anti-wilder
25 maart 2008, 23:07
Meneer wilders afschaffen dat boek.
Hier wat voorbeelden:
"De Joden worden mensen genoemd, maar niet-Joden zijn geen mensen. Het zijn beesten."
Talmoed: Baba mezia, 114b
"De Akum (niet-Jood) is als een hond. Ja, de geschriften leren ons aan de hond meer eer te betonen dan aan de niet-Jood."
Ereget Raschi Erod. 22 30
"Zelfs hoewel God de niet-Jood schiep zijn het nog altijd dieren in menselijke gedaante. Het is niet gepast voor een Jood om te worden gediend door een dier. Daarom zal hij worden gediend door dieren in mensengedaante. "
Midrasch Talpioth, p. 255, Warsaw 1855
"Een zwangere niet-Jood is niet beter dan een zwanger dier."
Coschen hamischpat 405
"De zielen van niet-Joden komen van onzuivere geesten en worden varkens genoemd."
Jalkut Rubeni gadol 12b
"Hoewel de niet-Jood dezelfde lichaamsbouw heeft als de Jood, verhouden ze zich tot de Jood als een aap tot een mens."
Schene luchoth haberith, p. 250 b
"Als u eet met een niet-Jood, het is hetzelfde als eten met een hond. "
Tosapoth, Jebamoth 94b
"Als een Jood een niet-Joodse dienaar of dienstmeid heeft die sterft, moet men geen sympathie voor de Jood betonen.
U behoort tegen de Jood te zeggen: "God zal 'uw verlies' vervangen, net zoals een van zijn ossen of ezels zou zijn gestorven"."
Jore dea 377, 1
"Geslachtsgemeenschap tussen Ongelovigen is als geslachtsgemeenschap tussen dieren."
Talmud Sanhedrin 74b
Met "Ongelovigen" (Engels: 'Gentiles', Hebreeuws: 'Goyim of Goijim) wordt bedoeld: niet-Joden, met name Christtenen en Moslims.
"Het is toegestaan het lichaam en het leven van een Ongelovige te nemen."
Sepher ikkarim III c 25
"Het is de wet om iedereen te doden die de Torah ontkent. De Christenen behoren tot de ontkenners van de Torah. "
Coschen hamischpat 425 Hagah 425. 5
"Een ketterse Ongelovige mag u met uw eigen handen doden. "
Talmud, Abodah Zara, 4b
"Iedere Jood die het bloed verspilt van de goddelozen (niet-Joden), doet hetzelfde als het brengen van een offerande aan God."
Talmud: Bammidber raba c 21 & Jalkut 772
Hoe bereidt een Jood zich voor op zijn misdaad?
Als een Jood in de verleiding komt om kwaad te doen moet hij naar een stad gaan waar men hem niet kent en daar het kwaad doen.
Moed Kattan 17a .
Een Jood slaan is hetzelfde als God slaan
Als een heiden (Ongelovige) een Jood slaat, moet de Ongelovige worden gedood.
Sanhedrin 58b.
Het is in orde. als men niet-Joden bedriegt
Een Jood hoeft geen Ongelovige te betalen voor het loon dat hij hem voor werk schuldig is.
Sanhedrin 57a .
Joden hebben superieure wettelijke status
"Als een os van een Israëliet een os van een Kanaäniet verwondt is er geen aansprakelijkheid; maar als een os van een Kanaäniet een os van een Israëliet verwondt... de betaling moet geheel voldaan worden. "
Baba Kamma 37b.
Joden mogen stelen van niet-Joden
Als een Jood een voorwerp vindt dat verloren is door een Ongelovige ("heiden") hoeft het niet te worden teruggegeven. (Ook bevestigd in Baba Kamma 113b).
Baba Mezia 24a .
God zal niet een Jood sparen die "zijn dochter uithuwelijkt aan een oude man, of de vrouw neemt voor zijn zoontje, of een verloren artikel aan een Ongelovige teruggeeft..."
Sanhedrin 76a.
Joden mogen niet-Joden beroven en doden
Als een Jood een Ongelovige vermoordt, zal er geen doodstraf zijn.
Wat een Jood steelt van een Ongelovige, mag hij houden.
Sanhedrin 57a .
De Ongelovigen zijn buiten de bescherming van de wet en God heeft "hun geld aan Israël ter beschikking gesteld."
Baba Kamma 37b.
Joden mogen liegen tegen niet-Joden
Joden mogen gebruik maken van leugens ("uitvluchten") om een Ongelovige te misleiden.
Baba Kamma 113a.
Niet-Joodse kinderen zijn sub-menselijk
Alle kinderen van Ongelovigen zijn dieren.
Yebamoth 98a.
Ongelovigen-meisjes zijn in een staat van niddah (vuil, smerigheid) vanaf de geboorte.
Abodah Zarah 36b.
Ongelovigen verkiezen seks met koeien.
Abodah Zarah 22a-22b .
Beledigingen tegen de Heilige Maria
Zegt dat Maria een **** was: "Zij, die de afstammelinge was van vorsten en regeerders, deelde het bed met timmerlieden." Ook in voetnoot no. 2 bij Shabbath 104b van de Soncino-uitgave, wordt gesteld dat in de "ongecensureerde" tekst van de Talmoed geschreven staat dat de moeder van Jezus, "Miriam de kapster," seks bedreef met vele mannen.
