admin
27 april 2008, 02:04
donderdag 24 april 2008
Vandaag bespreken we een wijziging op de Wet Toezicht
Accountantsorganisaties ter implementatie van de richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie.
De PVV ondersteunt de gedachte dat de integriteit en betrouwbaarheid van de publieke accountant wordt gegarandeerd middels regelgeving. Dit is van groot belang voor een goed functionerende kapitaalmarkt binnen de EU.
Het toezicht op accountants en accountantsorganisaties is in Nederland inmiddels wettelijk verankerd middels de Wta, BTA, WRA en WAA en behoeft verder geen aanpassingen.
Deze wetswijziging heeft meer betrekking op informatie-uitwisseling en samenwerking tussen toezichthouders in de Europese Unie en met derde landen.
Geheimhouding - Chinese Walls
AFM kan informatie die is verkregen naar aanleiding van haar Wta-taken, gebruiken voor Wft-taken, onder bepaalde omstandigheden.
De vraag is of dit wel wenselijk is. De minister geeft aan dat de Wta-afdeling zich moet vergewissen of informatie kan worden overgedragen? En om dit te kunnen vaststellen worden zaken geanonimiseerd t.b.v. de interne besluitvorming.
Wanneer kan informatie wel en wanneer niet worden overdragen naar Wft.
In hoeverre werkt deze mogelijkheid tot informatie-uitwisseling ontduikingsgedrag bij controlecliënten in de hand?
Concurrentiepositie
De Nederlandse accountantregelgeving is aanzienlijk uitgebreider dan de richtlijn. Elke lidstaat kan de algemeen geformuleerde eisen uit de richtlijn zelf inkleuren. De minister stelt dat hierdoor de concurrentiepositie niet verslechterd, maar juist verbeterd, daar dit de betrouwbaarheid van de accountantssector te goede komt. Maar is iedereen wel gebaat met stringentere wet- en regelgeving, daar dit ook beperkingen en extra kosten met zich meebrengt.
Is het niet interessant voor een externe accountant of een klein kantoor om zich in een andere lidstaat te vestigen en werkzaamheden in Nederland te verrichten, teneinde de gedragscodes in Nederland te ontduiken.
Klopt het dat een auditkantoor van een andere lidstaat die controlewerkzaamheden wil verrichten in Nederland, hiervoor toch een vergunning moet aanvragen bij de AFM? Waarom wordt een europees paspoort (wederzijdse erkenning) niet gelijk geregeld in deze richtlijn?
In hoeverre vormen de gedragscodes van de beroepsorganisaties (vgc = verordening gedragscode) een belemmering voor kleine kantoren om hun werkzaamheden uit te voeren? Is hier wel sprake van een gelijk speelveld met de grote Big 4 kantoren?
In NL is slechts 10% van de accountants werkzaam als wettelijk controleur (2000). Toch moeten ze allemaal voldoen aan de gedragscode van de beroepsorganisaties (vgc).
Uit de sector hoor ik namelijk geluiden dat door de komst van de Wta en de stringente voorschriften van beroepsorganisaties (vgc) het voor veel kleinere accountantsorganisaties bijna ondoenlijk is om aan alle voorschriften te voldoen. Waardoor kleine kantoren afzien van controlewerkzaamheden en gecertificeerde accountants verzoeken hun titel af te leggen, om zodoende de verordeningen te mijden.
Vraag: In hoeverre vormt deze wetswijziging en de bestaande wet- en regelgeving, incl. gedragscodes van beroepsorganisaties, een belemmering voor kleine kantoren om aan hun verplichtingen te voldoen?
Tweede Termijn
De minister is van mening dat bepaalde vertrouwelijke gegevens die in het kader van Wta toezicht zijn verkregen ook voor Wft toezicht kan worden ingezet (art. 63a).
