belgrado Forum' in Belgrado de gelegenheid om in klein groepsverband met de voormalige president van Joegoslavië, Slobodan Milosevic, te praten. Wij maakten deel uit van twee verschillende gesprekken, die elk ruim twee uur duurden, en hieronder geven we een verslag van wat daar besproken is.
Gevraagd naar de achtergronden van de opstelling van de westerse leiders zei Milosevic:
'Ze beschuldigen mij van chauvinisme en het aanzetten tot nationalistische haat, maar dat is waanzin. Onze daden spreken voor zich: Joegoslavië is het enige land in Europa dat het nationale vraagstuk heeft opgelost door grote culturele autonomie te geven aan alle groeperingen in het land, net zo goed aan de Albanezen trouwens. Dit was in wezen onze misdaad, want de Amerikaanse en Europese leiders wilden niet dat dit voorbeeld zou voortbestaan.
Dat was dus een van mijn grote fouten. De andere grote fout was dat wij regionale samenwerking voorstonden. De Amerikaanse en Europese leiders houden niet van regionale eenheid. Zij willen directe controle.
In oktober 1997 kwamen de leiders van de Zuid-Europese landen bij elkaar. Allemaal. We hadden een heel goede verstandhouding. Ik stelde voor om 'iets voor onszelf te doen, om douanerechten tussen onze landen af te schaffen'. De bijeenkomst was erg geslaagd. Ik heb geweldige persoonlijke gesprekken met de Albanese premier, Fatos Nano, gehad. We hebben het openstellen van onze grenzen besproken en hij zei tegen mij: 'Kosovo is een intern probleem van jullie land.' De boodschap van de bijeenkomst was dat wij in Zuid-Europa de zaken gingen oplossen door wederzijds overleg.
Een maand later ontving ik een brief van Kinkle (minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland, red) en Vedrine (minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk, red.) waarin stond dat ze zich zorgen maakten over de Albanezen in Kosovo, en toen organiseerde de BND (Duitse veiligheidsdienst) het zogenaamde UCK in 1998. Ze begonnen te schieten, vermoordden postbodes, boswachters; ze gooiden bommen in cafés, in de buurt van groentemarkten. Wij reageerden slechts op de situatie, zoals iedere staat daarop zou hebben gereageerd.'
Het eerste dat we moeten begrijpen is dat we met een nieuw kolonialisme worden geconfronteerd, dat de aanval heeft ingezet op de nationale soevereiniteit. Dan kunnen we de krachten bundelen. In het verleden werd dit door de linkse mensen begrepen, dus imperiale machten penetreerden de linkse beweging.
'Denkt u dat de huidige economische problemen voortkomen uit de onbekwaamheid van de nieuwe autoriteiten?'
Milosevic antwoordde: 'Absoluut moedwillig gecreëerd. De economie is verwoest. Er is veel geweld geweest; vakkundige managers zijn verdreven met geweld of door bedreigingen en vervangen door mensen die geen verstand van zaken hebben maar die wel doen wat de autoriteiten hen opdragen, namelijk de economie lamleggen en hele industrieën bankroet laten gaan om ze voor een habbekrats aan de grote bazen in het Westen te kunnen verpatsen. Een voorbeeld: een jaar geleden produceerden wij nog 400.000 tot 500.000 ton kunstmest per jaar, waarvan wij een deel exporteerden. Dit jaar lees ik in de krant dat we plotseling 90.000 ton moesten importeren.'
Rusland
'Ik denk dat onze strijd heeft geholpen om de Russen wakker te schudden uit de bijna hypnotische slaap, waarin Amerika ze gesust heeft met de overtuiging dat hun toekomst afhangt van de Wereldbank en het IMF. Honderden miljarden worden uit Rusland gesleept en zij verdoen hun tijd met het onderhandelen over die armzalige IMF-leningen.
De vraag voor de Russen is: wanneer zullen ze zich de noodzaak van en het vermogen om de zaken in eigen handen te nemen, realiseren? Het is namelijk niet mogelijk om het spelletje van de Amerikanen te spelen en te winnen. Ze hebben de controle over het hele internationale banksysteem.'
De massamedia
'Ze beschuldigen mij ervan als een dictator te hebben opgetreden. Dat is belachelijk. De oppositie had het grootste deel van de media, die voor 95 procent in commerciële handen waren, onder controle. In Kosovo hadden de Albanezen meer dan twintig verschillende kranten tot hun beschikking.
We hadden geen enkele politieke gevangene in onze gevangenissen. Nu komen de autoriteiten met zogenaamde amnestiewetten, waardoor UCK-terroristen worden vrijgelaten, die wij hadden opgepakt voor het doden van kinderen. Het gebeurt onder het mom van politieke vrijheid, ik zie het als een stimulans voor meer terrorisme.'
'Waar vond de grote onderdrukking plaats, waar bestond die zogenaamde dictatuur uit? '
'In die dagen kon Rugova (de leider van de Albanese afscheidingsbeweging) in Belgrado een persconferentie houden, vrij rondlopen, lunchen en alles en iedereen bekritiseren. Niemand viel hem lastig. Ze beschuldigen mij van enkele moorden die in die tijd plaatsvonden. Maar wie zijn er vermoord? De minister van Vluchtelingen, een lid van Links Joegoslavië. De premier van Vojvodina, lid van de SPS. De directeur van de Joegoslavische Luchtvaartmaatschappij, een vriend van mij sinds het gymnasium. Vermoord. Dat waren mensen waar ik mee samenwerkte, vrienden van mij, betrokken bij belangrijk werk.
Als een misdaad plaatsvindt, is het dan niet logisch om je af te vragen wie er voordeel bij heeft? Er werden geen oppositieleden vermoord, alleen onze mensen. Is het niet voor de hand liggend dat de moorden een poging waren om de mensen die voor onze regering werkten, te intimideren? Dat ze uitgevoerd werden ten faveure van onze buitenlandse tegenstanders?
De televisie van de oppositie wisselde deze constante stroom van aanvallen op mij af met uit Amerika geïmporteerde programma's. Verleidelijke beelden, een en al glitter, maar zonder enige inhoud - vooral verleidelijk voor jongeren. Dit wordt over de hele wereld gedaan. Het is een aanval op de cultuur. En natuurlijk tussen de programma's door steeds weer dezelfde leugens over mij.
Natuurlijk had dit effect. De mensen in dit land zijn niet gewend aan de Amerikaanse manier van adverteren, waarin iedere leugen acceptabel is en bewijs alleen bestaat uit herhaling van het genoemde.
De oppositie leerde de technieken van de Amerikanen. Let wel, ik zeg nu 'oppositie', maar in feite was er geen oppositie in Servië. Er was een Vijfde Zuil en die werd gefinancierd door de mensen die ons gebombardeerd hebben.'
Oorlogsmisdaden
'Natuurlijk werden er oorlogsmisdaden gepleegd. Maar door wie? Door de terroristen, die gruwelijkheden begingen als normale gang van zaken. Door de NAVO, die nooit onze militaire doelen raakte, maar die onze scholen bombardeerde, onze ziekenhuizen en onze woningen. Die clusterbommen op onze markten gooide en bommen afwierp die versterkt waren met verarmd uranium.
Dat zijn oorlogsmisdaden. En de ergste van allemaal: ze waren de aanstichters van een illegale en agressieve oorlog.
Alle acties op dit moment zijn gericht op het verhullen van de criminele verantwoordelijkheid van Clinton, Albright, Blair, Schröder, Solana en alle anderen. Dat zijn de ergste oorlogsmisdadigers.
Maar zij beschuldigen mij. Ze zeggen dat ik de slachting van Albanezen in Kosovo heb bevolen. Om dit te bewijzen stuurden ze forensische deskundigen naar Kosovo, die op zoek gingen naar gruwelijkheden. Dit was alleen maar propaganda, geen wetenschappelijk onderzoek. Het was theater - opgezet voor de media. Van iedere stap die deze onderzoekers zette, werd tot in den treuren verslag gedaan: ze zoeken naar lijken. Door al die ophef moesten mensen wel gaan geloven dat er daadwerkelijk lijken waren om naar te zoeken.
Het nieuws dat ze op zoek waren werd groot uitgemeten, maar het nieuws dat er niks gevonden werd, werd amper gemeld. In mijn mening zijn er nog steeds veel mensen in uw landen, die geloven dat wij genocide tegen onze Albanese burgers hebben gepleegd.
Weet u, tijdens een ontmoeting met Holbrooke vroeg ik hem waarom hij ons wilde bombarderen. 'Jullie beweren dat het om de Albanezen draait, maar ik denk dat jullie helemaal niks om de Albanezen geven. Ik geef om de Albanezen. Jullie geven alleen maar om jullie macht in Europa.' Daarop antwoordde hij: 'Natuurlijk. Wij moeten een grootmacht zijn.' Waarop ik zei: 'Misschien. Maar waarom moet daarvoor ons bloed vloeien?'
'Nu ik reeds ben veroordeeld door de media willen ze me terechtstellen in Den Haag, wat een neptribunaal is zonder wettelijke basis. De Amerikanen hebben het ingesteld als een wapen, een onderdeel van de genocide tegen de Serviërs. Af en toe arresteren ze een islamitische of Kroatische fascist om een soort van evenwicht te suggereren, maar het doel is duidelijk de bevolking te demoraliseren door het elimineren van leiders die de misdaad begingen om zich te verzetten.
En we hebben nu ook al rechtspraak in Den Haag-stijl in Belgrado. Ze hebben nota bene de directeur van RTS, de Servische televisiezender, gearresteerd onder de beschuldiging dat hij verantwoordelijk zou zijn voor de slachtoffers die vielen toen de NAVO het RTS-gebouw bombardeerde.'
De coup van 5 oktober in Belgrado
'Na de coup ben ik afgetreden als president. Dat had ik niet hoeven doen. We hadden een tegenaanval kunnen lanceren. Maar wij, dat wil zeggen de regeringsleiders, hebben de situatie besproken. We vroegen onszelf af wat er werkelijk aan de hand was. En we kwamen tot de conclusie dat buitenlandse elementen deze gebeurtenissen hadden opgezet als provocatie, om een burgeroorlog uit te lokken, een bloedbad te creëren, de Serviërs elkaar af te laten maken. Om voorwaarden te scheppen voor een interventie.
We vonden dat het beter was om af te treden, om de Vijfde Zuil de macht te schenken en om ons te organiseren voor een politieke tegenaanval.
We hebben directe ervaring met oorlog voeren. Te veel ervaring. En we weten dat het - indien mogelijk - beter is om geweld te voorkomen. Er gaat zoveel verloren in geweldsconflicten, mensenlevens die nooit meer vervangen kunnen worden. Als de mogelijkheid er is, is het beter om de strijd in de politieke sfeer te voeren.
Daarom trad ik dus af. Dat was voor de Amerikanen een grote verrassing. Ik heb me laten vertellen dat Albright op 6 oktober Steve Erlanger (van de NY Times) nogal van streek opbelde: 'Is het mogelijk dat hij is afgetreden?' Ze kon het niet geloven. Het had al hun plannen in de war gegooid.'
Vredesakkoorden van juni 1999
'Eind mei (1999) kwamen de Russen met een voorstel voor vrede, het zogenaamde Jeltsin-vredesplan. Het was uitstekend. Daarna hadden de Russen een bijeenkomst met de Amerikanen in Finland, en toen Tsjermodin met het plan in Belgrado arriveerde was het compleet veranderd. Er was sprake van volledige terugtrekking van Joegoslavische troepen, VN-bezetting, Kosovo werd onafhankelijk van Joegoslavië. Wij vroegen hoe we konden weten dat het niet tot bezetting door de VN en terrorisme door het UCK zou leiden. Tsjermodin garandeerde ons als broeders, dat de Russische regering dat niet zou tolereren.