Sanhedrin 106a .
Hier wat voorbeelden:
"De Joden worden mensen genoemd, maar niet-Joden zijn geen mensen. Het zijn beesten."
Talmoed: Baba mezia, 114b
"De Akum (niet-Jood) is als een hond. Ja, de geschriften leren ons aan de hond meer eer te betonen dan aan de niet-Jood."
Ereget Raschi Erod. 22 30
"Zelfs hoewel God de niet-Jood schiep zijn het nog altijd dieren in menselijke gedaante. Het is niet gepast voor een Jood om te worden gediend door een dier. Daarom zal hij worden gediend door dieren in mensengedaante. "
Midrasch Talpioth, p. 255, Warsaw 1855
"Een zwangere niet-Jood is niet beter dan een zwanger dier."
Coschen hamischpat 405
"De zielen van niet-Joden komen van onzuivere geesten en worden varkens genoemd."
Jalkut Rubeni gadol 12b
"Hoewel de niet-Jood dezelfde lichaamsbouw heeft als de Jood, verhouden ze zich tot de Jood als een aap tot een mens."
Schene luchoth haberith, p. 250 b
"Als u eet met een niet-Jood, het is hetzelfde als eten met een hond. "
Tosapoth, Jebamoth 94b
"Als een Jood een niet-Joodse dienaar of dienstmeid heeft die sterft, moet men geen sympathie voor de Jood betonen.
U behoort tegen de Jood te zeggen: "God zal 'uw verlies' vervangen, net zoals een van zijn ossen of ezels zou zijn gestorven"."
Jore dea 377, 1
"Geslachtsgemeenschap tussen Ongelovigen is als geslachtsgemeenschap tussen dieren."
Talmud Sanhedrin 74b
Met "Ongelovigen" (Engels: 'Gentiles', Hebreeuws: 'Goyim of Goijim) wordt bedoeld: niet-Joden, met name Christtenen en Moslims.
"Het is toegestaan het lichaam en het leven van een Ongelovige te nemen."
Sepher ikkarim III c 25
"Het is de wet om iedereen te doden die de Torah ontkent. De Christenen behoren tot de ontkenners van de Torah. "
Coschen hamischpat 425 Hagah 425. 5
"Een ketterse Ongelovige mag u met uw eigen handen doden. "
Talmud, Abodah Zara, 4b
"Iedere Jood die het bloed verspilt van de goddelozen (niet-Joden), doet hetzelfde als het brengen van een offerande aan God."
Talmud: Bammidber raba c 21 & Jalkut 772
Hoe bereidt een Jood zich voor op zijn misdaad?
Als een Jood in de verleiding komt om kwaad te doen moet hij naar een stad gaan waar men hem niet kent en daar het kwaad doen.
Moed Kattan 17a .
Een Jood slaan is hetzelfde als God slaan
Als een heiden (Ongelovige) een Jood slaat, moet de Ongelovige worden gedood.
Sanhedrin 58b.
Het is in orde. als men niet-Joden bedriegt
Een Jood hoeft geen Ongelovige te betalen voor het loon dat hij hem voor werk schuldig is.
Sanhedrin 57a .
Joden hebben superieure wettelijke status
"Als een os van een Israëliet een os van een Kanaäniet verwondt is er geen aansprakelijkheid; maar als een os van een Kanaäniet een os van een Israëliet verwondt... de betaling moet geheel voldaan worden. "
Baba Kamma 37b.
Joden mogen stelen van niet-Joden
Als een Jood een voorwerp vindt dat verloren is door een Ongelovige ("heiden") hoeft het niet te worden teruggegeven. (Ook bevestigd in Baba Kamma 113b).
Baba Mezia 24a .
God zal niet een Jood sparen die "zijn dochter uithuwelijkt aan een oude man, of de vrouw neemt voor zijn zoontje, of een verloren artikel aan een Ongelovige teruggeeft..."
Sanhedrin 76a.
Joden mogen niet-Joden beroven en doden
Als een Jood een Ongelovige vermoordt, zal er geen doodstraf zijn.
Wat een Jood steelt van een Ongelovige, mag hij houden.
Sanhedrin 57a .
De Ongelovigen zijn buiten de bescherming van de wet en God heeft "hun geld aan Israël ter beschikking gesteld."
Baba Kamma 37b.
Joden mogen liegen tegen niet-Joden
Joden mogen gebruik maken van leugens ("uitvluchten") om een Ongelovige te misleiden.
Baba Kamma 113a.
Niet-Joodse kinderen zijn sub-menselijk
Alle kinderen van Ongelovigen zijn dieren.
Yebamoth 98a.
Ongelovigen-meisjes zijn in een staat van niddah (vuil, smerigheid) vanaf de geboorte.
Abodah Zarah 36b.
Ongelovigen verkiezen seks met koeien.
Abodah Zarah 22a-22b .
Beledigingen tegen de Heilige Maria
Zegt dat Maria een **** was: "Zij, die de afstammelinge was van vorsten en regeerders, deelde het bed met timmerlieden." Ook in voetnoot no. 2 bij Shabbath 104b van de Soncino-uitgave, wordt gesteld dat in de "ongecensureerde" tekst van de Talmoed geschreven staat dat de moeder van Jezus, "Miriam de kapster," seks bedreef met vele mannen.
Sanhedrin 106a .