Door gebruik te maken van de vertrouwelijke gegevens uit het accountantsdossier wordt de integriteit (geheimhouding), de effectiviteit van de accountant aangetast. Deze berust op namelijk op geheimhouding van vertrouwelijk van de cliënt verkregen informatie.
De PVV vindt het onwenselijk om de zg. “Chinese Walls” af te breken. Indien het voor de onderneming bekend is dat de informatie die hij aan zijn accountant verstrekt niet geheim blijft, kan hij geneigd zijn om informatie achter te houden of onvolledig te verstrekken, met als gevolg dat de kwaliteit van de accountantscontrole daar ernstig onder kan leiden met alle maatschappelijke schade van dien.
Indien tijdens een Wta controle fraude wordt opgespoord, dient de gecontroleerde en verantwoordelijke accountantsorganisatie worden aangepakt binnen de context van de WTA (intrekking vergunning, rechtsvervolging) en niet de gecontroleerde onderneming.
In de antwoorden van de minister in 1e termijn, weerlegt hij de “toezegging van ex-minister Zalm” door te stellen dat deze alleen betrekking had op de informatie-uitwisseling tussen Wta en Wtfv, maar voorzitter we dat Wft het toestaat om informatie ook voor andere toezichtstaken te gebruiken; waardoor informatie makkelijk kan weglekken richting Wtfv-toezicht. Gaarne een reactie op dit punt!
Buitenlandse accountants die werkzaam zijn in NL hoeven geen lid te worden van BPO’s (Nivra/NovAA), maar vallen wel onder de gedragscode. Hoe verhoud zich dat ten aanzien van andere lidstaten.
Kan de minister een nadere studie toezeggen naar de gedragscode (vgc) bij de BPO’s (NovAA, Nivra), teneinde te bezien of deze gedragscode belemmerend werkt voor het functioneren van kleine accountantskantoren in den lande en buitenlandse accountants(kantoren). Voorkomen moet worden dat zelfregulering als extra sausje over bestaande wet- en regelgeving restrictief werkt voor de beroepsuitoefening.
Vandaag bespreken we een wijziging op de Wet Toezicht
Accountantsorganisaties ter implementatie van de richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie.
De PVV ondersteunt de gedachte dat de integriteit en betrouwbaarheid van de publieke accountant wordt gegarandeerd middels regelgeving. Dit is van groot belang voor een goed functionerende kapitaalmarkt binnen de EU.
Het toezicht op accountants en accountantsorganisaties is in Nederland inmiddels wettelijk verankerd middels de Wta, BTA, WRA en WAA en behoeft verder geen aanpassingen.
Deze wetswijziging heeft meer betrekking op informatie-uitwisseling en samenwerking tussen toezichthouders in de Europese Unie en met derde landen.
Geheimhouding - Chinese Walls
AFM kan informatie die is verkregen naar aanleiding van haar Wta-taken, gebruiken voor Wft-taken, onder bepaalde omstandigheden.
De vraag is of dit wel wenselijk is. De minister geeft aan dat de Wta-afdeling zich moet vergewissen of informatie kan worden overgedragen? En om dit te kunnen vaststellen worden zaken geanonimiseerd t.b.v. de interne besluitvorming.
Wanneer kan informatie wel en wanneer niet worden overdragen naar Wft.
In hoeverre werkt deze mogelijkheid tot informatie-uitwisseling ontduikingsgedrag bij controlecliënten in de hand?
Concurrentiepositie
De Nederlandse accountantregelgeving is aanzienlijk uitgebreider dan de richtlijn. Elke lidstaat kan de algemeen geformuleerde eisen uit de richtlijn zelf inkleuren. De minister stelt dat hierdoor de concurrentiepositie niet verslechterd, maar juist verbeterd, daar dit de betrouwbaarheid van de accountantssector te goede komt. Maar is iedereen wel gebaat met stringentere wet- en regelgeving, daar dit ook beperkingen en extra kosten met zich meebrengt.