Wat konden we doen? Aan de ene kant beloofden de Russen dat ze de NAVO niet de boel zouden laten overnemen. Aan de andere kant was er sprake van een duidelijke bedreiging. De NAVO was begonnen met bombardementen op Kosovo. Als we het voorstel niet zouden accepteren, zouden de Russen hun steun intrekken en zouden wij in de internationale media veroordeeld worden als oorlogszuchtige monsters, die niet eens een vredesvoorstel van hun broeders, de Russen, wilden aannemen. Dus besloten we om het te ondertekenen. Onze regeringsleiders hebben het besproken en daarna is het in het parlement besproken, waarna werd gestemd voor het ondertekenen van het akkoord.
De Niewe Kleren Van de Keizer
http://emperors-clothes.com/dutch/indexd (http://emperors-clothes.com/dutch/indexd)
admin
10 maart 2007, 20:33
Serviërs herdenken Milosevic
Honderden Serviërs hebben zaterdag de dood van hun oud-president Slobodan Milosevic herdacht. Die was op 11 maart vorig jaar dood aangetroffen in zijn VN-cel in Scheveningen. Milosevic ligt begraven in de tuin van het huis van zijn familie in Pozarevac, 70 kilometer ten zuidoosten van Belgrado. Er werden kransen gelegd en kaarsen aangestoken. In het condoleanceregister werden teksten geschreven als: ,,Lieve Slobo, jij bent altijd onze held geweest, en dat zul je altijd blijven.''
Het graf werd bezocht door delegaties van zijn Servische Socialistische Partij (SPS) en van de Servische Radicale Partij (SRS) van Vojislav Seselj, de grootste partij van Servië. Milosevic heeft meer dan vier jaar terechtgestaan voor het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag op verdenking van oorlogsmisdaden, genocide en misdaden tegen de mensheid. Hij was het eerste voormalige staatshoofd dat terecht moest staan voor een hof van de Verenigde Naties. Hij stierf voordat vonnis kon worden gewezen.
Danny
13 maart 2007, 15:04
zo'n beste man was het niet.
Janmaat was ook geen beste :) maar heeft wel
heel erg gelijk gekregen.
Ben benieuwd hoe er over 50 jaar over Milosevic
wordt gedacht.
admin
13 maart 2007, 17:28
Het is wachten op een klokkenluider die de tribunaal-beerput lostrekt dan zal Milosevic in eer hersteld worden, dat hoeft geen 50 jaar te duren.
hirihiri123
13 maart 2007, 19:13
Misschien heeft Admin nog wat in zijn bezit over van het vroegere VVS, waar hele verhalen neergezet zijn over Milocewic.................................
nlvlag nlvlag nlvlag nlvlag
admin
13 maart 2007, 20:16
Ik zal even kijken piM als Evert het goed vind
admin
13 maart 2007, 20:44
Okay we hebben nog wat leesvoer uit het verleden gevonden die allemaal min of meer in contrast staan met Milosevic.
Oric in Bosnië als een held ingehaald
Met dank aan Vrijdenker op FFI Nederlands Forum (http://www.dutch.faithfreedom.org/forum/viewtopic.php?t=4473)
Bron: NRC Handelsblad, 3 juli 2006
Tuzla/Belgrado, 3 juli. Terwijl Naser Oric, voormalig commandant van de moslimstrijders in Srebrenica, zaterdag als een held in Bosnië is ontvangen, is in Servië met woede gereageerd op het vonnis van het Joegoslavië-tribunaal tegen hem. Het tribunaal veroordeelde Oric vrijdag tot twee jaar gevangenisstraf; omdat hij drie jaar in voorarrest heeft gezeten, kwam hij direct vrij.
Oric werd zaterdag bij zijn aankomst in Sarajevo begroet door duizenden aanhangers, onder wie veel overlevenden uit Srebrenica. ‘Welkom terug, legende’ en ‘Het Bosnische leger is niet crimineel’, zo stond op spandoeken te lezen. Een konvooi auto’s begeleidde Oric vervolgens naar zijn woonplaats Tuzla, waar een andere menigte hem opwachtte, velen gekleed in T-shirts met de opdruk ‘Naser is een held’.
Oric werd vrijgesproken van de meeste aanklachten voor oorlogsmisdaden die hij zou hebben gepleegd als commandant van Srebrenica, zoals moorden op Servische burgers in dorpen rond de belegerde enclave. Hij werd slechts veroordeeld omdat hij oorlogsmisdaden van zijn ondergeschikten niet heeft verhinderd.
In Servië heeft het Joegoslavië-tribunaal na het vonnis tegen Oric zijn laatste geloofwaardigheid verspeeld. Premier Vojislav Kostunica zei dat het vonnis „niets te maken heeft met gerechtigheid, maar neerkomt op het ridiculiseren van recht en rechtvaardigheid en het bespotten van onschuldige slachtoffers”. „Het tribunaal werd gezien als het toppunt van wereldwijde rechtspraak, maar het is het tegenovergestelde geworden – een symbool van onrechtvaardigheid”, aldus de premier.
De Servische minister van Justitie, Zoran Stojkovic, die in de Bosnische oorlog autopsie heeft gepleegd op 120 Servische slachtoffers van de moslims in Srebrenica, zei te „walgen” van het vonnis, dat „vanuit menselijk, moreel of juridisch oogpunt geen enkele betekenis heeft”. Hij eiste een heropening van de zaak tegen Oric.
Het blad Politika schreef over het vonnis dat het „de zwaarste klap is voor de al armzalige reputatie van het tribunaal” en „de laatste nagel in de doodkist van die reputatie van het hof bij ons publiek”. (VIP, AFP, AP)
Het volgende artikel werd gepubliceerd op de website van het Nederland Dagblad en beschrijft wat voor een misdadiger Oric is:
Oric beschuldigd van duizend moorden
Bloed in dorpen rond Srebrenica nog steeds niet gestold
Auteur: Cees van Zweeden
Bron: Nederlands Dagblad, 25 oktober 2004
Deze maand begon voor het Joegoslavië-Tribunaal het proces tegen Naser Oric, commandant van de moslims in Srebrenica in 1995. Oric wordt echter niet aangeklaagd voor de dood van duizend Serviërs in de dorpen rond Srebrenica, die de Serviërs bracht tot hun bloedige wraak.
De aanklaagster zegt dat ze geen bewijzen kon vinden, maar in de betrokken dorpen is twaalf jaar later het bloed nog altijd niet gestold.
Op een verlaten heuveltop in Oost-Bosnië ligt een begraafplaatsje van een volmaakte schoonheid. In alle richtingen strekken zich zwaar beboste valleien uit, die door de herfst rood zijn gekleurd.
Donkere wolkenstrepen liggen onbeweeglijk in een ijle lucht. Onder die lucht heerst een serene stilte. Nergens klinkt uit het landschap het geluid op van spelende kinderen, het gekletter van een gerei, of zelfs maar het geblaat van een schaap.
Er is een reden voor die stilte. Een van de gedenkstenen op deze majestueuze heuveltop heeft aan de achterzijde een luikje van bruin geverfd ijzer. Daarachter liggen de botten en schedels van 99 dorpelingen, gedood in de Tweede Wereldoorlog.
De tweede steen herbergt geen geraamtes, maar heeft een tekst: Dit monument is ter nagedachtenis aan de jonge mensen die in de zomer van 1992 omkwamen. Ze werden als maïskolven neergemaaid.
Zalazija, het nietige dorpje bij de begraafplaats, is vrijwel verlaten. Zestig jaar geleden werd de helft van zijn bevolking vermoord. In de burgeroorlog van de jaren negentig stierven nog eens 36 dorpelingen. Nu zijn er niet veel mensen meer over in deze nederzetting van 23 huizen, die alle werden geplunderd en platgebrand.
Het dorp was Servisch en de moordenaars waren moslims, zowel in 1940-1945 als in 1992-1995. Het had ook andersom kunnen zijn, want in deze streek moordden de Serviërs ook moslimdorpen uit. Voor dit verhaal is het belangrijk dat de slachtoffers Serviërs waren en hun bedreigers moslims, want volgens het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag bestaat Zalazija niet.
Het tribunaal begon deze maand met de berechting van Naser Oric, moslimcommandant van Srebrenica. Oric wordt beschuldigd van de moord op zeven Serviërs, doodgemarteld op het politiebureau van zijn stad. Hij staat ook terecht voor plundering en brandstichting in omliggende dorpen. Over de moord op bijna duizend Serviërs in die dorpen staat in de aanklacht geen woord.
Hoofdaanklaagster Carla Del Ponte ontkent niet dat die moorden wellicht hebben plaatsgevonden, ,,maar er is in Bosnië veel Servische propaganda'', zegt haar woordvoerster schouderophalend. ,,Wij hebben er naar gezocht, en konden geen bewijzen vinden.''
Misschien zocht de aanklaagster, die beschikt over vele onderzoeksteams en een miljoenenbudget, niet hard genoeg. Want voor eenieder met een goede auto volstaat anderhalve dag om het drama in kaart te brengen dat leidde tot de geruchtmakende massamoord. Getuigen schuilen hier achter bijna alle deuren.
Bratunac, buurdorp van Srebrenica, heeft een gedenkplaats voor de doden uit de streek. Het gebouwtje heeft geen enkele pretentie, en er is slechts één onverwarmde kamer in gebruik. Aan de muren hangen eindeloze rijen foto's van gedode Serviërs met hun namen en hun geboortedata. Daaronder die van vrouwen, kleuters en bejaarden.
Tot die bejaarden behoorden Negoslav en Kristina Eric, die op 7 januari 1993 door Naser Oric en zijn mannen werden afgemaakt in het dorp Kravica. Oric had de dag goed gekozen, want 7 januari was het Servisch-Orthodoxe kerstfeest. De waakzaamheid was minder dan normaal toen de eenheid van enkele duizenden manschappen het dorp voor zonsopgang overviel.
,,We hoorden overal schieten'', herinnert Mise Eric zich. ,,Vluchten jullie maar, zei mijn schoonvader. Ik ben te oud. Ik rende het bos in, maar mijn schoonmoeder weigerde mee te komen. 's Avonds, toen de aanval voorbij was, lag mijn schoonvader bij het huis, beide benen aan elkaar gebonden. Hij had een kogel in het hoofd. Mijn schoonmoeder vond ik in de woonkamer. Ze was levend verbrand.''
Bij de aanval op Kravica, waaraan Oric persoonlijk deelnam, vielen 49 doden. Onder hen 28 burgers en 21 militairen die belast waren met de bewaking van het dorp. Niet alle militairen stierven in het harnas; sommigen werden gevangengenomen en in strijd met het oorlogsrecht afgemaakt.
Horror
Zelko is een van de militairen die de slachting overleefden. ,,Vanuit mijn schuttersput boven het dorp zag ik scènes uit een horrorfilm. Uit het jongerencentrum klonk luide muziek, terwijl de mannen van Oric in een kring dansten. Tegelijkertijd werd een jonge soldaat geëxecuteerd.''
Andere soldaten werden meegetroond voor ondervraging in Srebrenica, wat altijd met wreed geweld gepaard ging. Nedeljko Radic, een 41-jarige Serviër, werd tegen het hoofd geslagen met een ijzeren staaf. Daarna werden zijn tanden getrokken met een roestige tang, en urineerde een van de beulen in zijn mond.
Zelko: ,,Een van die foltersessies werd door Oric op een band opgenomen, en uitgezonden op een radiokanaal waar Serviërs in de regio naar luisterden. Zo konden we het gekerm van onze eigen mensen horen.''
De onbeschrijflijke wreedheden verklaarden de wraak van de Serviërs. Zepa, een andere moslimstad die door de Serviërs werd ingenomen, bleef die bespaard omdat de omliggende dorpen daar ongemoeid waren gelaten. Srebrenica was anders.
Meer dan honderd Servische dorpen werden tot april 1993 overvallen, toen de Serviërs er eindelijk in slaagden Oric en zijn mannen naar Srebrenica terug te drijven. De stad werd omsingeld, en daarna door de Verenigde Naties tot veilige plaats verklaard. Een Canadese eenheid en vervolgens Dutchbat moesten toezien op de vrede, maar beide faalden in hun missie om de moslimtroepen in de stad te ontwapenen.
In Bleceva werd Kosana Zekic, een oude vrouw, in haar huis gekeeld. Twee andere bejaarden, Milan Zekic en Gojko Jovanovic, vonden eveneens de dood. In Gniona werden twee ziekelijke en deels invalide mannen, Lazar Simis en Radojko Milosevic, levend verbrand. In Brezani werden 19 mensen omgebracht. Eén van hen, de 55-jarige Vidoje Lazic, werd aan een kruis geslagen en daarna verbrand.
De lijst is eindeloos.
Zwanger
,,Ik kwam aan in Jazestica een half uur nadat ze waren vertrokken'', zegt Jovan Nikolic, destijds ondercommandant van de Bratunac Brigade. ,,Alle huizen brandden en ik telde negen lichamen. Van acht slachtoffers was de keel doorgesneden.''
,,Ik herkende er een; ze was een zwanger meisje van 18, getrouwd met de lokale priester. Het negende slachtoffer was onthoofd. Zijn hoofd ontbrak; ik nam aan dat Oric het had meegenomen als trofee.''
Nikolic, nu schooldirecteur in Bratunac, is bitter teleurgesteld dat het tribunaal Oric niet heeft aangeklaagd voor de slachting. ,,Oric stond onder bevel van Sarajevo, dat hem aan het eind van de oorlog een militaire onderscheiding gaf. Als hij was aangeklaagd voor de moord op duizend mensen had het tribunaal ook zijn uiteindelijke baas moeten aanklagen, wijlen president Izetbegovic van Bosnië.''
Als Nikolic tijdens de oorlog CNN aanzette, hoorde hij mensen als Oric beschreven worden als verdedigers van een multi-etnisch Bosnië. ,,Zij waren de verdedigers, de bevrijders, en wij waren de agressors'', zegt hij, ,,maar in mijn geboortedorp Bacici vermoordden die bevrijders in januari 1993 mijn vader, mijn broer en mijn zwager.''
Het hoofd dat Oric als trofee meenam, was dat van Angelko Mlatenevic. ,,Ik had ons dorp verlaten toen de oorlog uitbrak'', zegt Ivanka, de jonge weduwe. ,,Ik was zwanger, en Angelko vond het beter dat ik in Belgrado was. Hij zou achterblijven om met zijn broer het ouderlijk huis te verdedigen.''
,,Dragan kwam eerst om, door een kogel. Daarna werd Angelko gepakt. De buren hebben me later verteld dat hij voor ons huis werd gemarteld en onthoofd. Daarna hebben ze met het hoofd van mijn man een potje gevoetbald.''
Ebarmelijk
Ljubo Rakic (71) is een van de weinigen die zijn teruggekeerd in Zalazija, het dorp van de twee monumenten. In de Tweede Wereldoorlog verloor hij zijn vader, moeder, broer en beide zusters, alsmede zes verdere familieleden. Op 12 juli 1992 kwamen de moslims opnieuw. ,,Ze vermoordDen twee van mijn zoons, Monchilo en Miodrag. Monchilo werd voor de deur van ons huis neergeschoten, samen met zijn zoon, Mile.''
Rakic leeft onder erbarmelijke omstandigheden. Zijn platgebrande huis is weer een beetje bewoonbaar gemaakt, maar sinds de oorlog heeft het dorp geen elektriciteit meer. Hij heeft geen radio, geen televisie, geen telefoon. De enige warmtebron is een oude houtkachel, maar landmijnen maken de houtkap gevaarlijk. Dan is Rakic nog goed af. Hij werkte 35 jaar voor de zinkmijn in de buurt, en heeft tenminste nog een pensioentje van 45 euro per maand.
Het is niet alleen gemakkelijk om getuigen te vinden, die op Jovan Nikolic na geen van allen ooit door het Joegoslavië-tribunaal werden benaderd. Het is zelfs niet onmogelijk de mannen op te sporen die de wreedheden begingen.
Een van hen is Zulfo Tursanovic, de rechterhand van Oric. Tursanovic is een zwaar gebouwde, besnorde moslim die voor de oorlog al te boek stond als crimineel. Onder Oric zou hij minstens 28 mensen hebben omgebracht. Hij was de man van het vuile werk - de martelingen, de verkrachtingen, de beestachtige moorden.
Vlak voor Srebrenica gaat bij een benzinestation een onverhard weggetje de bergen in. De wielen trekken een spoor in de lemen bodem, die nog nat is van de vorige dag. Na een uur eindigt de weg in een gehucht, Suceska. In het allereerste huis, dat geheel verlaten ligt op een heuvelrug, woont Tursanovic.
Een gehoofddoekte vrouw doet open, en gaat voor naar een vertrek op de eerste verdieping. In een hoek brandt de kachel, achter het raam openbaart zich het majestueuze landschap, aan de muur hangt een mes. Tursanovic zit in een stoel in het midden van de kamer.
Wapen
Hij is extreem achterdochtig, en verlaat na tien minuten de kamer zonder een woord te zeggen. De tolk vreest dat hij terugkomt met een wapen; het huis ligt geïsoleerd van het dorp dat zelf verscholen ligt tussen de bossen, meer dan een uur van het dichtstbijzijnde politiebureau. Na enkele minuten keert Tursanovic terug, kennelijk na zich ervan te hebben vergewist dat er niemand bij de auto rondhangt.
Tursanovic spreekt in primitieve bewoordingen. ,,Wij hebben nooit kinderen vermoord, alleen Servische militairen'', zegt hij, ,,maar in Servië zijn kinderen ook militairen. Ieder Servisch kind wordt in een militair uniform geboren.''
Van het huis van Tursanovic is het maar anderhalf uur naar de immense gedenkplaats bij Srebrenica, die vorig jaar door de Amerikaanse ex-president Bill Clinton werd geopend. Tursanovic voelde zich veilig genoeg om bij die opening aanwezig te zijn. Tenslotte ging het hier om misdaden begaan tegen de moslims.
Het contrast met de benepen herdenkingsruimte in Bratunac kan niet groter zijn. Een airconditioned museumpje toont foto's van massagraven en rond de stijlvolle openluchtmoskee liggen een fontein en bloemperken met geraniums en rozen. De geschoren gazons worden doorsneden met voetpaden, verlicht door designlantaarns.
Er is zelfs een gastenboek, waar Hanneke en Helmuth uit Nederland op 13 oktober in noteerden: ,,Hopelijk leren we hier iets van. Laat de wereld hier maar eens komen kijken.''
admin
13 maart 2007, 20:46
Deconsructie van een trauma
De Groene Amsterdammer van 13 maart 1996
Gruwelijke slachtingen en grote aantallen vermisten. Dat is waar wij in Nederland aan denken als het over Srebrenica gaat. Bekentenissen als die van de Bosnisch-Servische soldaat Drazen Erdemovic vorige week halen dan ook steevast de voorpagina. Maar waren de Moslims wel zo massaal slachtoffer van de Serviërs? En vooral: waren zij zelf wel zo onschuldig?
door René Grémaux en Abe de Vries
OVERSTE TON KARREMANS, de man die politiek Nederland vreselijk irriteerde, is bevorderd tot kolonel. 'De Moslims hebben 192 dorpen in Oost-Bosnië platgebrand', verklaarde hij nietsvermoedend op een niet al te best voorbereide persconferentie in Zagreb. 'Daarom zeg ik: er zijn in deze oorlog geen ''good guys'' en ''bad guys''.' Je reinste Servische propaganda, zo luidde het oordeel van zowel de pers als de Haagse goegemeente. Ook Karremans' bewondering voor de militaire kunsten van de wegens oorlogsmisdaden aangeklaagde Bosnisch-Servische bevelhebber Ratko Mladic viel verkeerd, om van het handig gefilmde en door TV Pale uitgezonden alcoholische onderonsje van beide heren nog maar te zwijgen. In Srebrenica had volkerenmoord, genocide, plaatsgevonden. Het stond voor de ministers Pronk en Voorhoeve meteen vast. Dutchbat kon bij de intocht van de Serviërs weinig anders doen dan machteloos toekijken - 'the darkest moment of the UN mission', volgens VN-woordvoerder Ivanko. Srebrenica groeide uit tot hèt symbool van onze nationale schaamte. 'Onze jongens' hebben immers het veld geruimd voor de keelafsnijders van Mladic. Door hun passiviteit zijn ze medeplichtig geworden aan het wreedste bloedbad tegen burgers in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat is het bekende beeld, maar het is noch het enige, noch het volledige, zoals blijkt uit gesprekken met deskundigen en vluchtelingen van Servische zijde en uit een nauwkeurige vergelijking van diverse rapporten, verslagen en krantestukken. Alle berichten over massagraven ten spijt, hoeveel Moslims zijn er nu werkelijk vermist? Hoe betrouwbaar zijn de getuigenverslagen van massa-executies? Wat klopt er van het gerucht dat Moslimmilities onderling slaags zijn geraakt? En hebben Moslims nu wel of niet al die Servische dorpen in Oost-Bosnië uitgemoord en verwoest?
BELGRADO, EEN KILLE avond in januari. De Servische cameraman en journalist Zoran Petrovic-Pirocanac is kwaad. Hij zint op juridische stappen nu zijn werk als een schakel in de bewijsvoering van massamoord wordt gezien. Het Duitse blad Stern Magazin van 16 november 1995 plaatste het volgende onderschrift bij een beeld uit zijn videoband: 'Seconden voor de moord: Bij Konjevic Polje houden gewapende Serviërs een groep Moslims in bedwang. Een Servische cameraman filmde het schouwspel totdat de eerste salvo's werden afgevuurd.' Maar Petrovic zegt zowel vóór als na de opname geruime tijd ter plekke te zijn geweest - van misdaden is hem toen niets gebleken. Ook herkent hij zich niet in de woorden die Harm van den Berg en Frank Westerman hem in NRC Handelsblad in de mond hebben gelegd: 'In totaal hebben onze strijdkrachten tweeduizend Moslims afgemaakt.' De Moslims zijn volgens Petrovic niet afgemaakt, ze zijn gesneuveld.