Is het niet interessant voor een externe accountant of een klein kantoor om zich in een andere lidstaat te vestigen en werkzaamheden in Nederland te verrichten, teneinde de gedragscodes in Nederland te ontduiken.
Klopt het dat een auditkantoor van een andere lidstaat die controlewerkzaamheden wil verrichten in Nederland, hiervoor toch een vergunning moet aanvragen bij de AFM? Waarom wordt een europees paspoort (wederzijdse erkenning) niet gelijk geregeld in deze richtlijn?
In hoeverre vormen de gedragscodes van de beroepsorganisaties (vgc = verordening gedragscode) een belemmering voor kleine kantoren om hun werkzaamheden uit te voeren? Is hier wel sprake van een gelijk speelveld met de grote Big 4 kantoren?
In NL is slechts 10% van de accountants werkzaam als wettelijk controleur (2000). Toch moeten ze allemaal voldoen aan de gedragscode van de beroepsorganisaties (vgc).
Uit de sector hoor ik namelijk geluiden dat door de komst van de Wta en de stringente voorschriften van beroepsorganisaties (vgc) het voor veel kleinere accountantsorganisaties bijna ondoenlijk is om aan alle voorschriften te voldoen. Waardoor kleine kantoren afzien van controlewerkzaamheden en gecertificeerde accountants verzoeken hun titel af te leggen, om zodoende de verordeningen te mijden.
Vraag: In hoeverre vormt deze wetswijziging en de bestaande wet- en regelgeving, incl. gedragscodes van beroepsorganisaties, een belemmering voor kleine kantoren om aan hun verplichtingen te voldoen?
Tweede Termijn
De minister is van mening dat bepaalde vertrouwelijke gegevens die in het kader van Wta toezicht zijn verkregen ook voor Wft toezicht kan worden ingezet (art. 63a).
Door gebruik te maken van de vertrouwelijke gegevens uit het accountantsdossier wordt de integriteit (geheimhouding), de effectiviteit van de accountant aangetast. Deze berust op namelijk op geheimhouding van vertrouwelijk van de cliënt verkregen informatie.
De PVV vindt het onwenselijk om de zg. “Chinese Walls” af te breken. Indien het voor de onderneming bekend is dat de informatie die hij aan zijn accountant verstrekt niet geheim blijft, kan hij geneigd zijn om informatie achter te houden of onvolledig te verstrekken, met als gevolg dat de kwaliteit van de accountantscontrole daar ernstig onder kan leiden met alle maatschappelijke schade van dien.
Indien tijdens een Wta controle fraude wordt opgespoord, dient de gecontroleerde en verantwoordelijke accountantsorganisatie worden aangepakt binnen de context van de WTA (intrekking vergunning, rechtsvervolging) en niet de gecontroleerde onderneming.
In de antwoorden van de minister in 1e termijn, weerlegt hij de “toezegging van ex-minister Zalm” door te stellen dat deze alleen betrekking had op de informatie-uitwisseling tussen Wta en Wtfv, maar voorzitter we dat Wft het toestaat om informatie ook voor andere toezichtstaken te gebruiken; waardoor informatie makkelijk kan weglekken richting Wtfv-toezicht. Gaarne een reactie op dit punt!
Buitenlandse accountants die werkzaam zijn in NL hoeven geen lid te worden van BPO’s (Nivra/NovAA), maar vallen wel onder de gedragscode. Hoe verhoud zich dat ten aanzien van andere lidstaten.
Kan de minister een nadere studie toezeggen naar de gedragscode (vgc) bij de BPO’s (NovAA, Nivra), teneinde te bezien of deze gedragscode belemmerend werkt voor het functioneren van kleine accountantskantoren in den lande en buitenlandse accountants(kantoren). Voorkomen moet worden dat zelfregulering als extra sausje over bestaande wet- en regelgeving restrictief werkt voor de beroepsuitoefening.