IN DE OMGEVING van Konjevic Polje probeerde een lange colonne naar Tuzla uitbrekende Moslims (soldaten, militieleden, gewapende en ongewapende burgers) op 12 en 13 juli 1995 de strategisch belangrijke weg over te steken die Pale via Zvornik verbindt met Belgrado. Ondanks hinderlagen van de Serviërs was de operatie een groot succes, zoals de opperbevelhebber van het Bosnische regeringsleger, generaal Rasim Delic, later in het parlement in Sarajevo verklaarde. Wat er gebeurde met de onfortuinlijke minderheid van de Moslims die het niet haalde, is echter nog een raadsel. Zelfs om hoeveel mensen het gaat is niet bekend. Een deel is gesneuveld, een deel is gevangengenomen en misschien ter plekke geëxecuteerd en anderen zouden naar Bratunac zijn afgevoerd. Deze groep werd op 14 juli per bus en vrachtwagen naar een of twee executieplaatsen in de omgeving van het stadje Karakaj bij Zvornik gebracht, aldus een klein aantal getuigen. Zij vertellen over massamoorden met tweeduizend of meer slachtoffers. Hoe geloofwaardig is hun aanklacht? Een van hen is de in een dorpje bij Srebrenica geboren, 25-jarige soldaat Mevludin Oric. Hoewel het Haagse tribunaal hem verzocht niet in de openbaarheid te treden, gaf hij toch, geïrriteerd door 'het gebrek aan belangstelling van staatsinstellingen voor hem en zijn gezin', in oktober vorig jaar een exclusief interview aan het Kroatische blad Nedjeljna Dalmacija. Oric - 'mijn vader is verdwenen, alle vier mijn zwagers en tal van neven zijn vermoord' - blijkt familie te zijn van Nasr Oric, de commandant van Srebrenica, die door de Serviërs van oorlogsmisdaden wordt beschuldigd ('het Beest van Bosnië') en tegen wie het tribunaal een aanklacht in voorbereiding heeft. Mevludin Oric vertrok als HVO-vrijwilliger in januari 1992 naar Kroatië om er een militaire opleiding te volgen. Hij zou bij de eventuele herovering van Vukovar worden ingezet, maar belandde als lid van de beruchte Kroatische vrijwilligersbrigade 'Koning Tomislav' in Herzegovina, waar hij onder andere meehielp aan de bezetting van de kazerne te Capljina (later een gevangenkamp voor Serviërs). Na een korte vakantie in Kroatië werd Oric samen met andere vrijwilligers de Sava overgezet om in de plaats Orasje de strijd tegen de 'Cetniks' (de Serviërs) aan te binden. In deze streek, de Posavina, vond nog voor de oorlog goed en wel was begonnen de eerste massamoord plaats - niet met Kroaten of Moslims maar met Serviërs als slachtoffers (Sijekovac, 27 maart 1992). Vrijwilligers als Oric vormden de kern van de militaire politie van de HVO en verzorgden de 'toelevering' aan het uitgebreide systeem van Moslim-Kroatische gevangenkampen dat in dit gebied ontstond. Toen Oric hoorde van de moeilijkheden in Srebrenica, besloot hij naar zijn geboortegrond terug te keren. In het interview zegt hij te hebben gediend als 'commandant van een sabotage-eenheid'. Het terrein rond de stad kende hij op z'n duimpje; aan de vooravond van de grootscheepse uittocht van de Moslims wist hij al 'dat niet meer dan de helft van ons het zou kunnen uithouden'. Oric vertrok in de achterhoede van de kilometers lange stoet. Hij werd in de buurt van Kravica gevangengenomen en beweert dat de Serviërs hem via Bratunac naar een school annex gymzaal in het dorpje Glumina ten westen van Zvornik hebben gebracht. De mannen daar werden in vrachtwagens weggevoerd naar een executieplaats. Oric kan het navertellen, net als de 55-jarige Hurem Suljic, de 63-jarige Smail Hodzic en Nedzad Avdic, een jongen van zeventien.
IS BIJ ORIc diens persoonlijke geschiedenis reden tot twijfel, bij Smail Hodzic en Hurem Suljic zijn het de inconsequenties die opvallen. Eerst was Hodzic getuige van de hinderlagen die de Serviërs langs de weg naar Zvornik hadden gelegd. Hij werd opgepakt, afgevoerd naar 'een basketbalhal bij Bratunac' en daarna naar een executieplaats gebracht, 'een groot veld vlakbij een bos', zo verklaarde hij tegenover Alexandra Stiglmayer in Die Woche van 28 juli. Even later verklaarde Hodzic tegenover Roy Gutman in Die Tageszeitung van 11 augustus dat hij was vastgehouden in 'het voetbalstadion van Nova Kasaba', vanwaar hij en anderen waren afgevoerd om vermoord te worden, 'vermoedelijk (in) een dorp genaamd Grbavce'. In de derde versie, verhaald op 4 oktober aan Aida Cerkez van Associated Press, onderging Hodzic hetzelfde lot als Oric, Suljic en Avdic. Nu werd hij naar 'een school in Krizevci' gebracht en vonden de massa-executies ergens in de buurt van Karakaj plaats. Volgens Suljic zouden ook in de school moorden zijn gepleegd. Hij kwam op 16 februari dit jaar aan het woord in BBC-Newsnight. Opnamen van een niet nader geïdentificeerde 'school bij Karakaj' toonden inderdaad kogelgaten, één in het plafond en één in de muur van een wc. Maar in het uitvoerige bericht over Suljic in The Washington Post van 6 november 1995 staat niets over executies in een school, terwijl wel sprake is van afranselingen in een warenhuis bij Bratunac, een plek waar Suljic ook gevangen zou zijn gehouden. Een andere school waar zich slachtpartijen moeten hebben afgespeeld staat volgens Robert Block in The Independent van 21 juli 1995 in Bratunac. Een vrouw, een inwoonster van Servië, had pas haar zwager bezocht die soldaat was in het Bosnisch-Servische leger: 'Hij en zijn vrienden zijn nogal open over wat daar gebeurt', zei ze. 'Ze zijn Moslimsoldaten aan het doden. Ze zeiden dat ze er alleen gisteren al (maandag 17 juli - rg/adv) zestienhonderd hadden gedood en ze schatten dat ze er in totaal ongeveer vierduizend hadden omgebracht. Ze zeiden grote haast te hebben, zodat ze de meesten neerschoten.' Een paar dagen later kwam ook Blocks collega Louise Branson van The Sunday Times met een Servische op de proppen. Haar man, die eveneens in het Bosnisch-Servische leger vocht, had het over massale schietpartijen met drieduizend doden, niet in een school, maar op een sportveld in Bratunac. Tot nog toe is de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch er niet in geslaagd overlevenden van deze misdaad op te sporen. 'Er moet een gedetailleerder onderzoek worden ingesteld om te bepalen in welke mate er schendingen van de mensenrechten in het gebied bij Bratunac hebben plaatsgehad', staat er in het desbetreffende rapport.
OPVALLEND IS ECHTER dat het verslag van kapitein-ter-zee-arts Schouten niet werd opgenomen, hoewel de Nederlander nota bene de enige VN-militair was die zich ten tijde van het veronderstelde bloedbad dagen achtereen in Bratunac bevond. Schouten in Het Parool van 27 juli 1995: 'Iedereen praat iedereen maar na, maar niemand komt met harde bewijzen. Wat me opvalt is dat men in Nederland koste wat het kost wil bewijzen dat er sprake is van genocide. (...) Als er daar executies zijn geweest, dan hebben de Serviërs dat wel verdomd goed geheim gehouden. Ik geloof er dan ook niets van. De dag na de val van Srebrenica, op 13 juli, ben ik in Bratunac aangekomen en ik ben er acht dagen gebleven. In die tijd kon ik gaan waar ik wilde. Er is mij alle medewerking verleend, nergens ben ik tegengehouden.' Schoutens relaas wordt bevestigd door Milivoje Ivanisevic, een Servische publicist die de gebeurtenissen in en rond Srebrenica vanaf 1992 gedetailleerd heeft beschreven. Hij was van 6 tot 16 juli ter plaatse. 'Er zijn tussen Srebrenica en Bratunac geen massa-executies geweest', zegt hij tijdens een ontmoeting met een van ons in januari in Belgrado. 'Bij de bevrijding zijn er in de directe omgeving van Srebrenica vijfhonderd Moslims omgekomen. Wat zich verderop heeft afgespeeld weet ik niet. Ik was daar niet en heb dus niets kunnen zien.' Ivanisevic noemt het erg onwaarschijnlijk dat grote aantallen Moslimsoldaten na hun overgave of gevangenneming met opzet zijn gedood. Er zijn misschien excessen geweest door de grootte van de groepen gevangenen en het soms kleine aantal Servische bewakers, maar het doel was volgens hem om zoveel mogelijk mannen in leven te laten, om ze dan later te kunnen ruilen tegen elders vastgehouden Serviërs. In zijn optiek zijn de Moslims er zelfs nog genadig van afgekomen. 'Je had die vrouwen moeten zien met al die oorlogskinderen op schoot die wij netjes op transport hebben gesteld. Zij zouden ons heel anders hebben behandeld.' Hij toont foto's van de in een geitestal veranderde orthodoxe kerk, van verwoeste Servische grafzerken en van 'omaatje Iva' (Ivanka Mirkovic), de enige in Srebrenica overgebleven Servische, die hij op 12 juli met doorgesneden keel in een trappenhuis aantrof.
OF HET ER NU enkele honderden zijn, zoals je hier en daar in Servië hoort fluisteren, of zevenduizend, zoals elders wordt gevreesd: als er mensen zonder proces voor vuurpelotons zijn gezet, is dat een oorlogsmisdaad waar de schuldigen voor moeten boeten. Anderzijds steekt de speurtocht van westerse media, mensenrechtenorganisaties en overheidsdienaren naar massagraven van Moslims wel erg schril af tegen het gebrek aan belangstelling voor de ruim duizend doden - hoofdzakelijk burgers - die aan Servische kant vanaf het begin van de oorlog in en om Srebrenica zijn gevallen. Om te begrijpen hoe het zo ver kon komen, moeten we een blik werpen op sociaal-geografische factoren en de recente regionale geschiedenis. In 1991 telde de gemeente Srebrenica 37.211 inwoners, onderverdeeld in 27.118 Moslims (72,8 procent) en 9.381 Serviërs (25,2 procent). Voor Bratunac geeft de census 33.575 inwoners: 21.564 Moslims (64,2 procent) en 11.479 Serviërs (34,2 procent). Als boeren hadden Serviërs gemiddeld meer land in eigendom dan Moslims. 'Etnische vermenging' bestond alleen voor de oppervlakkige beschouwer; de meeste dorpen en gehuchten hadden een afgetekende etnisch-religieuze meerderheid, hetzij Servisch, hetzij Moslim. Dit werd een probleem in de maanden voorafgaand aan de oorlog, toen de spanning opliep en beide groepen zich kwetsbaar gingen voelen. Moslims werden niet langer in het JNA, het Joegoslavische federale leger, gerecruteerd. Serviërs kregen geen oproepen meer voor dienst bij de lokale Territoriale Verdediging en de politiereserve. Waar Serviërs vertrouwden op bescherming door het JNA, kregen groepen Moslims training van Kroatische milities. De SDA, de Moslimpartij van Alija Izetbegovic, zorgde voor de wapens. Een van de redenen voor het toenemende wantrouwen onder Serviërs was een congres van de SDA in december 1991. Deze partij, die pas in 1994 haar uitdrukkelijk Moslim-nationalistische en pan-islamitische programma zou koppelen aan een meer seculiere en 'pan-Bosnische' presentatie, besloot een radicale bevolkingspolitiek te gaan voeren. Het einddoel was de dzamahirija, de islamitische staat. Met name in Oost-Bosnië moesten zich op grote schaal Moslims vestigen. In het noorden zou dan een cordon sanitaire ontstaan tussen Servië en de Bosnische Serviërs, in het zuiden was een demografisch-territoriale verbinding met de Sandzak en Kosovo wenselijk. Duizenden Moslims uit de Sandzak emigreerden naar Bosnië, en afstammelingen van Bosnische Moslims die zich in de loop der tijd in Turkije hadden gevestigd, ontvingen een oproep om terug te keren.
BEGIN 1992 SCHROKKEN de Serviërs opnieuw, toen in de hele republiek uitnodigingen werden verspreid voor een grote massabijeenkomst van Moslims in Bratunac, te houden op de eerste dag van de bajram, de feestelijke afsluiting van de ramadan. Het initiatief voor deze manifestatie in 'het geografische centrum van Moslims uit heel Joegoslavië' was uitgegaan van de Nationale Moslim Raad, die openlijk streefde naar volksbewapening en de vorming van een Moslimstaat binnen de Bosnische grenzen. Gewapende Moslimbendes, waaronder afdelingen van de in het naburige Vlasenica opgerichte Patriottische Liga, zaaiden vanaf april 1992 angst onder de Servische inwoners van de kleinere gehuchten en de dorpen met een Moslimmeerderheid. Ook de Moslims waren beducht voor milities van buiten de eigen regio, laat daar geen misverstand over bestaan. Ivanisevic spreekt in dit verband van 'een evenwicht van angst'. Deze wederzijdse afschrikking, waarbij over en weer militieleden en gewapende burgers hun buren bespiedden of in gijzeling hielden, liep echter al snel uit op een drama. Op 20 april 1992, een dag voor de Serviërs Vlasenica innamen en de Moslims uit deze stad verdreven, vielen bij Srebrenica aan Servische zijde de eerste vijf doden. Vermoedelijk behoorden ze tot de Jovic-militie, een militie van niet-plaatselijke Serviërs. Op 6 mei (de orthodoxe feestdag van St. Joris) voerden Moslims uit Potocari en Srebrenica een aanval uit op de dorpen Gniona en Bljeceva. Huizen van Serviërs werden geplunderd en platgebrand en een deel van de bevolking kwam om het leven. Leider van de aanval op Gniona was Nasr Oric. De dag daarop kwamen zeven Serviërs om in een hinderlaag bij Osmace. Weer een dag later, op 8 mei, werd rechter Goran Zekic, parlementslid en leider van de SDS (de Servische Nationale Partij) van Srebrenica, in een hinderlaag gelokt en vermoord. Bijna alle ruim zestienhonderd Serviërs uit de stad kozen toen eieren voor hun geld. In de nacht van 8 op 9 mei 1992 vertrokken ze en masse richting Bratunac, waar ze werden uitgemaakt voor kukavice (lafaards). Plaatsen als Cerska, Srebrenica, Zepa en Gorazde werden toevluchtsoorden voor duizenden Moslims die door Servische offensieven waren verdreven, maar ook Serviërs werden getroffen door etnische zuiveringen. Van mei 1992 tot april 1993 werden vanuit Srebrenica eerst de dorpen met een Servische minderheid aangevallen, daarna Servische dorpen omringd door Moslimdorpen, en uiteindelijk waren plaatsen aan de beurt in compacte Servische vestigingsgebieden, zoals Podravanja, Kravica en Skelani. Voor heel de Podrinje - het gebied aan de Bosnische oever van de Drina tussen Zvornik in het noorden en Visegrad in het zuiden - maakte het Bosnisch-Servische weekblad Javnost op 23 december 1995 melding van 192 platgebrande dorpen, met 2800 doden en zesduizend gewonden. Volgens Ivanisevic gaat het alleen al in de regio Milici-Srebrenica-Bratunac-Skelani om meer dan honderd dorpen waar Serviërs woonden, waarbij onder 'dorpen' ook dorpsdelen en gehuchten moeten worden verstaan. Deze misdaden wachten nog op onafhankelijk onderzoek, hoewel ze zijn bevestigd door teruggekeerde Nederlandse VN-militairen. Luitenant Jasper Verplanke van het Korps Commandotroepen zei in het Nieuwsblad van het Noorden van 17 augustus 1995: 'Door de tactiek van de verschroeide aarde toe te passen heeft Nasr Oric in het begin van de oorlog grote delen van Bosnië in handen gehad. Daarbij, en daarin heeft Karremans gelijk, zijn grote slachtpartijen onder de Servische bevolking aangericht. Nederland zeurt dan weer over bewijzen. Zeurt, want het is natuurlijk niet vastgelegd op ziets als de ''funniest home video's'' dat vrouwen zijn verkracht en mannen zijn vermoord. Maar het is wel gebeurd!'
OOK NADAT DE VN in april 1993 van Srebrenica een 'veilige haven' hadden gemaakt gingen de uitvallen door. Over funniest home video's gesproken: in februari 1994 liet Nasr Oric trots een videoband zien van een uitgebrand dorp en van onthoofde lichamen van Serviërs aan John Pomfret van The Washington Post. Dat eerst de Canadese en later de Nederlandse blauwhelmen zulke acties niet konden voorkomen doordat ze er niet in slaagden de afgesproken ontwapening van de Moslimstrijders tot stand te brengen, betekende in feite de mislukking van het safe area-concept. 'Stelselmatige uitvallen van Moslimstrijders tegen Bosnisch-Servische doelen rondom de enclave hebben de spanning rond Srebrenica verhoogd en zijn door de Bosnische Serviërs aangegrepen om hun offensief tegen de enclave te rechtvaardigen', schreef minister Voorhoeve aan de Tweede Kamer. De 'veilige gebieden' waren te zeer afhankelijk van de medewerking van de strijdende partijen - iets wat na de val van Srebrenica alom is geconstateerd, maar wat daarvoor lange tijd over het hoofd is gezien. Voor de aanval op de enclave doen verschillende verklaringen de ronde. Servische moordzucht en hang naar etnische zuiverheid is een veel genoemde, maar niet de meest waarschijnlijke reden. Het Pentagon hield het op een wraakactie voor het mislukte voorjaarsoffensief van de Moslims rond Sarajevo. De Podrinje-brigade van hun Tweede Korps had moeten uitbreken naar de verkeersweg Han Pijesak-Vlasenica en vandaar moeten doorstoten naar Srebrenica; de militairen hier streefden op hun beurt naar aansluiting bij Zepa. De Serviërs zelf wezen erop dat sinds de intocht van de VN-vredesmacht meer dan honderd van hun burgers en soldaten waren omgekomen bij raids van Moslimcommando's. Alleen al in mei en juni 1995 zouden de Moslims tien van zulke tochten op touw hebben gezet, waarbij ze zelfs waren doorgedrongen tot vlakbij Bratunac. 'Deze actie heeft tot doel terroristen uit te schakelen en is niet gericht tegen burgers of VN-troepen', schreef Mladic tijdens de aanval op Srebrenica aan de Britse commandant Rupert Smith. Servische soldaten, de meesten afkomstig uit de streek zelf, hadden bij hun inval in juli lijsten bij zich met honderden namen van Moslims die van oorlogsmisdaden werden verdacht. Arrestaties van Moslimmannen hadden in elk geval voor een deel een selectief karakter. 'De Serviërs kenden de mannen', volgens een Nederlandse chauffeur. 'Ze hadden hele lijsten bij zich en foto's. Ze werden er zo uitgepikt.' De aanval was volgens Mladic in eerste instantie niet bedoeld om de hele enclave in handen te krijgen. Daartoe zou pas zijn besloten nadat een groot deel van de Moslimtroepen in de nacht van 10 op 11 juli 1995 de verdediging opgaf en een uiterst riskante uitbraakpoging waagde richting Tuzla. 'De Moslims zijn de nacht voor de aanval massaal gevlucht', aldus de Nederlandse landmachtattaché in Washington, kolonel G. van Oppen, in het Fries Dagblad van 13 oktober 1995: 'In Nederland is nooit de vraag gesteld waarom dat is gebeurd.' Al op 13 juli wist Michael Evans van The Times op gezag van 'Western intelligence sources' te melden dat Moslimcommandanten na een provocatie hunnerzijds de stad hadden verlaten in de nacht voordat de eerste Servische tanks kwamen binnenrollen. 'Voor de Servische opmars begon hadden de Moslims Servische eenheden beschoten langs de hoofdweg naar het zuiden. (...) De klaarblijkelijke beslissing van de Moslims om de stad te verlaten bood de Serviërs een onverwachte mogelijkheid Srebrenica in te nemen.'
DE GANG VAN ZAKEN roept herinneringen op aan de gebeurtenissen rond Gorazde in april 1994. Wat daar toen voorviel, wordt duidelijk uit een studie van de Amerikaanse overste John Sray, ex-hoofd Inlichtingen van Unprofor in Sarajevo: 'Twee Britse waarnemers bevonden zich in een observatiepost achter een stelling van de Moslims die voor onbepaalde tijd verdedigd had kunnen worden. De Moslims hadden hier al verschillende Servische aanvallen afgeslagen. Toen realiseerden ze zich dat de Britten vlak achter hen zaten. Bij de volgende Servische aanval trok de infanterie van de Moslims zich onverwachts en zonder reden terug. Hun enige motief was de waarnemers bloot te stellen aan een in verwarring gebracht Servisch aanvalsteam. Servische kogels doodden een van de Britse militairen en verwondden de ander; maar de verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de Bosnische Moslims, die hoopten een grote vergeldingsaanval van de Navo uit te lokken als straf voor de moord op een neutrale waarnemer.' (John Sray in Selling the Bosnian Myth to America: Buyer Beware). Het opzetje bij Gorazde misluke, maar bij Srebrenica werden dit keer geen halve maatregelen genomen. Behalve de vlucht van de Moslimtroepen in de nacht voor de aanval zijn er nog veel meer aanwijzingen dat de Moslimleiding de enclave opzettelijk heeft laten vallen. De verdediging was al ernstig verzwakt doordat de elitetroepen in Srebrenica al ver voor de maand juli waren teruggetrokken en overgebracht naar Tuzla, Sarajevo en Treskavica, volgens een Bosnisch-Servische commandant van een eenheid voor speciale opdrachten. Ook Nasr Oric zelf, die gezworen had dat Srebrenica nooit Servisch zou worden zolang hij er de scepter zwaaide, was niet meer aanwezig. 'Zijn handel en wandel in de maanden die vooraf gingen aan de val van Srebrenica vormen nogal een mysterie', aldus Charles Lane in de Volkskrant van 12 augustus 1995. Maar Ivanisevic beweert dat Oric samen met tweeduizend tot 2500 van zijn beste soldaten in april en mei 1995 naar het gebied ten zuiden van Sarajevo werd geroepen in verband met het daar op handen zijnde Moslimoffensief. Schattingen van het aantal gewapende achterblijvers vlak voor 10 juli 1995 lopen uiteen van zes- tot tienduizend, met drie- tot vierduizend reguliere militairen. De Serviërs konden daar minstens 3500 man tegenover zetten, afkomstig uit de regio, uitgerust met een betere bewapening, maar voorzien van slechts vier sterk verouderde tanks. Overigens namen niet meer dan een paar honderd man deel aan de aanval op de stad zelf. Zulke krachtsverhoudingen lijken het opportunistische karakter van het Servische offensief te bevestigen. Ook van belang is het feit dat de Moslims in april, mei en juni grote verliezen hadden moeten incasseren bij proviandtransporten tussen Srebrenica en Zepa, hetgeen twijfels kan hebben gewekt aan de kansen om de stad op termijn nog te kunnen verdedigen. Het gebied had nauwelijks natuurlijke hulpbronnen en was strategisch van veel minder belang dan bijvoorbeeld Gorazde. Uiteindelijk ging de Bosnische regering in de aanloop tot 'Dayton' akkoord met het idee van een gebiedsruil: Srebrenica, Zepa en Gorazde voor Servisch Sarajevo. De Bosnische minister van Buitenlandse Zaken, Muhamed Sacirbey, had minister Voorhoeve al van deze optie op de hoogte gesteld tijdens gesprekken in mei (zie de Volkskrant van 1 november 1995). De deal kwam de Amerikanen goed uit, met een verkiezingscampagne voor de deur. Maar ook de veel bekritiseerde vredesmacht van de VN was de 'veilige zones' liever kwijt dan rijk. Srebrenica werd het keerpunt, zowel militair, politiek als publicitair. Pas de aftocht van de blauwhelmen maakte de Navo-luchtaanvallen van september mogelijk. De stroom gruwelberichten over massa-executies overschaduwde de Kroatische terreur in de Krajina en ook vernam geen mens iets van de Moslim-Kroatische misdaden in steden als Glamoc, Grahovo en Sanski Most. Een ander resultaat was het definitieve isolement van Karadzic en Mladic. Nu mocht de Servische president Milosevic in Dayton de Bosnisch-Servische belangen behartigen, wat volgens de Brits-Servische historicus Srdja Trifkovic gelijk stond aan het 'toevertrouwen van een bloedbank aan graaf Dracula'.
BLIJFT NOG DE vraag open om hoeveel vermiste, mogelijk vermoorde, mogelijk gesneuvelde Moslimmannen het eigenlijk gaat. Volgens Miroslav Deronjic, de civiel commissaris van de nieuwe gemeente Srebrenica-Skelani, zijn het er tweeduizend; volgens Amnesty International vierduizend; volgens het Internationale Rode Kruis zeven- tot achtduizend en volgens Moslimbronnen acht- tot twaalfduizend. Ieder cijfer vertegenwoordigt een reusachtige tragedie, maar is ook de uitkomst van een hypothetisch aftreksommetje. De grootte van de bevolking voor de val is niet met zekerheid vast te stellen. Met cijfers werd in de Bosnische oorlog vaak gegoocheld en men mag aannemen dat dit ook in Srebrenica gebeurde. Ter illustratie: de onlangs afgetreden Bosnische premier Haris Siladzjic gaat uit van een bevolking van zestigduizend mensen, evenals aanklager Goldstone in zijn indictment tegen Mladic en Karadzic, maar de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, hanteert 38.000 als richtcijfer. Nadat in april 1993 enkele duizenden Moslims waren geëvacueerd, bleef er tussen Srebrenica, Zepa en Tuzla op bescheiden schaal steeds verkeer mogelijk. Daarnaast zijn er in drie jaar tijd bij gevechten en beschietingen wellicht tussen de zestienhonderd en de drieduizend Moslims omgekomen. 'Er is nooit een volkstelling geweest', zei legerarts Schouten. 'Misschien waren er wel 31.000 mensen.' Het ICRC telde op 14 juli 23.000 met bussen naar Tuzla gebrachte vluchtelingen, waarvan meer dan de helft kinderen. Bij deze groep hebben zich later te voet nog duizenden Moslimmannen gevoegd. In totaal hebben de Wereldgezondheidsorganisatie en de Bosnische regering inmiddels 35.632 vluchtelingen uit Srebrenica geregistreerd. Een onbekend aantal mannen heeft zich echter niet laten registreren en is blijkens mededelingen van het Bosnische regeringsleger opgenomen in hun 28ste divisie. Anderen (duizend? tweeduizend?) zijn naar Zepa en Servië gevlucht.
MEER DAN TIENDUIZEND personen werden als vermist opgegeven. 'Voorzichtigheid is geboden bij het trekken van conclusies over het aantal vermisten op basis van dit cijfer', schreef VN-rapporteur Tadeusz Mazowiecki, 'omdat er mogelijk doublures zitten in de opsporingsverzoeken en omdat opgeloste gevallen niet altijd aan het Internationale Rode Kruis worden gemeld.' Ook kunnen gefingeerde namen zijn opgegeven om het aantal vermisten te vergroten, of om te ontsnappen aan vervolging wegens oorlogsmisdaden. De opvolgster van Mazowiecki, Elisabeth Rehn, hield na aftrek van doublures achtduizend mensen over wier lot onbekend was: vijfduizend personen in de dienstplichtige leeftijd die de enclave voor de val hadden verlaten en drieduizend van hun familie gescheiden mannen. Rehn sloot zich aan bij Mazowiecki, die op basis van 'sterke aanwijzingen' vermoedde dat de vermiste Moslims waren vermoord. Bij haar bezoek aan locaties bij Srebrenica in januari dit jaar leek ze haar eerdere uitlatingen overigens iets af te zwakken: ze was nog op zoek naar bewijzen. Ook Miroslav Deronjic gaf in een rapport zijn versie van de gebeurtenissen: 'Volgens gegevens van het Leger van de Republika Srpska (de eenzijdig uitgeroepen Servische republiek in Bosnië-Herzegovina - rg - adv) hebben zich ongeveer zesduizend Moslimdienstplichtigen niet bij de konvooien voor evacuatie aangesloten, maar hebben de gewapende strijd voortgezet, dan wel geprobeerd een doorbraak uit te voeren door de Servische verdedigingslinies in de richting Srebrenica-Kravica-Konjevic Polje-Cerska-Crni Vrh-Tuzla. Gevechten met deze groep (...) hebben zich de volgende twintig dagen voortgezet in het rayon Konjevic Polje-Cerska-Udrica. Hierbij is een groot aantal Moslimstrijders gesneuveld, hetzij bij het doorbreken van de verdedigingslinies van Bratunac en Zvornik, hetzij in onderlinge afrekeningen tussen hun eenheden. Een deel van hun strijders heeft zich overgegeven - een klein aantal: tweehonderd - en zij zijn als krijgsgevangenen overgebracht naar de militaire gevangenis in Bjeljina; het grootste deel, ongeveer vierduizend mannen, is doorgedrongen tot het territorium van de gemeente Tuzla. (...) Het is onmogelijk precieze gegevens over het aantal gesneuvelde Moslimsoldaten te verkrijgen, omdat de gevechten in een gebied van enorme omvang hebben plaatsgevonden en in verschillende richtingen.' Dat Moslims ook onderling hebben gevochten, zoals Deronjic beweert, is niet terug te vinden in de rapporten van Mazowiecki, Rehn en Human Rights Watch, maar is uit verklaringen van Nederlandse VN-militairen wel bekend. Moslims zijn minstens twee keer onderling slaags geraakt; volgens generaal Couzy ging het hierbij om het meningsverschil over de vraag de enclave te verdedigen dan wel te ontvluchten. Het Joegoslavische persbureau Tanjug berichtte al in februari vorig jaar over een 'fel geschil en vuurgevecht' in de buurt van het dorp Slap tussen Moslims die via Servië naar Macedonië wilden vertrekken en de mannen van Oric, die in het dorp Luka de Drina-overgangen controleerden. Later spraken onbevestigde berichten van een rivaliserende 'gematigde' militaire eenheid onder bevel van ene Osman Suljic. In juli zouden Moslims uit Srebrenica die zich wilden overgeven hard zijn aangepakt door hard-liners onder commando van Zulfo Tursun, Ejub Golic en Nezir Mandzic. Zo'n gevecht, aldus Deronjic, zou er vlak na de val van de enclave bij Bokcin Potok zijn geweest. Een ploeg van het NOS-journaal ontdekte hier op 3 februari de lijken van enkele tientallen slachtoffers.
KUNNEN WE NU, alles overziend, ook maar iets zeggen over het aantal vermiste mensen? Het jongste, door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken gehanteerde cijfer van zevenduizend lijkt vooralsnog veel te hoog, maar dat veel gevluchte Moslims in grote onzekerheid verkeren over het lot van hun vrienden en familieleden, is wel zeker. Zijn ze op bevel van hogerhand vermoord of ging het om individuele wraakacties? Worden honderden, misschien duizenden Moslims door de Bosnische Serviërs vastgehouden om dwangarbeid te verrichten, zoals sommige vluchtelingen in Tuzla denken of in elk geval hopen? Het wordt hoog tijd dat vermoedelijke massagraven door een onpartijdige instantie worden onderzocht en dat er verdachten worden gehoord die medeplichtig zouden zijn aan massamoord (zoals de vorige week gearresteerde Bosnisch-Servische soldaat Drazen Erdemovic). Pas dan komt er klaarheid over de ware toedracht en de werkelijke omvang van de tragedie in Srebrenica.
René Grémaux is antropoloog; Abe de Vries studeert geschiedenis te Groningen.
admin
13 maart 2007, 20:48
De Niewe Kleren Van de Keizer
http://emperors-clothes.com/dutch/indexd.htm (http://emperors-clothes.com/dutch/indexd.htm)
De Times verspreidt dodelijke leugen
Door Jared Israël [14-7-2001]
Sinds Slobodan Milosevic besloot om zich vrijwillig te onderwerpen aan wat in zijn ogen en die van veel andere mensen een door de Amerikanen opgelegde arrestatie was, is een nieuw thema opgedoken in de pers. Simpel gezegd: 'Milosevic is suïcidaal'. Dit is nogal onheilspellend. Milosevic vertegenwoordigt de krachten in Servië die zich verzetten tegen de Verenigde Staten. Dit is een vaststaand feit, dat losstaat van het feit of je Milosevic 'mag' of 'niet mag'.
Ik maakte deel uit van een groep van drie mensen die twee en een half uur met president Milosevic hebben gesproken, nadat we een congres in Servië hadden bijgewoond. Hij is vastberaden, hij is 'cynisch' over de bedoelingen van de Amerikaanse regering. (Ik heb cynisch tussen aanhalingstekens gezet, omdat ik denk dat zijn inzichten juist zijn). Hij is heel rustig. Bovenal, hij is ervan overtuigd dat het tij in Servië ten gunste van de socialisten en hun nationale bondgenoten begint te keren. Eerlijk gezegd kreeg ik in mijn gesprekken met gewone mensen ter plaatse ook die indruk. Maar of hij nou gelijk heeft of niet, waar het om gaat, is: hij is optimistisch en hoopvol. Gestimuleerd door discussie. Vastberaden om te leiden. Enthousiast over de toekomst. Niet suïcidaal.
Hij is ook erg koppig. Dat is een beruchte Servische eigenschap. Hoe meer je een Serviër vertelt wat hij moet doen, hoe meer hij zich zal verzetten. Dat is een van de redenen waarom ze de Duitse nazi's tot wanhoop dreven.
Juist omdat de Socialistische Partij (SPS) aan kracht toeneemt en omdat Milosevic en de socialisten het verzet tegen de dominantie van de Verenigde Staten leiden, is het mogelijk dat de Amerikaanse regering, die duidelijk de touwtjes in handen heeft in het huidige Joegoslavische regime, het niet haalbaar acht om een showproces voor Milosevic op te voeren in Den Haag.
In plaats daarvan zouden ze kunnen beslissen om hem te vermoorden.
Voordat u deze suggestie meteen van de hand wijst, bedenkt dan eerst nog even over wie we het hebben. Het establishment van de Verenigde Staten is de UCK-terroristen blijven financieren en trainen, terwijl ze schandelijke misdaden in Kosovo, Zuid-Servië en Macedonië begingen. De Verenigde Staten ondersteunden het UCK terwijl die 90 procent van de niet-Albanezen uit Kosovo verjaagde. Het establishment van de Verenigde Staten heeft bewust burgertreinen, huizen en de Servische televisie gebombardeerd gedurende de aanvallen van 1999 op Joegoslavië.
Voor zulke mensen speelt moraal geen rol. Moord is een praktische kwestie: kan het onze zaak helpen of schaden? Dat is de vraag.
En dat is het probleem met het vermoorden van Milosevic. Ze willen geen martelaar van hem maken. Dus hebben ze een nepscenario uitgewerkt en dat verspreid in de media. In dit scenario wordt Milosevic afgeschilderd als een gestoord figuur met zelfmoordneigingen.
Dit scenario verscheen in de New York Times van 2 april. Denk eraan dat de Times niet zo maar een krant is. Het komt het dichtst bij een officiële stem van het Amerikaanse establishment. Vandaar dat dit artikel, dat suggereert dat Milosevic suïcidaal is, serieus genomen moet worden.
Het zelfmoordargument is verwerkt in een stuk over de arrestatie van Milosevic. Vanaf het begin is het stuk misleidend. Het begint al met de kop: 'Servische autoriteiten maken met arrestatie Milosevic eind aan confrontatie'.
De meeste mensen lezen alleen de kop. Deze kop suggereert duidelijk dat door het initiatief van de DOS-regering een gevaarlijke situatie vreedzaam is opgelost, 'een eind aan de confrontatie'. Dus DOS probeerde problemen te voorkomen, terwijl Milosevic daarentegen, zoals geïmpliceerd wordt, die problemen veroorzaakte.
Hoe liggen de feiten? Het waren de DOS-autoriteiten die jeeps met geblindeerde ramen, vol met gewapende mannen in zwarte uniformen, naar het huis van Milosevic stuurden. Zij waren het die ieder commentaar weigerden, omdat ze een paar jeeps niet de moeite waard vonden om zich druk over te maken. Was het onder deze omstandigheden niet logisch dat Milosevic en zijn medestanders dachten dat ze hem kwamen vermoorden? Vervolgens mobiliseerde DOS honderden, en later letterlijk duizenden leden van de 'speciale politie' die bivakmutsen en panty's over hun hoofd hadden. Ooggetuigen vertelden mij dat sommigen van de 'speciale politie' een niet-Servo-Kroatische taal spraken. Deze mannen werden rondom het huis van Milosevic en in heel Belgrado gestationeerd. Was dit geen extreme provocatie? Waarom deed het DOS-regime deze dingen?
Hadden ze wellicht ontdekt dat Milosevic een of andere vreselijke misdaad had begaan, zodat ze hem onmiddellijk moesten arresteren?
Ten eerste verklaart dat nog niet de anonieme jeeps, of wel? Ten tweede varieerden gedurende de confrontatie de persberichten over de zogenaamde aanklachten tegen Milosevic al naargelang welke woordvoerder van DOS met welk westers persbureau sprak. Een politiefunctionaris verklaarde: 'Miodrag Vukovic zei dat de oorspronkelijke aanklachten machtsmisbruik en corruptie, die de staat bijna honderd miljoen dollar heeft gekost, waren en dat Milosevic een straf van maximaal vijf jaar gevangenis boven het hoofd hing, als hij veroordeeld wordt.'
Andere DOS-leden meldden, dat de zogenaamde aanklachten veel ernstiger waren.
Waar het om gaat is, gezien het onvermogen van de DOS-leiders om het zelfs maar eens te worden over een specifieke aanklacht of aanklachten, wat ineens de noodzaak was om Milosevic te arresteren. Is het niet logisch dat deze noodzaak niet gebaseerd was op een behoefte aan rechtvaardigheid, maar eerder op een behoefte om Milosevic zo snel mogelijk achter de tralies te krijgen of om zeep te helpen, om tegemoet te komen aan het ultimatum van 31 maart dat de Amerikaanse regering had gesteld?
Dat de voorkeur van de Amerikaanse regering voor de uitkomst van het Milosevic 'vraagstuk' uitging naar het vermoorden van hem en zijn trouwste aanhangers, blijkt wel uit de stroom van nieuwsberichten die plotseling verschenen met titels als 'Milosevic: het eindspel' en 'Slobo: de laatste akte' en 'Laatste tegenstand Milosevic'. Na de jarenlange besmeuring van het Servische volk, konden sommige mensen een zeker enthousiasme over het vooruitzicht van de vernietiging van dit symbool van koppig Servisch verzet tegen de Amerikaanse hegemonie niet onderdrukken.
De door DOS gecreëerde 'noodsituatie' werd in werkelijkheid opgelost door Milosevic. Zelfs terwijl Milosevic in onderhandeling was met DOS, was DOS volgens nieuwsberichten bezig met de voorbereiding van een aanval op zijn verblijfplaats en vertelden zij de pers dat hij zich niet over zou geven. Maar hij gaf zich wel over en wel vrijwillig om 'een eind te maken aan de confrontatie'. Zij waren degenen die probeerden een burgeroorlog te forceren en hij was degene die dat voorkwam.
Als ze nauwkeurig hadden willen zijn, had de kop van de Times deze feiten moeten weergeven, zoiets als: 'Milosevic maakt einde aan confrontatie door vrijwillige overgave aan DOS-autoriteiten'. Dat heeft een heel ander politiek effect, niet waar?
Verderop komt het artikel ter zake, dat wil zeggen op het thema zelfmoord: 'Zarko Korac, een Servische vice-premier, zei dat Milosevic met zijn wapen had lopen zwaaien tijdens de onderhandelingen en dat hij had gedreigd om zichzelf, zijn vrouw Mirjana Markovic en zijn dochter Marija om te brengen. Korac zei dat Milosevic in slechte toestand verkeerde maar dat hij uiteindelijk had ingestemd met overgave om levens te sparen.'
'Een hoge Servische regeringsfunctionaris zei dat Zoran Djindjic, de Servische premier, een afgevaardigde, Cedomir Jovanovic, had gestuurd die meer dan een dag in onderhandeling was geweest met Milosevic en zijn familie. De functionaris bevestigde het verhaal van Korac door te zeggen dat de stemming van Milosevic sterk wisselde en dat hij erover sprak om zichzelf en zijn familie om te brengen.'
Twee dingen over deze alinea. Ten eerste wordt Zarko Korac geciteerd zonder dat we ook maar iets van hem te weten komen, behalve zijn huidige positie in de DOS-regering. Aangezien hij wordt geciteerd als bron met betrekking tot het gedrag van Milosevic, is het dan niet van belang dat wij iets over hem weten? Is hij een neutrale getuige? Is hij een vijand van Milosevic?
Ten tweede impliceert de Times dat Korac een directe getuige was van het zogenaamde vreemde gedrag van Milosevic. Deze indruk wordt in de tweede alinea versterkt, doordat de suggestie wordt gewekt dat het verhaal van Korac wordt bevestigd door Cedomir Jovanovic, die volgens de Times bij de onderhandelingen aanwezig was. Maar als je de tweede alinea zorgvuldig leest, blijkt dat de Times Jovanovic helemaal niet citeert. In feite is de vermelding van de aanwezigheid van Jovanovic bij de onderhandelingen irrelevant voor het artikel - behalve om de geloofwaardigheid te verhogen van een zekere (naamloze) 'hoge Servische functionaris', die zoals ons wordt verteld 'het verhaal van Korac heeft bevestigd door te zeggen dat de stemming van Milosevic sterk wisselde en dat hij erover sprak om zichzelf en zijn familie om te brengen'.
Zarko Korac is niet zo maar een politicus. Hij is tamelijk berucht in Servië. Al tien jaar lang verschijnt hij regelmatig op de westerse televisie als een deskundige Joegoslavische psycholoog. Gebruik makend van deze titel herhaalt hij tot vervelens toe de aanklacht dat Serviërs lijden aan collectieve paranoia. Ze dénken alleen maar dat de Verenigde Staten en Duitsland terroristen in Kroatië, Bosnië en Kosovo financieren. Ze verbéelden zich dat de NAVO het op het Servische volk voorzien heeft in hun voortdurende poging om multi-etnisch Joegoslavië te vernietigen. Ze zijn alleen maar onder de illúsie dat ze allemaal uit Kosovo verdreven zijn, dat ze met verarmd uranium gebombardeerd zijn en dat het tribunaal in Den Haag is ingesteld om hun leiders te vernietigen. Zoveel paranoia, zo weinig tijd.
Ik sprak met een woordvoerder van de SPS, Vladamir Kershylanin, en hij heeft de verklaringen bij SPS leider Banislav Ivkovic, die aanwezig was tijdens de hele onderhandeling, gecontroleerd.
Ivkovic zegt dat Zarko Korac niet bij de onderhandelingen aanwezig is geweest. Nog geen minuut.
Dat wil dus zeggen dat de Times een zeer schadelijk beeld presenteert van de mentale conditie van Milosevic op basis van een getuigenis van een Milosevic-hater, die zijn leven heeft gewijd aan het belasteren van de Servische cultuur, en die in ieder geval Milosevic niet heeft geobserveerd tijdens de onderhandelingen. En dan 'bevestigt' de Times ook nog eens de misleidende getuigenis van Korac door een naamloze functionaris te citeren, die klaarblijkelijk ook niet bij de onderhandelingen aanwezig was. Om het helemaal af te ronden 'citeert' de Times deze echte of verzonnen functionaris in een zin, die zo is opgesteld dat het leidt tot de verkeerde indruk dat Cedomir Jovanovic aanwezig was bij de onderhandelingen, waardoor de haastige lezer het idee krijgt dat hij een ooggetuigenverslag heeft gekregen.
Dat is wel veel valse informatie om in twee kleine alinea's te proppen, niet waar?
Als de Times had geprobeerd om onbevooroordeelde journalistiek te bedrijven, wat zou de krant dan anders hebben kunnen doen?
Om te beginnen hadden ze ons iets kunnen vertellen in de geest van: 'Zarko Korac, een psycholoog wiens beschuldigingen over de paranoia van het Servische volk hem tot een zeer controversieel figuur in Joegoslavië hebben gemaakt, en die niet aanwezig was, heeft gemeld dat Milosevic tijdens de onderhandelingen onstabiel gedrag vertoonde'.
Vervolgens had de Times iemand uit het kamp van Milosevic moeten vragen om te reageren op de beschuldigingen van Korac. Zou dat niet eerlijk zijn geweest? Om beide kanten te belichten? Is dat niet wat een krant hoort te doen?
Als de Times de moeite had genomen om het verhaal bij de SPS te controleren, hadden ze hetzelfde te horen gekregen als ik: 'In feite was Milosevic redelijk kalm, wat verbazingwekkend is gezien de bedreiging voor hemzelf, zijn familie en zijn medestanders. Waarom vertelt Korac, die niet eens aanwezig was, deze leugens over het gedrag en de stemming van Milosevic? Wij zijn bang dat dit een poging is om het publiek te laten denken dat Milosevic suïcidaal is. Op die manier kan, in het waarschijnlijke geval dat het door de DOS gecontroleerde, of zullen we zeggen het door de Verenigde Staten gecontroleerde Servische rechtssysteem Milosevic niet kan breken, waardoor het onmogelijk zal worden om een behoorlijk schijnproces op te voeren, het regime Milosevic ombrengen in de gevangenis en zeggen dat hij zelfmoord heeft gepleegd.'
Zoals ook al door anderen is beargumenteerd is de aanval op Milosevic een aanval op het Servische volk. De beste manier om te voorkomen dat de Amerikaanse regering hem laat vermoorden, is om de mediacampagne die zij voeren om Milosevic als suïcidaal te bestempelen, te ontmaskeren. Laten we er alles aan doen om het publiek duidelijk te maken dat het een dekmantel is om hem te kunnen vermoorden en laten we optreden voor zijn onmiddellijke invrijheidsstelling. Zijn misdaad is verzet tegen agressie. Laten we de echte oorlogsmisdadigers in de gevangenis zetten: Clinton, Blair, Albright, Fischer, Solana en Schröder.
De Niewe Kleren Van de Keizer
http://emperors (http://emperors/)
admin
13 maart 2007, 20:58
Wie heeft schuld aan overlijden Milosevic?
http://www.indymedia.nl/img/2006/04/35596.jpg
De werkelijkheid was anders, namelijk niet Milosevic maar het Tribunaal
stond er in zijn proces beroerd voor. Jarenlang waren door de aanklagers
honderden getuigen tegen hem in stelling gebracht, en waren bergen
documenten over hem uitgestort, maar nog steeds ontbrak tegen hem een
zogeheten sound case.
Het werd er voor het Tribunaal nog slechter op toen Milosevic eindelijk aan de beurt kwam om zijn verdediging te presenteren. Verslaggevers, vermomd als Tribunaal-aanbidders, hebben het grote publiek vakkundig onwetend gelaten van het feit dat Milosevic aan de hand van getuigen een ongelooflijke ravage heeft aangericht onder wat nog van de aanklachten over was.
Op 25 augustus 2005 zag aanklager J. Nice zich genoodzaakt te verklaren dat Milosevic niet langer werd vervolgd vanwege de beschuldiging dat hij met geweld naar een Groot-Servië had gestreefd. Daarmee lagen de grondslagen van de aanklachten tegen hem definitief aan duigen. Die waren immers allemaal gebaseerd op, en onderling verbonden door de centrale beschuldiging dat Milosevic, als leider van een criminele organisatie, de vestiging van een Groot-Servië voor ogen had gehad.
Maar de ravage werd al snel nog groter en begon zich als een boemerang tegen zijn westerse beschuldigers zelf te keren. Milosevic leverde, opnieuw aan de hand van veelal westerse getuigen, krachtige bewijzen dat van een humanitaire noodsituatie in Kosovo, aan de vooravond van de NAVO-oorlog van 1999 tegen Joegoslavië, geen sprake was geweest; dat de UÇK destijds in Kosovo bezig was met een grootscheepse terroristische campagne; dat het internationale terrorisme in Bosnië een stevige positie had dankzij jarenlange steun van het Westen; dat de Twin Towers zelfmoordterrorist Attain de jaren '90 over een reeks van jaren in Bosnië verblijf had gehouden, en dat Osama bin Laden in november 1994 door de Bosnische president Izetbegovic werd ontvangen.
Tekenend voor de positie van de Tribunaal-rechters is dat deze laatste
getuigenissen altijd, in een onmiddellijke reflex, als 'irrelelevant' werden afgehamerd in een kennelijke poging om zulke explosieve verklaringen in de kiem te smoren.
Alsof dit allemaal nog niet rampspoedig genoeg was voor de zaak van het
Tribunaal, leverden de getuigen van Milosevic ook nog het bewijs van het
feit dat niet het optreden van het Servische leger in Kosovo de Albanezen op de vlucht dreef, maar dat dit voornamelijk een gevolg was van de intensieve NAVO-bombardementen en intimidatie van de KLA.
Toen Alice Mahon, die indertijd optrad als lid van de NAVO Parlementaire
Assemblee, ten slotte ook nog getuigde dat met de NAVO-bombardementen in de oorlog van 1999 de burgerbevolking werd geterroriseerd, werd Milosevic
enkele dagen later dood gevonden.
Niet Milosevic had dus een motief voor zelfmoord, maar de voor de NAVO
werkende Tribunaal-entourage had een duidelijk motief voor moord. De zaak
dreigde, voor de NAVO(-landen), de instigators en financiers van het
Tribunaal, volkomen uit de hand te lopen.
Eerdere pogingen om Milosevic het zwijgen op te leggen door hem een advocaat op te dringen waardoor hij werd verplicht 'bijzitter' te worden in zijn eigen proces, waren gestrand vanwege de massale weigering van de aangezegde getuigen om onder dergelijke condities überhaupt nog als getuige te verschijnen.
Als een van de weinige Nederlanders heb ik diverse malen uitvoerig met
Milosevic gesproken. Ik heb zelden iemand ontmoet die zo overtuigd was van zijn zaak en van zijn mogelijkheden om te bewijzen dat het Tribunaal fout zat.
Als iets niet in zijn hoofd opkwam, dan waren dat laag-bij-de-grondse
intriges om het vege lijf te kunnen redden. Hij had een missie, en daar
stond hij voor.
Hebben 'ze' Milosevic niet gedood, waartoe overigens, in een setting als de gevangenis alle gelegenheid bestond, dan hebben ze hem in elk geval de dood ingejaagd. Het dossier van de waarschuwingen, appèls en smeekbeden van organisaties die hem vriendelijk gezind waren, om op te houden met zijn leven en gezondheid in de waagschaal te stellen, omvat, over de jaren heen, meer dan 200 pagina's.
In de afgelopen jaren ben ik herhaaldelijk voor Milosevic opgetreden. Zijn dood brengt daar geen verandering in, integendeel. Er zullen juridische stappen volgen tegen de betrokken Tribunaal-functionarissen, rechters zowel als aanklagers, wegens het aan hem opleggen van een wrede en onmenselijke behandeling in het kader van het Anti-Folterverdrag.
Een wrede en onmenselijke behandeling door Milosevic, een ziek man die al
jaren in acuut levensgevaar verkeerde, de noodzakelijke medische zorg te
onthouden. Het Tribunaal-circuit heeft zich voorzien van immuniteit van
strafvervolging. Maar handelingen in strijd met het Anti-Folterverdrag gaan daar aan voorbij.
Hij had een missie en daar stond hij voor.
Slobodan Milosevic was gewoon zwaar OK.
Mr. N. M. P. Steijnen is advocaat.
admin
13 maart 2007, 20:59
Verklaring Partijbestuur NCPN over Milosevic' dood
Het partijbestuur van de NCPN is diep geschokt door de tragische dood van de ex-president van de Joegoslavische Federatie, Slobodan Milosevic.
Er is hier op zijn minst sprake van dood door schuld van het International Criminal Tribunal (ICTY) in Den Haag, gezien het feit dat verzoeken, vanaf 15 november 2005 gedaan, om te worden behandeld in een hartkliniek in Moskou werden afgewezen, ondanks de kritieke lichamelijke toestand, die door een team van artsen was vastgesteld. De weigering om Milosevic naar Moskou te laten vertrekken betekende in feite de ondertekening van zijn doodsvonnis. Ook de medische verantwoordelijkheid van de gevangenisartsen staat ter discussie. Ook moord met voorbedachte rade valt niet uit te sluiten, gezien het verloop van het proces en recente uitspraken van de advocaten van Milosevic en andere intimi.
Het ICTY had onvoldoende bewijs voor de aanklachten en raakte steeds meer in een patstelling. Voortgang van het proces zou leiden tot de vaststelling dat Slobodan Milosevic niet kon worden veroordeeld en dus onschuldig is. Gevaarlijker nog voor dit NAVO-Tribunaal was dat de door Milosevic opgeroepen getuigen steeds meer de ware toedracht onthulden van het drama op de Balkan: de politieke intriges van afzonderlijke westerse landen, zoals Duitsland en de VS en hun imperialistische economische en geopolitieke belangen.
De ware schuldigen zijn de westerse landen die doelbewust uit waren op het uiteenvallen van de politiek en economisch onafhankelijke federale staat Joegoslavië. Het tribunaal vertegenwoordigt de institutionalisering van de voortdurende schending van het internationaal recht door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. De beide landen die nu in het geheim bezig zijn een nieuw type atoomwapen te produceren.
De NCPN betreurt de laksheid en zogenaamde neutraliteit van de Nederlandse regering, die ook op dit punt optrad als slaafse volgeling van de dictaten uit de VS. In deze zaak hebben de Nederlandse media laten zien wat ze zijn: klakkeloze napraters van internationale persagentschappen die opereren als tekstschrijvers van heersende westerse machten. Dat kwam vooral tot uitdrukking vanaf het moment dat Slobodan Milosevic aan zijn getuigenverhoren begon.
Voordien was het proces voortdurend in het nieuws, daarna viel er plotseling een georchestreerde doodse stilte.
De mediaaandacht voor de dood van Milosevic onderstreept deze conclusie:
• geen woord over de de stagnatie in het proces door gebrek aan bewijs,
• geen woord over westerse wapenleveranties en kapitaalgroepen aan separatische bewegingen in Joegoslavië,
• geen woord over de destructie van de Balkan en de lucratieve opdrachten voor westerse bedrijven.
Het is een leugen dat het ICTY een instelling van de Verenigde Naties zou zijn. Het tribunaal is ingesteld door de aanstokers en "overwinnaars" van de oorlog in Joegoslavië: de NAVO, die ter "goedkeuring" is voorgelegd aan de, door landen van de NAVO gedomineerde, Veiligheidsraad. Niet aan de Algemene Vergadering van de VN.
Slobodan Milosevic zal - nadat de waarheid aan het licht is gekomen en de deken van leugens zal zijn weggetrokken - de geschiedenis ingaan als een dappere strijder voor de politieke en economische onafhankelijkheid van Joegoslavië.
Het partijbestuur van de NCPN, bijeen op 11 maart 2006, nam twee minuten stilte in acht en zal naar vermogen al diegenen steunen die de volle waarheid over de dood van Milosevic en de vernietiging van Joegoslavië boven tafel willen brengen.
Wij wensen familie, vrienden, de SPS, de Joegoslavische bevolking en alle onafhankelijke geesten die bezig waren en zijn met de strijd tegen knechting, oppervlakkigheid en westerse arrogantie sterkte in dit moeilijke uur.
De schuldigen moeten worden gestraft. De strijd van Slobodan Milosevic zal op talloze plaatsen in de wereld worden voortgezet.
Partijbestuur NCPN, 11 maart 2006
admin
13 maart 2007, 21:00
KRITIEK OP JOEGOSLAVIE TRIBUNAAL NIET WELKOM
door Pamela Hemelrijk
Of Milosevic 'gewoon zwaar okee' was, zoals deze advocaat betoogt, is natuurlijk de vraag. Mr. N.P.M. Steijnen is duidelijk een supporter van de ontslapene. Maar elke verdachte heeft recht op verdediging, en wij zien dan ook niet in waarom dit relaas door de website Indymedia naar de vuilnisbak werd verbannen, omdat het niet zou voldoen 'aan de spelregels voor het posten van nieuws'.
Vandaar dat wij het hier laten volgen, al was het maar bij wijze van het broodnodige tegenwicht voor de – op z’n zachtst gezegd selectieve - berichtgeving van de Nederlandse pers in het algemeen en Tribunaal-propagandiste Heikelien Verrijn Stuart in het bijzonder. Want dat Barbertje moest hangen en dat het Tribunaal daarvoor de strop moest leveren, staat wel vast. Er moest koste wat kost bewezen worden dat Servië genocide had gepleegd. Want als dat niet het geval was, zoals boze tongen beweren, dan is ons NAVO optreden niet alleen onwettig geweest, maar zelfs misdadig. Bovendien zou het Tribunaal dan zijn afgegaan als een gieter en die uitkomst moest tot elke prijs vermeden worden.
De verdachte omstandigheden waaronder Milosevic is gestorven en het uitblijven van elk grondig onderzoek daarnaar, spreken in dit opzicht boekdelen. Zijn dood kwam voor het Tribunaal als een geschenk uit de hemel en bij zijn 'zelfmoord' moeten dan ook levensgrote vraagtekens worden geplaatst. Mr. Steijnen heeft hier wel degelijk een punt en het valt niet in te zien waarom hij dat niet in het openbaar zou mogen maken. Vooral omdat de pers het weer eens volledig laat afweten en blindelings afgaat op het woord van Carla del Ponte.
http://www.klokkenluideronline.nl/ (http://www.klokkenluideronline.nl/)
vBulletin® v3.6.8, Copyright ©2000-2012, Jelsoft Enterprises Ltd.